Blog

“Erfenis van een oorlog”

Auteur : Weyns Babette

Bebette Weyns

Babette Weyns

Babette Weyns (°1991) is als aspirant van het FWO verbonden aan de vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. In haar doctoraat onderzoekt ze de naoorlogse herinneringsmilieus van het verzet en hoe die een impact hebben gehad op de publieke herinnering aan het verzet in België.

Naar aanleiding van de Canvasreeks ‘Kinderen van het verzet’, verzorgt historica Babette Weyns (UGent) wekelijks een reactie op de blog van BelgiumWWII. Deze week: Aflevering 5: “Erfenis van een oorlog”.

Kijk ook naar de vorige bijdragen:

Aflevering 1: In het verzet

Aflevering 2: De hel van de kampen

Aflevering 3: Een oorlog die nooit stopt

Aflevering 4: Helden op de barricade


Met de vijfde aflevering is ‘Kinderen van het verzet’ aan zijn laatste getuigenaflevering toe. Het vermoeden dat de eerste aflevering meteen de enige zou zijn die ons iets bijleert over de eigenlijke geschiedenis van het verzet, blijkt na afloop van alle getuigenafleveringen te kloppen. De centrale vraag van de reeks blijkt toch vooral het ‘waarom’ van het engagement en - zo toont ook deze aflevering - de relevantie van zo’n engagement vandaag.

Vijf afleveringen lang liep de reeks over meerdere sporen: de particuliere verhalen van de kinderen, de maatschappelijke relevantie van dat verleden en de verwevenheid daartussen. De reeks vormt daarmee het schoolvoorbeeld van wat we ‘herinneringseducatie’ noemen. Maar wat betekent het dan om vandaag het verzet te herinneren?

Herinneringsplicht en pedagogische ambities

“Het ware te hopen dat talrijke landgenoten deze tentoonstelling zouden bezoeken, niet zozeer om er kennis te nemen van de uitgestalde gruwelen, maar om er een les voor de toekomst uit te trekken”. Dat verklaarde minister van Wederopbouw Jean Terfve bij de opening van de tentoonstelling ‘Hitleriaanse Gruwelen’ in het jubelpark in Brussel, mei 1946. Het wereldconflict moest onmiddellijk na afloop relevant zijn voor heden en toekomst. De pedagogische waarde die wordt toegekend aan de Tweede Wereldoorlog is dus allesbehalve nieuw.

Na de oorlog creëerde de gevangenschaps- of kampervaring in veel gevallen een grote begripskloof tussen wie deze gruwel meemaakte en wie niet. Paradoxaal genoeg, ontstond ook meteen een ‘plicht’ om te getuigen in naam van wie dat niet meer kon. Oud-gevangenen en voormalige verzetsleden stelden zich daarom tussen de oorlog en de betekenis die eraan werd verleend. Zij waren de bevoorrechte tolken van dat verleden. De Belgische overheid liet dat in de naoorlogse jaren begaan. Zo werd het Fort van Breendonk al in 1947 officieel erkend als Nationaal Gedenkteken, maar bleef het beheer in handen van oud-gevangenen. Via een serene en authentieke ervaring moest de bezoeker tot inzicht komen.

Door een sterke focus op de authenticiteit van het lijden en de pedagogische waarde ervan, werd tegelijkertijd een poging ondernomen om de lessen uit de oorlog te ontdoen van elke ideologische invulling. Het was een nagenoeg onmogelijke opdracht. De combinatie van een politiek klimaat onder de Koude Oorlog en een hevige binnenlandse polarisatie zou dan ook stevig doorwegen op de verbondenheid van voormalige verzetsleden en politieke gevangenen. Bijgevolg bleek de enige mogelijke betekenisverlening aan het verleden een sterk uitgeholde versie van de historische werkelijkheid te zijn. Het imperatief van de herinnering, of het in Frankrijk sterk gepopulariseerde ‘devoir de mémoire’ is veelal symbolisch, ontdaan van elke koppeling naar specifieke gebeurtenissen.

 

28334-breendonk-2.jpg
Institution :
Collection :
Droits d'auteur :
Légende d'origine :

Actualisering van het oorlogsverleden

107474-laplasse.jpg
Institution :
Collection :
Légende d'origine :

Ook de Canvaskijker wordt duidelijk aangezet om lessen te trekken uit deze documentaire. In essentie toont ‘Kinderen van het verzet’ dus een gelijkaardige ambitie, al staat de precieze invulling van de ‘herinneringsplicht’ uiteraard steeds in dialoog met de hedendaagse politieke en maatschappelijke context. De pedagogische ambities van Jean Terfve uit 1946 en die van Canvas uit 2019 zijn uiteraard niet gelijk te schakelen. Met andere woorden: de relevantie van de Tweede Wereldoorlog evolueert.

De Tweede Wereldoorlog als moreel kader wordt in Vlaanderen vandaag opnieuw geactualiseerd tegenover de opkomst van extreemrechts. Anno 2019 gaat dat onder andere over waakzaamheid tegenover personen als Dries van Langenhove, organisaties als zijn ‘Schild en Vrienden’ en de grote winst van het Vlaams Belang bij de laatste verkiezingen. Ook in de jaren ’90 dwong het Vlaams Blok Vlaanderen in eigen boezem te kijken.

Tegelijkertijd vond begin jaren 1990 in Vlaanderen het herzieningsproces van Irma Laplasse plaats. “Het ging niet om Irma Laplasse zelf”, verklaart Bertje Ureel over het proces van de vrouw die na de oorlog wegens verklikking de doodstraf kreeg. Dat Bertje Ureel het proces een bredere relevantie probeert te geven, is straf, want het herzieningsproces is rechtstreeks verbonden aan het particuliere verhaal van haar familie. Zonder de verklikking van Irma Laplasse zou Leopold Ureel immers nog leven. Het herzieningsproces van Laplasse in combinatie met het verhaal van Bertje Ureel, toont mooi hoe in de reeks verschillende geschiedenissporen samenkomen: het persoonlijke verhaal zet het verhaal over Irma Laplasse als symbooldossier kracht bij. ‘Empathie en betrokkenheid’ is dan ook de tweede pijler van herinneringseducatie. Daarin ligt vooral de sterkte van de reeks.

Een les in herinneren, een les in actie

Wat ná ‘kinderen van het verzet’ lijkt nu misschien wel de belangrijkste vraag. ‘Reflectie en actie’ is toch niet voor niets de laatste pijler van herinneringseducatie? We zijn het eens over de relevantie van dit verleden en enthousiast over de aandacht die het verzet eindelijk krijgt. Laat het ons dan ook eens zijn dat het verzet 75 jaar na de bevrijding geen opgepoetste herinnering nodig heeft om relevant te zijn. Integendeel. Door een grote nadruk op het lijden en de gevolgen van verzetsdaden, wordt misschien te vaak vergeten dat ‘verzet’ in eerste instantie gaat om het gebrek aan onverschilligheid en het ondernemen van actie. De diversiteit van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog kan doen inzien dat die bewogenheid niet het monopolie was van één politieke strekking of ideologie, maar net uit honderdeneen verschillende hoeken kwam.

Willen we de relevantie van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog écht laten doorwegen, dan kan het niet meer enkel de verantwoordelijkheid van slachtoffers van het naziregime en hun nakomelingen zijn om met de morele waakzaamheidsvlag te zwaaien. Een deep dive in de geschiedenis van het verzet in al zijn facetten is daarvoor noodzakelijk en rijkt verder dan empathie voor slachtoffers of helden, zónder daaraan voorbij te gaan. Inzicht in het hoe – wat – waarom van een verzetsengagement geeft die geschiedenis directe relevantie en inspireert misschien wel meer tot actie dan tot herinnering.

Bibliografie

Benvindo, Bruno, en Evert Peeters. Scherven van de oorlog. De strijd om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, 1945-2010. Antwerpen/Brussel: De Bezige Bij / Soma, 2011.

Lalieu, Olivier. « L'invention du « devoir de mémoire » », Vingtième Siècle. Revue d'histoire, vol. no 69, no. 1, 2001, pp. 83-94.

‘Plechtige opening der tentoonstelling “Hitleriaanse Gruwelen”, Het Nieuwsblad, 25 mei 1946, p. 4

 ‘Wat is herinneringseducatie’, https://herinneringseducatie.be/wat-is-herinneringseducatie/, geraadpleegd op 18 november 2019.

Wouters, Nico. “De herdenking aan WOII: meer geschiedenis, minder herinnering”, Blog op Belgium WWII, https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/de-herdenkingen-aan-wo-ii-meer-geschiedenis-minder-herinnering.html

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be