Blog

Joris Van Severen. De verleiding van een fascist

Auteur : Vandenbroucke Dieter

foto-d-vandenbroucke.jpg

Dieter Vandenbroucke

Literatuurhistoricus. In 2014 verscheen de handelseditie van zijn proefschrift: Dansen op een vulkaan. Victor J. Brunclair: schrijver in een bewogen tijd (De Bezige Bij), dat in 2016 met de driejaarlijkse Pil-van Gastelprijs voor geschiedenis werd bekroond.

Op 20 mei 2020 is het exact tachtig jaar geleden dat Verdinaso-oprichter Joris van Severen standrechtelijk werd geëxecuteerd. Hoog tijd voor een nieuwe kijk op ‘Vlaanderens eerste fascist’. Dieter Vandenbroucke werkt aan een boek waarin de focus ligt op de relatie tussen het publieke en het privéleven van Van Severen. Hoe slaagde hij erin zijn rol als soldateske Nieuwe Orde-leider te verzoenen met zijn vaak chaotisch privéleven als dandy en vrouwenversierder? Was hier sprake van een zekere dubbelzinnigheid of lagen beide personages net in elkaars verlengde? In een verhalend en meerstemmig boek gaat Vandenbroucke al schrijvend op zoek naar antwoorden.

Vlaamse Hitler of martelaar?




Met alle herdenkingen rondom het einde van de Tweede Wereldoorlog zouden we bijna uit het oog verliezen dat hieraan twee bewogen decennia vooraf gingen. Een van de meest spraakmakende politici uit het interbellum was ongetwijfeld Joris Van Severen, de oprichter van het fascistoïde Verdinaso. Collaboratie kan hem echter niet worden aangewreven. Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 werd hij samen met enkele duizenden anderen, al dan niet terecht als staatsgevaarlijk beschouwde burgers gearresteerd door de Belgische overheid. Zijn konvooi liep vast in Abbeville, waar hij in het tumult door Franse soldaten werd gefusilleerd. Het Verdinaso zou zijn leider niet lang overleven. Een deel van de leden stapte in de collaboratie, anderen bleven erbuiten of namen deel aan het verzet.

 

Niettegenstaande zijn vroegtijdige dood werd Van Severen na de oorlog wel degelijk als een ‘zwarte’ gediskwalificeerd: tenslotte had hij naam gemaakt als de onbetwistbare roerganger van een antidemocratische en antisemitische Nieuwe Orde-beweging. Een soort ‘Vlaamse Hitler’ dus. Daartegenover stond dat vanuit katholiek-rechtse hoek het beeld werd geconstrueerd van een martelaar, een heldhaftige idealist die de loop van de geschiedenis wilde veranderen maar door een corrupt regime werd vermoord. In de stroom van – in hoofdzaak hagiografische – publicaties die sindsdien over Van Severen verschenen bleef de mens achter Van Severen onderbelicht. Terwijl het snel uiteenvallen van zijn beweging aantoonde dat net zijn charisma houvast had gegeven aan de beweging, veel meer dan een vastomlijnde ideologie. Met een genuanceerd portret, gebaseerd op zijn privé-archief, wil ik hierin verandering brengen. Wars van idealisering of diabolisering kunnen zo de mechanismen achter Van Severens aantrekkingskracht worden onthuld. In deze blog beperk ik mij tot enkele aanzetten.

952-abbeville.jpg
524036
Institution : CegeSoma
Droits d'auteur : Droits Réservés
Légende d'origine : Eerstdaags verschijnt: Het Bloedbad van Abbeville door Mouritz van Gijsegem. Het verhaal van de Spionnenkoorts 1940 en van de moord op Joris van Severen (20 Mei 1940)- Voorwoord van Dr. Aug. BORMS 120 bladzijden, met talrijke afbeeldingen en 2 Kaarten -PRIJS ingenaaid * 20 FRANK bij inteekening vóór 10 Juni : 15 frank LUXE-UITGAVE (gebonden) : 50 FRANK Men kan inteekenen bij alle boekhandelaars en bij Uitgeverij-Boekhandel VOLK en STAAT ANTWERPEN : Appelmansstr. 1, P.C. 1136.86 - BRUSSEL : Ad. Maxlaan 85, P.C. 1143.23 GENT: Kalanderberg 7, P.C.123.29 - LEUVEN: Bondgenoolenlaan 67, P.C.82.73 - LIER: Berlaarstr.45

Esthetisering van de politiek

zelfportret-met-zwarte-band-pyke-koch.jpg
Institution : Centraal Museum Utrecht
Légende d'origine : De magisch-realistische kunstenaar Pyke Koch had zich in de jaren dertig aangesloten bij de Nederlandse afdeling van het Verdinaso. Dit ‘zelfportret met zwarte band’ schilderde hij in 1937, het jaar waarin hij Van Severen ontmoette. De gelijkenis met van Van Severen is treffend.
34774-journAe-nationale-verdinaso-1934.jpg
Institution : CegeSoma
Légende d'origine : Journée nationale du Verdinaso 1934

Uit Van Severens dagboeken, nota’s en brieven spreekt een gelaagde persoonlijkheid, een non-conformistische katholiek getekend door zijn ervaringen als soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog en voortdurend worstelend met de wereld, de liefde en vooral zichzelf. Zoals reeds uit zijn in 2005 gepubliceerde oorlogsdagboek blijkt, spiegelde de jonge Van Severen zich aan zijn geliefkoosde auteurs, waaronder Charles Baudelaire, het protoype van de ‘poète maudit’, en de decadente avonturier Gabriele d’Annunzio. Aan die laatste ontleende hij ook een van zijn levensmotto’s: ‘Van mijn leven zelf een kunstwerk, een groot gedicht, maken.’ Het klinkt poëtisch maar precies deze fantasie zou hem naar extremistisch vaarwater drijven.

 

Na de oorlog zocht Van Severen aansluiting bij de literaire avant-garde maar zijn politieke ambities haalden al snel de bovenhand. Als Kamerlid van de Vlaams-nationalistische Frontpartij baarde hij opzien als dandy, een piekfijn geklede ‘womanizer’ die liever chique salons dan het parlement frequenteerde. Daarnaast pleitte hij steeds nadrukkelijker voor de vestiging van een autoritaire orde in het oude Europa. Het uiterlijke ging hand in hand met het innerlijke. Is de dandy immers niet de figuur bij uitstek die, uit verzet tegen de democratische ‘nivellering’, het principe van de excellentie incarneert?

 



Geïnspireerd door zijn politieke en literaire voorbeelden, veelal Franse conservatieve schrijvers, beschouwde Van Severen niet alleen zichzelf maar ook Vlaanderen als een grootschalig kunstwerk. Halverwege de jaren twintig nam hij zich voor van zijn volk ‘prinsen en prinsessen’ te maken. ‘Een wereld bouwen naar een hiërarchie zoals ik die zie en willen zou’, voegde de zelfverklaarde aristocraat eraan toe. Vanuit dat streven stichtte Van Severen in 1931 het het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen, kortweg het Verdinaso. Zowel in het verenigde ‘Dietsland’ als in het solidarisme, met de familie, de beroeps- en de volksgemeenschap als basis, zag hij de expressie van een bepaalde schoonheid en orde. Voor de buitenwereld viel het Verdinaso vooral op door zijn uitgesproken fascistische  uitstraling: een geüniformeerde militie, zorgvuldig in beeld gebrachte massabijeenkomsten en de bewonderde Van Severen, als voorafspiegeling van de toekomstige ‘stijlvolle’ samenleving. Behalve aan Walter Benjamins typering van het fascisme als ‘esthetisering van de politiek’, valt hierbij te denken aan Hitlers en Goebbels’ opvatting van de staatsman als een kunstenaar die met ‘mensenmateriaal’ een politiek ‘Gesamtkunstwerk’ tot stand moet brengen.

Performance-artiest

Van Severen was altijd meer aangetrokken door ‘de magie der levende persoonlijkheid’ dan door theorieën. Dit weerspiegelde zich in zijn privéleven dat, ondanks zijn voorbeeldfunctie als edelfascist, over de tongen bleef gaan. In de eerste plaats zijn talrijke stormachtige relaties met getrouwde dames en het élan waarmee hij het nachtleven aan de kust indook, waren koren op de roddelmolen. ‘Raids’, noemde Van Severen dergelijke uitstapjes in zijn dagboek en ook elders bediende hij zich van betekenisvolle metaforen. Nota bene Rex-leider Léon Degrelle moest het in een gesprek ontgelden wanneer deze de massa’s vergeleek met vrouwen die bij voorkeur snel moesten worden ‘genomen’: volgens Van Severen lieten zulke vrouwen zich met dezelfde snelheid ook nemen door anderen. ‘Rien n’est plus fuyant que les femmes’. Zoals een duurzame relatie meer inspanning vergde, zo moest de massa worden geïntegreerd in een gedisciplineerde orde. Het volkomen ‘mannelijke’ Verdinaso, aldus Van Severen, stond hiervoor garant.

 




De vraag dringt zich op hoe Van Severens vrouwbeeld en omgang met vrouwen zich verhielden tot de ideologie van het Verdinaso, die het gezinsleven en het huwelijk als een hoeksteen van de samenleving beschouwde. Was hier sprake van een dubbele moraal? Het lijkt er alvast op dat Van Severen zichzelf andere eisen stelde om de eenvoudige reden dat hij zich boven de ordeloze massa verheven voelde. Door de nadruk te leggen op de wisselwerking tussen het publieke en private, inclusief gender- en seksualiteitskwesties, kan mijn boek aansluiten bij verschuivingen die zich de laatste decennia hebben voorgedaan in het onderzoek naar fascisme. Meer dan vroeger wordt de wijze belicht waarop het fascisme zichzelf zag en zijn identiteit presenteerde. Culturele expressievormen nemen hier een belangrijke plaats in. Het fascisme was als het ware een nieuwe ‘way-of-living’, die de dagelijkse werkelijkheid moest verfraaien en niet alleen de nieuwe ideale natie, maar ook de ideale man, vrouw en kunst nastreefde. Deze zogenaamde ‘inner approachmethodes’ leggen sterk de nadruk op het theatrale karakter van fascisme. Dat theatrale tekent zich bij uitstek af in het leven van Joris van Severen. Misschien moet hij zelfs worden beschouwd als een acteur, als een performance-artiest, die op het podium daadkracht en zelfvertrouwen uitstraalde maar achter de coulissen, in zijn privéleven, ten onder ging aan eenzaamheid en onrust? 

Van Severens dandyisme, esthetische politiek en van viriliteit doordrongen retoriek raken aan de kern van zijn verleidingskracht. Een kritische bevraging van deze facetten helpt begrijpen waarom hij – tot ver na zijn dood – zoveel intellectuelen, kunstenaars en schrijvers heeft gefascineerd. Dat dit zeker niet van de minste waren, bewijzen de namen van bijvoorbeeld Hugo Claus, de fotograaf Willy Kessels en de schilder Pyke Koch. Bovendien kan een terugblik nieuw licht werpen op de hernieuwde zucht naar mannelijkheid, die onder meer Schild & Vrienden kenmerkt, of op het succes van hedendaagse conservatieve dandy’s. Vooral de parallellen met Thierry Baudet, de flamboyante leider van het Forum voor Democratie, liggen voor de hand. Naast zijn uitdagend elitarisme, doet ook zijn opmerkelijke uitspraak ‘dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden’ denken aan Van Severen. Het maakt van Baudet beslist geen hele of halve fascist maar het toont wel aan dat een bepaald type persoonlijkheidspolitiek opnieuw kan gedijen.

 

 

164687
Institution : CegeSoma
Droits d'auteur : Droits Réservés
Légende d'origine : VAN SEVEREN.
41487-van-severen.jpg
Institution : CegeSoma
Légende d'origine : Deze affiche, met heroïsche voorstelling van de leider, is van de hand van Edmond Van Dooren, een van de baanbrekers van de abstracte kunst in België.

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be

Reactie van Ruud Bruijns (Historicus), oktober 2020 (*)

Toen ik hoorde dat na Arthur de Bruyne en Pieter-Jan Verstraete een nieuwe Van Severen-biograaf zich aandiende, was mijn interesse uiteraard gewekt. Dieter Vandenbroucke is literatuurhistoricus en dat kan interessante invalshoeken opleveren, aangezien Van Severen een verwoed lezer was en een indrukwekkende bibliotheek naliet. Des te groter was dan ook de teleurstelling bij het lezen van zijn eerste aanzet op het blog belgiumwwii.be onder de titel ‘De verleiding van een fascist’. Ik heb Dieter persoonlijk ontmoet en met hem van gedachten gewisseld. Dit stuk is dan ook geen aanval op zijn persoon, maar wel op de wijze waarop hij meent Van Severen te kunnen doorgronden.

Een Vlaamse Hitler dus?

Een prikkelende stelling kan nooit kwaad, maar veronderstelling dat Van Severen een ‘Vlaamse Hitler’ (“Een soort ‘Vlaamse Hitler’ dus.”) was komt op mij over als grote-stappen-snel-thuis. De Hitler-vergelijking is even onorigineel als onjuist. Van Severen werd zonder twijfel geïnspireerd door Mussolini’s fascisme, maar de relatie met het nationaal-socialisme was allerminst vanzelfsprekend. Het nationaal-socialisme was een massa-beweging dat sterk inzette op de verkiezingsstrijd, wat haaks stond op het elite-streven van het Verdinaso dat juist uit principe niet meedeed aan verkiezingen. Bovendien wilde het Verdinaso een corporatistische staat inrichten op basis van katholieke encyclieken, terwijl het nationaal-socialisme nooit werk maakte van een sociale herstructurering en anti-katholiek was.

Van Severen was bovendien geen inspirerende demagoog, maar meer een nuchtere commentator. De persoonlijke stijl was ook verschillend. Van Severen was een bon-vivant die van het leven genoot, terwijl Hitler in veel opzichten een nogal sober en zelfs saai leven leidde – geen drank, geen copieuze maaltijden, nauwelijks vrouwen. Hitler was ook geen fervent lezer of een diep denker, in tegenstelling tot Van Severen. Dit zijn geen waardeoordelen over deze personen, maar dit is om te illustreren dat er belangrijke verschillen waren tussen deze personen over hoe zij in het leven en de politiek stonden. Tot slot komt het beeld van de ‘Vlaamse Hitler’ uit de koker van socialisten (en communisten) die sinds 1933 iedere politieke tegenstander langs de Hitler-lat leggen.

Esthetisering als canapee

De politiek van de jaren 1930 stond in het teken van de ‘grote verhalen’, van heilsboodschappen zo je wilt. In dit tijdperk van de crisis in de economie en de politiek biedden de politieke groeperingen tegen elkaar op om de gunst van de kiezer te verwerven – tegenstanders werden afgeschilderd als obstakels op de weg naar de heilstaat. Partijen en (jeugd)bewegingen organiseerden bijna zonder uitzondering indrukwekkende massa-bijeenkomsten met vlaggen, uniformen en kentekens. Er werden grote stappen gezet in de grafische vormgeving, inclusief film en fotografie, door de ontwikkeling van politieke propaganda. Het Verdinaso was geen uitzondering en zelfs niet eens toonaangevend. Zo ontwikkelde de Anti-oorlogsliga sneller en op grotere schaal in hetzelfde tijdperk een eigen stijl en propaganda, zoals ik in mijn boek betoog.[1] Ook de Liga sprak overigens van een nieuwe mens en een betere maatschappij.

Van Severen’s persoonlijke stijl was dan ook niet uniek in de politiek. Er waren talloze aantrekkelijke politici die zich goed kleedden. Tot op heden geldt het adagium dat de kleren de man maken. Als het gaat om uitstraling en aantrekkingskracht stak ‘beau Léon’ Degrelle Van Severen gemakkelijk voorbij. De nadruk op esthetisering door Vandenbroucke doet ook voorkomen alsof de vormentaal het won van de inhoud, en het Verdinaso in wezen een oppervlakkige beweging was. Dat was niet het geval. Talloze bewegingen, waaronder de parlementaire partij VNV, trachtten juist in te haken op het gedachtengoed van het Verdinaso. Het Verdinaso wordt in de geschiedschrijving vaak omschreven als een vormingsbeweging die met name intellectuelen aantrok.

Standwerker Van Severen

In het verleden is er in de jaarboeken van het studiecentrum Joris van Severen meer dan eens aandacht besteed aan de vrouwen in het leven van de Verdinaso-leider. Uiteraard was er een discrepantie tussen de wijze waarop Van Severen vrouwen verschalkte en de ideologie van het Verdinaso waarin het ‘geordende leven’ voorop stond. Maar het idee om Van Severen te analyseren om basis van ‘wisselwerking tussen het publieke en private, inclusief gender- en seksualiteitskwesties’ heeft veel weg van de Freudiaanse zoektocht van de communistische psychoanalist Wilhelm Reich. Reich betoogde in zijn boek ‘Massenpsychologie des Faschismus’ (1933) dat de hang naar autoritair idealisme voortkwam uit de onderdrukking van sexueel verlangen.

Met de wijze waarop Vandenbroucke mannelijkheid in de politiek verbindt aan het fascisme toont hij zich ook aan het linkeroog blind. Er bestaat een gepolijste versie van de geschiedenis van de sociaal-democratie waarin vrouwen werden gerespecteerd. In werkelijkheid was de verhouding met vrouwen wisselvallig op zijn best. Vrouwen werden gretig gebruikt als uithangbord, maar hun daadwerkelijke politieke inmenging werd zelden gewaardeerd, uitzonderingen daargelaten. De arbeidersstrijd was niet zelden een strijd van mannen die zich voelden aangetast in  hun positie als broodwinner in tijden van economische onzekerheid. En dan hebben we het nog niet over het werkelijk bestaande socialisme van Sovjet-Rusland en Mao-China waarin vrouwen politiek nooit een vooraanstaande rol speelden (behalve als kwade genuis, zoals Jiang Qing, de vrouw van Mao Zedong).

Vandenbroucke’s suggestie om Van Severen te typeren als performance artiest of zelfs acteur doet voorkomen alsof Van Severen een soort rattenvanger van Hamelen was. Een charlatan die zijn ware gelaat niet toonde, maar een schimmenspel opvoerde om duizenden te verleiden. Het haakt in op Lode Wils’ visie van een aristocraat verdwaald in de politiek, als een vreemde eend in de politieke bijt. Wat Van Severen echter als persoonlijkheid juist kenmerkte was zijn dapperheid en zijn bereidheid om te lijden voor zijn idealen, zowel in de Frontbeweging als later in 1940 in Abbeville – hij bond nooit in, maar confronteerde zijn zelfgekozen lot rechtop en met open vizier.

Besluit

Dieter Vandenbroucke kan als literatuurhistoricus een belangrijke rol spelen in de ontsleuteling van Van Severen’s persoonlijkheid. Zo is er nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de invloed van zijn literaire voorkeuren op de vorming van zijn persoonlijkheid. Zo maakt hij in zijn oorlogsdagboek ettelijke verwijzingen naar literaire werken en de wijze waarop hij er door werd gegrepen. Met zijn suggestie om Van Severen te onderwerpen aan een psychoanalyse over zijn huiding tegenover sexe en sexualiteit begeeft Vandenbroucke zich echter op glad ijs, aangezien hij geen psycholoog is. Ik hoop dat de meelezers van zijn manuscript hem behoeden voor deze weg, zodat hij niet te boek komt te staan als de historicus die verdwaald raakte in de psychologie.

[1] Ruud Bruijns, Liever revolutie dan oorlog! De Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (1931-1939) (Antwerpen 2008) pp. 122-138.

(*) Deze reactie verscheen eerder in de Nieuwsbrief van het Sudiecentrum Joris van Severen, 2020, nr 4.  Nieuwsbrief van het Sudiecentrum Joris van Severen, 2020, nr 4.