Blog

Kunst als veilige financiële haven tijdens een bezetting

Auteur : Luyten Dirk (Institution : CegeSoma)

dirk-luyten.jpg

Dirk Luyten

Dirk Luyten is doctor in de geschiedenis en onderzoeker bij het CegeSoma. Hij is gespecialiseerd in de sociale en economische geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en in de economische collaboratie en de repressie daarvan. Daarnaast interesseert hij zich voor rechtsgeschiedenis.

Op 24 september hield prof. Oosterlinck (ULB) in de Académie Royale een druk bijgewoonde ‘cours-conférence’ in het kader van het Collège Belgique over de kunstmarkt tijdens de bezetting in België, Frankrijk en Nederland, een thema waar hij al een aantal jaren onderzoek over doet.

Professor Oosterlinck is een beetje een ‘buitenbeentje’  in het onderzoek over de Tweede Wereldoorlog. Hij is handelsingenieur  én kunsthistoricus : die combinatie van disciplines verklaart de onderwerpskeuze. Het thema heeft  op het eerste gezicht een ‘niche’-karakter, maar tijdens de conferentie toonde professor Oosterlinck aan dat deze ‘niche’ heel veel leert over de samenleving tijdens een bezetting, toen veel geld hebben zelfs een probleem kon worden…

Prijzen

De fundamentele variabele om de werking van een markt te onderzoeken zijn de prijzen. Op basis van prijsgegevens uit onder meer veilingcatalogi blijkt dat de prijzen die betaald werden voor kunstwerken sterk stegen tijdens de bezetting.

Dit fenomeen  heeft niet te maken met een plots toegenomen artistieke belangstelling van het publiek tijdens de bezetting, maar reflecteert veranderingen in de vraag, die op hun beurt  het gevolg zijn van verschuivingen in de sociaal - economische verhoudingen tijdens en als gevolg van de bezetting. 

33004.jpg
Institution : CegeSoma
Collection : Kropf
Droits d'auteur : DR
Légende d'origine : Scène de la vie quotidienne durant l'occupation, Bruxelles

Gestegen vraag

28489.jpg
Institution : CegeSoma
Collection : Belgapress
Droits d'auteur : CegeSoma
Légende d'origine : Marché noir. [Volk ad Arbeid Jan 44]
Légende Web : Scène du marché noir en 1944. Tout est disponible au marché noir à condition de pouvoir y mettre le prix.

De bezetter is in het kader van de Nazistische culturele roofpolitiek op zoek naar kunstwerken. Die worden  vaak gewoon afhandig gemaakt, maar de agenten van de bezetter doen ook  aankopen, waarbij het ook om gedwongen verkopen kan gaan.

Hoewel de bezetting globaal tot een verarming van de bevolking leidt, geeft ze bepaalde groepen de gelegenheid om zich te verrijken. Dat is met name het geval voor bepaalde boeren en meer nog voor  handelaren op de zwarte markt. De zwarte markt neemt tijdens de bezetting een grote vlucht : voor de bevolking is het vaak de enige manier om aan bepaalde producten te komen en ook de bezetter is op een georganiseerde manier actief op de zwarte markt, terwijl ze die officieel bestrijdt. Er ontstaat een groep van quasi professionele zwarte markt handelaren die zich snel flink kunnen verrijken en voor hun geld een bestemming zoeken.  Dit verklaart de hoge prijzen die betaald worden voor artistiek niet bijzonder waardevolle kunstwerken.

Vluchtelingen verkopen soms hebben en houden (onder meer kunst) om het land te kunnen verlaten of zetten een deel van hun geld om in (kleine) kunstwerken die makkelijk te transporteren  en te verbergen zijn, wat mee de relatief grote prijsstijging van die kleinere stukken verklaart. 

Alternatieve beleggingen

Aan de aanbodzijde zijn de mogelijkheden om geld te beleggen beperkt. Gerichte maatregelen van de overheid zoals beperken van koerswinsten en het verbod dividenden uit te betalen of maatregelen om bepaalde beleggingen minder attractief te maken, bijvoorbeeld door ze makkelijker traceerbaar te maken,  beperken de keuze van de belegger; een beetje zoals vandaag de kwantitatieve versoepelingspolitiek van de Europese Centrale Bank het lastig maakt rendement te halen uit spaargeld.

Op de achtergrond speelt de sterke geldontwaarding tijdens de bezetting, die voor een groot deel wordt veroorzaakt door het bijdrukken van geld, onder meer om de bezettingskosten te betalen. Geld verliest daardoor snel aan waarde, het is verstandiger het om te zetten en de waarde ervan ‘vast te houden’  in een meer waardevaste belegging, zoals kunst.

Kunst kan ook makkelijker verborgen worden dan bijvoorbeeld banktegoeden en laat toe aan eventuele oorlogsbelastingen te ontsnappen. Ook vanuit dat perspectief is een klein kunstwerk een veiliger belegging dan een groot. Precies omdat een bezetting tot monetaire destabilisatie leidt, is na de oorlog een monetaire sanering te verwachten. Kunst verkopen na die monetaire sanering lijkt  voordeliger dan gewoon biljetten in te wisselen. 

10641-p-de-troyer.jpg
Institution : CegeSoima
Collection : Sipho
Droits d'auteur : CegeSoma
Légende d'origine : Exposition du peintre malinois P. De Troyer au Palais des Beaux-Arts à Bruxellesl. Un tableau de l'artiste

De Gutt-operatie

Die muntsanering komt er na de Bevrijding ook, de befaamde ‘operatie Gutt’. Tussen 9 en 12 oktober 1944 moeten de inwoners van België hun geld inruilen voor nieuwe biljetten. Ze krijgen echter slechts een deel uitbetaald (max 2000 frank per gezinslid), de rest gaat naar een geblokkeerde rekening die slechts mondjesmaat vrij komt en deels verplicht wordt belegd in staatspapier. Op die manier wordt het geld in omloop beperkt en hoopt de regering de inflatie te beteugelen. Aan de operatie Gutt is ook een fiscaal luik, een bijzondere oorlogsbelasting,  verbonden. De regering maakt bij haar terugkeer in september haar voornemen bekend om een muntsanering door te voeren. De weken erna proberen velen hun geld nog om te zetten in waardevaste goederen zoals juwelen en kunstwerken …

141160-gutt.jpg
Institution : CegeSoma
Collection : Cauvin
Droits d'auteur : DR
Légende d'origine : Camille Gutt, le ministre des Finances, oct. 1944

Data

Een  onderzoek naar markten  zoals dat van prof. Oosterlinck reveleert veel over menselijk gedrag tijdens een bezetting, wanneer de sprong gemaakt wordt van het verzamelen naar het interpreteren van de (prijs)data en het verklaren van prijsevoluties.

Dat menselijk gedrag is in de bezette landen overigens niet zo heel verschillend, al zijn er wel specifieke accenten. Zo steeg bijvoorbeeld in Nederland de vraag naar privé-ziekteverzekeringspolissen sterk tijdens de bezetting, ook dat was een middel om geld dat moeilijk een bestemming vond te investeren in een meer waardevast product.

De basis van dergelijk onderzoek zijn natuurlijk de data : het onderzoek van prof. Oosterlinck is sterk empirisch gefundeerd. Op dat vlak is de situatie minder gunstig in België dan in Nederland en Frankrijk, wat ook bleek op de workshop met prof. Patricia Grimsted over Plunder of Art and Heritage in Belgium during the Second World War, die het AMSAB-ISG en het CegeSoma op 14 juni 2019 organiseerden

.

Kunst, kunstroof en kunsthandel tijdens de bezetting zijn kortom een uitgelezen domein voor verder interdisciplinair onderzoek. Geassocieerd onderzoeker van het CegeSoma Geert Sels werkt ook over dit thema. Op 25 oktober geeft hij bij FARO (https://faro.be/kalender/naziroofkunst-onze-collecties-hoe-ermee-komaf-maken-faro-plus) een uiteenzetting over Belgische musea en naziroofkunst. De relevantie van dit onderzoek overstijgt l’art pour l’art…

Meer weten?

David G., Euwe J., Goldman N., Oosterlinck K., (2017), “Preise spielen gar keine Rolle.“ The booming art market in occupied Western Europe, 1940-1945”, in Fleckner, Uwe; Gaehtgens, T. and Huemer, Christian eds., Markt und Macht. Der Kunsthandel im “Dritten Reich,” De Gruyter, pp. 27-48.

 Oosterlinck K., (2017), "Art as a Wartime Investment: Conspicuous Consumption and Discretion", Economic Journal, 127, 607, pp. 2665-2701

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be