Blog

Onderschat en verwaarloosd archief: bronnen afkomstig van het Antwerpse provinciebestuur betreffende de Tweede Wereldoorlog

Auteur : Willems Bart (Institution : Archives de l'Etat)

foto_bart-willems.jpg

Bart Willems

Historicus en archivaris verbonden aan het Rijksarchief Antwerpen-Beveren. Hij heeft onder meer archieven van de Tweede Wereldoorlog geïnventariseerd (de Antwerpse afdelingen van Winterhulp, het Arbeidsambt Antwerpen en de Duitse afdeling van de gevangenis van Merksplas). Daarnaast was hij coauteur en -redacteur van het boek Was opa een nazi? / Papy était-il un nazi? (2017).

Nieuw archief toegankelijk

In maart 2013 droeg het provinciebestuur van Antwerpen zijn archieven
ouder dan 30 jaar over aan het Rijksarchief Antwerpen-Beveren. Recent
werd een amalgaam van kleine en meer omvangrijke deelbestanden met
archieven die betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog en haar
nasleep geïnventariseerd.
De documenten geven een goed beeld van de opdrachten die het Antwerpse
provinciebestuur vervulde tijdens de mobilisatie, de bezetting en de
directe naoorlogse periode. Het archief dat nu toegankelijk is zal het
onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog in de provincie Antwerpen hopelijk
een impuls geven, niet in het minst omdat de documenten een zeer grote
informatieve waarde hebben, ook voor lokaal historisch onderzoek. De
eminente historica Els Witte wees er in 1977 reeds op dat de archieven
van lokale en provinciale overheden van onschatbare waarde zijn voor
historisch onderzoek over de 19de en 20ste eeuw. Als intermediair
bestuursniveau tussen enerzijds het centrale bestuur - 'Brussel' - en
anderzijds de gemeenten, vervullen de provinciebesturen
een sleutelpositie in het vergaren en doorspelen van informatie. Dat
heeft geresulteerd in een massale hoeveelheid archiefdocumenten die,
onder meer, betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog.

Provinciale archieven

Bij de politieke discussie of de provincies als bestuursniveau moeten
blijven bestaan, sta ik niet stil. Maar het is onmiskenbaar zo dat de
federalisering van het land en de hertekening van bevoegdheden geleid
hebben tot een archiefbewaring die verschilt van provincie tot
provincie. In sommige provincies heeft dit jammer genoeg ook geleid tot
versnippering van archieven, waarvan uiteraard de onderzoeker de dupe
is. Wie meer informatie wil over waar de provinciale archieven bewaard
worden en wat die te bieden hebben, kan dit lezen in de bronnengids die
door de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis is uitgeven en die online beschikbaar is.

Oorlog en Bestuur

De bevoegdheden van de provincies zijn wettelijk nooit in detail omschreven, waardoor het begrip 'provinciaal belang' vandaag en in het verleden zeer ruim kan worden ingevuld. Provinciebesturen namen dan ook initiatieven op alle terreinen van het maatschappelijk leven. Naast de reguliere bevoegdheden nam het belang van de provinciebesturen tijdens de bezetting vooral toe op drie domeinen: de benoemingen van burgemeesters en schepenen, de ordehandhaving en de controle op de voedselreglementering. Deze aspecten komen dan ook duidelijk naar voren in de archieven die het Antwerpse provinciebestuur heeft nagelaten.

Tijdens de bezetting was er een groot verloop onder de burgemeesters en de schepenen. In Vlaanderen wilde het VNV, in het kader van zijn 'greep naar de macht', zoveel mogelijk eigen burgemeesters benoemen. Het waren de gouverneurs die kandidaat-burgemeesters en -schepenen voordroegen bij de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken. Uiteraard was elke benoeming afhankelijk van de expliciete goedkeuring van de Duitse militaire overheid. Een belangrijke taak van het provinciale bestuursniveau was de organisatie van en de controle op de voedselvoorziening en rantsoenering. Dat was reeds vóór de oorlog zo, maar werd tijdens de bezetting steeds belangrijker, niet in het minst in de strijd tegen de zwarte markt en om de woekerprijzen onder controle te krijgen. Alhoewel de meeste archiefstukken over de ordehandhaving, inclusief de maatregelen tegen de Joden en vreemdelingen, in twee andere deelbestanden te vinden zijn, bevat ook dit archiefbestand stukken over ordehandhaving, o.a. instructies van de Duitse bezetter over de openbare orde, de ordediensten en opeisingen. Specifiek uit de periode na de Bevrijding in de maanden september en oktober 1944 zijn de verslagen en de dagelijkse orders van het Coördinatiecomité van de Weerstandsgroepen van de provincie Antwerpen bewaard gebleven.

Mensen tijdens en na de oorlog

De documenten gaan uiteraard niet alleen over administratieve en beleidszaken. Verschillende dossier belichten het individuele parcours van personen tijdens de oorlog en de manier waarop de oorlog een impact had op hun persoonlijk leven. Oorlogen maken helaas ook slachtoffers. Het archiefbestand bevat heel wat informatie over de schade die de luchtbombardementen, zoals die in 1943 in Mortsel en Edegem en van de inslagen van de V1- en V2-bommen hebben aangericht. Ook de opgelopen oorlogsschade, de achtergelaten munitie en het oorlogsmaterieel werd in kaart gebracht en geven een levendig beeld van de gevolgen van de krijgsverrichtingen in de provincie Antwerpen. Na de capitulatie volgen er al snel tuchtonderzoeken naar de ambtenaren die in mei 1940 hun post hadden verlaten. De documenten van de Bijzondere Adviserende Commissie van Tuchtvordering zijn in dat opzicht interessant, bovendien is het provinciebestuur belast met de opvolging van de administratieve gevolgen van de ouderdomsverordening van 7 maart 1941. Hierdoor verliezen heel wat ambtenaren en mandatarissen in de gemeentebesturen hun baan.

Na de bevrijding spelen de gouverneur en de Bestendige Deputatie een belangrijke rol in de administratieve zuivering (de epuratie) van het personeel en de politieke mandatarissen van de provincie en de lokale overheden (gemeenten, commissies van openbare onderstand). Burgers aan wie een bewijs van burgertrouw geweigerd is, kunnen verhaal halen bij de Provinciale Commissie van Beroep inzake de Bewijzen van Burgertrouw. De rol van de provincie is niet beperkt tot het bestraffen van personen die met de Duitse bezetter hebben samengewerkt. Iemand die tijdens de bezettingsjaren belangeloos 'daden van heldenmoed en burgerdeugd' heeft verricht, kan vanwege de regering op een erkenning rekenen. Het is in eerste instantie het Provinciaal Comité van de Nationale Erkentelijkheidscommissie die de aanvragen onderzoekt, om vervolgens zijn/een advies over te maken aan de Nationale Erkentelijkheidscommissie.

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be