België in oorlog / Artikels

Het proces Léon Degrelle

Auteurs : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma) - Kesteloot Chantal (Instelling : CegeSoma)

Op  27 december 1944 veroordeelde de Brusselse krijgsraad Léon Degrelle tot de dood met de kogel. Het was een veroordeling bij verstek want de Rex-leider bevond zich in Duitsland en hij was dus “voortvluchtig en ontrok zich aan vervolging”. Door de afwezigheid van de beklaagde liet het proces tamelijk onverschillig. Bij het voorlezen van de uitspraak zaten er maar twintig mensen in de zaal  plus zes journalisten en vijf advocaten… Het moet gezegd dat het  ijskoud was ;  de militaire rechters en magistraten hadden hun jassen en sjaals aangehouden… De pers besteedde slechts weinig aandacht aan de gebeurtenis, begroette wel het strenge oordeel en hoopte dat de veroordeelde snel zou gevat worden en de straf ten uitvoering gebracht. Nochtans was de man die in november 1944 nog uitgeroepen werd tot « Volksführer der Wallonen » door Hitler de meest bekende Franstalige collaborateur.  De beschuldigingen tegen hem waren ook niet mis.  

Een akte van beschuldiging in zeven punten

De veroordeling was gebaseerd op zeven beschuldigingen die alle politieke en militaire activiteiten van de Rex-leider tijdens de bezetting betroffen. De uiteenzetting der feiten en het rekwisitoor van de eerste substituut-krijgsauditeur gaven een goed overzicht van de rol van Degrelle. Het ging  natuurlijk enkel om feiten ten laste , zeker omdat de beschuldigde op de vlucht was.

De zeven beschuldigingen waren  :

1. Wapens opnemen  tegen België  (art. 113 en 117 van het Strafwetboek)

Dit betrof zijn persoonlijke deelname aan de strijd aan het Oostfront. De Belgische regering in Londen zette de strijd tegen Duitsland verder; de nazi’s militair steunen  betekende dus dat men de wapens opnam tegen België. Op 8 augustus 1941 had Degrelle Brussel verlaten om het bij het begin van de oorlog in het oosten opgerichte Belgische Waals legioen te vervoegen.  En het was niet voor even, aangezien hij in augustus 1944 door Hitler gedecoreerd werd voor zijn militaire exploten.

2. Hulpverlening aan de vijanden van de Staat (art. 115 van het Strafwetboek )

Deze tweede beschuldiging betrof niet zijn persoonlijke deelname aan de strijd maar zijn ronseling voor het Waals legioen . Dit gebeurde in België en in de krijgsgevangenenkampen , de laatste maal in mei 1944 in het kamp te Prenzlau in  Brandenburg. De maand daarop beloofde hij Waalse arbeiders in Berlijn nog hun onmiddellijke vrijlating als ze dienst namen. Hij werd er ook van beschuldigd aan de oorsprong te liggen van de Waalse wacht ( « Gardes wallonnes »)  die er in België mee belast was bewakings-, vervoer-, arbeids- en gevechtsopdrachten te vervullen. Hij moedigde eveneens de mobilisatie van jonge vrouwen aan voor zorgverlening in fronthospitalen in het kader van het vrouwelijk bataljon van het Waalse Rode kruis.

3. De politiek of de oogmerken  van de vijand dienen  (art. 118 bis van het Strafwetboek)

De derde beschuldiging betrof het politieke luik van de collaboratie. Hij werd verweten een aanhanger te zijn van het nationaal-socialisme en dat gepropageerd te hebben in talrijke meetings in België en Duitsland en in Le Pays réel, de krant van de rexistische partij. In januari 1943 ging hij zelfs zover te stellen dat de Walen Germanen waren. Ook sloten  Rex en VNV in mei 1941 een akkoord over de opdeling van België wat een ontmanteling van ’s lands instellingen betekende . In feite ging het erom de invloedssfeer van beide bewegingen vast te leggen. Het leidde trouwens tot de verdwijning van Rex-Vlaanderen.

Degrelle stak ook zijn bewondering voor de Führer niet onder stoelen of banken. Zo verklaarde hij op diens verjaardag in april 1944 : « Führer, heel Europa roept u toe: wij volgen u, wij houden van u, onze kracht en ons leven horen u toe, wij zullen altijd uw soldaten zijn, Heil Hitler ! ».

4. Het oogmerk om  burgeroorlog te verwekken (art. 124 van het Strafwetboek)

5. Gewapende krijgsbenden lichten of doen lichten (art. 126 van het Strafwetboek)

6. Zich aan het hoofd van  gewapende bendes stellen (art. 128  van het Strafwetboek)

Deze drie beschuldigingen hadden te maken met de oprichting van de “Formations de Combat” op 9 juli 1940 die tot 3.500-4.000 leden zouden geteld hebben. Deze eenheden waren vooral actief op Belgisch grondgebied en hadden deelgenomen aan de jacht op verzetslui. De bedoeling was hen een actieve rol te laten spelen bij een nationaal-socialistische revolutie of minstens opdrachten van ordehandhaving te laten vervullen.

7. Organiseren van privémilities  (wet van 3 juli 1934)

Deze laatste beschuldiging vloeide rechtstreeks voort uit de vorige. Ze betrof de definitieve opdracht  van de “formations de combat”  na een tiental dagen militaire vorming o.l.v. instructeurs van de Wehrmacht. Er werd aangenomen dat Degrelle als leider van  Rex aan de oorsprong lag van deze milities. 

21020-dApart-degrelle.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Vertrek van Léon Degrelle voor het Oostfront, 8 augustus 1941
pays-rAel-18-1-1943.jpg
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Pays réel, 18 januari 1943
210764-degrelle-uniforme-ss.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Degrelle in SS uniform s.d.
25159-degrelle-bxl-1-4-1944.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Terugkeer van het Waals Legioen in Brussel na Tcherkassy, 1/4/1944.

Een proces bij verstek

extrait-jugement-degrelle.jpg

De rechtszaak greep plaats tijdens het von Rundstedt-offensief, voor Degrelle en anderen de laatste hoop  op een omslag van de  situatie. Hij kwam terug naar België met een klein detachement Waalse SS’ers en enkele getrouwen. Hij verbleef een paar dagen in het kasteel van Steinbach en dan in het nabijgelegen  Limerlé in de provincie Luxemburg. Maar het offensief liep vast en er bleef de « Volksführer » niets anders over dan te vluchten. Hij wist natuurlijk dat zijn aanhouding door de Belgische overheden zijn terechtstelling zou betekenen.

Zijn terdoodveroordeling was ondertussen op 30 januari 1945 per aanplakbrief bekend gemaakt en werd een dag later gepubliceerd in het Staatsblad . De veroordeelde mocht in beroep gaan tot 31 juli 1945. Toen was hij al zijn Belgische nationaliteit kwijt. Een paar dagen na het proces besprak de Ministerraad de vraag of de Staat zich burgerlijke partij zou stellen. Aanvankelijk gebeurde dat niet omdat de Minister van Financiën er door zijn collega van Justitie niet van op de hoogte werd gebracht  dat er een rechtszaak lopende was. Vervelend, want verschillende kranten schreven dat de leider van Rex over een “oorlogsschat” beschikte. De Ministerraad van 5 januari 1945 besliste zich burgerlijke partij te stellen en dat voortaan eveneens te doen bij alle rechtszaken tegen belangrijke figuren uit de  collaboratie. In april  1945 stond de zaak op de rol. Léon Degrelle werd veroordeeld tot een boete van meer dan 100 miljoen Belgische frank schadevergoeding en verwijlinteresten  aan de Belgische staat . Bovendien werden zijn eigendommen in beslag genomen evenals zijn collectie antiek en historische landkaarten.

Hij ontsnapte aan het gerecht maar dat was niet het geval voor zijn vrouw, zijn zusters en zijn ouders. Zijn vrouw die met hun kinderen naar Zwitserland was gevlucht, werd uitgeleverd .  Zij werd tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld maar na vijf jaar vrijgelaten. Ondertussen waren de kinderen bij pleeggezinnen geplaatst. Ook de ouders van Degrelle werden veroordeeld : Edouard Degrelle in  eerste aanleg in mei 1947 tot  8 jaar en een boete van  100.000 BFr. voor medeplichtigheid bij de aanhouding van de deken van Bouillon als gijzelaar. In beroep werd de straf verzwaard tot 10 jaar. Ook zijn echtgenote werd veroordeeld. Beiden overleden in de gevangenis, zoals ook een schoonbroer van Degrelle.

Maar toen had deze al lang de plaat gepoetst. Vlak voor de Duitse overgave was hij er met een Duits vliegtuig in geslaagd het Spanje van Franco te bereiken. In 1954 kreeg hij de Spaanse nationaliteit. Hij zou in Spanje blijven tot aan zijn dood op 31 maart 1994.

Bibliografie

Cheyns, Bruno, Léon Degrelle. De FÜhrer uit Bouillon, Antwerpe, Vrijdag, 2017

Colignon, Alain, "Léon Degrelle" in Nouvelle biographie nationale, tome 6, Bruxelles, Académie royale de Belgique, 2001, pp. 111-123, https://www.academieroyale.be/...

Zie ook

163793 Artikels Militaire justitie - repressie Rousseaux Xavier
33400 Artikels Politieke collaboratie De Wever Bruno
274125 Artikels Collaboratie (De) in Wallonië Conway Martin
165211 Artikels Militaire collaboratie De Wever Bruno
Pour citer cette page
Het proces Léon Degrelle
Auteurs : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma) - Kesteloot Chantal (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/1944-12-27-het-proces-leon-degrelle.html