België in oorlog / Artikels

"schemervrede" (een) in de schaduw van de neutralitei

Thema - Militaire geschiedenis

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De beslissende dagen van 1 en 3 september 1939 vormden het begin van een verwarde en rare periode beter bekend als "Schemeroorlog" of « Drôle de guerre ». In neutraal België ging het trouwens eerder om "Schemervrede" of « Drôle de paix ».

Een beetje etymologie

Misschien heeft Roland Dorgelès het woord niet uitgevonden, maar in elk geval was hij het die de uitdrukking « Drôle de guerre » populair heeft gemaakt via een boek met dezelfde titel . Voor een eerste keer gebruikte hij het woord in een reportage in het Franse weekblad Gringoire in oktober 1939. In de Angelsaksische wereld zegde men sinds september 1939 « Phoney War » (« onechte oorlog »). Zou dit slecht uitgesproken « funny war » worden en vandaar « Drôle de Guerre » ? In Duitsland had men het over « Sitzkrieg », letterlijk "zittende oorlog" of eerder "stellingenoorlog".

In België verschoof de "onafhankelijkheidspolitiek" begin september 1939 naar een strikte neutraliteit, net als in Nederland en Luxemburg.

272757-armAe-belge-en-1939.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Belgisch leger in 1939

Angst voor de oorlog verdeelde en verlamde de publieke opinie

31116-henri-de-man.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Hendrik De Man, een voorstander van de Belgische neutraliteit
34358-armAe-belge-1939-1940.jpg

Tussen het begin van de "Schemeroorlog" en het Duitse offensief van mei 1940 waren er meer dan negen maanden verlopen. Vanaf november 1939 wilde Hitler Frankrijk aanvallen maar omdat zijn troepen niet helemaal voorbereid waren en wegens ongunstige weersomstandigheden werd het offensief niet minder dan 29 maal uitgesteld tot mei ’40. Tijdens die periode zou de Belgische publieke opinie gaan evolueren terwijl het leger zijn defensieve opstelling versterkte. Stilaan kreeg men vier richtingen in die opinie : de « harde neutralisten », de « zuivere neutralisten », de « gematigde neutralisten » (door de eersten als "slap" betiteld) en de « anti-neutralisten ». De eerste categorie, de harde neutralisten , telde vooral fasciserende elementen. Zij vreesden dat een nederlaag van Duitsland zou uitdraaien op de groei van het communisme in een letterlijk geruïneerd Europa. Deze analyse was onrechtstreeks of rechtstreeks geïnspireerd door wat men propagandisten van het Reich zou kunnen noemen, zoals Staf De Clercq, Leider van het Vlaamsch Nationaal Verbond of Léon Degrelle, het hoofd van de Rex-beweging. Tot deze groep kon men ook enkele ultraconservatieven rond het weekblad Cassandre of zelfs de Revue catholique des Idées et des Faits rekenen.

De groep van de "zuivere neutralisten" was minder monolitisch. Hij bestond uit het gros van de Vlaamse en Franstalige christelijke familie, maar met nuances. Men vond er de top van de harde rechterzijde die zich o.a. bewoog rond kranten zoals La Nation belge, Le XXè Siècle en zelfs de invloedrijke Libre Belgique of de erg flamingantische De Standaard . De meest actieve elementen onder hen richtten op het einde van het jaar de "Liga voor de nationale onafhankelijkheid" op met als bedoeling de «saboteurs van de onzijdigheid » van antwoord te dienen. Zij lagen ook aan de oorsprong van het weekblad L’Ouest … dat snel naar het rexisme ging overhellen. Maar men vond er ook een aantal -meestal Vlaamse - socialisten die geen koudwatervrees hadden van deze wel erg rechtse kringen. Zij waren voor alles pacifisten en konden zich dus vinden in het neutralisme. Dat was o.a. het geval voor Hendrik De Man die onlangs voorzitter was geworden van de Belgische Werkliedenpartij en voor zijn tijdschrift Leiding. Op de koop toe zorgde het recente Duits-Sovjet pact ervoor dat de Moskou-getrouwe Belgische Kommunistische Partij haar antifascisme moest opgeven voor een vorm van neo-neutralisme onder de leuze  « Noch Londen, noch Berlijn ».

De zgn. "gematigde" neutralisten recruteerden vooral in Franstalige kringen, inbegrepen te Brussel, en bij de niet gelovige linkerzijde (socialisten en liberalen) . Zij konden steunen op een pers met hoge oplage zoals Vooruit, Volksgazet, Het Laatste Nieuws , Le Soir, La Meuse, La Gazette de Charleroi, Le Peuple. Voor hen kon er niet getwijfeld worden aan een snelle Duitse aanval, gezien de ingebakken expansionistische aard van het Reich. In de mate dat hun invloed het toeliet, bleven ze er allen voor pleiten dat de regering opnieuw - minstens discrete - contacten met de westelijke grootmachten zou opnemen om het gemeenschappelijk verzet tegen een onvermijdelijke inval zo goed mogelijk voor te bereiden.

Een aantal wallingantische kringen ging zelfs verder : de anti-neutralisten van L’Action wallonne en van La Wallonie nouvelle voerden openlijk campagne tegen Duitsland en zijn echte of veronderstelde vijfde kolonne. Maar ondanks de inspanningen van die laatste twee groepen zou de regering lang doof blijven voor de anti-neutralistische sirenenzang.

Van de kunst een oorlog voor te bereiden « zoals in ‘14 »

Steeds weer was er alarm in het oosten - 17 november 1939, 10/15 januari 1940 (« Zaak Mechelen-aan-de-Maas »), 10 april 1940 (invasie van Denemarken en Noorwegen door Duitsland) - en dat leidde eindelijk tot enkele kleine veranderingen. In het diepste geheim gaf de Belgische generale staf "gevoelige" informatie door aan Fransen en Britten (stellingen en uitbouw van het verdedigingssysteem, geplande defensieve strategie). Maar dit gebeurde slechts met de druppelteller en werd maar zeer gedeeltelijk meegedeeld aan de geallieerde troepen die moesten oprukken bij een Duitse inval…

En de militaire voorbereidingen ?

Heeft het Belgisch leger dan minstens gebruik gemaakt van het uitstel om performanter te worden ? In zekere zin wel, maar met in het achterhoofd een verbeterde uitgave van de defensieve strategie uit de Groote Oorlog. Ook werden de beslissingen van de jaren '30 versneld uitgevoerd: de uitbouw van een verdedigingssysteem gesteund op een aantal waterlopen en op de traditionele vestingen Antwerpen-Luik-Namen. Deze opstelling werd in extremis vervolledigd met een half versterkte stelling tussen de oostelijke Maas en de Schelde . Deze "K-W lijn" moest de hoofdstad en het centrum van het land beschermen. Qua aantal manschappen werd een belangrijke inspanning geleverd. In mei 1940 telde het leger 22 divisies met een 550.000 miliciens omkaderd door ongeveer 20.000 reserveofficieren en 4800 beroepsofficieren. Maar er moet vastgesteld worden dat die omkadering zwakke punten bleef vertonen , vooral in de Vlaamse eenheden. Bovendien - en alhoewel de artillerie in het algemeen van goede kwaliteit was (zie bv. het antitankgeschut met het bekende kanon ’47) - bleef de luchtafweer ondermaats , waren er te weinig gemotoriseerde eenheden (behalve bij de cavalerie en de Ardense jagers), zeer weinig tanks (8 zware tanks van 16 ton en ongever 200 lichte tanks die bijna verouderd waren), om maar niets te zeggen van de bijzonder zwakke luchtmacht (184 vliegtuigen waarvan 2/3 echte museumstukken) . Op de koop toe waren er zeer weinig afspraken gemaakt om op het terrein de samenwerking met de legers van de garanten te organiseren, zoals in mei '40 meermaals duidelijk zou blijken in de Ardennen ... en elders. Daar kwam nog bij dat het moreel in sommige Vlaamse eenheden niet erg hoog bleek door het gebrek aan actie en de defaitistische propaganda van het VNV. Kortom, dit alles maakt de erg gemiddelde (om niet meer te zeggen) vechtlust van het Belgisch leger tijdens de "Achtiendaagse veldtocht" begrijpelijk. Maar op dat ogenblik was er geen sprake meer van "Schemervrede" en trouwens ook niet van "Schemeroorlog".

Bibliografie

Alain COLIGNON, Belgium : fragile neutrality, solid neutralism, in European Neutrals and Non-Belligerants during the Second World War, Cambridge, 2002, pp.97-117.

Peter KLEFISCH , Das Dritte Reich und Belgien 1933-1939,  Frankfurt a. M, Lang, 1988.

Dirk MARTIN, De Duitse “vijfde kolonne” in België 1936-1940, in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1-2, 1980, p. 85-119.

Fernand VAN LANGENHOVE, La Belgique en quête de sécurité 1920-1940, Bruxelles, 1969.

Fernand VAN LANGENHOVE, L’élaboration de la politique étrangère de la Belgique entre les deux guerres mondiales, Bruxelles, Académie royale de Belgique, 1980. 

Jean VANWELKENHYZEN, Neutralité armée. La politique militaire de la Belgique pendant la « Drôle de guerre », Bruxelles, 1969.

Zie ook

33962-lAopold-iii-manoeuvre-rAgion-de-namur.jpg Artikels Onafhankelijkheidspolitiek (van de) tot de terugkeer naar een strikte neutraliteit (1936-1939). Colignon Alain
33878-manoeuvres-cyclistes.jpg Artikels Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan? Sterkendries Jean-Michel