België in oorlog / Gebeurtenissen

De Antwerpse ‘Kristallnacht’

Thema - Collaboratie

Auteur : Pieters Hannes

Op paasmaandag 14 april 1941 brak in Antwerpen geweld uit tegen de joodse gemeenschap. Aanleiding voor die ‘pogrom’ was de vertoning van de antisemitische propagandafilm Der Ewige Jude in cinema Rex. Na afloop van die film gingen ongeveer tweehonderd tot vierhonderd toeschouwers over tot baldadigheden. De opgehitste menigte gooide tientallen ruiten in en stak twee synagogen en het huis van een rabbijn in brand. In tegenstelling tot de Duitse ‘Kristallnacht’ vielen er geen doden of gewonden. Eerder in de maand april waren er in Antwerpen al verschillende anti-joodse relletjes geweest.

Een georkestreerde actie

De pogrom was niet spontaan, maar voorbereid en georkestreerd. Hiervoor wordt vooral gekeken naar de groep rond Gustaaf Vanniesbecq, een onderwereldfiguur met nationaalsocialistische sympathieën die het geweld tegen joden niet schuwde. De feitelijke aanstoker van de pogrom was de bouwkundige Piet Verhoeven, een handlanger en later collega-jodenjager van Vanniesbecq. Aan het einde van de vertoning maande Verhoeven de toeschouwers aan om hem te volgen. Zo verzamelde zich een groep manifestanten, gewapend met stokken en ijzeren staven. Naast de groep rond Vanniesbecq, bestond de menigte ook uit Duitse militairen en leden van collaborerende organisaties zoals de Algemene-SS Vlaanderen. De Duitse Propaganda Abteilung werd op voorhand op de hoogte gebracht en was ter plaatse om foto’s te nemen.

volk-en-staat-9-4-1941-p-5.jpg
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Volk en Staat, 9 april 1941, p. 5

De passieve houding van politie en burgemeester

12660-synagogue-anvers.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Antwerpen, na de vernieling van de Synagoge, s.d.

Onderbemand en ongewapend keek de Antwerpse politie toe. Bedreigd door de meute en geconfronteerd met de deelname van Duitse militairen, greep ze niet in. Niemand van de manifestanten werd dan ook aangehouden. De Antwerpse politie verwittigde wel de Feldgendarmerie, maar die weigerde elke vorm van bijstand. Volgens de Feldgendarmerie ging het namelijk om “een louter stedelijke politieaangelegenheid”. Het hoofd van de Antwerpse politie, de katholieke burgemeester Leo Delwaide, kon op het moment van de feiten niet worden bereikt. Zijn secretaris antwoordde dat Delwaide in zijn buitenverblijf in Kapellenbos vertoefde. Volgens een rapport van de Belgische Staatsveiligheid uit 1943 getuigde de rol van  de burgemeester en zijn politiekorps van “een beschamende passiviteit”. Pas de dag erna, op 15 april, volgde een reactie van burgemeester Delwaide. Toen vroeg hij de rijkswacht om de orde te bewaren in het “jodenkwartier”. Toch vonden er twee dagen later, op donderdagavond 17 april, nieuwe rellen plaats.

Geen schadevergoeding voor joden

Na de rellen van 14 en 17 april kreeg de stad Antwerpen een tweehonderdtal aanvragen tot schadevergoeding. Het stadsbestuur trachtte aanvankelijk zijn aansprakelijkheid te weerleggen, maar kreeg ongelijk van justitie. Het stadsbestuur legde zich hierbij neer en verklaarde alle schade-eisers te betalen, inclusief joden. De Feldkommandantur verzette zich hiertegen en berichtte dat het stadsbestuur geen schadevergoedingen mocht uitkeren aan joodse eigenaars. Het Antwerpse stadsbestuur protesteerde nog erg voorzichtig dat de Belgische wetgeving hen verplichtte om de schade te betalen. Maar het protest mocht niet baten en de eis van de Feldkommandantur werd ingewilligd.

pogrom_d-anvers_-_14_avril_1941_-_autodafA.jpg
Instelling : Joods Museum van België
Oorspronkelijke legende : Antwerpen, 14 april 1941. Autodafé van objecten en boeken van aanbidding

De Antwerpse ‘uitzonderlijkheid’

Het anti-joodse geweld in april 1941 illustreert de Antwerpse ‘uitzonderlijkheid’ wat betreft de Jodenvervolging in België. Kenmerkend voor de Jodenvervolging in Antwerpen is de combinatie van een sterke groep antisemitische collaborateurs en een passieve, soms zelfs welwillende, houding vanuit het stadsbestuur. Die houding werd in 1942 bevestigd door de invoering van de Jodenster en de zomerrazzia's.

Bibliographie

Saerens, Lieven. “Gewone Vlamingen? De jodenjagers van de Vlaamse SS in Antwerpen, 1942 (Deel 1).” Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, nr. 15 (2005): 289-313, https://www.journalbelgianhist....

Saerens, Lieven. “Gewone Vlamingen? De jodenjagers van de Vlaamse SS in Antwerpen, 1942 (Deel 2).” Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, nr. 16 (2005): 11-55, https://www.journalbelgianhist....

Saerens, Lieven. “Volksverwering.” In Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Tielt: Lannoo, 1998, https://nevb.be/wiki/Volksverw....

Saerens, Lieven. Vreemdelingen in een wereldstad: een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944). Tielt: Lannoo, 2000.

Steinberg, Maxime. “Le verre brisé des Pâques anversoises.” In Jours de guerre, IX: Jours gris, 7-15. Brussel: Crédit Communal, 1993.