België in oorlog / Gebeurtenissen

« Grande Coupure » (de) ofte de hoofdkabels vernield: de zwaarste sabotage van het electriciteitsnet

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De “Groep G” of « Algemene sabotagegroep van België - Groupement Général de Sabotage de Belgique » was een emanatie van de U.L.B. en meer in het bijzonder van een deel van de Studiekring Vrij Onderzoek. Vrij laat pas  werd hij door “Londen” geprezen om zijn technisch meesterschap inzake economische sabotage en om de precisie van zijn ingrijpen. De groep bestond sedert 1940 maar werd pas echt actief in 1942. Zijn erkenning werd pas definitief na het lukken van de « Grande Coupure », het onklaar maken  van de hoofdkabels van het electriciteitsnet medio januari 1944.

 Maar wat hield deze sabotage eigenlijk in ? 

Efficiënte sabotage vergt perfecte voorbereiding …

Maandenlang bereidde  een “Technisch bureau” van de staf van de “Groep G” o.l.v.  Charles Mahieu (1916-1944), een van de directe adjuncten van Jean Burgers, de sabotage in kwestie voor. Om het « rendement » van de operatie te optimaliseren, aarzelde  Mahieu niet om raad te vragen aan verschillende van zijn oud-professoren aan de U.L.B. (Baudoux, De Groote, Lameer,…) om precies die electriciteitsmasten te kunnen kiezen waarvan de vernieling het beste resultaat zou opleveren. Uiteindelijk selecteerden Charles Mahieu en Henri Neuman 28 masten die op slecht bereikbare plaatsen stonden om de herstelling ervan te bemoeilijken… Daarna werden de vernielingsploegen die met dynamiet konden omgaan en de beveiligings- en bewakingsequipes gevormd.

Midden januari 1944 was alles klaar. Als tijdstip van de operatie werd gekozen voor de nacht van  15 op 16 januari. 

charles-mahieu.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Charles Mahieu (1916-1944), één van de verantwoordelijke van de Groep G

…en uitvoering…

276245-sabotage-cabine-Alectrique.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Sabotage van electrische cabines, Brussel, december 1944

Alles gebeurde tussen 20 en 23 uur. Een dertigtal ontploffingen maakten de grote electricteitsmasten onklaar vanaf de Borinage op een as  La Louvière-Court-Saint-Etienne-Charleroi tot Luik toe om te eindigen bij  Bressoux en Visé. Andere vernielingen grepen plaats in Vlaanderen in de omgeving van Kortrijk, Dendermonde en Aalst. Het doel was steeds hetzelfde: de energievoorziening onderbreken van de fabrieken die voor de Duitsers produceerden.

De operatie werd uiteindelijk een groot succes. Geen enkele sabotageploeg werd door de vijand onderschept; 20 masten werden volledig vernield en acht andere zwaar beschadigd waardoor - en dat was de bedoeling - de electriciteitskabels knapten ; als men Henri Bernard, een van de eerste  historiografen van het verzet, mag geloven zou dit de nazi-oorlogsindustrie 10 miljoen werkuren hebben gekost  met gevolgen tot in het Rijnland … Maar Duitse verslagen uit maart 1944 noemden de impact op het terrein kleiner, zonder evenwel het belang van de vernielingen te ontkennen.

Een bilan

Het Rijnland was dus waarschijnlijk niet echt getroffen door de sabotage en een deel van het stroomverlies was mogelijk opgevangen door een spanningsomschakeling met de gebieden waar de ontploffingen geen gevolg hadden gehad. Maar het resultaat mocht er toch zijn. Het arsenaal van Cuesmes lag stil en de  Carbochimique van Tertre bijna ; een kwart van de productie bleek definitief verloren. Ook werd het werk in de Henegouwse steenkoolmijnen in de week van 23 tot 30 januari 1944 zwaar verstoord. Voor de heropstart van de mijnen van Centre en Borinage bleek het nodig ze  beurtelings slechts twee dagen per week  te laten werken tot de stroomvoorziening (pas aan het einde van de maand) helemaal hersteld was. Bovendien konden de fabrieken Gilson en  Boël van La Louvière gedurende een tweetal weken niet functioneren terwijl ze gewoonlijk een dertig ton staal per dag produceerden. Idem in Charleroi voor de  Usines Sapea en voor de fabrieken van la Providence waar drieduizend arbeiders technisch werkloos waren. Om dezelfde reden moesten de Henricot-fabrieken te  Court-Saint-Etienne 1500 werklui naar huis sturen.

Maar vooral: de bezetter was volkomen verrast . Dit had hij niet voorzien en hij wist nu  dat een verzetsorganisatie in staat was om hem uit te dagen met een gecoördineerde operatie in het hele land (of bijna: Vlaanderen was duidelijk minder getroffen dan Wallonië). En het betrof wel degelijk een nevralgiek punt  :  de zware industrie die van levensbelang was voor de Duitse oorlogsindustrie. Nog belangrijker was dat de Britten nu echt overtuigd waren van de efficiëntie van de « Groep G » die met de “coupure” zijn adelsbrieven verdiend had en die voortaan “op materieel en moreel vlak” zonder veel voorbehoud door Londen zou gesteund worden.  Het vernielen van de  hoofdkabels was ongetwijfeld  een van meest bijzondere acties van het verzet. Zij had belangrijke gevolgen op allerlei vlak…  zonder geweld en zonder doden.

Bibliografie

Alexandre Marcellin, La « nuit fantastique » du 15 au 16 janvier 1944, dans Le Soir du 16 janvier 1974. 

Neuman Jean, Avant qu'il ne soit trop tard, portraits de résistants : Altenhoff, Burgers, Ewalenko, Leclercq, Mahieu, Pineau, Vekemans, Wendelen et les 

autres, Gembloux : Duculot, 1985

Ugeux, William, Le « Groupe G » (1942-1944). Deux héros de la Résistance : Jean Burgers et Robert Leclercq, Paris/Bruxelles, Elsevier/Sequoia, 1978. 

Le Groupe G / « La Grande Coupure », dans Pourquoi Pas ? du 9 mars 1978.

Zie ook

27948 Artikels Verzet Maerten Fabrice