België in oorlog / Gebeurtenissen

De vernieling van de Ijzertoren

Thema - Collaboratie

Auteur : Pieters Hannes

In de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd door een bomaanslag de IJzertoren met de grond gelijk gemaakt. Na een eerste bomaanslag in juni 1945, was de toren voor de tweede keer in minder dan een jaar tijd het voorwerp van een aanslag met dynamiet. Bij de eerste aanslag bleef de schade relatief beperkt, maar de ontploffing van 16 maart herleidde het monument tot een ruïne. De daders werden nooit gevonden en berecht. Wellicht wilden ze met hun aanslag op de IJzertoren een symbool van de collaboratie neerhalen.

De IJzertoren als symbool van collaboratie

Tijdens de bezetting raakte het IJzerbedevaartcomité, het comité dat de IJzertoren beheert en de bedevaarten organiseert, vervlochten met de politieke collaboratie. Vooral het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) oefende een grote invloed uit op het bedevaartcomité en in 1940 trad de oprichter en voorzitter Frans Daels toe tot de leiding van het VNV. Tijdens de bezettingsjaren werden in de crypte van de IJzertoren de IJzerbedevaarten voortgezet voor een beperkt publiek, waaronder ook leden van de bezettingsmacht. Bij de oorlogsbedevaarten van 1940 en 1941 werd de ‘eed van trouw aan Vlaanderen’ voorgezegd door August Borms, boegbeeld van de collaboratie in de Eerste Wereldoorlog. Op die manier was de gedenkplaats voor velen een symbool van collaboratie met de vijand. 

11886-daels.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Oorspronkelijke legende : Frans Daels, de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité spreekt op de bedevaart van 23 augustus 1942.

Het werk van verzetslui?

het-volk-18-3-1946.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Het Volk, 18 maart 1946, p. 3

Hoewel de aanslag aanvankelijk werd toegeschreven aan het linkse antifascistische verzet, zijn er voldoende aanwijzingen in de richting van het rechtse verzet en/of het Belgische leger. In april 1948 werden negen verdachten voorlopig aangehouden. Maar het gerechtelijk onderzoek botste op heel wat problemen. Op 2 juni 1951 besliste de Kamer van Inbeschuldigingstelling twaalf verdachten buiten vervolging te stellen. Later trad het Hof van Cassatie dit arrest bij. De vernieling van de toren was een nieuwe bron van verontwaardiging voor het anti-Belgische Vlaams-nationalisme. 'Het gedwarsboomde onderzoek' en het feit dat de 'nochtans gekende' grafschenners ongestraft bleven, maakte het gemakkelijk om ‘de Belgische Staat’ als usual suspect aan te klagen. 

Katholiek Vlaanderen in beroering

De vernieling van de toren lokte hevige protesten uit van Vlaamse strijd- en cultuurverenigingen, maar de afkeuring bleef zeker niet beperkt alleen tot Vlaamsgezinden. Ook de pro-Belgische Vlaamse katholieken traden op als verdedigers van de IJzertraditie. Op woensdag 20 maart 1946 organiseerden Leuvense universiteitsstudenten een grote betoging voor eerherstel en verschillende katholieke jeugdbewegingen stemden protestmoties. Nauwelijks anderhalve maand na de aanslag organiseert het Katholiek Hoogstudentenverbond een ‘Bedevaart van de jeugd naar de Graven van de IJzer’. Ook de Christelijke Volkspartij (CVP) steunt de ‘jeugdbedevaart’, die ze als een kans ziet om de IJzertoren als symbool toe te eigenen.


de-nieuwe-standaard-19-3-1946.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : De nieuwe Standaard, 19 maart 1946, p.1

Heropbouw door Belgische Staat en Vlaamse Beweging

Na de aanslag begonnen de Vlaams-katholieke kranten strijd te voeren voor een door de staat gefinancierde heropbouw van de IJzertoren in zijn oorspronkelijke vorm. Die eis won ook in het parlementaire debat gedurig aan kracht. Wanneer in 1950 een homogene CVP-regering aan de macht kwam, trok die meteen 15 miljoen Belgische frank uit voor de wederopbouw. Ook de katholieke regering van 1958 beloofde die ambitie waar te maken. Maar het geld van de Belgische regering volstond niet voor de heropbouw van het monument. Daarom werden er talrijke financiële acties op touw gezet. Een voorbeeld hiervan zijn de duizenden flaminganten die een symbolische steen kochten. Hun namen staan gebeiteld in de nieuwe toren. Bij de IJzerbedevaart van 1965 werd de tweede IJzertoren ingewijd, die een wat grotere kopie is van de eerste toren en dezelfde symbolische kruiskop heeft.

De IJzertoren werd in 1986 door de Vlaamse overheid erkend als Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding. 

Bibliografie

Beck, Annelies. “IJzerbedevaarten.” In Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1503‑14 Tielt: Lannoo, 1998.

De Wever, Bruno. “Diksmuide: de IJzertoren. Strijd om de helden van de Oorlog.” In België: een parcours van herinnering. 2: Plaatsen van tweedracht, crisis en nostalgie, uitgegeven door Johan Tollebeek, Geert Buelens, Gita Deneckere, Chantal Kesteloot, en Sophie De Schaepdrijver, 61‑71. Amsterdam: Bert Bakker, 2008.

Moons, Willy. “IJzertoren.” In Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1515-1519. Tielt: Lannoo, 1998.

Peeters, Evert. “ ‘Een vuist tegen België’? De IJzertoren en de Vlaamse tegenherinnering.” In Scherven van de oorlog. De strijd om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, uitgegeven door Bruno Benvindo en Evert Peeters, 82-115. Antwerpen: De Bezige Bij, 2011.

Seberechts, Frank. “ ‘Slechts de graven maken een land tot vaderland’. Van Heldenhulde tot IJzertoren: een stenen hulde aan de Vlaamse IJzersoldaten.” In Duurzamer dan graniet: over monumenten en Vlaamse Beweging, uitgegeven door Frank Seberechts, 123‑54. Tielt: Lannoo, 2003.

http://www.nise.eu/wp-content/...