De ontsnappingslijn Comète
George Watt is een Amerikaanse piloot. Begin november 1943 stort zijn vliegtuig neer in bezet België. Burgers snellen George te hulp en brengen hem in contact met het Comètenetwerk, dat langs de ontsnappingslijn, de Comète, probeert geallieerde soldaten en piloten veilig terug naar hun basis in Engeland te brengen.
Een magere jongeman van het Comètenetwerk ondervraagt George om na te gaan of hij wel echt een Amerikaanse piloot is. Het is de 22-jarige Henri Malfait: student ingenieur-technicus, woont bij zijn ouders in Jette en is lid van Comète. Kort na het uitbreken van de oorlog begint zijn vader met het verspreiden van de clandestiene krant La Libre Belgique. Henri wil niet hulpeloos aan de zijlijn toekijken en gaat aan de slag met het kopiëren en verdelen van de artikels. Uiteindelijk belandt hij in juli 1943 bij de ontsnappingslijn Comète. Als nieuwe rekruut voert hij eerst kleinere taken uit zoals het uittikken van formulieren.
Maar op 6 november 1943 is het menens: Henri moet de ontsnapping naar Engeland van George Watt voorbereiden. De piloot zit in Jette ondergedoken bij een dokter die Henri nog kent van zijn contacten bij de sluikpers. Na de ondervraging neemt Henri de piloot in het geheim mee naar zijn ouderlijk huis, in de Tilmontstraat 9 in Jette. Zijn ouders vangen George op tot zijn ontsnapping uit België vijf dagen later kan beginnen. Alles verloopt volgens plan en de Amerikaanse piloot komt uiteindelijk via Spanje veilig in Engeland aan.
Henri wordt vervolgens een gids op de lijn van Brussel tot aan de Franse grens. Hij zal tijdens de oorlog meermaals geallieerde piloten verbergen tot ze aan hun ontsnappingsroute kunnen beginnen.
De hel van Breendonk
Door verklikking kan de Gestapo in januari 1944 heel wat leden van het Comètenetwerk arresteren. Op 17 januari wordt Jacques De Bruyn gearresteerd. De Gestapo maakt van zijn huis een muizenval: iedereen die op het adres in de Eedgenotenstraat 135 in Brussel toekomt wordt gearresteerd. Enkele dagen later, op 22 januari, neemt de Gestapo Henri te grazen.
Henri liet ons een getuigenis na over wat hem bij zijn arrestatie en in de dagen daarna overkomt.
De Gestapo wil Henri doen spreken en begint hem te folteren. Zijn beulen slagen hem over zijn hele lichaam, maar Henri herhaalt onophoudelijk het gebod in zijn gedachten: “Aan eender welke prijs, verboden te spreken.” Hij moet zich uitkleden en ze dwingen hem met geweld in een ijskoud bad. Telkens weer duwen ze hem onder water, tot hij uiteindelijk het bewustzijn verliest: “Ik ben moe, dan… niets meer, ik weet niets meer, alles vervaagt, het is de dood… ik word wakker liggend naast het bad. ‘Wil je praten?’ Ik sluit mijn ogen. ‘Anders herbeginnen we.’ Ik denk: ‘Herbegin, verboden te spreken.’ En opnieuw de verdrinking… Ik bid tot de goede God, Hij heeft zoveel geleden… Er is een trots in het lijden […].”
Henri houdt de lippen stijf op elkaar, maar zijn lot lijkt bezegeld. De Gestapo kreeg immers een verborgen tas in handen waar al zijn activiteitenverslagen van de laatste maand inzaten. Na twee dagen onophoudelijk verhoor wordt hij plots midden in de nacht uit zijn cel gehaald.
“Heel laat word ik uit de kelder van de Louisalaan gehaald. Ik heb het koud tot op het bot, ik mank. De handboeien snijden opnieuw in mijn wonden. […] Een auto lanceert ons in de nacht, naar het onbekende, ver van bij ons. […] Plots, remmen, een lamp is op ons gericht. SS’ers staan rond de auto: “Papieren!” […] We steken een houten brug over, vervolgens gaan we een rond, massief, somber gebouw binnen… een hoop beton… een fort. In de vochtige gang horen we de lugubere echo van onze passen.”
De bewakers stoppen Henri in een aparte cel. Pas na een lange helse nacht kan hij voorzichtig aan een medegevangene vragen: “Waar ben ik?” “Breendonck” BREENDONCK-LA-MORT, het woord valt als lood op mijn maag…”
Deportatie naar Buchenwald
Brussel, Noordstation, 6 mei 1944.
De Duitsers anticiperen een invasie van de geallieerden in West-Europa en beginnen met de ontruiming van Breendonk. Henri wordt op 6 mei naar Duitsland gedeporteerd samen met een 700-tal medegevangenen, waaronder Elie Miroir en Jules Dricot, zijn directe chef binnen Comète. In het Noordstation laten ze net voor hun vertrek dit briefje aan hun families vallen. Ze willen hun naasten geruststellen. Ze leven nog. Ze verkeren in goede gezondheid. Het is niet de eerste keer dat het personeel van het Noordstation zo’n briefje vindt na een deportatie. Ze gaan op zoek naar de families en brengen hen het hoopgevende nieuws dat de drie mannen nog in leven zijn.
Wist Henri wat hem in Duitsland te wachten stond? Het adres van de afzender op de eerstvolgende brief aan zijn familie, is concentratiekamp Buchenwald…
Contact met het thuisfront
Henri kan enkele brieven naar zijn familie sturen. Gecensureerde brieven, waarin hij amper details prijsgeeft over het kampleven. Hij vraagt om méér brieven en pakjes van zijn familie en vrienden. Niet verwonderlijk, want het schrijven en lezen van brieven is soms de enige manier om even te ontsnappen aan de horror van de oorlog. Door officiële censuur, maar zeker ook door de zelfcensuur, was de toon van de brieven steeds positief.
Tijdens de barre winter van januari 1945 slaagt Henri erin de Duitse censuur te omzeilen en een clandestiene brief naar zijn familie te versturen. Toch is hij voorzichtig met details, het risico dat de brief wordt onderschept blijft groot. Uiteindelijk komt de brief bij zijn ouders terecht. Zijn woorden lezen als een afscheid. Maar opnieuw, wellicht door de zelfcensuur, probeert Henri in de eerste plaats zijn ouders gerust te stellen.
Henri vindt troost in zijn katholieke geloof, zo blijkt uit zijn brieven. Na de oorlog klaagt Henri trouwens het beeld aan van het verzet dat louter uit communisten zou bestaan. Hoewel hij geen afbreuk wil doen aan hun rol, wil hij duidelijk maken dat het niet de enige groep was binnen het verzet. Allerlei soorten mensen deden mee. Zo ontmoette Henri in Buchenwald tot zijn verbazing zelfs Duitse politieke gevangenen die zich hadden verzet tegen het regime. “Daarom heb ik niets tegen de Duitsers. Ik beschuldig de nazi's. Er is een groot verschil”, zou hij na de oorlog verklaren.
Bevrijding
Kort na Henri’s aankomst in Buchenwald wordt hij naar het Kommando Halberstadt gestuurd om zware arbeid te verrichten. Later wordt hij overgeplaatst naar het Kommando Halle. Ondertussen naderen de geallieerden. Door het oprukken van de Russen moet hij in maart 1945 terug naar het centrale kamp Buchenwald.
“Het is daar dat we na enkele dagen van onbeschrijfelijke angst de dood nog een keer bijna aanraken om ons op 11 april 1945 om 15u52 bevrijd te zien.” Deze woorden schrijft Henri vanuit het bevrijde Buchenwald aan zijn ouders, wachtend op zijn repatriëring. In mei 1945 komt Henri vermagerd en verzwakt terug thuis. Hij verbleef in totaal drieënhalve maand in Breendonk en twaalf maanden in Buchenwald.
Herinnering
Christiane Malfait: mijn vader was een god
Christiane Malfait: gestreepte kleren
Henri trouwt enkele jaren na de bevrijding met Madeleine Vincent. Ze krijgen twee dochters, Christiane en Chantal. Zijn familie en vrienden zouden nog de rest van zijn leven vol bewondering zijn voor de verzetsactiviteiten en het overleven van zijn gevangenschap. Daardoor heeft zijn dochter Christiane soms het gevoel gehad dat de afstand tussen haar en haar vader groot was: “Het was een god en een god kon ik niet aanraken.”
Hij zou weinig vertellen over zijn herinneringen aan de oorlog, maar zijn omgeving durfde ook weinig vragen te stellen uit angst trauma’s boven te halen. Daarom droeg geen enkel lid van de familie ooit nog gestreepte kledij in zijn buurt.
Henri en de eerste Amerikaanse piloot die hij redde, George Watt, zouden elkaar nog een aantal keer ontmoeten.
Bibliografie
Denis, Jean-Paul. Jette 1940-1944: Faits de Résistance Dans La Commune et à l’Institut Saint-Pierre, 2007.
Hunter, Kate. “Diaries and Letters as Testimonies of War.” The First World War, 2011. http://www.firstworldwar.amdigital.co.uk/FurtherResources/Essays/DiariesAndLetters.
Watt, George. The Comet Connection : Escape from Hitler’s Europe. Lexington: University press of Kentucky, 1990.