België in oorlog / Persoonlijkheden

Nina Erauw

Auteur : Pahaut Claire (Instelling : Historienne - Groupe Mémoire - Groep Herinnering")

Afkomstig uit de streek van Charleroi, groeide Nina Erauw (Berthe Bernard) op in een familie van industriëlen en had ze dagelijks contact met haar grootvader. Op 19-jarige leeftijd ontving ze haar ingenieursdiploma aan de Sorbonne. In 1938 verhuisde ze terug naar België.

Actie

In 1938 verwierven Nina Erauw, als jong industrieel ingenieur, en Joseph Regnier een metaalfabriek, “Les tubes à Ailettes”, gelegen in Jette. In die tijd combineerde ze haar liefde voor het reizen met het onderhouden van professionele contacten met Duitse bedrijven in het Ruhrgebied. Vanaf december 1940 eiste het Luftgau Kommando de fabriek op. Kort daarvoor al, waren zij en Regnier begonnen zich in te zetten voor het verzet: “Wij moesten een dubbele rol spelen: ogenschijnlijk meewerken aan de Duitse oorlogsinspanningen en, indien mogelijk,  saboteren. Ik was jong en enthousiast maar zeer van slag door de Spaanse Burgeroorlog, de Anschluss, de gebeurtenissen in Polen en Tsjechoslowakije en de aankomst van gevluchte Joden uit Oostenrijk en Duitsland” zei ze tijdens de herdenkingen van 1994-1995.

Vanaf mei 1941 voerden ze missies uit in opdracht van Londen. Deze missies variëren van industriële spionage tot sabotage; van het fotograferen van documenten, plannen en strategische installaties in de haven van Antwerpen, op het vliegveld van Evere, van Melsbroeck, van Lille, bruggen, …; het doorspelen van informatie naar Londen; onderdak bieden aan geallieerde piloten en Joden; het verzamelen van wapens en munitie tot de vervaardiging van explosieven. Ze maakte deel uit van de netwerken Benoît en Tégal. Tegelijkertijd bleef ze deelnemen aan het publieke maatschappelijke leven.

19-20-ans-b-nina-erauw.jpg
Auteursrecht : Privé archief
Oorspronkelijke legende : Nina Erauw

De repressie slaat toe

260px-prison_de_saint-gilles_-_20080325.jpg
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Gevangenis van Sint-Gillis

Als “verbrand” verzetslid, werd ze drie keer gearresteerd. Eerst in 1942 in Angoulême tijdens een zwarte marktcontrole. Dan in april 1943 in haar woonst, waarna ze 48 uur lang opgesloten zat in een cel in de Dwarsstraat voor een identiteitscontrole. Tenslotte, op 13 september 1943. Gedurende drie weken werd ze verplaatst tussen de gevangenis van St-Gillis en de bureaus van de Gestapo in de Dwarsstraat. Het waren drie weken met ondervragingen en martelingen. De nachten die ze doorbracht in de gevangenis van St-Gillis leken bijna rustgevend te zijn. Ter dood veroordeeld binnen de Nacht und Nebel door de rechtbank van de Luchtwaffe werd ze  opgesloten in Essen en daarna in Kreuzburg (in Opper-Silezië). Ze eindigde haar tocht doorheen de concentratiekampen in het kamp Ravensbrück, waar ze op 22 november 1944 aankwam.Nadien kon ze een lange tijd maar heel weinig  spreken over dit moeilijk verleden.

Een engagement op lange termijn

Bij haar terugkeer uit de kampen zette ze zich in voor de Dienst Oorlogsslachtoffers. Daar verrichte ze pionierswerk op het gebied van de identificatie van Belgische politieke gevangenen, aan de hand van de archieven van het kamp Ravensbrück.

Naast haar professionele leven zette Nina Erauw zich in voor de instandhouding van de herinnering aan de gedeporteerden maar ook aan die van de vluchtelingen. Ze ligt mee aan de oorsprong van het centrum “Infor-Famille Brabant wallon” in Waver, opgericht in 1976. Samen met haar latere echtgenoot, Fernand Erauw (1914-1997), hield ze ook de herinnering aan de loge Liberté chérie in stand, opgericht in het kamp van Esterwegen. Na lange tijd stil te zijn gebleven over het onderwerp richtten Nina Erauw en haar vrienden Arthur Haulot, Raymond Itterbeek, Paul Halter  de Groep Herinnering op,  om hun ervaringen te delen.

Bibliografie