België in oorlog / Persoonlijkheden

Paul-Henri Spaak

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Paul-Henri Spaak die afkomstig was uit de Brusselse  “gegoede burgerij” die cultuur en maatschappelijke verantwoordelijkheid hoog in het vaandel droeg, kan beschouwd worden als een heilige koe van de Belgische politiek. Meer dan een volkstribuun met bulderstem, was hij een welbespraakt en overtuigend redenaar die op zijn best was in debatten over bijna verloren of dubbelzinnige zaken. Hij was drie keer Eerste minister en had ook de faam een van de beste kenners te zijn van de international diplomatie die België ooit gehad heeft. Van 1936 tot 1949 was hij inderdaad bijna ononderbroken minister van Buitenlandse zaken. Zijn carrière vertoonde heel wat sprongen en soms brutale breuken; geen wonder tijdens  zo’n lange loopbaan die uiterst links van het links socialisme begon  in de “golden twenties” en die hij beëindigde als wijze oude man, die zich alsnog aansloot bij een opkomende Brusselse federalistische partij . Op zijn oude dag erkende de man zelf dat hij “de reputatie (…) had niet krachtig te zijn. Men zegt dat ik dikwijls de huik naar de wind hang “(Sic !). Toch is dat een beetje kort door de bocht; men vergeet ook dat Spaak dikwijls zelf aankondigde dat hij een andere richting insloeg en dat zijn partij dit lange tijd volens nolens bekrachtigde.

Een “linkse” jeugd voor een “volbloed bourgeois” (dixit Emile Vandervelde)

Dat Spaak politiek als kunst verstond, had hij van geen vreemden. Hij was inderdaad de zoon van  Paul Spaak (1871-1936), socialiserend advocaat, dichter/dramaturg en hoogleraar literatuurgeschiedenis aan de  « Université nouvelle », en van Marie Janson (1873-1960), lid van de Belgische Werkliedenpartij en de eerste vrouw die in België gecoöpteerd senator werd. Zij was trouwens de dochter van de liberaal-progressistische redenaar Paul Janson. De jonge Spaak rondde het middelbaar onderwijs af midden in de “Grote oorlog” (1916) en, patriottisch als zijn hele familie, poogde hij het IJzerfront te bereiken  via Nederland. Hij werd echter door de vijand gearresteerd voor hij de grens bereikte, maanden opgesloten in de gevangenis van Turnhout en daarna naar het kamp Paderborn in Duitsland overgebracht. Het vormde geen echt harde of traumatiserende gevangenschap en bovendien kon hij kennis maken met een zekere Paul Van Zeeland…

Terug in bevrijd België begon hij rechtenstudies aan de U.L.B. die hij in twee jaar en een half afrondde. In 1921 schreef hij zich in bij de Brusselse balie. Even was hij lid van de Kring van liberale studenten maar hij werd er door zijn vriend Marc Somerhausen van overtuigd lid te worden van de Belgische Werkliedenpartij. Toch bleef hij meewerken aan het tijdschrift  L’Esprit civique van  progressieve liberalen en gematigde socialisten… In 1925 werd hij adjunct-kabinetschef van de socialistische minister van Nijverheid en Arbeid Joseph Wauters in de centrum-linkse regering Poullet-Vandervelde. Het avontuur duurde niet lang: de “crisis van de frank” betekende het einde van de ploeg die in mei 1926 vervangen werd door een tripartite van “Nationale eenheid” die duidelijk naar rechts afweek, alhoewel er nog socialisten in zetelden. Spaak bleef bij de Balie maar profileerde zich nu voor het eerst aan de uiterste linkerzijde van zijn partij.

Hij werd gemeenteraadslid te Vorst, lid van de Socialistische Jonge Wacht en in november 1932 volksvertegenwoordiger voor het  arrondissement Brussel. Hij zou zelfs een maand in de Sovjet-Unie verblijven (1931) maar kwam terug met … gemengde gevoelens. Als advocaat verdedigde hij militanten van uiterst links, van de Italiaanse anarchist Fernando De Rosa die twee (gemiste) schoten had afgevuurd op de Italiaanse troonsopvolger die naar België was gekomen om te huwen met prinses  Marie-José (1930) tot twee radikale antimilitaristen, Marcel Dieu en Léo Campion (1933). Zijn zeer links engagement belette ondertussen niet dat hij eerder als een bourgeois leefde. 


le-peuple-29-11-1932(2).png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Peuple, 22 november 1932

Revolutionair socialist … maar niet fanatiek.

le-peuple-23-12-1934-dAtail.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Peuple, 23 december 1934
le-peuple-30-11-1934-dAtail.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Peuple, 30 november 1934

Meer dan ooit werd hij het « enfant terrible » van het socialisme van de klassenstrijd toen hij met Albert Marteaux en de jonge Walter Dauge een nieuw strijdblad lanceerde, L’Action socialiste. Het werd de spreekbuis van de linkervleugel van de B.W.P. en verdedigde de algemene staking, een principieel antifascisme maar ook – en dat was nieuw! – een « autoritaire democratie ». In hoofde van Spaak ging het daarbij om een eindelijk efficiënt geworden democratie die snel hervormingen zou kunnen doorvoeren om uit het moeras van de grote depressie te geraken … Die gespierde verklaringen beletten niet dat Spaak de tijdsgeest begrepen had . Nadat de B.W.P. in december 1933 het “Plan van de Arbeid” van Hendrik De Man had aanvaard, ging Spaak in juli 1934 aarzelend mee met het idee van een socialistische regeringsdeelname “volgens de richtlijnen van het plan”.

Een paar maanden later werd hij in de ploeg Van Zeeland I (1935-1936) voor het eerst minister en kreeg de portefeuille P.T.T. en Verkeerswezen, nadat hij Justitie had geweigerd. Voor zijn deelname had hij twee voorwaarden gesteld: stopzetten van de deflatoire politiek en onafhankelijkheid t.a.v. de banken. Het was ook het moment voor een breuk met enkele van zijn “politieke vrienden” van uiterst links. Zijn langzame afglijden naar de rechtervleugel van de socialistische familie tussen 1936 en 1939 zou hier uiteraard de plooien niet gladstrijken. 


Van de onafhankelijkheidspolitiek naar het "nationale socialisme"

Bij de vorming van de regering Van Zeeland II na de verkiezingen van 24 april 1936 werd Paul-Henri Spaak minister van Buitenlandse zaken en Handel, departement dat de te druk bezette Eerste minister niet meer wilde beheren (13 juni 1936). Geholpen (beïnvloed?) door de secretaris-generaal van Buitenlandse zaken Fernand Van Langenhove en door de directeur- generaal van het departement Pierre Van Zuylen zou hij zich erg snel aanpassen aan zijn nieuwe rol en nog wel op spectaculaire wijze. Tijdens een internationale persconferentie op 20 juli 1936 lanceerde hij een “uitsluitend en totaal Belgische“ politiek, gebaseerd op een nieuw geopolitiek “gegeven”: de Belgische diplomatie nam zowel afstand van de na de “Grote oorlog” gesloten allianties (vooral met Frankrijk), als van de bepalingen van het verdrag van Locarno. Deze terugkeer naar een nauwelijks verhuld neutralisme van voor 1914 speelde in de kaart van nazi-Duitsland : het schokte natuurlijk het fragiele verdedigingssysteem van beide westelijke grootmachten. De nieuw ingeslagen weg werd in de ministerraad van 24 oktober 1936 door koning Leopold III als “onafhankelijkheidspolitiek” of politiek van “de handen vrij” plechtig bevestigd. Ze kreeg een comfortabele meerderheid in het parlement. Ondanks alle kritiek en verzet bleef Spaak tot 10 mei 1940 achter de nieuwe politiek staan.

Ongetwijfeld beïnvloed door Hendrik De Man vond Spaak het in 1937 ook nodig zich als “nationale socialist” te profileren. Het was een poging om de christelijke familie gunstig te stemmen en de vijandelijkheid van een door het rexisme verleide middenklasse te neutraliseren.

We weten dat anachronisme een zonde is en we weten ook dat Spaak het “nationale socialisme” enkel zag als een socialisme op zijn Belgisch om met de nadruk op het ”algemeen welzijn” de oude B.W.P. te vervangen; toch was de uitdrukking minstens dubbelzinnig en zeker ongelukkig gekozen, wetend wat voor soort regime er sedert 1933 in Duitsland aan zet was … Maar dat had allemaal weinig belang voor Spaak. Rond dezelfde periode introduceerde hij de jonge katholieke intellectueel Raymond De Becker bij de redactie van L’Indépendance belge, een oude krant op zoek naar een tweede adem. Het leverde hem op 9 februari 1937 een welwillend interview op om de lezers van het officieuze dagblad kond te doen dat hij ongeacht de levensbeschouwelijke verschillen, de toenadering tussen een aantal katholieken en de socialisten van zijn strekking “duurzaam en wenselijk” achtte. Voor zijn meest trouwe volgelingen (zoals De Becker) zou de “Nationale eenheid” via een fusie van de drie traditionele politieke partijen kunnen uitmonden in een soort eenheidspartij in een efficiënte “autoritaire democratie” met het “algemeen nut” als programma … Men vond Spaak ook terug in het « Salon Didier » van een upper class “europeïstisch” echtpaar dat erg neutralistisch was ingesteld en duidelijk een pion in de nazi-diplomatie vormde .

Op 15 mei 1938 volgde hij zijn oom Paul-Emile Janson op als Eerste minister met behoud van de portefeuille van Buitenlandse zaken. Hij was nog geen 40 jaar. Maar vooral: hij was de eerste socialist om het ambt te bekleden, met dien verstande dat men meende te weten dat hij net als De Man op goede voet stond met de Koning. Het had hét moment kunnen zijn om zijn opvatting van de “autoritaire democratie” door te duwen . Zijn regeringsploeg was inderdaad een naar rechts geheroriënteerde tripartite van “nationale eenheid” zonder de goedkeuring van zijn partij maar die – naar de letter van de Grondwet – een parlementaire meerderheid had en discreet gesteund werd door Leopold III. Als gevolg van de gespannen internationale toestand (Spaanse burgeroorlog, Anschluss, de kwestie van de Sudeten) en van interne problemen (De Man volgde hem niet meer en diende zijn ontslag in als minister van Financiën als protest tegen een volgens hem crypto-deflationnaire politiek !) moest Spaak helaas zijn plannen voor een hervorming van de Staat laten vallen. Wat er ook van zij , op binnenlands vlak vertrouwde hij aan zijn intimi toe dat hij “niet meer in de werkelijkheid van de klassenstrijd geloofde” en nam hij de liberale bankier Max-Léo Gérard op in zijn regering. Maar hij poogde ook de Vlaamse publieke opinie voor zich te winnen door bv. aan de Guldensporenviering deel te nemen en door zelfs zo ver te gaan discreet de leider van het Verdinaso, Joris Van Severen, te ontmoeten die op dat moment weliswaar achter een “Groot-Belgische” idee stond, maar toch een overtuigd fascist was… Spaak sprak wel geen letter Nederlands.

Belangrijker : op internationaal vlak stelde hij zich t.a.v. nazi-Duitsland op als een angstig « appeaser » . De « Anschluss » beschouwde hij als een gewoon “voldongen feit” dat “al lang in de lijn der verwachtingen lag” (Le Soir van 17 maart 1938). Ook besliste hij van het Belgisch gezantschap te Berlijn een volwaardige ambassade te maken. Deze scherpe bocht naar rechts resulteerde tussen eind oktober 1938 en medio januari 1939 eveneens in de stilzwijgende erkenning van de Franco-regering in Burgos, tegen de wil in van de meerderheid van de B.W.P. Eind januari 1939 viel de regering over de zaak Martens , de benoeming van een flamingantische ex-“aktivistische” geneesheer uit 14-‘18 in de nieuwe Vlaamse Academie voor Geneeskunde.

Sommigen dachten nu dat de politieke carrière van Spaak gebroken was, zeker nadat zijn partij bij de verkiezingen van 2 april 1939 electoraal afgestraft werd. Maar bij het begin van de Tweede Wereldoorlog en de vorming van een nieuwe coalitie van “Nationale eenheid”, ditmaal o.l.v. de katholiek Hubert Pierlot, vond men hem terug aan het hoofd van “zijn” departement Buitenlandse zaken. 

41227-gouv-van-zeeland.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Actualit
Oorspronkelijke legende : De nieuwe Belgische regering. Zittend, van links naar rechts, Van Isacker, Econo. zaken; Pierlot, landbouw, Van Zeeland, Eerste Minister; Bovesse, Justicie; De Man, Fin.; Spaak, Buit. zaken. Staande: Rubbens, Koloniën; De Schryver, binnenlandse zaken; Delattre, Arbeid; Hoste, Onderwijs; Merlot, Openbare werken, Denis Gal., Landsverdeddiging Jaspar, Vervoer; Bouchery, Post Tel.. Tel. Brussel. 14.VI.1936. [Actualit]
joyeux-spaak.jpg
Collectie : privé
Auteursrecht : voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : JAM - , Léon DEGRELLE - Joyeux Spaak. Préface de Léon Degrelle. (Bruxelles), (Rex), s. d
le-soir-18-3-1938.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Soir, 18 maart 1938

“Die kat kom weer”

Meer dan ooit - en daarin verder gesteund door de vorst - zette Spaak de neutraliteit op een voetstuk, zelfs toen al wel eens twijfels opkwamen zoals met het « incident van Mechelen-aan-de-Maas » (10 januari 1940) en toen Duitsland Denemarken en Noorwegen binnenviel (9 april 1940). 10 mei 1940 was voor hem en zijn collega’s een donderslag maar niet echt een verrassing. Men zou het nog dikwijls hebben over zijn ijzige houding (maar men “vergat” dat die wel erg laat kwam) bij de ontvangst van de Duitse ambassadeur die de officiële redenen voor de inval kwam meedelen . Voor hij op 15 mei Brussel verliet, vertrouwde deze toch wel eigenaardige socialist het economische lot van het land toe aan een officieus comité van financiële beleidsmakers o.l.v. Alexandre Galopin, van de Société Générale…

Nu veranderde hij het geweer van schouder en schaarde zich resoluut aan de zijde van de Frans-Britse geallieerden; hij was er zo radicaal in omdat hij wist dat hij in Londen en Parijs niet in hoog aanzien stond. Was hij niet jarenlang de meest welbespraakte verdediger van de “onafhankelijkheidspolitiek” geweest die de westelijke grootmachten op catastrofale manier verzwakt had tegenover de aggressies van het nazi-Reich ? Aanvankelijk meende hij dat de geallieerde legers vlug zouden winnen maar dat bleek niet het geval. Zoals Pierlot moest hij bij elke ontmoeting met de vorst tijdens de “18-Daagse veldtocht” vaststellen dat deze steeds defaitistischer werd. In het kasteel van Wijnendale was het op 25 mei 1940 duidelijk dat de vorst een definitieve geallieerde nederlaag voorzag en dat hij de regering niet zou volgen om de strijd aan de zijde van Frankrijk en Groot-Brittannië verder te zetten. Nu kwam er een van die momenten dat alles aan een zijden draadje hing: even wenste de minister van Buitenlandse zaken zijn collega’s niet naar Frankrijk te volgen om aan de zijde van de vorst te blijven. Hij werd er echter door Pierlot en minister van Landsverdediging, generaal Denis van overtuigd toch te vertrekken. Het was een zware slag toen hij in Frankrijk de onvoorwaardelijke overgave van het leger op 28 mei 1940 vernam. Zoals de andere ministers stond hij achter de idee de volle uitvoerende macht toe te kennen aan de regering in raad vergaderd. Drie dagen later vroeg hij samen met Pierlot dat de te Limoges overhaast samengeroepen parlementaire vergadering deze beslissing zou bevestigen, wat meteen ook de aanduiding van een Regent overbodig zou maken.

Op 17 juni 1940 maakten de Belgische ministers de ineenstorting van het Frans leger mee. De 16e waren ze nog geneigd naar Londen te vertrekken maar twee dagen later gaven de meesten het op (behalve Jaspar, Devleeschauwer en Gutt). Ook Spaak en Pierlot meenden dat alles verloren was. Op 18 en 19 juni lieten ze aan de Belgische gevolmachtigd minister in Bern weten dat de regering, eens de vijandelijkheden beëindigd, zich nog enkel zou bezighouden met de repatriëring van de Belgische soldaten en vluchtelingen alvorens vredesonderhandelingen aan te knopen met Duitsland . Tegelijkertijd poogde ze - tevergeefs - opnieuw de contacten met Leopold III te herstellen. Op 25 juni had Hitler beslist het bestaan van een Belgische regering niet meer te erkennen en de Militärverwaltung te Brussel bevestigde de beslissing van de Führer op 18 juli. Maar door de slechte communicatie tussen Frankrijk en België snapte Spaak gedurende weken niet wat er aan de hand was. Heel juli bleef hij dus proberen om in contact te komen met de nazi-autoriteiten zonder uiteraard ooit een antwoord te krijgen.

Terwijl “Brussel” dus blijkbaar bleef zwijgen terwijl er steeds meer oproepen kwamen uit Londen en New-York om over te komen, besloten Spaak en Pierlot samen met Gutt om op 2 augustus’40 minister van Koloniën Albert De Vleeschauwer te vervoegen aan de col du Perthus aan de Frans-Spaanse grens. Gutt et Devleeschauwer slaagden er vervolgens in de twee anderen te overtuigen om naar Londen te vertrekken nadat deze nog eerst in Vichy zouden geprobeerd hebben hun andere collega’s mee te krijgen. Dat bleek verloren moeite en gedurende die augustusmaand twijfelden zowel Spaak als Pierlot een paar maal of ze wel de juiste beslissing hadden genomen. Op 27 augustus 1940 besloten Spaak en Pierlot eindelijk om Vichy te verlaten voor Londen via Portugal terwijl ze hun collega’s die in de “Vrije zone” bleven, lieten geloven dat ze naar de USA vetrokken … Hun plan liep echter niet van een leien dakje. De Spaanse autoriteiten dreigden hen terug over de grens te zetten en ze kregen wekenlang huisarrest in Gerona en Barcelona. Met de hulp van de Belgische consul in Barcelona slaagden ze er op 18 oktober in hun bewakers het nakijken te geven en in een bestelwagen met dubbele bodem Portugal te bereiken. Op 22 oktober kwamen ze aan in de Britse hoofdstad; op 31 oktober hield de “regering van Londen” een eerste ministerraad met slechts vier ministers inbegrepen Pierlot en Spaak die het vertrouwen van de Britten moesten winnen.

Spaak speelde nu al zijn charmes uit om de bestaande weerstanden te overwinnen. Zoals zijn collega’s werd hij verantwoordelijk voor verschillende departementen: naast Buitenlandse zaken kreeg hij  Nationale voorlichting en Propaganda (31 oktober 1940). Bovendien werd hij verantwoordelijk voor het departement van Arbeid en Sociale voorzorg. Vanaf 1942 kwamen daar Verkeer en de Dienst der vluchtelingen bij en begin 1944 nog Bevoorrading en Volksgezondheid. Het hoeft geen betoog dat buiten Buitenlandse zaken en Nationale voorlichting de andere departementen eerder weinig aandacht kregen… Als verantwoordelijke voor propaganda heeft Spaak vooral bijgedragen tot het imago van de “krijgsgevangen Koning” die door zijn voorbeeld een zwijgend protest tegen de Duitse bezetting van België zou vormen. Daar kwam echter een grote barst in door het huwelijk van de vorst met Lilian Baels (6 december 1941).

Naargelang de tijd vorderde, werden de betrekkingen tussen Pierlot en Spaak steeds beter. Kort na de terugkeer van de regering naar Brussel bleek de politieke vriendschap tussen beiden nog maar eens. Op 9 september 1944 kreeg Pierlot van twee hoge magistraten inderdaad een exemplaar van het “Politiek testament” van Leopold III ; hij deed uitgerekend beroep op Paul-Henri Spaak om het te bespreken. Beiden vermoedden al dat het document bestond en vreesden voor de inhoud die dan zowel op binnen- als op buitenlands vlak nog erger bleek te zijn dan verwacht. Beiden begrepen dat de publicatie van het stuk misschien het einde van de dynastie en zeker dat van de vorst zou betekenen en besloten het niet openbaar te maken. 

Terug naar de bron of alweer nieuw bochtenwerk ?

In de naoorlogse regeringen en tot de zomer 1949 stond Spaak steeds op het voorplan. Hij bleef de hele tijd minister van Buitenlandse zaken en kon zich zo in de context van de beginnende “Koude oorlog” op internationaal vlak een naam maken. Maar hij was ook tweemaal Eerste minister, een keer zeer kort (13 maart- 20 maart 1946) en een keer samen met de christen-democraten voor een langere periode (20 maart 1947-27 juni 1949). De koningskwestie beheerste het debat. Spaak had de band met Leopold III hersteld maar stond hiermee geïsoleerd binnen zijn partij. Tijdens een ontmoeting met Leopold III in Zwitserland in januari 1948 vertelde hij over zijn moeilijkheden en benadrukte de grenzen van zijn positieve ingesteldheid : in de Belgische Socialistische Partij vreesde men voor een “koninklijke dictatuur” en hield men de vorst voor een “fascist”. Bovendien was hij niet echt gewonnen voor een “volksraadpleging” zoals de vorst wenste . Volgens Spaak kon inderdaad “de Koning niet de Koning zijn van een meerderheid”; deze moest “de Koning zijn van alle Belgen of geen Koning zijn” . Hier werd hij meer monarchistisch dan de Koning en zijn conclusie was dan ook logisch : leve het Regentschap !… wat Leopold III niet blij maakte.

Zijn koningsgezindheid zou plots weer veranderen toen hij in de zomer van 1949 de macht moest afstaan aan een christen-democratisch/liberale regering o.l.v. Gaston Eyskens (11 augustus 1949). De man die zo welwillend stond tegenover de vorst, ontdekte of herontdekte in november 1949 plots dat de politiek van Leopold III t.a.v. de geallieerden “immoreel en fout” was geweest. Ultieme pogingen om na de volksraadpleging (april 1950) nog tot een vergelijk te komen , liepen op niets uit en Spaak had nu begrepen dat Leopold III en zijn raadgevers oostindisch doof bleven voor zijn oproepen tot gematigdheid en zijn suggesties voor een discrete “koninklijke stap opzij”.

164260-spaak.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : RTBF
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Spaak, s.d. (1946-1947)

Tot op het laatst aan de touwtjes trekken

164254-spaak-onu.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : RTBF
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Spaak en 47 à l'ONU. A Study of his Excellency M. P.H. Spaak, President of the UNO General Assembly, and Belgian Linister for Foreign Affairs and Foreign Trade, Made today january 14 during the proceedings at central Hall, Westminster. Mr. Pedro Lopez, of the Phillipine Delegation made reference to the setting up of machinery to control the atomic bomb. [Associated Press Photo - London]

Tijdens de rest van zijn loopbaan speelde Spaak een sleutelrol op internationaal vlak. Tweemaal nog werd hij minister van Buitenlandse zaken ( 1954-1957 en 1961-1966). Hij was resp. de eerste voorzitter van de eerste algemene vergadering van de UNO (janvier-février 1946), voorzitter van de raadgevende vergadering van de Raad van Europa (1949-1951), pionnier (met anderen) van de E.G.K.S. (1953-1954) en voor al secretaris-generaal van de NATO ( 15 mei 1957 tot 31 januari 1961). Zijn vurige vriendschap voor de USA zou nog van pas komen. Inderdaad, als minister van Buitenlandse zaken in de regering van de CVP’er Theo Lefevre zou hij in november 1964 contact moeten opnemen met de Amerikaanse diensten om honderden door Congolese rebellen in Stanleystad en Paulis bedreigde Belgische en Europese coöperanten te repatriëren.

En er lag nog een schitterende beloning voor zijn verdediging van de “Westerse waarden” in het verschiet: in 1966, toen hij het parlement verliet na een ruzie met zijn “socialistische vrienden” over de inplanting van de NATO in België, werd de man die later voor een van de” Vaders van Europa” zou doorgaan lid van de raad van bestuur van Bell Telephone Manufacturing, een Belgisch filiaal van I.T.T.. Hij bleef er enkele maanden terwijl hij steeds verder af kwam te staan van de partij waaraan hij zijn politieke carrière te danken had, maar waarvan hij de idealen steeds minder deelde. Laat bekeerde hij zich onder invloed van Lucien Outers en zijn eigen dochter Antoinette (1928-2020) nog tot het Brussels federalisme en trok in 1970-71 ten strijde met het Front Démocratique des Francophones. Hij overleed in 1972 na een cardiovasculair accident . 


Bibliografie

Coolsaet Rik, La Belgique dans l’OTAN (1949-2009), Courrier hebdomadaire du CRISP, Bruxelles, décembre 2008, https://www.cairn.info/revue-c...

Coolsaet Rik, België en zijn buitenlandse politiek 1830 - 2000, Leuven : Van Halewyck, [2001]

Coolsaet Rik, Roosens Claude, Dujardin Vincent, Buitenlandse Zaken in België. Geschiedenis van een ministerie, zijn diplomaten en zijn consuls van 1830 tot vandaag, Tielt, Lannoo, 2014.

Dumoulin Michel, Spaak; préface d' Etienne Davignon, Bruxelles, Racine, 1999.

Gérard-Libois Jules & Gotovitch José, L’an 40. La Belgique occupée, Bruxelles, CRISP, 1971.

Huizinga Jakob Herman, Paul Henri Spaak : een politieke biografie, Utrecht, Antwerpen, Het Spectrum, 1963.

Spaak Paul-Henri, Combats inachevés, Paris, Fayard, 1969 et 1970 (2 vol.).

Velaers Jan & Van Goethem Herman, Leopold III : de koning, het land, de oorlog, Tielt, Lannoo, 1994.

Willequet Jacques, Paul Henri Spaak. Un homme, des combats, Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1975.

Willequet Jacques, Paul-Henri Spaak in Biographie nationale, tome 11, Bruxelles, 1976, pp. 800-806, https://www.academieroyale.be/...

 

Zie ook

1523-rAfugiAs-belges-en-france.jpg Artikels Vlucht van 1940 (De): de instorting van een Staat? Colignon Alain
220653 Artikels Naoorlog (De) voorbereiden (Regering van Londen) Bernardo y Garcia Luis Angel
284606 Artikels Belgische Werkliedenpartij (BWP) (De)/Belgische socialistische partij (BSP) Stutje Jan Willem
34358-armAe-belge-1939-1940.jpg Artikels Belgisch leger van 1940 (Het) Colignon Alain