Blog

75 jaar geschiedenis van WOII

Auteur : Wouters Nico (Instelling : CegeSoma)

wouters-2.jpg

Nico Wouters

Hoofd CegeSoma/Rijksarchief

In de context van 50 jaar CegeSoma blogt Nico Wouters over het spanningsveld tussen herinnering en geschiedenis m.b.t. WOII. Hier deel 4 : de vijf discussiepunten en vragen voorgelegd tijdens zijn introductie op de jubileumconferentie van 10 december 2019 in de senaat.


Bekijk ook de vorige bijdragen.

Engagement vs neutraliteit

Getuigen vs emoties

Herinneringseducatie



Bronnen…

Als we 75 jaar geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog overschouwen, is een eerste vaststelling dat de wetenschappelijke geschiedschrijving van WOII in België laat op gang kwam en ook lang worstelde met een problematische archiefsituatie. De relatie tussen de archiefbronnen en het historisch onderzoek is dus een eerste belangrijk aandachtspunt. Veel basisonderzoek in België is eigenlijk gebaseerd op fragmentair, soms ‘alternatief’ bronnenmateriaal. Eigenlijk werden grote reeksarchieven van WOII pas na het jaar 2000 naar het Rijksarchief overgebracht. Die eigenaardige situatie roept vragen op. Welke impact had die moeilijke archiefsituatie op onze kennis en de geschiedschrijving ? In tegenstelling tot de buurlanden, kent België bijvoorbeeld nog altijd nauwelijks nationale syntheses over de bezetting : boeken van één auteur die  de hele bezetting durven samenvatten. Ook het CegeSoma heeft zo’n nationale bezettingsgeschiedenis in die 50 jaar nooit geschreven. Als nu blijkt dat 75 jaar na de bevrijding nog een  schat aan ongebruikte archiefreeksen klaarligt : welk ontsluitingsbeleid moet dan gevoerd ? Is massaal digitaliseren de oplossing ? En welk onderzoeksbeleid : hoe zou dat ons begrip van WOII nog kunnen veranderen ?

instr-aux-unitAs.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Rapports et communiqués des unités de gendarmerie du Grand Charleroi, instructions aux unités

Maar ook lacunes…

gewillig-belgiA.jpg

Het brengt ons meteen bij een tweede aandachtspunt : de lacunes. Vele mensen  denken misschien  dat we ‘alles al wel weten’ over WOII. Het tegendeel is  waar.  Zeker, bepaalde thema’s zoals de collaboratie en de naoorlogse repressie, de Shoah, en de politieke herinneringsculturen aan WOII zijn grondig bestudeerd. Maar er blijven opvallend veel belangrijke gaten. Dat gaat om traditionele/klassieke thema’s zoals economisch-financiële geschiedenis, dagelijks leven, verplichte tewerkstelling en aspecten van de arbeidsmarkt, bepaalde aspecten van voedselvoorziening, de politieke partijen en parlementairen, sociale klassen en sociale machtsverhoudingen, Congo,  de staat en  de administraties, de Duitse bezetter, aspecten van het verzet…. Maar ‘lacunes’ kunnen ook anders bekeken worden als het openbreken van de geschiedenis van WOII. De ruimere periode van de WOI aan die van de WOII te verbinden bijvoorbeeld. Of interdisciplinaire samenwerking, integratie in transnationale geschiedenissen, nieuwe invalshoeken zoals de emotiegeschiedenis of het verbinden van koloniseringsgeschiedenis met oorlogsgeschiedenis.  Wat houdt ons eigenlijk tegen ?  Gaat het enkel om financiering ? Of staan we voor moeilijke keuzes ? De situatie is immers paradoxaal : enerzijds heb ik zonet gezegd dat er nog behoefte is aan eerder traditioneel onderzoek over de ‘beperkte’ periode 1940-1945, anderzijds heb ik ook gezegd dat er behoefte is aan het verruimen en verbreden van WOII. Hoe moet je die schijnbaar tegengestelde behoeften verzoenen : waar ligt de prioriteit ?

Onverwerkt verleden

Een derde stelling betreft het concept van het zogenaamde ‘onverwerkte verleden’. Het beeld dat België lijdt aan een “onverwerkt oorlogsverleden” is één van de meest populaire beeldvormingen over WOII. Dit beeld vertelt ons dat het oorlogsverleden een permanente politieke strijd in leven houdt  : in de eerste plaats tussen de verschillende taalgemeenschappen in dit land, maar ook tussen politieke groepen. De onderliggende boodschap is dat er iets is ‘misgelopen’ : dat België ergens heeft gefaald in de ‘correcte’ omgang met een oorlog. Door dat falen, zit WOII vandaag in een permanente aanwezigheid vastgevroren als een onopgelost probleem.  Historici worden daar automatisch deel van. Wat moeten wij immers dan doen om dat “onverwerkte verleden” wél te verwerken ? Nu was de  politieke instrumentalisering van de oorlog in België na 1945 inderdaad heel sterk. Maar eigenlijk denk ik dat het oorlogsverleden in België niet fundamenteel méér of minder ‘onverwerkt’ is dan in andere landen. Bovendien is dat iconische beeld van ‘onverwerkt verleden’ volgens mij een zichzelf versterkende realiteit geworden, dat eerder deel is van het probleem. Het heeft ons opgezadeld met een naïeve verwachting  over wat een goede maatschappelijke omgang met een collectief trauma zou moeten zijn : met name dat we via een retroactieve consensus over een verleden we politieke en sociale verzoening kunnen afdwingen. Een internationale blik en internationale samenwerking kan minstens al helpen relativeren. Wat begrijpt men daar onder ‘verwerken’ en welke rol heeft de geschiedschrijving in andere landen dan gespeeld ?

52160.jpg

Maatschappelijk engagement

Een vierde stelling heeft te maken met de rol  of het engagement – van WOII-historici. De historicus van WOII was in België bijna altijd een ‘public intellectual’ : iemand wiens onderzoek in permanente interactie stond met actuele ontwikkelingen. Veel historici zochten dat ook bewust op. Sociaal engagement was/is voor veel historici van WOII een belangrijke motivatie. In deze tijden van ‘alternatieve feiten’ en ‘fake news’ is dat maatschappelijk engagement misschien zelfs belangrijker dan ooit. Maar dan blijft de hamvraag wel : hoe moeten historici hun positie in de samenleving dan concreet vormgeven ? Via kritische afstand, of actieve betrokkenheid ? Moeten we ons actiever storten op het domein van ‘toegepaste geschiedenis’ ? Moeten we parallellen zoeken tussen het verleden en hedendaagse mechanismen zodat we vandaag bijvoorbeeld antidemocratisch populisme mee kunnen helpen bestrijden ? Als we vaststellen dat onze kennis moeilijk doorstroomt naar een breed publiek – en moeilijk het gevecht aan kan gaan met hardnekkige beeldvorming - ligt het heil dan bij doorgedreven publieksprojecten – films, romans, tentoonstellingen etc.-  die misschien met meer overtuiging en een beter verhaal een collectief bewustzijn kunnen bereiken ?  

capture.jpg

Geschiedenis en Herinneringsplicht

Een vijfde en laatste stelling betreft de relatie tot het herinneringsbeleid. Vandaag wordt de omgang met WOII gedomineerd door een herinneringsplicht. Het betekent o.m. dat de overheid (overheden) actief gaan interveniëren om vast te leggen wat we ons moet herinneren en hoe. Dat maakt van de geschiedenis van WOII vandaag een morele richtingaanwijzer : bedoeld om goede keuzes te maken en foute keuzes te herkennen in de hedendaagse samenleving, waarbij WOII dient als het ijkpunt. De omgang met het verleden is op deze manier al lang overgenomen door veel andere actoren : actoren die de geschiedenis van WOII zien als een instrument. Dat gebeurt zonder twijfel met de allerbeste bedoelingen. Maar het heeft consequenties. Eén gevolg is dat het onderzoek of de ontsluiting van de bronnen enkel nog maar als relevant – of  nuttig – wordt ervaren, in zoverre het die herinneringsplicht rechtstreeks ondersteunt. Veel historici, w.o. zeker ook ikzelf, voelen zich om diverse redenen ongemakkelijk bij dat herinneringsbeleid. Toch hebben ze veel moeite dat tij te keren. Ze hebben zelfs moeite uit te leggen aan de samenleving waarom ze dat eigenlijk zo problematisch vinden. Die samenleving vindt het instinctief bijna een goede zaak dat we dat verleden gebruiken om onze morele waardenmaatschappij te versterken. Dus daarover mag het vandaag ook gaan : wat is eigenlijk het probleem met die herinneringsplicht ? Gaat het om een complementair beleid of is het een bedreiging voor wat eigenlijk de doelstellingen van geschiedschrijving zouden moeten  zijn ?

Front tegen populistische desinformatie

Deze vijf stellingen gaan in essentie over de geschiedenis. Maar toch is dit geen vrijblijvende discussie voor een kleine cirkel van wereldvreemde intellectuelen. Men zou verwachten, 75 jaar na dato, dat de interesse voor WOII zou afzwakken. Het tegendeel lijkt te vandaag gebeuren. De maatschappelijke aandacht voor- en de urgentie van dit verleden wordt groter. Dat maakt het nadenken over de plek van de geschiedenis des te belangrijker.  75 jaar na 1944, leven we in tijden van polemiek ; tijden waarin desinformatie doelbewust wordt gebruikt om een democratisch debat te ontwrichten. De geschiedenis van de 20ste eeuwse oorlogen en conflicten zijn in die strijd bruikbaarder dan ooit. Een rol van intellectuelen is precies om desinformatie te bestrijden ; om de kwaliteit van het democratische debat te bewaken. Daarom is het debat dat we vandaag voeren  – welke geschiedenis voor de toekomst ?   – geen vrijblijvende intellectuele oefening. Het is een belangrijke vraag voor de Belgische en bredere Europese samenleving van vandaag. En het lijkt me essentieel dat historici en archivarissen samen hun specifieke stem in dat debat veel sterker laten horen.

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be