Blog

De tweede dood van een verzetsstrijder

Auteur : Beyen Marnix (Instelling : UAntwerpen)

beyen.jpg

Marnix Beyen

Hoogleraar Universiteit Antwerpen

Een laatste getuigenis

Het is augustus 2018. Een huis wordt afgebroken in de Alfons Fierensstraat in Wilsele, een dorp even ten noorden van Leuven. Niets wereldschokkends, maar met dat huis verdwijnt helaas ook het bijzondere straatnaambord dat eraan was bevestigd. Het was nog de enige directe materiële getuige van de grootschalige campagne die het Wilselse gemeentebestuur in 1947 voerde om straten te vernoemen naar de tien verzetsstrijders uit de gemeente die waren omgekomen in nazi-kampen (of die op dat ogenblik nog waren vermist). Het bestuur koos daarvoor zoveel mogelijk de straten uit waar de verzetsstrijders zelf hadden gewoond.

 

Van “weerstander” naar “historicus”

Vandaag hebben deze straten hun naam nog behouden, maar zij hebben de herinnering aan deze mannen niet levendig kunnen houden. Het voorbeeld van de Alfons Fierensstraat (voorheen de Prinsstraat) is in dat opzicht veelbetekenend – en schrijnend. Toen in 2015 de bordjes aan beide uiteinden van de straat werden vernieuwd, maakte de toevoeging ‘Weerstander 1940-1945’ plaats voor ‘Historicus 1881-1921’. Niet dat ik mijn jong gestorven vakgenoot (wiens naam mij tot dan onbekend was) deze eer wilde ontzeggen, maar ik besloot toch navraag te doen bij de Adviescommissie Straatnamen. Er zat geen strategie achter, zo garandeerde men mij, maar die historicus was nu eenmaal de enige Leuvense Alfons Fierens over wie enige informatie te vinden was. De straat moest dus wel ooit naar hem zijn genoemd, zo had men geredeneerd. En, zo werd me verzekerd, de vergissing zou snel ongedaan gemaakt worden. 

 

 

p1120448.jpg

Over het belang van de strijd tegen het nazisme

Intussen zijn we bijna drie jaar en enkele reminders van mij verder. Ik probeerde tevergeefs de Leuvense burgemeester Louis Tobback mee op de hoogte brengen, aangezien ik weet hoe belangrijk hij de blijvende herinnering aan de strijd tegen het nazisme vindt. Hij spant zich immers actief in om zoveel mogelijk Leuvense scholieren een bezoek aan Buchenwald te laten brengen. Het belang van het oude straatnaambord als erfgoedobject liet ik bij mijn demarches niet onvermeld.

Het mocht allemaal niet baten. Voor de voorbijganger die de moeite neemt de straatnaamborden te lezen blijft Alfons Fierens ook nu nog een historicus, en zelfs het oude bord – dat aanduidde dat de verzetsstrijder Fierens in Sackenhausen (sic!) was gestorven – herinnert hem of haar niet meer aan de oorspronkelijke betekenis van die naam.

Is er plaats voor het verzet in het collectieve geheugen in Vlaanderen?

Deze gang van zaken is symptomatisch voor de manier waarop in Vlaanderen wordt omgegaan met de herinnering aan het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze toont ook aan hoe moeilijk ‘gewone mensen’ het hebben een plaats in het collectieve geheugen te verwerven, zelfs als zij buitengewone dingen doen. Ver van mij om mensen als Alfons Fierens naar voor te schuiven als grote voorvechters van de pluralistische democratie of van de mensenrechten. Deze schrijnwerker en oud-strijder van de Eerste Wereldoorlog werd tijdens de bezetting lid van de Nationale Koningsgezinde Beweging, een rechtse verzetsorganisatie van rexistische oorsprong waar ik me liever niet mee verbind. Dat een niet onbelangrijk deel van het verzet  uit deze hoek kwam, mogen we niet zomaar onder de mat vegen. Maar het lijkt me wel dat iemand die zijn antinazistisch engagement met de dood bekoopt het verdient om minstens in zijn of haar lokale gemeenschap (en al helemaal in zijn of haar eigen straat) herinnerd te worden. 

Fierens had zich tijdens de bezetting onder meer bezig gehouden met het verdelgen van koolzaad (een actie die eigenlijk berustte op een door de Belgische regering in Londen gecreëerd misverstand, maar dat kan hem niet worden aangewreven), met het financieel ondersteunen van onderduikers, het afleveren van valse paspoorten, het verspreiden van sluikbladen en het saboteren van Duits rollend materiaal "met carburandum pastillen en nagelkettingen" (allemaal informatie uit zijn dossier in de Dienst voor Oorlogsslachtoffers). Hij werd op 6 oktober 1943 gearresteerd, en stierf eind maart 1945 op 58-jarige leeftijd in Sachsenhausen. Een digitaal monumentje (zonder sokkel, zonder lauwerkransen) oprichten leek me het minste wat ik voor deze man kon doen, nu hij zijn tweede dood gestorven is. Laat het een oproep zijn om ook zovele andere vergeten verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog een plaats te bieden in de publieke herinnering.

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be