Blog

Een oorlog die nooit stopt

Thème - Résistance

Auteur : Weyns Babette

Bebette Weyns

Babette Weyns

Babette Weyns (°1991) is als aspirant van het FWO verbonden aan de vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. In haar doctoraat onderzoekt ze de naoorlogse herinneringsmilieus van het verzet en hoe die een impact hebben gehad op de publieke herinnering aan het verzet in België.

‘Het verzet heeft de oorlog gewonnen, maar de strijd om de herinnering verloren’; het is een zin die door zowat alle media wordt opgepikt in publicaties over de reeks. De meeste reacties op de reeks leveren dan ook reflecties die het amalgaam van de publieke herinnering betreden. Nochtans leren we ook in de derde aflevering vooral veel bij over de intieme en private herinneringen van verzetsgezinnen die gebroken uit de oorlog komen. Het is dan ook vooral daarin dat het pionierswerk van de reeks ligt. De inzet van de reeks is niet ‘de winst op de herinnering’. Of wel?

“Het strijdtoneel van de herinnering” en de rol van historici

In een aantal reacties op de reeks, worden verzetsmensen of herinneringsinitiatieven genoemd die blijk moeten geven van een Vlaamse verzetsherinnering die een tegengewicht heeft geboden voor de ‘collaboratieherinnering’. Het beeld van de dominante herinnering aan de collaboratie in Vlaanderen klopt niet, luidt het. Meer nog, een aantal historici hebben dit beeld zélf gecreëerd. Ook Tinneke Beeckman opent haar column in De Standaard als volgt: “Vlaanderen heeft een eenzijdige kijk op zijn oorlogsverleden: historici hebben de collaboratie veel grondiger onderzocht dan het verzet”.

Dat historici verantwoordelijkheid dragen over de gekozen onderwerpen en het beeld over het verleden dat wordt uitgedragen, staat buiten kijf. De publieke herinnering en ‘de eenzijdige kijk’ van Vlaanderen volledig in de schoenen van historici schuiven, is hen echter net iets te veel macht toewijzen. Ik schreef het al in een andere blogpost op dit platform: geschiedschrijving kan maatschappelijke representatie van het verleden mee vorm geven, maar heeft er verre van het monopolie op en vormt er evengoed een afspiegeling van. Tinneke Beeckman gooit in haar column veel zaken die te maken hebben met representatie van en betekenisverlening aan het verleden op één hoop. Niet in het minst is haar evaluatie van ‘een schuldig Vlaanderen’ een zeer pathologische analyse: maatschappelijke beeldvorming vermengen met individuele psychologie werkt dan ook vooral veel verwarring in de hand.

52160.jpg

Gebrek aan een politiek project

mAmorial.jpg
Institution :
Collection :
Droits d'auteur :
Légende d'origine :

Waar de historische analyse van de naoorlogse beeldvorming over het oorlogsverleden in essentie om draait, is het gebrek aan een Belgisch politiek project om van het oorlogsverleden een verbindende factor te maken. In plaats daarvan, heeft het Belgische naoorlogse politieke bestel de verschillende narratieven over dat verleden de vrije loop gelaten. In naoorlogs België was het beeld van een Vlaams repressieslachtoffer bruikbaar voor een politiek project dat Vlaanderen heet. Het beeld van de heroïsche Belg die zich heeft verzet, was dat niet.

Met behulp van elitefiguren in het netwerk, slaagde de groep van voormalige collaborateurs erin de zwartste kantjes uit het verleden te bedekken met de mantel der Vlaams idealisme. Het slachtofferdiscours van de opgejaagde idealistische en misleide collaborateurs werd ook breder maatschappelijk opgepikt. Dat de bijdrage van het verzet in de oorlogsoverwinning daarbij geminimaliseerd en geridiculiseerd werd, is een feit. Een krant als De Standaard, spreekbuis voor de Vlaamse katholieke politieke familie, maakte de vaderlandslievende milieus uit de jaren ’50 bijvoorbeeld belachelijk in tal van karikaturen. Die representatie is niet onschuldig, maar wel het resultaat van maatschappelijke en politieke machtsverhoudingen. De verandering in mentaliteit tegenover het oorlogsverleden in de jaren ’90 was niet louter, maar in zeer sterke mate een reactie op een politieke realiteit: de opkomst van een extreemrechtse strekking die met een groot deel van de Vlaamsgezinde kiezers aan de haal ging.

Vlaamse verzetshelden

Voorbeelden van Vlaamse verzetsmensen die in hun streek of stad wel gekend zijn, vormen zeker geen tegenbewijs, maar net een bevestiging van de complexe maatschappelijke afdruk van het verleden. Karel De Gucht haalt bijvoorbeeld in De Afspraak (Canvas, 24/10/2019) aan hoe de Liberale partij na de oorlog ook aanspraak kon maken op het verzet. Het gebrek aan herinneringsbeleid in België staat los van het feit dat liberale politici in de concentratiekampen hebben gezeten en het verzetsaura van de liberale partij konden oppoetsen. Elke partij had zijn gedeporteerden en zijn verzetsmensen, maar die hebben altijd een particuliere betekenis gehad: er was geen invulling van hun verzetsdaden waar anderen ook hun beleving op konden projecteren. Daarin ligt het verschil met onze buurlanden.

Publieke representatie, private herinnering en alles daartussenin

Publieke herinnering gaat dus om een deel van onze interpretatie van het verleden. Het is de afdruk die de omgang met het verleden heeft nagelaten in het publieke blikveld van onze herinnering, zoals straatnamen, monumenten, populaire cultuur, historiografie en onderwijs. Het discours en de denkbeelden die daarin worden geproduceerd en gereproduceerd, bepalen wat we veelal ‘collectieve’ herinnering noemen.

Als historici proberen we die ‘collectieve herinnering’ te duiden als een historisch gegroeide beeldvorming, die afhangt van vele factoren, waaronder in sterke mate de politieke bruikbaarheid van een bepaald aspect van het verleden. Dat lokale praktijken, herdenkingen en herinneringen kunnen afwijken van deze publieke, collectieve of politieke verwijzing naar het verleden is niet meer dan normaal.

Vergeet niet dat de ‘kinderen van het verzet’ ons in eerste instantie een blik biedt op de private herinnering aan het oorlogsverleden: hoe verzet en de gevolgen ervan verwerkt werden in de intieme, familiale kring. Die herinneringen zullen vaak beïnvloed zijn door dominante maatschappelijke, culturele denkbeelden en politieke betekenisverlening aan dat verleden, maar in veel gevallen ook niet. In geen geval kunnen beide soorten ‘herinnering’ gereduceerd worden tot elkaar. 

Bibliografie

Aerts, Koen. “De bestraffing van de collaboratie na de Tweede Wereldoorlog: beeldvorming en onderzoek”. Bijdragen Tot De Eigentijdse Geschiedenis/Cahiers D’histoire Du Temps Présent, nr. 21 (2009): 55–92.

 Beyen, Marnix. “Zwart wordt van langs om mee de Vlaamsgezinde massa. De Vlaamse beeldvorming over bezetting en repressie, 1945-2000”. In Het gewicht van het oorlogsverleden, onder redactie van José Gotovitch en Chantal Kesteloot, 105–20. Gent: Academia Press, 2002.

 Fogu, Claudio, en Wulf Kansteiner. “The politics of memory and the poetics of history”. In The politics of memory in postwar Europe, onder redactie van Richard Ned Lebow, Wulf Kansteiner, en Claudio Fogu. Durham and London: Duke University Press, 2006.

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be

Reactie van Rudi Strubbe, 7/11/2019

Ik vind het bijzonder waardevol dat ook het verzet tegen de bezetter in België in beeld wordt gebracht.

Zoals ook in de bijdrage wordt gesteld zijn verhalen over dat verzet heel vaak slechts binnen een beperkte context gekend.

Heel vaak blijf je als kleinkind van het verzet ook achter met
alleen maar vraagtekens. Zo groeide ik op met het verhaal dat mijn
grootvader, Adhemar Van Hoornweder (die in Knokke overleed aan
verwondingen, 8 dagen voor de bevrijding), gedurende de oorlog
Britse piloten verborgen hield op hun route naar de vrijheid.

Ik kon hem daar nooit naar vragen en weet - in alle eerlijkheid -
zelfs niet of dit verhaal waar is. Ik zou ook niet weten waar ik terecht
kan om meer aan de weet te komen over de context van dit verhaal. Was
er een lifeline die o.m. langs Westkapelle
liep ? Zijn er verhalen van verzetslui die piloten begeleidden in die
omgeving? ...

Misschien dat dit initiatief meer openheid  verschaft en - wie weet - leidt tot verhelderende publicaties.

Reactie van Michel Moorkens, 7/11/2019

Wat mij altijd verwonderd wanneer er een artikel
verschijnt over het verzet of collaboratie, er nooit geschreven wordt
hoe het komt dat iemand in het verzet stapte. Er is nooit, bij mijn
weten, een degelijke studie gedaan hoe de grote werkende
bevolking die werkzaam waren in de bedrijven in ons land, reageerde
wanneer ons land werd bezet. Voor mij is het duidelijk, een groot aantal
van de verzetsmensen kwamen uit de bedrijven. Zij hadden hier reeds hun
strijd geleverd. In mijn geval, bij de Antwerpse
Scheepsherstellers,  waren er mensen die reeds solidair met de Spaanse
Republiek zich aansloten bij de Internationale Brigades en gingen
vechten in Spanje.

 En ook terugkeerde. Met het wegvallen van de vakbonden en
het opdringen van UHGA werd de syndicale strijd nog aangewakkerd en
kreeg de Syndikale Strijd Comitees voet aan de grond. In de jaren 1943
werden in de bedrijven reeds gelden verzameld
voor zij die verplicht tewerkgesteld werden in Duitsland en na verlof
niet meer weerkeerde en onderdoken.

Hier is voor de historici’s nog veel werk.