België in oorlog / Artikels

Slag van de Ardennen

Thema - Militaire geschiedenis

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De “Slag van de Ardennen” : het offensief van de wanhoop

Met de winter van 1944-1945 in aantocht leek de afloop van de oorlog voor het Reich duidelijk. Weliswaar was de in september dreigende ineenstorting vermeden door zich aan de Westwall vast te klampen en door het geallieerde offensief in Arnhem, het Hürtgenwald en in Lotharingen af te slaan, maar het leek erop dat daarmee de laatste reserves opgebruikt waren.

De Angelsaksische staven onderschatten de veerkracht van de Wehrmacht en waren het er over eens dat zij niet meer in staat was tot een groot tegenoffensief . Wel rekende men nog met een harde weerstand tegen de opmars die eind december, na kerstmis, gepland was om het Rijnland te veroveren. Na de val van Aken (21 oktober) bevestigde de schijnbare rust op het westfront ter hoogte van de Nederlandse en Belgische grens die analyse nog. Eind november leek Duitsland zijn laatste reserves in te zetten in een poging om de opmars van Patton's 1e US leger bij Metz en in het noorden van de Elzas aan de grens met het Saarland te stoppen.

216912.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Beeld van het Ardennenoffensief

Een groot tegenoffensief

les-plans.jpg
Oorspronkelijke legende : De Duitse plannen. (Henri Bernard et Roger Gheysens, La bataille d'Ardenne. L'ultime Blitzkrieg de Hitler, Gembloux, Duculot, 1984, p.

En toch. Ondanks de enorme verliezen aan mensenlevens en grondgebied in de zomer ‘44 gooide het nazi-Reich de handdoek niet in de ring. Beter nog, zeker sinds 16 september overwoog de Führer aan een groot tegenoffensief in het westen om er opnieuw de overhand te krijgen (onmogelijk in het oosten!), om de strijdwil van de westelijke grootmachten psychologisch te ondergraven en om op termijn hun uit 1941 daterende alliantie met de Sovjetunie uit mekaar te spelen. Onder druk van Hitler namen de plannen van het Oberkommando der Wehrmacht in november vorm aan. Zijn meest trouwe generaals voorzagen een tangbeweging rond de "pocket" Aken om de belangrijke US-basis Luik te veroveren, de realistische « kleine Lösung » ("minimumoplossing"). Maar Hitler koos voor een groot offensief doorheen Luxemburg en het zuiden van de provincie Luik om de middenloop van de Maas over te steken tussen Givet en Visé. Dit deel van het front was toen bijzonder slecht verdedigd. Gespreid over een lengte van 120 km lagen er enkel vier divisies van het VIIIe U.S. legerkorps van generaal-majoor Troy Middleton, en vlakbij in het noorden nog twee divisies van het Ve U.S. korps (generaal Leonard T. Gerow). Het was de bedoeling de Maas te bereiken (indien mogelijk in TWEE , maximum in vier dagen!) en over te steken na een "verrassingsaanval" op een aantal bruggen. Via Brussel zouden de Duitse troepen dan oprukken naar Antwerpen en die voor de geallieerde bevoorrading cruciale haven heroveren. Tegelijkertijd zouden zo een dertigtal Anglo-amerikaanse en Canadese divisies tussen het Albertkanaal en de benedenloop van de Maas kunnen omsingeld (en vernietigd) worden. Deze « grosse Lösung » ("maximumoplossing") die de veelzeggende codenamen « Herbstnebel » (herfstnevel) en later « Wacht am Rhein » (wacht aan de Rijn) zou krijgen, was natuurlijk totaal onrealistisch. De omstandigheden van het ogenblik in acht genomen, was ze strategisch wel logisch maar megalomaan en ze onderschatte systematisch het reactievermogen van de vijand. Het Duitse leger bloedde op drie fronten leeg en had niet meer de middelen om zijn ambities waar te maken. Dankzij een zware inspanning en het mobiliseren van de allerlaatste reserves kon wel een aanzienlijke massa pantsers (1800 tanks waarvan enkele reusachtige Königstiger) en een groot aantal manschappen ingezet worden. Het ging inderdaad om 290.000 man aan de startpunten van het offensief. Zij waren van noord naar zuid verdeeld over drie legers : de VI.SS-Panzerarmee ( SS-generaal Sepp Dietrich), de V. Panzerarmee (generaal Hasso von Manteuffel) en de VII.Armee (generaal Erich Brandenberger) ), dit alles ressorterend onder de Legergroep B van maarschalk Walter Model. Maar het moreel was niet echt goed, zelfs bij de SS, de gevechtswaarde van de troepen matig ("de Duitse soldaat van 1940 is gestorven in Rusland") en erger nog, als gevolg van onoplosbare logistieke problemen waren voor de opmars naar Antwerpen slechts 11 van de benodigde 35 miljoen liter benzine beschikbaar. Met andere woorden, om de Metropool te bereiken moesten de Landsers zich voorafgaandelijk meester maken van vijandelijke brandstofdepots langs de wegen. Alleen al dit element gaf aan de operatie « Wacht am Rhein » een hoogst twijfelachtig zoniet wanhopig gehalte. 

Een veelbelovend begin ... maar geen blijver

Wat er ook van zij , het aanvankelijk voor 27 november voorziene en verschillende malen wegens ongunstige weersomstandigheden uitgestelde offensief (men wachtte op bewolking en mist om de Luftwaffe die nog tot weinig in staat was te ontlasten) in het oosten van de Ardennen brak los op 16 december 1944 om 5.30u 's ochtends.

Voor de Amerikanen was het een bijna volledige verrassing. De inlichtingendiensten van het 1e US leger hadden wel een deel van de nazi-voorbereidingen opgemerkt, maar zij meenden dat het om een relatief kleine en iets meer noordelijke operatie ging net ten zuiden van Aken in de richting van Luik, eerder dan van Ampsin-Givet. De 63.000 man van het VIIIe U.S. legerkorps van Middleton en hun buren van de 99e infanteriedivisie kregen de eerste schok te verwerken. Maar zij reageerden vlugger dan de Duitsers verwacht hadden. In het noorden vorderde de VI. SS-Panzerarmee slechts langzaam eens in contact met de verdedigers van Rocherath, Krinkelt en de hoogtes van Elsenborn. Saint-Vith bood weerstand en werd slechts een week later na zware gevechten met de 99e en 2e U.S. infanteriedivisie veroverd . Iets meer zuidelijk bleek de blitz-opmars van de Kampfgruppe o.l.v. luitenant-kolonel Jochen Peiper (5.000 man, 600 voertuigen) uiteindelijk slechts een (krachtige en moorddadige) raid in de richting Stavelot, Trois-Ponts en de vallei van de Amblève. Na drie dagen raakte men niet verder dan Malmedy en La Gleize/Borgoumont zonder de geplande objectieven , de bruggen over de Maas aan Ampsin en Hoei bereikt te hebben. Met achterlating van de zwaarste tanks trokken zij zich terug na vele burgerdoden te hebben gemaakt en bij Baugnez/Malmedy enkele tientallen krijgsgevangenen te hebben geëxecuteerd. Eigenlijk werd vanaf 19 december het noordelijke deel van het offensief bijna afgegrendeld. In het uiterste zuiden van de Duitse opmars werden de infanteriekolonnes van generaal Brandenberger vlug gestopt door de 4e U.S. infanteriedivisie. Enkel in het midden van het opmarsgebied hield de V. Panzerarmee van Hasso von Manteuffel zich min of meer aan het tijdschema, maar ook hier werden de vertragingen groter. Bastogne dat hals over kop geëvacueerd was door de staf van generaal Troy Middleton die zich terugtrok op Neufchâteau, werd gered door de aankomst van de Amerikaanse 101e luchtlandingsdivisie  …en door de aarzelende opmars van de II. Panzerdivision. De vijand bereikte de stad op 19 december maar ze zou pas echt omsingeld worden in nacht van de 21e op de 22e. De verdedigers van de perimeter, versterkt met een combat command van de 10e U.S. pantserdivisie o.l.v. generaal Anthony McAuliffe, waren aanvankelijk ongeveer even talrijk als de aanvallers van generaal Heinz Kokott (26. Volksgrenadierdivision) en hun vuurkracht was veel groter. Na een paar bange dagen

- men vreesde voor een gebrek aan munitie - herpakten de ingesloten troepen zich vrij vlug. Bastogne was Stalingrad niet. Vanaf 23 december verdween de bewolking wat een bevoorrading per vliegtuig mogelijk maakte. Dezelfde dag liet Patton zijn 4e pantserdivisie aanvallen. De eerste manschappen bereikten Bastogne na zware gevechten te Chaumont op 26 december 1944 om 16.30u. Ondertussen had de stad haar oorlogslegende gekregen dankzij het moedige antwoord (« Nuts ! ») van McAuliffe aan de Duitse onderhandelaar die de overgave kwam vragen. De repliek werd populair gemaakt door de Amerikaanse pers en wordt bij elke herdenking weer bovengehaald ; zij heeft uiteraard de bekendheid van het kleine Ardense stadje zeer bevorderd.

Toch was het niet bij Bastogne dat het offensief strandde. Onder het gezamenlijk vuur van de kanonnen van het XXXe Britse legerkorps en van de Anglo-amerikaanse luchtmacht bloedde het dood te Foy-Notre-Dame en te Celles ( op 8 km van Dinant) die vroege ochtend van 25 december 1944.

Het spel was gespeeld. De Duitse terugtocht kon beginnen. Terugtocht maar geen aftocht: de Wehrmacht zou zich nog weken vastklampen aan de Ardennen. In de allerlaatste dagen van december zou zij zelfs nog opnieuw tot een offensieve actie overgaan bij Bastogne om de Führer en het Duitse volk als troostprijs de inname van de stad te kunnen aanbieden. Na twee weken strijd met enorm veel schade en slachtoffers werd het weer een mislukking.

Op 2 februari 1945 stond de Wehrmacht weer waar ze vertrokken was. 


96559-bastogne-3.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Bastogne, Ardennenoffensief, s.d.
96547-off-bis.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Algoet
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Beelden van het Ardennenoffensief
13024-char.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Duitse panzer "Tiger", s.d.
13132-soldats-amAricains.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Soldaten van de task-force Hogan die de Amerikaanse linies in Soy vervoegd hebben na hun ontsnapping uit de omsingeling van het dorp Marcouray, s.d.

De eindafrekening

Zo eindigde wat de geschiedenis is ingegaan als het "von Rundstedt-offensief" (de naam van de formele bevelhebber, de oude maarschalk Gerd von Rundstedt) of nog als de "slag om Bastogne" (een wel erg minimale omschrijving). Eigenlijk had die slag niet moeten plaatsvinden aangezien zijn mateloze en onrealiseerbare objectieven. Maar Hitler wilde het, en na de mislukking van de putsch van 20 juli 1944 dacht geen enkele generaal eraan hem tegen te spreken : anders wachtte de galg.

Het offensief maakte 2500 Belgische burgerslachtoffers (en 500 in het Groothertogdom Lxemburg); er sneuvelden bijna 8.500 G.I.’s, meer dan 10.000 Landsers en niet te vergeten enkele honderden soldaten van het Britse Commonwealth. En er vielen een tienduizend gewonden aan beide zijden.

Maar dat was niet alles. De inwoners van de Ardennen die tot dan toe gespaard waren gebleven, hadden nu te maken gekregen met een industriële oorlog en massale slachtpartijen. Voor een aantal kleine stadjes en dorpen verween het traditionele habitat en de burgerslachtoffers waren eerder te wijten aan "friendly fire" dan aan de vijand. Laten we de cijfers spreken. Houffalize, dat opnieuw bezet was op 19 december en bevrijd op 19 januari 1945, betreurde na afloop van het offensief 197 doden op 1300 inwoners. In La Roche-en-Ardenne was het iets minder erg (117 doden), maar 90% van het stadje was verwoest. In beide gevallen was dat grotendeels na geallieerde artillerie- en luchtmachtbombardementen. Sankt-Vith dat van 17 tot 22 december verdedigd werd, kreeg voor haar herovering een bommentapijt te verwerken dat het bijna van de kaart veegde: 98 % werd verwoest en er vielen 250 doden. Malmedy werd weliswaar nooit bereikt door de Duitsers maar driemaal gebombardeerd ( 23, 24 en 25 december): het stadscentrum bestond niet meer en er vielen 202 burgerdoden (en waarschijnlijk tientallen Amerikaanse soldaten….) . Andere plaatsen zoals Stavelot, Rochefort en Saint-Hubert kwamen er beter van af maar kregen ook geallieerde bombardementen te verwerken. Het einde van het Duitse offensief betekende wis en zeker het einde van de hardste confrontaties in het westen. 

Bibliografie

Henri Bernard & Roger Gheysens, La bataille d'Ardenne. L'ultime Blitzkrieg de Hitler, Gembloux, Duculot, 1984. 

Mathieu Billa, La Bataille des Ardennes: la vie brisée des sinistrés, Bruxelles, Racine, 2015. 

Zie ook

75012 Artikels Bevrijding Colignon Alain