Debatten

Het verzet : geschiedenis en herinnering verzoenen.

Thema - Verzet

Auteur : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma)

maerten_400_600.jpg

Fabrice Maerten

Collectievalorisering en vrijwilligerswerking (het verzet, de katholieke wereld, Tweede Wereldoorlog, Henegouwen, dagelijks leven)

Eind mei verscheen het boek “Was opa een held ? Speuren naar mannen en vrouwen in het verzet tijdens WOII”. Het werk, dat ook in het Frans is uitgegeven, heeft als hoofddoel om iedereen de mogelijkheid te bieden om de archieven over het parcours van Belgische verzetsstrijders te raadplegen. Het is tevens de gelegenheid om terug te komen op de noodzakelijke band tussen de geschiedenis van het verzet en de herinnering eraan.

Een geschiedenis die te veel op structuren gericht is

De geschiedschrijving over het verzet, sinds 1948 op nationaal niveau schaal van het land geconcretiseerd met met de publicatie ‘Guldenboek van de Belgische weerstand’, lijkt vervolgens gedurende twee decennia ingedommeld door meningsverschillen tussen auteurs en door de terughoudendheid van historici om het onderwerp aan te snijden als gevolg van na de diepe breuken veroorzaakt door de Koningskwestie en de Koude Oorlog. De publicatie La Résistance 1940-1945 van Henri Bernard in 1968 en de oprichting van het latere CegeSoma in diezelfde periode zijn de start van het wetenschappelijk onderzoek over het onderwerp. Buiten de opmerkelijke pagina’s over dit thema  in  L’An 40, La Belgique occupée, concentreren de meeste publicaties tot het einde van de 20ste eeuw zich op de studie van de organisaties en meer in het bijzonder op de leiding ervan. Een zekere verschuiving naar een meer sociale en culturele analyse manifesteert zich in het begin van de jaren ‘90 en wordt na 2000 meer uitgesproken, maar deze nog te weinig ontwikkelde trend laat tot vandaag nog niet toe een grondige vernieuwende synthese te schrijven. geen realisatie van een grondige vernieuwende synthese te schrijven.

guldenboek(2).jpg

Een herinnering te lang gekoppeld aan verouderde waarden

opa-held.jpg

In het openingshoofdstuk van “Was opa een held ?”, buigt Nico Wouters zich over de verschillende redenen die verklaren waarom het verzet zo weinig weegt op de collectieve herinnering van de Belgen. Hij onderstreept ook dat de nationale en internationale spanningen, die onmiddellijk na de oorlog ontstonden, het beeld van het verzet bij de bevolking vertroebelden en de officiële instanties ertoe dwongen om er niet te veel  naar te verwijzen. Om geen onenigheid te veroorzaken werd  een consensus bereikt om een herinneringscultuur over het verzet te ontwikkelen met een traditioneel militair karakter in continuïteit met die van de Eerste Wereldoorlog. Geleidelijk teruggeplooid op een lokale basis en gericht op de strijd tegen amnestie voor veroordeelde collaborateurs, is het de organisaties van oudstrijders ontgaan hoe hun boodschap gericht op het Belgische patriottisme zijn relevantie verloor in een maatschappij die vanaf de jaren 1960 kiest voor culturele, economische en politieke autonomie van de regio’s en gemeenschappenn vanaf de jaren ’60.  Het antifascisme waaraan geappeleerd werd , was teveel verbonden met links en zelfs extreem-links om de grote massa aan te trekken. Door de opkomst van extreem-rechts in Vlaanderen vanaf het begin van de jaren 1990 zag men (opnieuw) het nut in van de verzetsherinnering als wapen tegen deze nieuwe zwarte golf. Maar tot op heden hebben de geleverde inspanningen om de herinnering van het verzet als wapen voor de democratie en de verdediging van de  rechten van de mens te doen herleven niet de verwachte resultaten opgeleverd, zeker niet in Vlaanderen. Nochtans werden pogingen gedaan om het blazoen van het verzet op te poetsen om zo extreem-rechts, gelinkt aan neo-nazi’s, in diskrediet te brengen : denk maar aan de struikelstenen - nu ook voor strijders in de clandestiniteit die slachtoffer werden van de onderdrukking door  de bezetter- of aan de uitzending “Kinderen van het verzet”, die getuigen van de inspanning op dat gebied in Vlaanderen. Het is een werk van lange adem waaraan historici kunnen bijdragen.

Verzoeningspistes

De objectieven en identiteit van de architecten van de collectieve herinnering aan het verzet zijn geëvolueerd sinds de jaren 1980. Ondertussen zijn het de cellen herinneringseducatie in scholen, de coördinatoren van werken bestemd voor het grote publiek, de ontwerpers  van musea, de curatoren van tentoonstellingen, de romanschrijvers en vooral de makers van audiovisuele en digitale producten die het grote publiek aanspreken. En zij hebben meer dan ooit de expertise van historici nodig om hun producut zodanig te ontwikkelen dat het  hun publiek tot nadenken aanzet. Want de overtuigingskracht van deze animatoren van de herinnering hangt niet enkel af van de ontwikkelde vorm, bijvoorbeeld het belang van emotie van de persoonlijke verhalen, maar ook van een de solide inhoud.

Sinds enkele jaren ziet het grootste deel van de historici van de Tweede Wereldoorlog het belang in om met deze bemiddelaars samen te werken om de bevolking te bereiken. Maar voor de specialisten van het verzet wordt het tijd om hen andere middelen aan te reiken dan deze die momenteel voorhanden zijn. Zonder de geschiedenis van de structuren, onmisbaar om het fenomeen te begrijpen,  te verloochenen moet men zich verdiepen in de basis van het verzet; daar waar het verzet ontstond :  in families, bij vrienden, buren, collega’s op het werk, in de sportclub of in culturele of politieke verenigingen. Kortom, men moet de maatschappelijke matrix waarin het verzet zich ontwikkelde opnieuw samenstellen om de complexiteit ervan te begrijpen en de ermee gepaard gaande menselijkheid met zijn sombere kanten maar dikwijls ook met zijn exemplarische morele helderheid.

Concreet zou het dankzij “Was opa een held ?” gemakkelijker moeten zijn om deze vernieuwde geschiedenis op lokale of regionale basis te schrijven en hopelijk in de toekomst de synthese te ontwikkelen waarop de architecten van de collectieve herinnering kunnen steunen voor de toekomstige generaties.

dscn0858.jpg
Oorspronkelijke legende : Pavé de mémoire posé à Ixelles le 17 octobre 2019

Bibliografie

Piet Boncquet, Kinderen van het verzet, Kalmthout, Polis/Canvas, 2019.

Fabrice Maerten, « L'historiographie de la résistance belge : à la recherche de la patrie perdue », in Laurent Douzou (dir.), Faire l'histoire de la Résistance: actes du colloque international (18-19 mars 2008), Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2010, p. 257-276.

Fabrice Maerten (dir.), Was opa en held ? Speuren naar mannen en vrouwen in het verzet tijdens WOII, Tielt, Lannoo, 2020.

Pose de « pavés de mémoire » en hommage aux résistants inhumés à l’« enclos des fusillés », novembre-décembre 2018, https://auschwitz.be/fr/activi...

Reageren?

U wordt geraakt door deze bijdrage of u wenst te reageren?

Uw opmerkingen, commentaren en ideeën zijn welkom via belgiumwwii@arch.be

Pour citer cette page
Het verzet : geschiedenis en herinnering verzoenen.
Auteur : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/debatten/het-verzet-geschiedenis-en-herinnering-verzoenen.html