Wie?
Het Joods Verdedigingscomité (JVC) wordt als burgerlijke verzetsorganisatie erkend (Belgisch Staatsblad van 11 maart 1948) om voor haar leden het statuut van burgerlijk weerstander te bekomen. Het nationaal comité van de beweging, die deze taak minstens tot in 1951 ter harte neemt, wordt voorgezeten door Hertz (Ghert) Jospa (1904-1966), de leider van het JVC tijdens de bezetting. Zijn nationaal secretaris, René De Lathouwer (1920-2024) - zijn echte naam is Isaac Zylberg -, speelt de rol van vereffenaar van deze clandestiene organisatie.
De Joodse gemeenschap wil meteen na afloop van de bezetting alle mensen honoreren die hebben geholpen om Joodse levens te redden. Het blijft vooral bij een geestelijke hommage, maar op internationaal niveau leidt ze in 1963 tot de invoering van de titel van ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Die titel wordt in naam van de Israëlische staat gegeven aan niet-Joodse burgers die Joden hebben geholpen tijdens de Holocaust. De titel wordt uitgereikt door Yad Vashem, het internationaal instituut voor de herdenking van de Shoah, dat in 1953 wordt opgericht in Jeruzalem. Op 1 januari 2019 waren er 27.362 ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’, van wie er 1751 afkomstig waren uit België.
Particulieren zoals de journalist Sylvain Brachfeld (1932-) of verenigingen zoals de Union des déportés juifs de Belgique (‘Unie van gedeporteerde Joden uit België’), helpen een aantal van de dossiers samenstellen. De Union des déportés Juifs de Belgique, vroeger Union des déportés juifs et ayants droit de Belgique, wordt in 1956 gesticht met als doel Joodse gedeporteerden en politieke gevangenen en hun rechthebbenden in België te verenigen, en deze mensen morele en materiële steun te bieden. De vereniging wil haar leden vertegenwoordigen en hun morele en materiële belangen verdedigen. Ze strijdt ook tegen fascisme en antisemitisme.
In oktober 1991 wordt de vereniging L’enfant caché (‘Het verborgen kind’) opgericht. Ze wil de herinnering aan Joodse kinderen die tijdens de bezetting moesten onderduiken, levend houden en hulde brengen aan hun redders, vooral in het kader van de procedure voor de erkenning als ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. De leden nemen deel aan manifestaties voor erkenning en gaan getuigen in scholen. De organisatie publiceert een maandblad, E.C. Infos!
Wat?
Na de oorlog legt het OF meer dan 5000 individuele dossiers aan met het oog op erkenning van haar leden als burgerlijk weerstander. In deze (kleine) dossiers zit briefwisseling en vooral een attest van de organisatie met informatie over de identiteit van het verzetslid, zijn/haar datum van toetreding, de naam van de persoon die hem/haar heeft aangebracht en een samenvatting van zijn/haar activiteit.
Een kopie van het archief met betrekking tot de vereffening van het JVC omvat meerdere lijsten van leiders van de organisatie en van mensen die onderdak boden, met namen en lokalisering van personen of instellingen, een aantal getuigenverklaringen, en 100 tot 150 ingevulde formulieren. Deze formulieren geven beknopte informatie over de identiteit van het lid, zijn/haar datum van toetreding tot het JVC en eventueel tot andere verzetsnetwerken, en ook over zijn/haar activiteit binnen de clandestiene organisatie.
Voor Luik kan deze informatie worden aangevuld door het archief Albert Wolf (1915-1987). Wolf was de medestichter en regionaal secretaris van de Luikse afdeling van het JVC. Het archief omvat 31 individuele dossiers met attesten en briefwisseling. Ze werden aangelegd tussen 1944 en 1959 om bewijs te leveren van de deelname van de betrokkenen aan het verzet bij het JVC-Solidariteit te Luik, bij het OF in deze stad of bij de regionale sluikpers.
In het archief van Sylvain Brachfeld zitten circa 175 individuele dossiers van inwoners van de stad Antwerpen, met het oog op een erkenning als ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’.
134 dossiers worden bewaard in het archief van de Union des déportés juifs de Belgique, dat werd aangelegd door Maurice Pioro (1923-2013) die lange tijd voorzitter was van de vereniging. In deze dossiers zitten getuigenverklaringen van geredde personen en van hun redders. Het archief omvat ook lijsten van redders en van geredden, die werden opgesteld tussen 1991 en 1996.
Het archief van de vereniging L’Enfant caché bevat onder meer de lidmaatschapsformulieren van ongeveer 1350 leden. Op deze documenten staat informatie over de omstandigheden van het onderduiken, de plaats(en) waar het kind werd ondergebracht, en ook over de redders. Het archief bevat ook foto's en getuigenverklaringen van geredde Joden, die werden aangebracht in het kader van de procedure voor de erkenning van hun redders als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.
Waar?
- De individuele dossiers (en de kaartregisters) die werden aangelegd met het oog op erkenning van leden van het OF als ‘burgerlijk weerstander’ worden bewaard door het CegeSoma.
- Het archief van de vereffening van het JVC bevindt zich in de Dienst Archief Oorlogsslachtoffers (DOAS).
- Het archief Albert Wolf wordt bewaard in het IHOES.
- Het archief van Sylvain Brachfeld maakt deel uit van het ‘Antwerps Joods Historisch Archief’, dat wordt bewaard in het stadsarchief van Antwerpen (Felixarchief).
- Het archief van de Union des déportés juifs de Belgique wordt bewaard in het Joods Museum van België.
- Het archief van L’Enfant caché bevindt zich in de Kazerne Dossin.
- Een databank van de (Belgische) ‘Rechtvaardigen onder de volkeren’ is raadpleegbaar op de website van Yad Vashem.
Hoe?
CegeSoma
De dossiers van het OF die in het CegeSoma liggen, zijn verdeeld over een twintigtal bundels in het archief van het nationaal secretariaat van het OF (AA2127, nrs. 773-774 en 839-857). Een Excel-bestand laat toe om aan de hand van de naam, voornaam en indien mogelijk de geboortedatum van een persoon, de juiste plaats van zijn/haar dossier in de archieven terug te vinden; het is mogelijk om te zoeken op woonplaats.
Het typoscript van René De Lathouwer, dat zeven getuigenverklaringen bevat, alsook de lijsten van 768 medewerkers van het JVC die werden erkend als ‘burgerlijk weerstander’, is te vinden in de ‘Verzameling ‘dagboeken’ en manuscripten’ van het CegeSoma (inventarisnummers 1556), waarvan de inventaris online raadpleegbaar is in ‘Agatha’, de catalogus van het Rijksarchief.
Dienst Archief Oorlogsslachtoffers
Het archief van de vereffening van het JVC is bijeengebracht in vier kleine deelarchieven van de algemene documentatie van de DOAS. De alfabetische lijst van circa 1500 tot 2000 personen die contact hadden met de organisatie tijdens de bezetting (met hun naam, voornaam en hun adres in 1947 of 1948) staat in een document met de titel 'Liste des Belges ayant aidé des Juifs pendant la guerre' (‘Lijst van de Belgen die Joden hebben geholpen tijdens de oorlog’) (referentie: R. 497 Tr. 272.318/3).
Op andere lijsten die werden samengesteld vanaf de herfst van 1944 en vooral in 1949, staan honderden namen van personen of instellingen die hebben meegewerkt aan de jeugdafdeling van het JVC. Die lijsten staan in een document met de titel 'Institutions et personnes ayant hébergé des enfants juifs' (‘instellingen en personen die Joodse kinderen hebben gehuisvest’ (R. 610 Tr. 237.367/20).
Het deelarchief René De Lathouwer bevat o.m. 100 à 150 individuele formulieren bevat van leden van het JVC. Deze ingevulde formulieren zitten in map 3 en vooral map 4 van het subfonds (R. 497 Tr. 229.398) en ze zijn niet alfabetisch gerangschikt.
Joods Museum van België
De 134 individuele dossiers met het oog op een erkenning als ‘Rechtvaardige’ worden in het Museum bewaard in het archief van de Union nationale des déportés juifs de Belgique en ze zijn alfabetisch gerangschikt, zoals ook de lijst van redders en van geredden die werd aangelegd tussen 1991 en 1996. De archieven die worden bewaard in het Joods Museum zijn raadpleegbaar op verzoek bij de archivaris. Een bijkomende machtiging kan soms nodig zijn, in overeenstemming met de privacywet.





