reconn-statut-pp.jpg
Zelf op onderzoek / Verzet / Bronnen

Dossiers inzake het verkrijgen van het statuut van politiek gevangene

Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)

Om deze pagina te citeren

Wie?

Op 27 juni 1944 richt de Belgische regering in Londen het Belgisch Commissariaat voor de Repatriëring op. De belangrijkste taak van dit organisme is het organiseren van de terugkeer van alle landgenoten die zich nog achter het Duitse front bevinden. In augustus 1945 wordt het ministerie van Oorlogsslachtoffers gecreëerd. Dat ministerie is belast met de hulp aan burgerslachtoffers en neemt daarom de bevoegdheden van het commissariaat over. Het ministerie concentreert zich vooral op de zoektocht naar vermiste personen en het verzamelen van documentatie, zowel in België als in het buitenland. In de daaropvolgende jaren wordt de opdracht van het ministerie uitgebreid met de toekenning van meerdere statuten van nationale erkentelijkheid en van invaliditeitsuitkeringen.

De diensten en bevoegdheden van het ministerie van Oorlogsslachtoffers worden in de loop van de volgende decennia meermaals overgeplaatst of gereorganiseerd: ze ressorteren successievelijk onder het ministerie van Wederopbouw (1946), dat van Volksgezondheid en Gezin (1952), het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Milieu (1995) en onder de Federale Overheidsdienst (voortaan FOD) Sociale Zekerheid (2001). Vanaf 1 januari 2018 ten slotte worden de bevoegdheden van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers als volgt verdeeld: het luik ‘Toekenning van rechten’ wordt overgeheveld naar de Federale Pensioendienst en het luik ‘Archieven en documentatie’ gaat naar het Rijksarchief in België onder de benaming ‘Dienst Archief Oorlogsslachtoffers’ (DAOS). De rijke collecties zijn aldus bewaard gebleven.

Wat?

De meer dan 59.000 individuele dossiers die verband houden met het statuut van politiek gevangene dateren hoofdzakelijk uit de jaren 1948-1955, dus uit het decennium na de stemming van de wet op 26 februari 1947. Hoewel de documenten vooral verband houden met de schadeloosstelling van gewezen gevangenen na de oorlog, bevatten ze ook informatie over de periode waarin deze mensen actief waren in het verzet, voor zover de gevangenen waren gearresteerd op grond van verzetsdaden tegen de bezetter.

Bij het indienen van de aanvraag geeft de gewezen politieke gevangene al een eerste schets van de feiten waarvoor hij/zij de erkenning aanvraagt. Op het aanvraagformulier vult de kandidaat niet alleen al zijn/haar persoonlijke gegevens in, maar hij/zij vermeldt ook de datum en het motief van zijn/haar arrestatie en door wie hij/zij werd opgepakt, een kort overzicht van alle gevangenissen en kampen waar hij/zij heeft verbleven en tot slot de datum van zijn/haar bevrijding. Een postume aanvraag tot erkenning is vaak veel minder precies, wat ook logisch is.

In het dossier ‘bewijsstukken’ vindt de onderzoeker alle documenten die de aanvraag steunen. In de eerste plaats een samenvatting van de documenten die worden bewaard in het dossiers van de Dienst Documentatie en Opzoekingen (DDO-dossier). En ook getuigenissen van de aanvrager en van zijn medegevangenen, rapporten, eventuele attesten van verzetsgroepen, verwijzingen naar andere dossiers. De staatscommissaris die de zaak behandelt, moet erover waken dat de bewijsstukken geen belastende elementen bevatten, zoals bijvoorbeeld een bewijs van vrijwillige arbeid voor de bezetter. Als dat wel het geval is moet de aanvrager hierover verantwoording afleggen. Dat leidt vaak tot een negatief advies.

Als de politieke gevangene lid was van het verzet, laat de combinatie van al deze gegevens de onderzoeker toe om het einde van de periode van actieve strijd tegen de bezetter te reconstrueren. De documenten tonen bovendien de banden aan met andere weerstanders; en de attesten van verzetsgroepen geven aan in welke richting het onderzoek kan worden voortgezet. De dossiers van het statuut van 'politiek gevangene' bekleden dus een centrale plaats in al het onderzoek naar verzetsmensen die het slachtoffer werden van de Duitse repressie.

Waar?

De Dienst Archief van Oorlogsslachtoffers (DAOS) beheert alle hierboven vermelde dossiers, maar deze kunnen worden geraadpleegd in het Algemeen Rijksarchief 2 – Depot Joseph Cuvelier (ter plaatse raadpleegbaar; op afspraak, mits opgave van de naam en voornaam en de geboortedatum van de gezochte persoon).

Opmerking: veel slachtoffers of naasten van slachtoffers hebben nooit een aanvraag voor een statuut ingediend; voor hen bestaat er dus geen dossier.

Om deze pagina te citeren
Dossiers inzake het verkrijgen van het statuut van politiek gevangene
Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)
https://www.belgiumwwii.be/nl/zelf-op-onderzoek/verzet/bronnen/dossiers-inzake-het-verkrijgen-van-het-statuut-van-politiek-gevangene.html