België in oorlog / Artikels

Onafhankelijkheidspolitiek (van de) tot de terugkeer naar een strikte neutraliteit (1936-1939).

Thema - Militaire geschiedenis

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Gewoonlijk situeert de meerderheid van de historici het juridische beginpunt van het neutraliteitsstatuut van België op het ogenblik van de "nationale onafhankelijkheid" , meer in het bijzonder  op het moment van de ondertekening van het door de toenmalige grootmachten goedgekeurde Scheidingsprotocol van het  koninkrijk der Nederlanden (20 januari 1831). Artikel 5  van het  Protocol bepaalde inderdaad dat de grootmachten de nieuwe Staat een  "eeuwigdurende neutraliteit" garandeerden en zich er bovendien toe verbonden de "integriteit en de onschendbaarheid van zijn grondgebied" te eerbiedigen.  Mettertijd  groeide deze  bepaling uit tot een van de basisprincipes van de Belgische diplomatie, om niet te zeggen tot een dogma van de Europese diplomatie. 

Einde van de illusies en een nieuw geopolitiek gegeven

De Duitse invasie van augustus 1914 lapte zowel de "eeuwigdurende neutraliteit" als de "onschendbaarheid" van het nationale grondgebied aan zijn laars.  Een en ander haalde de hele geopolitieke toestand overhoop.  Toch was het opgeven van de neutraliteit voor de  Belgische politieke elite  niet evident omdat ze zo onverbrekelijk verbonden  leek met het bestaan van de Staat. Ondanks de terughoudendheid van koning Albert evolueerden de zaken en op 11 oktober 1917 eiste de Belgische regering in ballingschap in Frankrijk een "absolute onafhankelijkheid" in plaats van  een door de verdragen "opgelegde neutraliteit ". In een toespraak voor de verenigde Kamers in een op 22 november  bevrijd Brussel had Albert I het als een van de overwinnaars (zijn vroegere terughoudendheid was vergeten) zelfs  over een "zegerijk België dat de opgelegde neutraliteit achter zich liet" en dat nu helemaal onafhankelijk zou moeten zijn.

Ondanks de woorden van de "koning-ridder" bleef de herinnering aan (en de nostalgie voor) de neutraliteit levendig in katholieke kringen en bij topdiplomaten, en meer in het algemeen bij het conservatieve  establishment. In de context van 1919-1920 ging België toch op zoek  naar een machtige beschermer om een eventuele Duitse  revanche af te blokken. Na veel aarzelingen werd op  7 september 1920 te Parijs een "Frans-Belgisch defensief militair akkoord" ondertekend.  Dit akkoord zou veel opschudding verwekken omdat sommigen, vooral in het noorden van het land en in pacifistische kringen, er een glijmiddel in zagen voor een te grote Franse invloed. 

le-roi-sort-de-la-chambre-des-reprAsentants.jpg
Instelling : Archief van het Kon. Paleis
Auteursrecht : Archief van het Kon. Paleis
Oorspronkelijke legende : Albert I verlaat het parlement op 22 november 1918.

De terugkeer van de verdrongen neutraliteit…

164013-lAopold-iii-et-spaak.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Twee mannen die een onafhankelijke beleid belichamen: Koning Leopold III en minister van buitenlandse zaken, Paul Henri Spaak.

De crisis van  1929 die in België een terugplooien op zichzelf en in Duitsland het nationalisme bevorderde, leidde op termijn tot een vermindering van de invloed van de grote westelijke mogendheden.  Na de terugtrekking van de Frans-Belgische bezettingstroepen uit het Rijnland en vanaf maart 1931 ging het Belgische ministerie van Buitenlandse zaken de verplichtingen van het defensieve militaire akkoord afzwakken.  Terwijl de volgende jaren de economische crisis en de politieke onzekerheid in Europa zich uitbreidde , werd dit akkoord vooral in Vlaanderen steeds kritischer bekeken omdat men vreesde dat Frankrijk België ongewild in een preventieve oorlog tegen Duitsland zou meesleuren. Op de koop toe zou een deeltje van de Vlaamse publieke opinie onder invloed van de propaganda van het ultra-nationalistische Vlaamsch Nationaal Verbond  het akkoord gaan zien als een (Frans/francofoon) onderdrukkingsmiddel van het "Vlaamse volk".  Tijdens de IJzerbedevaart van 18 augustus 1935 werd de beruchte slogan « Los van Frankrijk »  gelanceerd. Maar het aan de macht komen van het Volksfront  in Frankrijk (mei-juni 1936), de militaire herbezetting van het Rijnland door  Hitler…en het ontbreken van een Franse reactie   zou ook een deel van de Franstalige bourgeoisie, vooral van katholieken huize,  er toe brengen het akkoord aan de kaak te stellen. Een aantal socialisten dacht er uit antimilitarisme haast hetzelfde over.

Op 20 juli 1936 kondigde de socialistische minister van Buitenlandse zaken  Paul-Henri Spaak een voortaan "uitsluitend en fundamenteel Belgische" buitenlandse politiek aan.  Deze nieuwe diplomatieke koers  gesteund door eerste minister Paul Van Zeeland en koning Leopold III leek onontbeerlijk om de steun van een parlement met Vlaamse meerderheid te krijgen voor een hogere defensieuitgaven.  De zgn." onafhankelijkheidspolitiek" aangestuurd door een regering van nationale eenheid o.l.v. Van Zeeland  kreeg een zeer grote meerderheid in  het parlement. De tegenstemmen kwamen vooral van  de communisten en links-wallingantische volksvertegenwoordigers.  Op het terrein stopten de laatste officiële militaire contacten met Frankrijk op  18 juli 1936 ; zij zouden pas zeer discreet hernomen worden tijdens de tweede helft van de "schemeroorlog"…

Naar de Europese oorlog....

Frankrijk en Groot-Britannië poogden het beste te maken van de nieuwe situatie. Op 24 april 1937 stuurden beide landen een diplomatieke nota aan  Paul-Henri Spaak waarin ze België onthieven van zijn verplichtingen maar hun belofte tot bijstand hernieuwden "voor het geval dat"... Op zijn beurt bezorgde de minister van Buitenlandse zaken van het  Reich op 13 oktober 1937 een nota aan onze ambassadeur te Berlijn waarmee Duitsland aanvaardde het Belgisch grondgebied te garanderen...voor zover Brussel geen voor het Reich nadelige maatregelen zou treffen in geval van een gewapend conflict met een derde mogendheid.  Gezien de aard van het nazi-regime was het natuurlijk niet moeilijk te voorspellen wie hier bedrogen zou uitkomen … Vooralsnog werd de verhoging van de defensieuitgaven elk jaar gestemd door het parlement en sprong in de vijf jaar tussen  1934 en 1939 van  14,4% naar 24%  van het totaal van de begroting.

Toen begin september 1939 met de invasie van Polen door Duitsland de Europese oorlog uitbrak, riep België officieel zijn "neutraliteit" uit . Op enkele dagen was de zgn. onafhankelijkheidspolitiek een echte officiële "neutraliteit" geworden uit die geen onderscheid maakte tussen aanvallers en aangevallenen en later tussen de democratieën en nazi-Duitsland. Feitelijk heeft deze politiek er ook (en vooral?) toe geleid dat het geweten gedemobiliseerd werd en dat het verzet tegen de invaller op losse schroeven kwam te staan door het ontbreken van ernstige militaire contacten met de westelijke grootmachten.  

33929-manoeuvres-liAge.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Actualit
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : De grote manoeuvres in het oosten, nabij Luik. Twee gepantserde tanks in actie, niet ver van fort Tancrémont 7/10/37

Bibliografie

Alain COLIGNON, Belgium : fragile neutrality, solid neutralism, in European Neutrals and Non-Belligerants during the Second World War, Cambridge, 2002, pp.97-117.

Peter KLEFISCH , Das Dritte Reich und Belgien 1933-1939,  Frankfurt a. M, Lang, 1988.

Dirk MARTIN, De Duitse “vijfde kolonne” in België 1936-1940, in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1-2, 1980, p. 85-119.

Fernand VAN LANGENHOVE, La Belgique en quête de sécurité 1920-1940, Bruxelles, 1969.

Fernand VAN LANGENHOVE, L’élaboration de la politique étrangère de la Belgique entre les deux guerres mondiales, Bruxelles, Académie royale de Belgique, 1980. 

Jean VANWELKENHYZEN, Neutralité armée. La politique militaire de la Belgique pendant la « Drôle de guerre », Bruxelles, 1969.

Zie ook

33878-manoeuvres-cyclistes.jpg Artikels Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan? Sterkendries Jean-Michel