België in oorlog / Artikels

Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan?

Auteur : Sterkendries Jean-Michel (Instelling : Koninkljik militaire school)

De voorstellen van Albert Devèze

Op puur technisch militair vlak lijkt de verdediging van het totale Belgische grondgebied in geval van een invasie gewoonweg een illusie. De grenzen van het land volgen bijna nergens natuurlijke hindernissen en de getalsterkte van het Belgisch leger is uiteraard kleiner dan die van de grote buurlanden. Toch was het dat wat minister van Landsverdediging Albert Devèze van 1932 tot 1936 vooropstelde. Hij lag aan de oorsprong van een grote militaire inspanning o.a. met de oprichting van nieuwe eenheden, wielrijders-grenswachters en Ardeense jagers. Vanaf dat ogenblik was het duidelijk dat het grootste gevaar dus van Duitsland zou komen. Een plan voor verdediging aan de grens had slecht kans op succes indien twee voorwaarden vervuld waren : het behoud van de militaire akkoorden met Frankrijk van september 1920 en een blijvende demilitarisering van het Rijnland zoals voorzien in het verdrag van Versailles in 1919 en bevestigd door de akkoorden van Locarno in 1925.

40672-devAze.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Albert Devèze, minister van Landsverdediging, november 1934.

De linker Maasoever opgeven ?

33962-lAopold-iii-manoeuvre-rAgion-de-namur.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Actualit
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Grote manoeuvres in de streek van Namen. Hier is Koning Leopold bij lancering van een brug, 21 oktober 1937

Beide voorwaarden waren na de eerste maartdagen van 1936 niet meer vervuld. Enkele dagen later viel de regering. Devèze moest zijn ministerportefeuille overlaten aan luitenant-generaal Henri Denis, een technicus. Terzelfdertijd liet België weten dat het voor een neutraliteitspolitiek koos, terwijl Duitsland steeds agressiever leek. De generale staf, in overleg met de Koning, voorzag geen verdediging aan de grenzen die overigens in de praktijk onmogelijk was. De verdediging van het land was vooral gebaseerd op een opstelling in de diepte achter het recente Albertkanaal en op de linker Maasoever, m.a.w. een groot deel van het land en m.n. de Ardennen werden opgegeven. Het Albertkanaal en de Maas vormden wel goede obstakels maar hadden het grote nadeel een uitspringende stelling te zijn in de richting van de - toen nog hypothetische - Duitse vijand . De versterkte stelling Luik met haar nieuwe forten, waaronder Eben-Emael, vormde het scharnier van die opstelling.

De discussies tijdens de « schemeroorlog »

Begin september 1939 brak de oorlog uit in Europa. België werd voorlopig gespaard, maar het gevaar werd steeds groter en het leger werd trouwens gemobiliseerd. Tijdens de herfst en winter 39-40 kwamen er min of meer vertrouwelijke contacten tussen de Belgische en Franse generale staf tot stand. Zijn de Fransen klaar om België bij te springen in geval van Duitse agressie? Het antwoord was positief, maar op welke stelling? De Belgen wensten Franse steun ter hoogte van het Albertkanaal; het Franse opperbevel wilde dat slechts beloven indien zijn troepen er op voorhand stelling konden nemen. Wegens hun neutraliteit weigerden de Belgen dat: de Franse troepen zouden slechts ter hulp geroepen worden na een effectieve Duitse aanval . Het resultaat was dat de Franse opperbevelhebber Maurice Gamelin weigerde de Franse eenheden zo ver van de grenzen in te zetten en het risico te lopen op een geïmproviseerde veldslag in de Belgische laagvlakte. Het Franse leger zou dus slechts oprukken tot een kortere linie die minder ver van de Frans-Belgische grens lag. Die linie stemde grosso modo overeen met de loop van de Dijle. Antwerpen zou zo met Namen verbonden worden en de stelling zou ten zuiden van Namen verder lopen langs de Maas. Omdat de Dijle geen grote hindernis vormde, zou een kunstmatige verdedigingslijn uitgebouwd worden met bunkers, loopgraven en anti-tankversperringen. Men begon eraan tijdens de winter 39-40, maar in de lente was de stelling niet klaar. Zij liep toen van het Antwerpse fort Koningshooikt tot Waver, reden waarom ze "KW linie" gedoopt werd. 

33984-armAe-belge-et-sAcuritA.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Veiligheidsmaatregelen genomen door het leger in België. Onze soldaten hijsen een motorfiets in een duin van de Kempen.

De KW linie

De stafcontacten met Fransen en Britten leidden tot het volgende scenario  : de Belgen zouden zich opstellen achter het Albertkanaal in de hoop daar stand te houden, maar de KW linie verlengd door de Maas ten zuiden van Namen zou de hoofdverdedigingslinie vormen. De Belgen moesten de sector Antwerpen-Leuven houden, het Britse expeditieleger de sector Leuven-Waver en twee Franse legers de lijn Waver-Namen en de bovenloop van de Maas. 

De test

Omdat de stelling aan het Albertkanaal al opgegeven werd in de eerste uren van de strijd op 10 mei 1940, rekende men op KW om de beslissende slag te leveren. Daar kwam eigenlijk niets van in huis. De snelle doorbraak van de Duitse pantserdivisies tussen Dinant en Sedan had als gevolg dat de troepen de KW linie zonder strijd moesten opgeven. De voortdurende terugtocht van het Belgisch leger was demoraliserend en uitputtend. Toch werd voor de eer nog slag geleverd op de Leie en haar afleidingskanaal, maar het was een geïmproviseerd gevecht op een twijfelachtige defensieve stelling. Men kent de afloop. De strijd was totaal ongelijk en bij het krieken van de dag op 28 mei 1940 legde het leger de wapens neer. 

Bibliografie

Henri BERNARD, Panorama d’une défaite, Bataille de Belgique-Dunkerque, 10mai-4 juin 1940, Paris-Gembloux, Duculot, 1984.

Jean-Léon CHARLES, Les Forces armées belges 1940-1945, Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1970.

Meer weten?

33929-manoeuvres-liAge.jpg Artikels Versterkte Stelling Luik Colignon Alain