België in oorlog / Artikels

Sociaal Pact (het). 28 december 1944 : de ‘geboorte’ van de sociale zekerheid

Auteur : Luyten Dirk (Instelling : CegeSoma)

Op 30 december 1944 verschijnt in het Belgisch Staatsblad de twee dagen eerder afgekondigde ‘Besluitwet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders’. Die besluitwet legt de basis van het sociale zekerheidssysteem voor werknemers (arbeiders en bedienden), dat de volgende uitkeringen voorziet : werkloosheid, pensioen, ziekte- en invaliditeit, kinderbijslag en jaarlijkse vakantie voor arbeiders.

Tussen oud en nieuw

De sociale zekerheid ontstaat in 1944 niet uit het niets, maar bouwt in grote mate verder op de sociale verzekeringen die al sedert de late negentiende eeuw ontwikkeld werden en waarin de arbeidersbeweging een belangrijke rol speelde.

 De vakbonden hebben sinds het einde van de negentiende eeuw werkloosheidskassen voor hun leden, mutualiteiten betalen ziektekosten terug en keren vergoedingen uit bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Bij speciale kassen (of bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas) kan men sparen voor een pensioen. Vanaf 1924/25 wordt een pensioensysteem ingevoerd voor arbeiders en bedienden in de private sector. Werkloosheid en ziekte zijn georganiseerd op vrijwillige basis : er is geen verplichting om aan te sluiten. Wel past de overheid (gemeenten, provincie en na de Eerste Wereldoorlog de staat) een deel van de kost bij met subsidies. Het pensioen is wel verplicht en wordt gefinancierd met een bijdrage van werkgevers- en werknemers en een subsidie van de staat. Bepaalde werkgevers keren sinds de Eerste Wereldoorlog kinderbijslagen uit. Vanaf 1930 wordt het systeem verplicht.

 De sociale zekerheid van 1944 integreert de bestaande regelingen, maar innoveert op vijf vlakken. De hele sociale zekerheid is voortaan verplicht voor de arbeiders en de bedienden in de privé - sector. Naast de werknemers moeten ook werkgevers bijdragen betalen (een percentage berekend op het loon), zoals voor het pensioen sinds 1924/25. De werkgever int de bijdragen en stort die aan een nieuwe overheidsinstelling, de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid (vandaag de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid), die het hele systeem financiert. Op die manier krijgt de sociale zekerheid een publiek karakter. De sociale verzekeringen waren aparte regelingen, de sociale zekerheid is een geïntegreerd systeem. Dit betekent dat wie bv werkloos wordt automatisch gedekt blijft in de andere sectoren van de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de ziekteverzekering). De uitkeringen worden verhoogd.

 Voor de uitvoering van de sociale verzekeringen spelen private sociale organisaties zoals vakbonden, mutualiteiten en met patronale organisaties verbonden kinderbijslagkassen een centrale rol. Dat blijft zo in de sociale zekerheid : vakbonden, mutualiteiten en kinderbijslagkassen blijven de uitkeringen verder betalen. De organisaties kunnen zo de band leggen tussen hun leden en de sociale zekerheid, wat hun machtspositie ten goede komt.

35251-grAves-dans-le-borinage-en-1932.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Tijdens de grote crisis van de jaren dertig, betoging in Le Borinage, 1932.
111312-van-acker.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Achille Van Acker, s.d.

Het Sociaal Pact

De sociale zekerheid wordt na de bevrijding heel snel ingevoerd : minder dan vier maand na de bevrijding is de wettelijke basis gelegd. Dat heeft te maken met de erfenis van de crisis van de jaren dertig en de ermee gepaard gaande hoge werkloosheid die een politiek-maatschappelijk ontwrichtend effect heeft. Velen zijn ervan overtuigd dat na de oorlog werk moet worden gemaakt van een meer adequate sociale bescherming.

 Voor de socialisten is de sociale zekerheid een topprioriteit. Concrete, tastbare sociale hervormingen invoeren zit als het ware in het DNA van de Belgische sociaal - democratie. Wat ook een rol speelt is de sterkere machtspositie na de bevrijding van de arbeidersbeweging links van de sociaal - democratie, met name de Communistische Partij. Een grote hervorming zoals de sociale zekerheid kan de politieke concurrentiepositie van de door de oorlog gehavende socialistische beweging versterken. De socialist Achille Van Acker (1898-1975) bezet een sleutelpositie : het ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, dat de wetgeving moet uitwerken. Omdat de regering bijzondere machten heeft kan het parlement (en mogelijke oppositie) gepasseerd worden. Dit maakt de besluitvorming makkelijker en korter.

 Bovendien ligt er een blauwdruk met de nodige technische details klaar voor een sociale zekerheid in het in april 1944 in de clandestiniteit afgesloten Sociaal Pact. Dat pact is onderhandeld door een deel van de vooroorlogse leiders van de werkgevers en de arbeidersbeweging en topambtenaren, zoals Henri Fuss (1882-1964). Hij komt na de bevrijding aan het hoofd van de administratie van Arbeid en Sociale Voorzorg. Fuss houdt de pen vast bij de redactie van de besluitwet en kan direct terugkoppelen met de onderhandelaars van het Sociaal Pact. Het Sociaal Pact wordt echter niet door iedereen gedragen, met name de conservatieve vleugel van het patronaat is gekant tegen een publiek systeem dat aan hun controle ontsnapt en de loonkost opdrijft. De strategische positie van Fuss, de relatieve consensus en het voorbereidend werk in het Sociaal Pact naast het gebruik van bijzondere machten laten toe eventuele tegenstand kort te sluiten en het nieuwe systeem snel in te voeren.

 De sociale zekerheid van 1944 heeft een ‘voorlopig’ karakter, maar ondanks wijzigingen, uitbreidingen of crisissen en besparingen de voorbije 75 jaar zijn de basisprincipes van de sociale zekerheid voor werknemers nog grotendeels dezelfde als in 1944.


Bibliografie

Guy Vanthemsche, De beginjaren van de sociale zekerheid in België, 1944-1963, Brussel, 2014.