Wie?
In de herfst van 1944, na de bevrijding van België, keerde het bestuur van de Staatsveiligheid uit Londen terug. Korte tijd later, op 20 januari 1945, werd via een regentsbesluit beslist dat deze dienst voortaan onder het ministerie van Landsverdediging zou vallen. Deze maatregel trad in werking in februari 1945 en leidde tot de oprichting van de Algemene Dienst van de Agenten van de Inlichtingen en Actie (ADAIA) binnen de Staatsveiligheid, conform de besluitwet van 9 februari 1945.
De ADAIA kreeg als kerntaak de erkenning en statuutverlening van de inlichtings- en actieagenten, zoals gedefinieerd in de besluitwet van 1 september 1944. Hoewel het bestuur van de Staatsveiligheid in juli 1946 opnieuw onder het ministerie van Justitie werd geplaatst, bleef de ADAIA onder de vleugels van Landsverdediging functioneren, vanwege het gemilitariseerde karakter van de inlichtings- en actieagenten. Dit werd bevestigd in het regentsbesluit van 23 februari 1947.
De erkenningsprocedure werd echter bemoeilijkt door het feit dat alleen de Staatsveiligheid toegang had tot de relevante oorlogsarchieven. Om die reden werd binnen de Staatsveiligheid het Bureau voor de vereffening van de inlichtings- en actiediensten opgericht, dat tot 1954 intensief zou samenwerken met ADAIA om de dossiers samen te stellen, te onderzoeken en te beoordelen.
Wat?
Het archief omvat verschillende subreeksen van dossiers en een algemeen register:
Individuele dossiers van agenten
Dit is het omvangrijkste deel van het archief, met meer dan 46.000 dossiers van personen die actief waren binnen verzetsnetwerken (inlichtingen, ontsnapping, propaganda, gewapend verzet). Deze activiteiten werden doorgaans gecoördineerd vanuit Londen door de Staatsveiligheid of de Tweede Directie van het ministerie van Landsverdediging.
De dossiers zijn opgebouwd uit documenten verzameld sinds de oprichting van de Staatsveiligheid in Londen in 1940, aangevuld met stukken tot in de jaren 1980. De omvang en diepgang van de dossiers variëren sterk: van één enkele nota tot uitgebreide bundels met formulieren, rapporten, getuigenissen, eretekenaanvragen en netwerklijsten. Dossiers van operationele agenten bevatten vaak ook documenten uit de bezettingstijd, zoals telegrammen, trainingsverslagen of missierapporten.
Algemene dossiers over netwerkactiviteiten
Deze dossiers, aangelegd na de oorlog door het Bureau voor de vereffening, bevatten overzichten van de verzetsactiviteiten zoals die werden gecoördineerd vanuit Londen of via de neutrale antennes van de Staatsveiligheid (bijvoorbeeld in Spanje, Portugal of Zwitserland).
De waarde van deze dossiers ligt vooral in hun ordening per netwerk en in de lijsten met namen, rapporten en ‘agentenformulieren’ die lokale of regionale verzetsstructuren en betrokkenen in kaart brengen. Ze vormen een belangrijk hulpmiddel om context te bieden aan de individuele dossiers, en geven inzicht in de manier waarop netwerken functioneerden en wie daarbinnen sleutelrollen vervulden.
Waar?
- De databank Resistance in Belgium bevat alle personen die het statuut hebben aangevraagd. Men kan er dus zoeken in duizenden gegevens: op naam, geboortedatum, woonplaats, beweging of ander verzetsnetwerk. Men vindt er ook de exacte referentie van het gezochte dossier, nodig om een consultatieaanvraag bij CegeSoma in te dienen.
- Het CegeSoma bewaart de archieven van de Staatsveiligheid met betrekking tot de agenten sinds november 1993. De algemene dossiers en de individuele dossiers van personen die in aanmerking komen voor het statuut zijn geïnventariseerd onder nummer AA 1333 (ter plaatse raadpleegbaar). Voor de raadpleging van individuele dossiers is toestemming van de Staatsveiligheid vereist. Etienne Verhoeyen heeft de inhoud van de algemene dossiers geïnventariseerd in mei 1994 (PDF online raadpleegbaar).
- Het Gedenkboek Inlinchtings- en Actie Agenten (2015) bundelt alle officieel erkende personen, met vermelding van hun geboortedatum, woonplaats, graad en het netwerk waarin zij actief waren (raadpleegbaar bij CegeSoma, BA L 10).





