België in oorlog / Artikels

Phalange Blanche (De)

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De Phalange Blanche of “Groep Houbar-Lelong”, naar de naam van de leiders ervan, was een van die kleine verzetsgroepen die tijdens het eerste bezettingsjaar opdoken maar die ook vlug verdwenen door hun amateurisme en de Duitse repressie.

Geweld gebruiken

De groep kwam begin van de zomer 1941 tot stand in de grensstreek west-Henegouwen ( Leuze-Ath) en Oostvlaanderen vooral dankzij het anti-Duits activisme van drie jongelui die klaar stonden om geweld te gebruiken in hun strijd tegen de bezetter en zijn helpers : Paul Houbar (geboren in 1922), Robert Lelong (1919) en Henri Talboom (1919). Buiten Houbar die tot een middenklasse-familie behoorde , waren de oprichters van de « P.B. » afkomstig uit eenvoudige middens (de Vlaming Talboom was arbeider en zoon van een bakker en de Henegouwnaar Lelong leerling-garagist ) en vonden hun leden in de kleine burgerij (bedienden, winkeliers, lagere ambtenaren) . Ze namen ook contact op met Doornikse pater Georges Dropsy die al volop in het verzet zat.

screenshot-2020-04-23-09-56-35-journal-de-charleroi-14-8-1941.jpg
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Journal de Charleroi, 14/8/1941

Na een eerste dodelijke aanslag volgden anderen

screenshot-2020-04-23-09-58-53-pays-rAel-19-9-1941.jpg
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : Le Pays réel, 19/9/1941

De Phalange Blanche, die zo goed en zo kwaad als het ging een twintigtal leden had gerecruteerd waarbij verschillende spoorwegbedienden uit het Doornikse, ging in augustus 1941 over tot de actie. De 11e schoten Houbar en Lelong te Leuze-en-Hainaut de textielindustrieel Louis Schnock neer die verdacht werd van economische collaboratie en van uitstekende contacten met de bezetter. Schnock overleed ter plekke. Houbar en Lelong werden niet gezien en konden dus nieuwe executies plannen . Die kwamen er dan ook vlug. Op 17 september was het de beurt aan notaris Gérard, Rex-leider te Doornik die neergeschoten werd door Lelong terwijl een ploeg o.l.v. Talboom poogde een zekere Omer Pieters om te brengen, een berucht collaborateur met zeer goede contacten in de Sicherheitsdienst. Deze aanslag mislukte : Pieters kwam er levend vanaf maar twee agenten van de SD die hem vergezelden, werden in de verwarring gedood en een derde zwaar gewond. Ditmaal beten de Duitse politiediensten die niet gereageerd hadden op de moord op Schnock zich vast in de zaak. Deze kwam in handen van een Sonderkommission (« Speciale commissie ») o.l.v. Karl Reimer, hoofd van de Kriminalpolizei te Brussel . Tevens werd in de nacht van 17 op 18 september te Doornik een twintigtal gijzelaars (met o.a. de liberale oud-burgemeester Emile De Rasse) aangehouden en opgesloten in het fort van Hoei. Zij werden begin november vrijgelaten.

De Duitse repressie in actie

Het onderzoek tastte aanvankelijk in het duister maar daar zouden onvoorzichtigheden van Paul Houbar verandering in brengen. Eerst verdacht de SD de communisten, maar had dan door dat de aanslagen door het “nationaal verzet” en niet door de KPB gepleegd waren. Houbar werd te Cléry-sur-Somme in Frankrijk onderschept, kwam op 5 oktober in handen van de Gestapo en werd overgebracht naar de Kreiskommandantur Doornik. Men kan zich voostellen hoe hij daar ondervraagd werd terwijl zijn schuilplaats in Cléry uitgekamd werd. Men vond er snel de namen van zijn voornaamste handlangers : Hansart, Talboom en Lelong. Talboom slaagde erin door de mazen van het net te glippen. Lelong evenwel werd na een klopjacht van een paar weken op 24 november 1941 door de Feldgendarmen ontdekt in een hoeve in Henegouwen waar hij zich verborg. Het was afgelopen met de Phalange Blanche. De aangehouden leden van de groep (Houbar, Hansart, Lefèvre, Depoitre, Feron, Brunin) verschenen in december voor de Duitse krijgsraad van Mons en werden na verschillende malen uitstel tot zware straffen veroordeeld. Uiteindelijk zouden enkel Brunin en Feron de wegvoering naar de kampen in het Reich overleven . Paul Houbar werd op 10 maart 1944 onthoofd in de gevangenis van Dortmund . De andere leden van de groep kwamen om het leven in Gross-Rosen en Mauthausen. De paar leden van de groep die aan de Duitsers ontsnapten, werden na maart 1942 overgenomen in het Belgisch legioen, de voorloper van het Geheim Leger.

Bibliografie

Etienne VERHOEYEN, Un groupe de résistants du Nord-Hainaut : la Phalange Blanche, Bijdragen van het NSCGWO II, nr 12, mei 1989, pp.163-206. https://www.journalbelgianhist...

Zie ook

27753 Artikels Verzetsmisdrijven Zurné Jan Julia
27948 Artikels Verzet Maerten Fabrice