België in oorlog / Artikels

Stakingen tijdens de Tweede Wereldoorlog in België

Thema - Verzet

Auteur : Luyten Dirk (Instelling : CegeSoma)

Elke jaar wordt in Amsterdam op 25 februari de Februaristaking van 1941 officieel herdacht. Deze tweedaagse staking in Amsterdam en Noord-Holland was een collectief protest tegen de Jodenvervolging. De herdenking  van de Februaristaking is deel van het Nederlandse herdenkingsritueel van de Tweede Wereldoorlog. In België legden in mei 1941 zeventigduizend mijnwerkers en metaalarbeiders het werk neer. De staking duurde 21 dagen en de stakers dwongen zelfs een loonsverhoging af … Toch wordt die emblematische ‘staking der 100.000’ niet officieel herdacht of krijgen stakingen geen centrale rol in de oorlogsherinnering, wat gezien de blijvend hoge stakingsactiviteit tijdens de bezetting in België enigszins verwonderlijk is. Aanleiding om even stil te staan bij het fenomeen ‘staking’  tijdens de bezetting.


Staken is verboden, nochtans...

Geheel in lijn met de Nazistische ideologie, die van het bedrijf een Arbeitsgemeinschaft wil  maken,  waarin voor klassenstrijd geen plaats is, verbiedt de bezetter stakingen. Het is één van de vele beknottingen van  de democratische rechten en vrijheden  : sinds 1921 bestaat  in België het recht om te staken en stakingen blijven, ondanks de uitbouw van het sociaal overleg, integraal deel uitmaken van het systeem van collectieve arbeidsverhoudingen in het interbellum. De bezetter bevriest de lonen, net zoals de prijzen, waarmee een einde komt  aan het indexmechanisme dat de evolutie van de lonen bindt aan die van de index van de kleinhandelsprijzen. De vakbonden mogen niet meer verder functioneren en worden in november 1940 vervangen door de Unie van Hand en Geestesarbeiders (UHGA); dit in tegenstelling tot de werkgeversorganisaties die verder actief kunnen zijn, zodat in de arbeidsverhoudingen een asymmetrie ontstaat. 

Toch breken in de zomer van 1940 al kleinere  stakingen uit. Ze zijn vaak defensief , gericht tegen werkgevers die de lonen willen verlagen, de arbeid willen reorganiseren met loonverlies tot gevolg of bepaalde afspraken vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten, niet meer willen naleven.  

verordnungsblatt-10-5-1940.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Verordnungsblatt, 10 mei 1940

Ravitaillering

le-drapeau-rouge-1-6-1941.jpg
Instelling : Carcob
Oorspronkelijke legende : Le Drapeau rouge, 1 juni 1941

Belangrijker dan deze defensieve acties zijn stakingen waarbij het tekort aan voedsel de inzet is. Voedsel is gerantsoeneerd. De rantsoenen zijn niet alleen laag, vaak krijgt de consument niet waar hij volgens de rantsoeneringstabel recht op heeft. Bepaalde werkgevers geven in de onderneming extra voedsel aan hun arbeiders. Arbeiders, vooral die groepen die zoals de mijnwerkers zwaar werk doen, staken om hogere rantsoenen, niet alleen van voedsel maar bv ook van zeep af te dwingen, een werkgever ertoe te brengen extra voedsel te bedelen zoals in  nabijgelegen ondernemingen, of voor meer loon om voedsel te kunnen kopen op de zwarte markt waarop de Belgen steeds meer zijn aangewezen om het ontoereikende rantsoen aan te vullen.

De ‘staking der 100.000’, die symbolisch begint  op 10 mei 1941 in de Waalse metaalindustrie met een optocht van vrouwen bij Cockerill en overslaat  naar het Limburgse steenkoolbekken draait eveneens om ravitailleringseisen. De aanleiding is een tekort aan aardappelen, maar het eisenbundel komt  uiteindelijk uit op een vraag om een loonsverhoging  van 25%. Uiteindelijk blijft  het bij 8% voor de hele private sector, de enige algemene loonsverhoging die tijdens de bezetting wordt toegekend.  Voor de ondergrondse mijnwerkers wordt  bovendien een premiestelsel ingevoerd dat niet alleen een hoger inkomen genereert  maar tegelijk bedoeld is om het absenteïsme te bestrijden en zo de voor de bezetter essentiële steenkoolproductie op peil te houden. 

De clandestiene vakbeweging

De staking der 100.000 heeft  naast een sociale, ook een politieke betekenis. Ze toont de onmacht aan van de UHGA die niet in staat blijkt  de materiële situatie van de arbeiders te verbeteren. Op ideologisch vlak maakt  de staking duidelijk dat de Nazistische Arbeitsgemeinschaft een illusie is. De staking der 100.000 is het startsein voor de uitbouw van de clandestiene vakbeweging : de communistische Syndicale Strijdcomités (SSK) en later andere clandestiene bonden die zich  links van de sociaal-democratie situeren. Deze bonden zijn georganiseerd op ondernemingsniveau en zijn vooral aanwezig in Brussel en vooral Wallonië waar het grootbedrijf domineert. Eén van de actiemiddelen die deze bonden inzetten zijn stakingen. 

la-mine-janv-1943.jpg
Instelling : Carcob
Oorspronkelijke legende : La Mine, januari 1943

Loonstrijd

De acties  van de clandestiene vakbonden hebben ongetwijfeld bijgedragen tot de continuering van de stakingen : een betere omkadering door lokale afgevaardigden is mogelijk, acties in verschillende bedrijven kunnen op elkaar worden afgestemd en de clandestiene pers kan worden ingezet als mobilisatie-instrument.

De stakingen  kunnen  zich echter blijven enten op de sterke erosie van de koopkracht en de problematische ravitailleringssituatie, zoals de studies van Guillaume Jacquemyns goed  aantonen. Zo eist  een clandestiene vakbond van metaalarbeiders  in het Centre bv nog in 1942 eenzelfde systeem van bijkomende voedselbedeling in alle bedrijven uit de metaalsector in de hele regio en koppelen daar nog een reeks van andere materiële eisen aan zoals bedeling van steenkool en propere werkkledij. Als de werkgever die extra’s niet zelf kan geven moeten de lonen verhoogd worden. Werkonderbrekingen kunnen ook kort en punctueel zijn en  binnen de bedrijfsmuren blijven, zoals die van textielarbeidsters in Gent voor een eenmalige koopkrachtpremie, een actie waarvan het sluikblad De Stem der Vrouw in oktober 1942 verslag doet.

Tot dat laatste zijn werkgevers door de band niet direct bereid : ze kunnen zich overigens verschuilen achter de loonstop, die de hele bezetting door van kracht blijft. Hogere lonen zullen, gezien het arbeidsintensieve karakter van de zware nijverheid,  leiden tot hogere prijzen, die dan weer de concurrentiepositie van de Belgische economie op de wereldmarkt op lange termijn in het gedrang zullen  brengen, redeneren ze. Daarom moet een monetaire loonstijging zo mogelijk worden afgewend. Vanaf 1943 worden als reactie op stakingen en in een context van krapte op de arbeidsmarkt wel loonsverhogingen toegekend, verpakt als ‘leningen’ om de loonstop te omzeilen en om na de oorlog geen verworven rechten te doen ontstaan.

Het vermijden van een monetaire loonstijging verklaart overigens  waarom werkgevers er snel toe overgaan  extra-voedsel ter beschikking te stellen in de bedrijven : dit kon looneisen overbodig maken.

Naast loon-  en andere materiële eisen – stakingen kunnen draaien om ogenschijnlijk banale kwesties als bedeling van aardappelen –is ook  de verplichte tewerkstelling in Duitsland een reden om tot actie over te gaan. Niet alleen werklozen worden gesommeerd om in Duitsland te gaan werken : de Duitsers hebben  tevens nood aan geschoolde arbeidskrachten, vandaar dat ook wie al aan het werk is naar Duitsland kan worden gestuurd. In een aantal bedrijven wordt  gestaakt om die uitzending te vermijden of om compensaties van de werkgevers af te dwingen. Die acties zijn soms grootschalig : in februari 1943 sluiten 10.000 arbeiders zich aan bij een staking die begint bij ACEC-Charleroi tegen de uitzending van arbeiders naar Duitsland.

Deze contextfactoren verklaren waarom de staking de hele bezetting door, weliswaar met wisselende intensiteit, aanwezig blijft.  Stakingen doen zich vaak voor in de ‘sterke’ economische sectoren zoals de steenkoolmijnen en de metaalsector, wat mee verklaard wordt door de sterkere arbeidsmarktpositie van de arbeiders in die sectoren, die essentiële schakels zijn in de Duitse oorlogseconomie.

 

 

amsab_mtslk162_1942-10_01_007-00008.jpg
Instelling : Amsab
Oorspronkelijke legende : De Stem der Vrouw, okt 1942, p. 1

Bibliografie

José Gotovitch, Du Rouge au Tricolore : Les Communistes belges de 1939 à 1944 : Un aspect de l'histoire de la Résistance en Belgique, Bruxelles, 2018.

Rik Hemmerijckx, Van Verzet tot Koude Oorlog, 1940-1949 : machtsstrijd om het ABVV , Brussel / Gent, 2003.

Dirk Luyten, ‘Stakingen in België en Nederland, 1940-1941’ in Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis,  2005, 15, p. 149-176.

Fabrice Maerten, Du murmure au grondement : la résistance politique et idéologique dans la province de Hainaut pendant la Seconde Guerre mondiale (mai 1940-septembre 1944), Mons, 1999, 3 vol.

Peter Scholliers, ‘Strijd rond de koopkracht, 1939-1945’ in België, een maatschappij in crisis en oorlog, 1940 = Belgique, une société en crise, un pays en guerre, 1940, Brussel / Bruxelles, 1993, p. 245-276

Zie ook

soma_bg603_1941-05_01_001-00001.jpg Artikels Vrouwen tegen de honger en ... tegen de bezetter Kesteloot Chantal