België in oorlog / Artikels

Versterkte Stelling Luik

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Een remake van 14-18 ?

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vormde de “Versterkte Stelling Luik" ( « Position Fortifiée de Liège » of « P.F.L. ») klaarblijkelijk een van de sterkste defensieve stellingen van het land. Toch bestond ze al lang en formeel vertoonde haar rol - onder invloed van de terugkeer naar de neutraliteit - meer dan een overeenkomst met wat een generatie vroeger de bedoeling ervan was : vanaf de benedenloop van de Maas de mobilisatie van het Belgisch leger dekken en een invasie uit het oosten beletten (of althans maximaal hinderen).

Dat was zeer ambitieus en ongetwijfeld onrealistisch in de internationale geostrategische context van 1940. In elk geval hadden de opeenvolgende regeringen na lang aarzelen vanaf het einde van de jaren '20 tot het begin van de jaren '30 een redelijk grote financieringsinspanning kunnen leveren om de "PFL" te versterken in het kader van een algemeen project voor fortenbouw . De Hoge raad voor Landsverdediging ging hiermee akkoord. En in de winter 1939-1940 leken de resultaten de publieke opinie zeer te beïndrukken. 

9289-canal-albert-tranchAe-d-eben-emael.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Het Albertkanaal met de loopgraaf van Eben-Emael.

Een pantsergordel

40672-devAze.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Albert Devèze, minister van Landsverdediging, november 1934.

Overeenkomstig de wensen die liberaal Albert Devèze vanaf 1931-1932 formuleerde, leken de uitlopers van Maastricht en het plateau van Herve gedekt door een nieuwe meer oostelijk gelegen verdedigingslinie die een grote boog vormde, de « P.F.L. ». Die bestond vooral uit vier nieuwe forten met een betonnering/bepantsering die performant leek en in principe moest weerstaan aan projectielen van kaliber « 420 », zelfs « 520 » (met in gedachten de « Grosse Bertha » van 1914 en haar vernietigende inslagen)  : Eben-Emael, Aubin-Neufchâteau, Battice en Tancrémont (Pépinster). Het belangrijkste fort met het grootste garnizoen was ongetwijfeld Eben-Emael, een twintigtal kilometer ten noorden van Luik, dat met zijn 18 kanonnen (waarvan 2 van 120 mm en 4 « 75 »'s onder pantserkoepel) de bruggen over het recente Albertkanaal in de richting van Maastricht beheerste.

Omdat het echter wat ver van de "Vurige stede" lag, ressorteerde het in november 1939 niet meer onder het commando van de « P.F.L. » (d.w.z. het IIIe Legerkorps) maar wel van het Ie Legerkorps dat ten noorden van Luik de verdediging van Limburg verzekerde. Overigens waren er 179 kleine bunkers voorzien, in principe met automatische wapens, om de intervallen tussen de grote forten te verdedigen. Op korte afstand achter de « P.F.L. I » lag logischerwijze de « P.F.L. II » bestaande uit 6 forten van 1914 op de rechteroever van de Maas (Barchon, Evegnée, Fléron, Chaudfontaine, Embourg en Boncelles). Zij waren herbewapend en min of meer gemoderniseerd, maar hun ventilatie bleef een zwak punt. Om hun weerstand te ondersteunen, waren tussen deze forten 61 intervalbunkers gebouwd.

Ringen van vuur

Stroomafwaarts, dichter bij de stad bevonden zich nog een veertigtal kleine bunkers van de « P.F.L.III » die drie kleine bruggenhoofden vormden bij Visé, Argenteau en Jupille/Angleur. Als de aanvaller toch zou doorbreken, stootte hij uiteindelijk op de « P.F.L. IV » : de oude « Brialmont »-forten Flémalle en Pontisse. Beiden waren eveneens gemoderniseerd en ondersteund door 31 kleine bunkers op de linker Maasoever van Flémalle tot Lixhe en door 9 kleine bunkers aan het Albertkanaal tussen Coronmeuse en Lanaken. In theorie was de vuurkracht van de Versterkte Stelling Luik indrukwekkend: de 11 forten, zonder Eben-Emael, telden in totaal 69 vuurmonden onder koepel waarvan 38 kanonnen (echter maar 6 van 150mm en 4 van « 120 ») en 31 houwitsers van 75 mm. Goed verdedigd door de manschappen van het IIIe Legerkorps samen met de Frans-Britse legers had de stelling Luik een belangrijk obstakel kunnen vormen voor een eventuele Duitse aanvaller. Er is niets van in huis gekomen...

 

33939-cyclistes-fr-de-l-est.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Actualit
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Wielrijders-grenswachters naar de Oostelijke grens, maart 1936

En toch...

Bij het ochtendgloren van 10 mei 1940 lukte het een eenheid Duitse luchtlandingstroepen die onverwacht uit het duister opdook in luttele minuten de luchtafweermitrailleurs, de mitrailleurstellingen Noord en Zuid , de gepantserde observatieposten, de koepel « 75 » Noord en even later de koepel « 120 » op het glacis onbruikbaar te maken.

De gevechtscapaciteit van het garnizoen bleek ondermaats als gevolg van de nalatigheden van het bevel van het fort, van de onderbemanning van de defensieve infrastructuur en van een twijfelachtige discipline, en dat is nog zwak uitgedrukt. Reeds in de ochtend van 10 mei konden de nazi- luchtlandingstroepen hun bruggenhoofden Vroenhoven en Veldwezelt aan het Albertkanaal versterken. Met hulp van de Luftwaffe konden ze de Belgische troepen vastpinnen en zo voorkomen dat die tegenaanvallen zouden uitvoeren om hen uit te schakelen en om het fort (dat de volgende dag trouwens zou capituleren) te ontzetten. Op 11 mei 's ochtends verschenen de eerste tanks van de 4e Panzerdivision. Om 06.15u kwamen die in actie en drongen eenheden van onze 7e Infanteriedivisie vlug achteruit; deze was al niet in beste staat door de voortdurende aanvallen van de Luftwaffe. Rond de middag was ze in volle aftocht en de staf trok zich terug van Tongeren naar Waremme en later nog naar Hannut. Het IIIe Legerkorps dat op zijn noordflank dreigde overvleugeld te worden, blies in de late namiddag van 11 mei op zijn beurt de aftocht. Al terugtrekkend op de Mehaigne verloor het een groot deel van zijn mobiele artillerie ... en vooral liet het de forten van de « P.F.L. » zich alleen verdedigen als loutere "afstopforten" zoals in augustus 1914. De derde dag van de invasie marcheerden de eerste soldaten van de Wehrmacht hartje Luik de place Saint-Lambert op , terwijl ze naief toegejuicht werden door de bewoners die dachten ... dat het om Nederlandse soldaten ging!

Tot 29 mei 1940....

791-capitulation-du-fort-de-tancrAmont.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Capitulatie van het fort van Tancrémont.



De overklaste forten van Luik hesen de volgende dagen zoals Eben-Emael de witte vlag na een soms dappere, soms minder dappere verdediging. Flémalle en Boncelles vielen op 16 mei, de dag daarop, 17 mei, was het de beurt aan Embourg, Fléron en Chaudfontaine. Op 18 mei volgden Pontisse en Barchon, op 19 mei Evegnée. Het nieuwe fort van Aubin-Neufchâteau capituleerde op 21 mei, 24 uur voor Battice. Tancrémont/Pépinster sloot de lijst af op 29 mei, meer dan 24 uur na de capitulatie van het Belgisch veldleger. Het vormde een exploot, maar het was wel zo dat het fort zeer laat door de Duitsers werd aangevallen…

Alles bij elkaar betekende 1940 voor de Versterkte Stelling Luik een tragische « remake » van 1914. De lessen van de Groote Oorlog hadden tot niets gediend als gevolg van de demobilisering van de geesten en de zelfopgelegde dicscipline door de neutraliteitspolitiek en de "schemervrede" van 1939-1940.

Bibliografie

Geschiedenis van het Belgisch leger van 1830 tot heden, Brussel, C.H.D.K., 1988, dl. II .

E. COENEN et F. VERNIER, La position fortifiée de Liège. Les nouveaux forts (Aubin-Neufchâteau-Battice-Eben-Emael-Tancrémont), Erpe, De Krijger, 2001, T. IV.

E. COENEN et F. VERNIER, La position fortifiée de Liège. Les forts de la Meuse modernisés (Pontisse-Barchon-Evegnée-Fléron-Chaudfontaine-Embourg-Boncelles-Flémalle), Erpe, De Krijger, 2004, T.V.

Francis BALACE, Quelle armée pour la Belgique ? ,dans Jours de guerre n°2, Bruxelles, Crédit Communal de Belgique, 1990, pp. 43-62.

Meer weten?

33878-manoeuvres-cyclistes.jpg Artikels Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan? Sterkendries Jean-Michel