Wie?
De dossiers met het oog op het verkrijgen van het statuut van Inlichtings- en Actieagent worden meteen na de bevrijding aangemaakt door de leiding van deze netwerken. Voor de dossiers eventueel worden voorgelegd aan de Staatsveiligheid en aan de Algemene Dienst der Inlichtings- en Actieagenten (ADIA) wordt een rigoureuze controle uitgevoerd op de diverse echelons van de hiërarchie van de netwerken zelf.
Het archief van afdeling OK90 (Luik) van het netwerk Zéro vormt een geval apart. Het objectief van Remi Duchamps, de verantwoordelijke van deze groep, lijkt zowel gericht te zijn op het heden (het doorgaan met inlichtingsopdrachten na september 1944) als op het verleden (de vereffening van de agenten van de afdeling).
Wat?
Er zijn klassementen gevonden van een tiental netwerken, met fiches, lijsten of individuele dossiers. Deze documenten zijn om drie redenen belangrijk:
- Ze bevatten unieke informatie die niet altijd in de officiële dossiers terug te vinden is, vooral over niet-erkende personen.
- Ze vergemakkelijken het onderzoek naar specifieke netwerken.
- Ze helpen bij regionale zoekopdrachten, aangezien veel documenten geografisch geordend zijn.
De klassementen die het meest informatie bevatten, hebben betrekking op drie inlichtingsnetten: de dienst Mill, de afdelingen Portemine (met inbegrip van de ontsnappingsketen Eva, die afhing van de lijn Comète) en OK90 van de dienst Zéro, en het netwerk Tégal.
Mill
Het archief is afkomstig van Hervé Close, een agent van dit netwerk. Het bevat twee kaartregisters met fiches van honderden agenten, met persoonlijke gegevens, data van activiteit, taakomschrijving, en informatie over eventuele repressie. Daarnaast zijn er honderden erkenningsformulieren en voordrachten voor onderscheidingen.
Portemine en Eva
René Roovers verzamelde dit archief met honderden individuele dossiers en documenten over de ontsnappingsketen Eva, die afhing van de lijn Comète. Het archiefbestand bevat ruim 150 steekkaarten en korte biografische beschrijvingen. Een bijkomend archief van Alphonse Escrinier, medeoprichter van Eva, bevat 183 fiches en gegevens over helpers van krijgsgevangenen.
O.K.90 (Zéro)
Het omvangrijke archief, samengesteld door Remi Duchamps, bevat 800 dossiers van Zéro-agenten en 250 andere van leden van de Service D (een groep die zich specialiseerde in de strijd tegen verklikkingen) die Zéro hebben geholpen. Ongeveer tweederde van de dossiers bevat uitgebreide informatie, waaronder een gedetailleerde vragenlijst van zes pagina’s. Het archief bevat ook diverse lijsten (b.v. van gevangen, overleden of invalide agenten).
Tégal
Dit netwerk, actief vanaf 1940, werd verzwakt na de arrestatie van leider Pierre Hauman in 1943. Zijn archief bevat documenten uit de bezettingsperiode en de naoorlogse erkenningsfase. Het materiaal is geordend per netwerkafdeling en omvat lijsten, fiches en een kaartregister met onder andere repressiegegevens.
Bayard
Operationeel vanaf augustus 1942. Dankzij de familie Jooris zijn vier kaartregisters met gegevens over meer dan 3000 agenten bewaard gebleven. Elke steekkaart vermeldt identificatiegegevens, functie en laatste activiteit.
Clarence
Een klein archief met 43 handgeschreven biografieën van overleden agenten en circa 25 beschrijvingen van andere belangrijke leden.
Luc-Marc
Met 12 s.m. het meest uitgebreide archief. Twee documentreeksen springen eruit:
- Een lijst van 5899 agenten met naam, graad en adres.
- Duizenden persoonlijke fiches in zes bakken, geordend per afdeling. De fiches bevatten o.a. begin- en einddatum van de activiteit, woonplaats, beroep en taken binnen het netwerk.
Een aanvullend archief is dat van Fernand Strubbe, vereffenaar van de afdeling VN/U (West-Vlaanderen) binnen Marc. Zijn archief bevat ledenlijsten, fiches en dossiers van minstens 200 personen die elders niet terug te vinden zijn.
Cone
Het kleine netwerk Cone werd geleid door Raoul Derivière. Zijn archief bevat ledenlijsten per provincie en een kaartregister in twee delen. Deel 1 bevat steekkaarten met identificatiegegevens, erkenningscategorie en repressiegegevens; deel 2 bevat diverse lijsten.
Othello
Dit propaganda- en actienetwerk was actief van november 1942 tot de bevrijding. Het archief werd samengesteld door Frantz Van Dorpe (1906-1990) en bevat tientallen rapporten, formulieren en minibiografieën. De documenten tonen het verzet in landbouwmilieus en geven inzicht in repressie en erkenning.
Samoyède
Opgericht in maart 1943, met als doel radiozendstations achter vijandelijke linies op te zetten. Jacques Veldekens verzamelde het archief dat meerdere lijsten bevat van zo'n 200 agenten, onderverdeeld in deelgroepen zoals parachutisten en repressieslachtoffers. Het archief bevat ook erkenningsformulieren en uitgebreide rapporten van kaderleden.
Cohors-Asturies
De Belgische afdeling van dit Franse netwerk viel onder het Bureau central de renseignements et d'action (BCRA) van generaal de Gaulle. De documenten, afkomstig van Raphaël Schotte, betreffen circa 50 agenten (vooral in Oost-Vlaanderen) en bevatten lijsten, fiches, rapporten en individuele dossiers, vaak over hulp aan Franse krijgsgevangenen.
Waar?
- Het CegeSoma beheert de archieven van de netwerken Bayard, Clarence, Marc, Mill, O.K.90 de Zéro, Othello, Portemine (en Eva), Samoyède en Tégal, evenals die van Alphonse Escrinier (Éva) en Fernand Strubbe (Marc). Ze zijn ter plaatse raadpleegbaar in het Algemeen Rijksarchief 2 – depot Joseph Cuvelier. De referenties zijn online terug te vinden via Agatha.
- De archieven van Raoul Derivière en Raphaël Schotte zijn privé‑archieven, in het bezit van respectievelijk Ivan Derivière en Marc Verschooris. De archieven Schotte beschikken over een bijzonder gedetailleerde inventaris (raadpleegbaar afhankelijk van de bereidheid/beschikbaarheid van de eigenaars).
- De databank Resistance in Belgium bundelt alle informatie over personen die een aanvraag tot erkenning als Inlichtings- en Actieagent hebben ingediend. De aanvragen zelf moeten ter plaatse worden geraadpleegd in het hierboven vermelde depot Cuvelier. Meer informatie onder het punt “Hoe?” over hoe men een zoekactie uitvoert per specifiek netwerk.
Hoe?
Hieronder volgen de referentienummers voor elk inlichtingennetwerk, samen met eventuele aanvullende informatie of opmerkingen.
- Mill/Close (AA 616): Inventaris en kaartregisters genummerd 31 en 32. Belangrijke bundels: 3-9 en 12.
- Portemine en Eva (AA 1089): Gedetailleerde inventarissen beschikbaar. Belangrijke bundels: 2-12 (Portemine), 7 en 13-27 (Eva), bundel 9 (Escrinier).
- Tégal (AA 1089, AA 1105): Formulieren in mappen 901-965; fiches in map 966.
- O.K.90 van Zéro (AA 1137): Inventaris bevat lijst van agenten. Lijsten zitten in bundel 2.
- Bayard (AA 2429).
- Marc (AA 1135): Zie bundel 94 voor alfabetische lijst en bijlage 13 voor kaartregisters.
- Fernand Strubbe (AA 1453): Interessante formulieren in bundels 36-39.
- Clarence (AA 1099): Biografieën in alfabetische volgorde gemakkelijk terug te vinden.
- Othello (AA 933): Interessante bundels: 23, 26, 27 en 29.
- Samoyède (AA 911 en AA 2386): Belangrijke bundels: 1, 3, 7, 8 en 15.





