7(2).jpg
Instelling : (© Joods Museum van België, nr. 6275)
Originele legende : Hebreeuwse schrijfmachine gebruikt door Peter/Pinkus Broder om de Jiddische editie van Unzer Kampf te typen (omslag van de de krant Unzer Kampf (kaki geanodiseerde metalen omslag en lederen handvat)
Zelf op onderzoek / Verzet / De bronnen

Zijn er tijdens de oorlog lijsten opgesteld met leden van verzetsorganisaties?

Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)

Om deze pagina te citeren

Wie?

Om de veiligheid te garanderen vermeden verzetsorganisaties vaak bewust documenten met echte namen van hun leden. Lijsten met echte identiteiten konden immers catastrofale gevolgen hebben bij ontdekking door de Duitse politie of verklikkers. Toch zijn enkele zeldzame documenten teruggevonden, vooral van de Kommunistische Partij van België (KPB) en het Joods Verdedigingscomité (JVC).

Vanaf 1941 is binnen de KPB een hiërarchisch partijkader werkzaam. Om leden te screenen, werden biografieën opgesteld onder pseudoniem. De nationale verantwoordelijke Lucienne Bouffioux en Brussels leider Léo Leplat verzamelden samen meer dan honderd van deze documenten.

Het JVC ontstond in 1942 om Joden te helpen onderduiken. De Afdeling voor Kinderen organiseerde onderduikplaatsen voor Joodse kinderen bij particulieren of instellingen. Ze hielden systematisch gecodeerde kaarten en schriften bij met gegevens over de kinderen en hun verblijfplaatsen. Deze informatie werd na de oorlog hergebruikt door de Aide aux Israélites victimes de la guerre (AIVG). Een ander notitieboek werd bijgehouden door Andrée Geulen, een van de spilfiguren van de organisatie. Een ander steekkaartsysteem werd opgesteld op initiatief van Ida Sterno. Een gedeelte van Sterno’s register (F-Z) is bewaard gebleven.

Wat?

Lucienne Bouffioux verzamelde 77 biografieën van communistische militanten; Léo Leplat ongeveer 50. Deze zijn waardevol, vooral voor gevallen waarin de betrokkenen de oorlog niet overleefden. Nadeel is dat ze enkel pseudoniemen vermelden.

Het JVC stelde honderden fiches op, meestal onder valse naam. Op de voorkant stond informatie over de instelling waar het kind verbleef, op de achterkant de betalingsgegevens voor onderhoud. Het archief bevat ook zeven schriftjes uit de bezettingstijd. Door deze samen te gebruiken kan men de echte identiteit, verblijfplaatsen en ouderlijke adressen reconstrueren. Het schriftje van Andrée Geulen bevatte de echte namen en adressen. Het register van Sterno bevat alfabetische informatie over onderduikgezinnen en notities over het lot van de kinderen, opgetekend in 1946.

Ook sluikbladen en de gecensureerde pers bevatten soms informatie over gearresteerde verzetsstrijders.

Waar?

Hoe?

Om de echte identiteit van verzetsleden die onder een pseudoniem werkten te achterhalen:

Er bestaat een index van pseudoniemen, opgesteld door Milou Rikir in haar Catalogue des dossiers C.C.P.:

    Rikir, Milou, Catalogue des dossiers C.C.P. Répertoire des dossiers personnels constitués par la Commission de contrôle politique du PCB pour les fédérations de Wallonie et les militants francophones de la fédération de Bruxelles. Brussel, 1999.

    Het boek Du rouge au tricolore van José Gotovitch vult de ontbrekende informatie aan:

      Gotovitch, José. 1992. Du Rouge au Tricolore. Les Communistes belges de 1939 à 1944. Brussel: 1992/2018.

      Om deze pagina te citeren
      Zijn er tijdens de oorlog lijsten opgesteld met leden van verzetsorganisaties?
      Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)
      https://www.belgiumwwii.be/nl/zelf-op-onderzoek/verzet/de-bronnen/zijn-er-tijdens-de-oorlog-lijsten-opgesteld-met-leden-van-verzetsorganisaties.html