België in oorlog / Persoonlijkheden

Nothomb Pierre

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

In de Franstalige letterkunde van België kan Pierre Nothomb (1887-1966) beschouwd worden als een uitstekende regionalistische schrijver, zelfs indien zijn roem ietwat overschaduwd werd door die van een afstammelinge van hem, Amélie Nothomb.  Hij was de bard van  de Ardennen en Luxemburg. Al lang vergeten daarentegen is ongetwijfeld zijn politieke carrière bij de Katholieke partij, later de Franstalige Christelijke Volkspartij PSC en zeker zijn  doorgedreven flirt met het Belgisch nationalisme … 

De verlokkingen van een ideaal, en de harde Belgische realiteit…

Pierre Nothomb was afkomstig uit de christelijke burgerij en hij was er zeer trots op de achterneef te zijn van een bekende grondwetspecialist uit 1830-1831. Hij studeerde rechten aan de Katholieke universiteit Leuven.  Aan de vooravond van 1914 werd hij  stagiair in de advocatenpraktijk van Henri Carton de Wiart, de leider van de eerder christen-democratische  « Jeune Droite » (Jong Rechts). Zoals voor vele anderen zou de Grote Oorlog zijn levensloop erg beïnvloeden. Hij diende kort in het leger maar werd dan onder de vleugels van twee grote christelijke voormannen, Carton de Wiart en Jules Renkin, een veelschrijvende publicist. Hij was de auteur van o.a. La Belgique martyre (1915), L’Histoire belge du Grand-Duché de Luxembourg (1915) of nog Les étapes du nationalisme belge (1918) met aan zijn zijde  Léon Hennebicq, Fernand Neuray en enkele anderen. Allemaal geschreven te Le Havre…

Met Kerstmis 1918 keerde hij terug naar het bevrijde Brussel. Met enkele vrienden lag hij aan de oorsprong van de oprichting van een groot « Comité de Politique Nationale » (Comité voor nationale politiek) dat de territoriale eisen van België bij een toekomstig vredesverdrag kracht moest bijzetten. Met steeds meer vlugschriften en affiches werd de « belgitude » van het Groothertogdom Luxemburg, Zeeuws-Vlaanderen, Nederlands Limburg en zelfs Pruisisch Rijnland gepropageerd . Die gebiedshonger viel niet goed bij velen in de  traditionele partijen (socialisten, Vlaamse katholieken). Het initiatief mislukte trouwens vlug , ook al omdat bepaalde verwachtingen haast niet ingelost werden door het verdrag van Versailles.

carte-du-cpn.jpg
Oorspronkelijke legende : Kaart van de "Comité de Politique nationale", s.d.

Fascisme op zijn Romijns of met een Belgisch sausje…

pp-couv-9-4-1926.jpg
Oorspronkelijke legende : Pourquoi Pas?, 9 april 1926

In de zomer van 1919, eens het verdrag van Versailles getekend, verloor het « Comité de Politique Nationale » aan belang.  Onze man gaf echter niet op en wilde nu de basis leggen voor een grote « nationalistische » beweging  « buiten en boven » de traditionele politieke families. Met andere woorden en alhoewel hij dat ontkende: uiterst rechts. Maar herhaalde pogingen bij de wetgevende verkiezingen van 1919 (« Parti de la Renaisssance Nationale », Partij voor nationale heropstanding ),  1921 (« Action Nationale », Nationale actie ) en  1925 (« Parti National Populaire », Nationale volkspartij) liepen op niets uit , ondanks de agitatie van zijn medestanders (vooral Franstaligen en eerder “middenstand”-milieus) en de propaganda van zijn kranten (aanvankelijk Le Politique, later L’Action nationale). De “regering van de linkerzijde” – socialisten en christen-democraten – gaf hem echter in  1925-1926 de gelegenheid moord en brand te schreeuwen wat de traditionele vaderlandslievende kringen en de onafhankelijke middenstand van hem vervreemde.  Toch slaagde hij er  op enkele maanden in te Luik en te Brussel duizenden gemotiveerde leden te vinden voor zijn « Jeunesses Nationales ». Er volgde heel wat  straatagitatie tegen de regering ; was het misschien het begin van een Belgisch fascisme?  Maar de zaak bloedde dood na de val van de regering Poullet-Vandervelde.

Aan de vooravond van de jaren  ’30 kwam hij dan terecht bij de aloude “Federatie van Katholieke Kringen en Conservatieve Verenigingen”. Alhoewel hij zeer rechts was, weerstond hij in 1935-1936 toch aan de rexistische verleiding wat hem bij de wetgevende verkiezingen  van mei 1936 een verkiesbare plaats opleverde op de senaatslijst van de Belgische katholieke unie in de provincie Luxemburg . Terwijl zijn partij onderuit ging, werd hijzelf verkozen en hij zou de partij ook trouw blijven. 

Wat hij nog had willen doen … en literaire troost

Pierre Nothomb bleef in contact met enkele “gematigden” bij Rex maar hij had ook banden met de fascistisch geworden Joris van Severen. Na 1934 pleitte die voor een groot België naar analogie met  de Verenigde Provinciën van de  XVIe eeuw. Nothomb bleef Van Severen ook verdedigen toen die op 10 mei 1940 als “ verdachte” werd aangehouden. Tijdens de “schemeroorlog” had  Nothomb met andere christelijke en conservatieve notabelen een ultra-neutralistische “Liga voor nationale Onafhankelijkheid” opgericht om de diplomatieke stellingnames van Leopold III en de regering te steunen.  Dat belette niet dat onze overtuigde monarchist samen met tientallen andere parlementariërs op 31 mei 1940  te Limoges vergaderde en er de onvoorwaardelijke capitulatie van ons leger streng veroordeelde, alhoewel zijn geliefde koning achter die beslissing stond. Maar na de ineenstorting van Frankrijk en de Frans-Duitse wapenstilstand ging hij wel plat op de buik om de vorst zijn verontschuldigingen aan te bieden: hij wilde de toekomst niet hypothekeren en naar België terugkeren. 

Tijdens de rest van de bezetting bleef hij stil en voorzichtig maar hij nam in 1943-1944 wel deel aan de discrete gesprekken die zouden leiden tot de oprichting van de Christelijke volkspartij. Hij zou er achter de schermen een van de eminente leden van worden en stelde zich tevreden met een senaatszetel zonder ooit een ministerportefeuille op te eisen. Tijdens de Koningskwestie stak hij al zijn energie in de verdediging van de Troon, de behartiging van de “materiële en morele” belangen van Luxemburg en het schrijven van boeken die nu eens de charmes van de geboortegrond bezongen, dan weer de grote momenten van het België van 1830 maar ook het verleden van een bepaalde Lotharingische identiteit tussen Frankrijk en Duitsland in. 

Bibliografie

Balace Francis, Pierre Nothomb et le nationalisme belge de 1924 à 1930, dans  Cahiers de l’Académie luxembourgeoise, n°8, Arlon, 1980.

Bertin Charles, Pierre Nothomb (1887-1966), dans Galerie des portraits. Recueil des notices publiées de 1928 à 1972 sur les membres de l’Académie, Bruxelles, Palais des Académies, 1972, pp.327-352.

Colignon Alain,Pierre Nothomb, un d’ Annunzio belge ?, dans La croix et la bannière. Les catholiques en Luxembourg de Rerum Novarum à Vatican II, Bastogne, Musée en Piconrue, 2005, pp.129-132. 

Journal  de Pierre Nothomb (déposé aux Archives de l’U.C.L.).

Zie ook https://www.cegesoma.be/nl/arc...

Pour citer cette page
Nothomb Pierre
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/persoonlijkheden/nothomb-pierre.html