28247
Instelling : CegeSoma/Rijksarchief
Originele legende : St. Léonardgevangenis (ingang). [Studio R. Grandjean - Luik] (Fonds Lejeune / Map 184)
Zelf op onderzoek / Verzet / De bronnen

Welke Duitse diensten maakten jacht op het verzet?

Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)

Om deze pagina te citeren

Wie?

Tijdens de Duitse bezetting bouwde de bezetter een uitgebreid repressief apparaat uit om elk verzet in de kiem te smoren. Aanvankelijk lag de macht bij een militair bestuur (vanaf mei 1940), dat in juli 1944 werd overgenomen door een burgerlijk bestuur. Beide steunden voor de repressie van het verzet op verschillende Duitse politie- en inlichtingendiensten.

  1. De Geheime Feldpolizei (GFP), onderdeel van de Wehrmacht, hield zich bezig met het opsporen van verzetsleden, het uitvoeren van onderzoeken en arrestaties. In het begin werden alle vormen van verzet aangepakt, maar al snel richtte de GFP zich vooral op niet-communistische verzetsgroepen die actief waren in gewapend verzet en spionage.
  2. De Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst (Sipo-SD) was verantwoordelijk voor de vervolging van communisten, Joden en vrijmetselaars. Deze civiele politie viel rechtstreeks onder het Reichssicherheitshauptamt in Berlijn. Vanaf februari 1941 kreeg de Sipo-SD meer autonomie en mocht ze zelfstandig arrestaties uitvoeren. In theorie moest ze tot april 1944 verantwoording afleggen aan het militaire bestuur, maar in de praktijk handelde ze vaak zelfstandig. Hierdoor vielen haar gevangenen volledig buiten elke vorm van juridische controle.
  3. De Abwehr, is een militaire inlichtingendienst die afhangt van de chef-staf van het leger. In bezet België is de dienst belast met de infiltratie en de ontmanteling van verzetsnetwerken.

Personen die werden gearresteerd op verdenking van anti-Duitse activiteiten kwamen in het Duitse gerechtelijk systeem terecht. Tot eind 1941 werden zij berecht door militaire rechtbanken in België. Na december 1941 werd het Nacht und Nebel-decreet van kracht. Dit hield in dat personen die niet ter dood veroordeeld zouden worden, gedeporteerd werden naar Duitsland voor berechting. Tegelijkertijd nam het aantal represailles toe. Vanaf 1942 werden gijzelaars geëxecuteerd als vergelding voor verzetsdaden. Vaak werden zij gekozen uit mensen waarvan men aannam dat ze geweld tegen de bezetter hadden gepleegd.

Wat?

Hoewel het grootste deel van de archieven van het Duitse repressieapparaat verloren is gegaan, zijn er toch enkele belangrijke documenten bewaard gebleven. Deze stukken geven een uniek perspectief: dat van de bezetter. Ze vormen een waardevolle bron voor onderzoek, al moet men rekening houden met hun beperkingen – ze zijn vaak gebaseerd op bekentenissen of verklaringen van verzetsleden die mogelijk onvolledig of misleidend zijn.

Belangrijke documenten uit het militaire en burgerlijke bestuur zijn bijvoorbeeld lijsten van kandidaat-gijzelaars. Deze lijsten bevatten informatie over verzetsdaden en de reden van selectie als gijzelaar. Ook openbare berichten over executies bieden inzicht in de beschuldigingen, vonnissen en soms biografische gegevens van de gefusilleerde.

De meeste onderzoeksdossiers van de Duitse politie- en inlichtingendiensten zijn verdwenen, maar er zijn wel samenvattende rapporten van de GFP voor de periode oktober 1940 tot maart 1943, en opnieuw van april tot juli 1944. Deze rapporten bevatten vaak namen, activiteiten en groepsverbanden van aangehouden verzetsleden. De rapporten uit de tweede periode zijn minder uitgebreid.

Van de Sipo-SD zijn er ook enkele registers bewaard gebleven, waaronder het arrestatieregister van Brussel (1940-1942) en het ‘Register Seedorf’ (december 1943 - augustus 1944). Deze documenten vermelden wie werd opgesloten en waarom.

De rijkste bron aan informatie bevindt zich in de archieven van de Duitse gerechtelijke en gevangenisinstellingen. Twee cruciale lijsten zijn de Allgemeine Liste (AL) en de Bestätigungsliste (BAL). De AL omvat zeven registers met informatie over lopende processen, waaronder de namen van verdachten, tenlasteleggingen, rechtbanken en vonnissen. De BAL registreert alle vonnissen van meer dan vijf jaar celstraf die bekrachtigd moesten worden door generaal von Falkenhausen, de militair gouverneur van België en Noord-Frankijk.

Daarnaast zijn er tienduizenden Personalakten (opsluitingsdossiers) van Belgische gevangenen. In België alleen al gaat het om:

  • 1500 dossiers uit de gevangenis van Sint-Gillis
  • 2336 uit het fort van Hoei
  • circa 8000 uit Merksplas (Duitse afdeling)
  • enkele honderden uit Verviers

En daarnaast zijn er bijna 9400 uit Duitse gevangenissen zoals die van Siegburg, Rheinbach, Wittlich, Diez. Wellicht zijn er nog dossiers van Belgische gedetineerden te vinden in Duitse archieven.

De Personalakten bevatten identificatiefiches, medische gegevens, gedragsrapporten, brieven tussen gevangenen en hun familie, aanhoudingsmandaten, en vaak ook het originele vonnis.

Sommige vonnissen zijn ook los teruggevonden, buiten de Personalakten om. Ze zijn bijzonder nuttig voor historisch onderzoek, aangezien ze vaak gedetailleerde beschrijvingen van de verzetsdaden bevatten.

Het archief van Otto Gramann, hoofdlegeraalmoezenier voor België en Noord-Frankrijk, biedt een uniek perspectief. Gramann bezocht honderden terdoodveroordeelden en gijzelaars en schreef over elk bezoek een rapport. Deze documenten geven inzicht in de laatste momenten, overtuigingen en karakter van verzetslieden. Zijn archief (0,3 strekkende meter) is vooral relevant voor de periode 1942-1943.

Waar?

In België

  • De Dienst Archief Oorlogsslachtoffers (DAOS) bewaart verschillende essentiële documenten: de lijsten van gijzelaars, het Register Seedorf, de AL- en BAL‑lijsten, de Personalakten van de gevangenissen van Sint-Gillis en Hoei, evenals het merendeel van de in Duitsland opgestelde Personalakten, plus een aantal vonnissen (ter plaatse raadpleegbaar; op afspraak).
  • Het Rijksarchief Beveren bewaart Duitse afdelingen van de gevangenissen van Antwerpen en Merksplas.
  • Het Rijksarchief Luik bewaart Duitse afdelingen van de gevangenissen van Luik en Verviers.
  • Het CegeSoma bewaart kopieën van het grootste deel van de archieven van de politiediensten (bewaard in het Algemeen Rijksarchief 2 – depot Joseph Cuvelier) en ook een aantal vonnissen die werden uitgesproken in België en in Duitsland.
  • Het Breendonk Memorial/WHI bewaart het archief van Otto Gramann.
  • De website The Belgian War Press bevat artikels over de executie van verzetsleden die in de sluikpers verschenen (online raadpleegbaar).
  • Het Stadsarchief van Brussel bewaart kopieën van berichten van de rechtbank van de Oberfeldkommandantur te Brussel in verband met verzetsleden die werden gefusilleerd tussen januari 1942 en juli 1944.
  • Het Rijksarchief bewaart Duitse documenten (lijsten van verzetsleden, akten van beschuldiging en vonnissen, bepaalde documenten van het politieonderzoek) die soms als bewijsmateriaal in proceszaken die na de oorlog werden gevoerd tegen leden van de Sipo-SD. Deze archieven worden bewaard in de verschillende afdelingen van het Rijksarchief. Meer informatie over de exacte bewaarplaats van de archieven van het militair gerecht vind je hier.

In Duitsland

Het Bundesarchiv Berlin bewaart dan weer een ‘Mordregister’ met fiches over 396 Belgen die in Duitsland werden geëxecuteerd, met verwijzing naar de vonnissen van het Volksgerichtshof Berlin, die ook in het bezit zijn van dit Bundesarchiv.

Hoe?

Voor de Dienst Archief Oorlogsslachtoffers (DAOS) werden Duitse documenten over een bepaald persoon meestal gekopieerd en/of vertaald en toegevoegd aan het dossier van de Dienst Documentatie en Opzoekingen (DDO). Als dat niet gebeurde, dan verwijst het DDO-dossier expliciet naar de originele documenten. De opsluitingsdossiers van Sint-Gillis, Hoei en de Duitse gevangenissen zijn toegankelijk via papieren steekkaarten en digitale bestanden die beschikbaar zijn voor het personeel van de DAOS.

De opsluitingsdossiers van de Duitse afdelingen van andere Belgische gevangenissen hebben allemaal een inventaris die kan worden geraadpleegd via de online zoekomgeving van het Rijksarchief ‘Agatha’.

Sommige inventarissen van de Duitse archieven die het CegeSoma bewaart, zijn consulteerbaar via de zoekmodule ‘Agatha’ van het Rijksarchief. De rapporten van de GFP terug te vinden in de microfilmreeks German Records Microfilmed in Alexandië (GRMA-reeks), T 501, Roll 108. Een overzicht van de inhoud van de microfilm is in papieren versie raadpleegbaar in de leeszaal van het CegeSoma. Een uitgebreide samenvatting werd gepubliceerd door Jean-Léon Charles en Philippe Dasnoy (Rapporten van de Geheime Feldpolizei 1940-1944; België en Noord-Frankrijk tijdens de bezetting, 1974). Het CegeSoma bezit ook vonnissen van Duitse rechtbanken in Brussel (OFK 572), Luik (OFK 589) en vooral in Duitsland. Met zoektermen als ‘vonnis’, ‘Reichskriegsgericht’ of ‘Volksgerichtshof’ vind je deze terug in de zoekcatalogus ‘Agatha’ van het Rijksarchief (archieven AA 1453 en microfilm 136). Deze kopieën zijn afkomstig uit het Bundesarchiv Berlijn. Voor andere Duitse archieven (zoals Wolfenbüttel, Hameln of Essen) moet rechtstreeks contact worden opgenomen met de betrokken instelling.

Het Stadsarchief van Brussel heeft een inventaris online beschikbaar van berichten over gefusilleerde verzetslieden. Raadpleging vereist toestemming van de burgemeester.

Op de website van The Belgian War Press kan men snel zoeken naar artikels over executies in de clandestiene pers. Vanwege auteursrechten is deze toegang beperkt tot de leeszaal van CegeSoma.

De procedure om toegang te krijgen tot archieven van het militair gerecht met de gerechtsdossiers over leden van de Sipo-SD en het Duitse bestuur kan je hier vinden.

Het archief Gramann is enkel raadpleegbaar mits gemotiveerde aanvraag bij het Breendonk Memorial/WHI.

Om deze pagina te citeren
Welke Duitse diensten maakten jacht op het verzet?
Auteurs : Maerten Fabrice (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief) - Willems Bart (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)
https://www.belgiumwwii.be/nl/zelf-op-onderzoek/verzet/de-bronnen/welke-duitse-diensten-maakten-jacht-op-het-verzet.html