België in oorlog / Artikels

Economische collaboratie

Thema - Collaboratie

Auteur : Luyten Dirk (Instelling : CegeSoma)

Vele ondernemers doen op een of andere manier zaken met de Duitsers. Ze werken direct of indirect voor het bezettingsleger, voor de Duitse burgerbevolking of voor Duitse bedrijven. Volgens artikel 115 van het strafwetboek gaat het in de meeste gevallen om strafbare economische collaboratie. In de praktijk is er echter sprake van gradaties in intensiteit van collaboratie, waarbij de aard van de productie, de behandeling van de arbeiders en de mate van winstbejag een rol spelen. 

Motieven

De meest voor de hand liggende motieven om voor Duitsland te produceren zijn economisch : het bedrijf doen overleven, vermijden een concurrentienadeel op te lopen of een voordeel te boeken. Of nog de opportuniteit om hoge winst te maken en zo het bedrijf te laten groeien. België is bovendien van zijn normale exportmarkten afgesneden, export kan dus alleen naar Duitsland of door Duitsland gedomineerde gebieden.

Ondernemers die om louter politieke of ideologische redenen voor Duitsland werken zijn dan ook een minderheid. 

3001
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : [Frei gegeben durch zensur]
Webcaptie : Industrieel bekken van Charleroi tijdens de bezetting. De zware industrie blijft produceren, maar moet de grenzen in acht nemen die de doctrine van Galopin oplegt, meer bepaald het verbod om goederen van militaire aard te produceren.

Beleid

31595
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
Webcaptie : Portret van Alexandre Galopin. Hij was gouverneur van de Generale Maatschappij van België, en stond aan de oorsprong van de Galopin leer, die de gedragslijnen uitzet waaraan de ondernemers tijdens de bezetting moeten voldoen. Hij werd in 1944 vermoord door een commando van De Vlag.

De Galopin doctrine bepaalt het beleid en dus ook de restricties voor de productie voor Duitsland. Deze principes worden vooral toegepast in de zware nijverheid, veel minder in sectoren zoals bijvoorbeeld de textiel. Essentieel in de Galopin doctrine is de creatie van solidariteit, zowel tussen industriëlen als met de werknemers. Gezamenlijk beslissen binnen de sectoriële federaties over ‘verdachte’ bestellingen zorgt ervoor dat alle ondernemers hetzelfde doen. 

Vervolging

Dit beleid verhoogt na de oorlog de drempel om te vervolgen wegens economische collaboratie. Men gebruikt bovendien het argument dat produceren in België de wegvoering van arbeiders naar Duitsland heeft verhinderd of verminderd. Ook verwijst men naar de steun aan weggevoerde arbeiders tijdens de bezetting, zoals het geven van extra voedsel of illegale loonsverhogingen. Zo bestaat na de oorlog bij de arbeiders begrip en zelfs steun voor de productie voor Duitsland, waar ze zelf als het ware ‘medeplichtig’ aan waren.

Hoewel de vervolging van de economische collaboratie een beleidsprioriteit is voor het militair gerecht, worden in de praktijk enkel de ondernemers gestraft die goederen met een militair karakter hebben geleverd, verder zijn gegaan dan hun sectorgenoten, kennelijk enkel uit winstbejag hebben gehandeld of hun productie hebben aangepast om aan de Duitse vraag te voldoen. Vaak gaat het om kleine of middelgrote bedrijven die van de bezettingscontext gebruik konden maken om snel te groeien.

Bibliografie

Luyten, Dirk. Burgers Boven Elke Verdenking? Vervolging van Economische Collaboratie in België Na de Tweede Wereldoorlog. Brussel: VUB press, 1996.

Nefors, Patrick. Industriële “Collaboratie” in België: De Galopindoctrine, de Emissiebank En de Belgische Industrie. Leuven: Van Halewyck, 2000.


Meer weten...

2984 Artikels Galopin doctrine Luyten Dirk
3002 Artikels Bedrijven Luyten Dirk