België in oorlog / Artikels

Ontwapening van het verzet: een prioriteit in bevrijd België

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Een oud wantrouwen

Al tijdens de bezetting werden de relaties tussen de regering Pierlot en de verzetsbewegingen gekenmerkt door een zeker wantrouwen. Voor de Belgische autoriteiten waren zowel de als erg rechts  (zoals het Geheime Leger) als de als erg links (zoals het Onafhankelijkheidsfront- OF) bestempelde bewegingen verdacht. Onmiddellijk na de bevrijding raken de meest “vooruitstrevende” verzetsgroepen (Onafhankelijkheidsfront, Gewapende Partizanen) het meer en meer oneens met de politieke en sociale keuzes van de regering. Behalve bij deze progressieve en procommunistische verzetskringen bestaat dit gevoel van frustratie ook bij een meer uitgesproken rechts deel van het verzet, behalve dan bij het Geheim Leger, de Witte Brigade en de Belgische Nationale beweging. De bevrijdingsgevechten waren zeer beperkt in de tijd geweest (ruim tien dagen op 90% van het grondgebied) en de “strijders in de schaduw” hadden de kans niet gehad tussen te komen op het terrein.  Hoewel ze op verschillende plaatsen een rol speelden bij de bevrijding, waren het de geallieerde troepen en de Brigade Piron  die het meest prestige genoten, terwijl de Wehrmacht zich snel terugtrok naar de Westwall.

32887(2).jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Terugkeer van de Belgische regering, Brussel 8 september 1944

Het verzet wordt geassocieerd met ongeregeldheden.

29206.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Bevrijding Brussel
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : De ontwapening van het verzet, een belangrijke inzet van de bevrijding.

Bovendien komen al snel leden van verzet in een minder positief  daglicht te staan, in de context van de volksrepressie tegen (al dan niet vermeende) collaborateurs tijdens de eerste bevrijdingsdagen.

Bepaalde verzetslui zijn er ook van overtuigd dat de gewenste maatschappelijk-politieke verandering er niet zal komen en dat de regering in plaats daarvan de oude orde in ere wil herstellen en vooral de aanwezigheid van het verzet in de openbare ruimte wil beperken. In haar streven de rechtstaat te herstellen, weet de regering Pierlot dat ze volledig gesteund wordt door de geallieerde autoriteiten (SHAEF) die elke communistische subversie zoals rond die tijd in Griekenland, wil voorkomen.

Met andere woorden: de verzetsstrijders worden niet meer gezien als de nieuwe kaders van de bevrijde natie, maar worden al snel beschouwd als bron van mogelijke onrust, met hun geïmproviseerde uniformen en hun neiging om hun wapens te allen tijde te tonen, vooral als ze worden ingeschakeld als ‘hulp-ordehandhavers’ van de gerechtelijke autoriteiten – burgemeesters op kop –wat op 24 augustus zonder bijbedoelingen was toegelaten door een ministeriële omzendbrief…

Zich overgeven terwijl de oorlog voortduurt?

Een reeks regeringsbepalingen zullen snel volgen om het verzet te omkaderen, te controleren en uiteindelijk te ontwapenen, zodra de gezuiverde en herbewapende Rijkswacht de middelen heeft om dit te doen. 

Al op 12 september probeert de regering met een besluitwet bij het "gewapend verzet" op een goed blaadje te komen, maar het tegelijk te neutraliseren. Acht belangrijke organisaties krijgen een vorm van officiële erkenning. De regeling voorziet ook in de betaling van een dagelijkse toelage van 40 frank aan elk van de als zodanig erkende leden (eind september 1944 waren er ongeveer 70.000 "gewapende   weerstanders", waaronder 25.000 leden van  het "OF" en 35.000  leden van het "Geheim Leger”). Generaal Yvan Gerard wordt ook aangewezen als de enige commandant van alle "Belgische binnenlandse troepen". Dit is slechts een eerste stap. Op 2 oktober bracht Dwight D. Eisenhower, opperbevelhebber van SHAEF, een eerbetoon aan de weerstanders voor hun eerdere acties. In aansluiting daarop kondigt hij evenwel aan dat hun strijd eindigt, dat ze de wapens moeten teruggeven aan de wettelijke autoriteiten, een boodschap die nog zal worden herhaald. Maar niet alle verzetsmensen gaven er gehoor aan, volgens hen, is de oorlog immers nog niet voorbij... Niettemin beveelt generaal  Pire, het hoofd van het Geheim Leger, zijn troepen om de geallieerde bevelen te gehoorzamen. Niet iedereen geeft er gevolg aan.

Op 31 oktober bepaalde de regering met Brits-Amerikaanse steun, dat een contingent van 40.000 man uit het verzet kan aansluiten bij het leger, de politie of de Rijkswacht, alvorens op 13 november een nieuwe besluitwet uit te vaardigen, waarin de totale ontwapening van de verzetsgroepen tegen ten laatste 20 november wordt bevolen.

Revolutie of niet?

Voor de Communistische Partij van België wordt het teveel. Haar ministers namen ontslag op 13 november, toen de onrust zich verspreidde in Brussel en in de Waalse industriebekkens via de door communisten geïnfiltreerde Syndicale Strijdcomités. In de hoofdstad wordt op 25 november in naam van het "Verzet" (in feite enkel de linkervleugel) een grote protestmanifestatie gehouden. Enkele duizenden mensen komen samen naar  de "neutrale zone" en roepen "Demany aan de macht". De ordestrijdkrachten zijn in grote getale aanwezig om de omgeving van de ministeries en het parlement te beschermen. De Britse militaire politie staat niet veel verder klaar. Er zijn hevige schermutselingen en de Rijkswacht maakt gebruik van haar wapens. De manifestanten worden teruggedrongen en verspreiden zich. Er zijn meer dan dertig gewonden bij de demonstranten en ongeveer vijftien bij de politie. Al is het ergste vermeden, toch blijft de situatie gespannen. De onrust lijkt zich te verplaatsen naar de provincie in het zuiden van het land. Geruchten begonnen te circuleren dat de Henegouwse mijnwerkers, omkaderd door de Communistische Partij, massaal in opstand zouden komen, naar het voorbeeld van de wilde stakingen van de late 19de eeuw en de arbeidersrellen van 1932. Op 28 november meldt de paniekerige lokale verantwoordelijke van het Hoog Commissariaat voor ’s Lands Veiligheid zijn oversten dat niet minder dan vijf gewapende konvooien van het "gewapend verzet" en het  "OF" op weg zijn naar de hoofdstad om er de ministeries en de telefooncentrales over te nemen. Hij schat het aantal herrieschoppers op ongeveer 6000. Al snel blijkt dat deze evaluatie overdreven is. De relschoppers (enkele tientallen ...) worden snel tegengehouden. De mobilisatie bleef ver onder de ambities van de initiatiefnemers van de beweging. Het is duidelijk dat de arbeidersklasse andere prioriteiten heeft.

81873-fi-25-11-1944.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Betoging van 25 november 1944

Bibliografie

Colignon Alain, "75 jaar geleden: het verzet ontwapend en politiek uitgeschakeld", https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2...

Martin Conway, Les chagrins de la Belgique : libération et reconstruction politique 1944-1947, Bruxelles : CRiSP, 2015. 

Gotovitch, José. Du Rouge au Tricolore : les Communistes Belges de 1939 à 1944 : un aspect de l’histoire de la Résistance en Belgique. Bruxelles: Labor, 1992.

Zie ook

27948 Artikels Verzet Maerten Fabrice
75012 Artikels Bevrijding Colignon Alain