België in oorlog / Artikels

Regentschap (Het), een vergeten interregnum ?

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Zoals alle politicologen weten, is het Regentschap “een periode waarin een persoon verkozen door de Verenigde Kamers tijdelijk de grondwettelijke bevoegdheden van de Koning uitoefent”.

België kende twee periodes van regentschap . Beiden vertoonden met meer dan een eeuw verschil  gelijklopende kenmerken. Inderdaad, het ging zowel in  1831 als in  1944 om een regering die door de omstandigheden verplicht was de uitvoerende macht volledig uit te oefenen en die op een bepaald moment van haar mandaat en met de instemming van de wetgevende vergaderingen een deel van die macht overdroeg aan een « Regent » als tijdelijke vervanging van een vorst tijdens diens regeerperiode.

De eerste keer ging het om de periode na de revolutie. De “Voorlopige regering” had de onafhankelijkheid van België uitgeroepen  (4 oktober 1830), het  “Nationaal congres” samengeroepen  (4 november 1830) en samen met het Congres een Grondwet uitgewerkt (7 februari 1831) maar ze moest de grondwetgevende vergadering ook adviseren bij de keuze van een persoon waarover iedereen het eens kon zijn . Op 24 februari  1831 werd  Erasme-Louis, baron Surlet de Chokier “Regent van het Koninkrijk België”, een functie die hij uitoefende tot  21 juli 1831 toen  Leopold I van Saksen-Coburg-Gotha koning der  Belgen werd.  

Het tweede Regentschap…

Tijdens de bevrijdingsperiode van september 1944 bleef de Belgische staat geen ander mogelijkheid dan opnieuw voor een Regentschap te kiezen. Door zijn overbrenging naar Duitsland met een deel van zijn familie op 7 juni 1944 verkeerde de regerende vorst Leopold III  “in de onmogelijkheid om te regeren”. Overigens was dat niet nieuw.  Tot dan toe en sedert de onvoorwaardelijke overgave van het Belgisch leger waarvan de vorst naar grondwettelijke traditie de bevelhebber was ( 28 mei 1940), had de regering van Hubert Pierlot de continuïteit van de Staat en de symbolische aanwezigheid van België aan de zijde van de Geallieerden verzekerd door de uitvoerende macht over te dragen aan “de regering in Raad vergaderd”. Het vormde een zekere interpretatie van het bekende artikel  82 van de Grondwet over de “onmogelijkheid tot regeren” van een soeverein die in handen van de vijand was gevallen. De regering had zich zo inderdaad het probleem bespaard  om in catastrofale omstandigheden een Regent te kiezen. Deze optie werd enkele dagen later op  31 mei door de Belgische parlementairen in Limoges bekrachtigd…

Van  de zomer 1940 tot de herfst 1944 oefende de regering Pierlot de integrale uitvoerende macht uit aangezien de koning officieel “krijgsgevangen” was. Ze keerde terug naar Brussel op  8 september 1944 waar ze de overbrenging van de Koning naar Duitsland en het vlugge herstel van de wettelijkheid moest bemeesteren ; de verkiezing van een Regent door  de Verenigde kamers in een bevrijd België werd dus een noodzaak.  Van de koninklijke familie verbleven in België enkel koningin Elisabeth, weduwe van Albert I, en de jongere broer van de Koning,  Karel-Theodor-Henri-Antoine-Meinrad van België  (1903-1983), graaf van Vlaanderen, de derde in rang voor de troonsopvolging na de jonge prinsen Boudewijn en Albert. Tijdens de bezetting had prins Karel zich eervol gedragen. Bovendien was hij erin geslaagd om op 18 juli 1944 discreet te “verdwijnen” en in de buurt van Spa (eerst in Préfayhai, later in Sart-lez-Spa comfortabel onder te duiken.  Sommigen noemden hem zelfs  “de Prins van het maquis”.  Hij bleek echter niet erg enthousiast om de rol van koning in partibus  te spelen in afwachting van de grondwettelijke terugkeer van zijn oudere broer op de troon.  Maar gezien de omstandigheden lieten de regering en Pierlot in de eerste plaats, hem weinig keuze. Bovendien zette de privé-secretaris van de graaf van Vlaanderen, baron Robert Goffinet, Karel aan om zijn plicht te doen en het overleven van de dynastie te verzekeren. En dan ging alles vlug. Na zijn discrete terugkomst in de hoofdstad op 11 september 1944 leek zijn kandidatuur voor het Regentschap vanzelfsprekend, niettegenstaande de twijfels van koningin Elisabeth (die geen enkel vertrouwen had in Karel en dat liet weten ook). Maar Hubert Pierlot en Frans Van Cauwelaert steunden hem. Zijn naam werd op 20 september als Regent voorgesteld aan de Verenigde kamers.  Maar op de  270 uitgebrachte stemmen waren er aanvankelijk “slechts” 169  voor de graaf van Vlaanderen.  De meerderheid werd berekend op het totaal aantal leden van beide kamers en niet op het aantal  aanwezigen. In feite waren er 185 ja-stemmen  nodig, maar trouw  aan  hun republikeinse tradities hadden de socialisten “blanco” gestemd. Sommigen hadden overigens de functie aan een andere persoonlijkheid willen toevertrouwen, waarbij sprake was van Louis De Brouckère . Er diende dus een tweede maal gestemd. En zo werd Karel “Prins-Regent van België” met 217 van de  264 uitgebrachte stemmen. Er waren nog  45 blanco stemmen (meestal leden van de “socialistische linkerzijde”) en twee onverzettelijken hadden gestemd voor de oude Louis De Brouckère, het socialistisch “geweten” en groot theoreticus van het marxisme.   

Op 21 september legde de nieuwe Prins-Regent (voor de gelegenheid in zijn uniform van kolonel van de Gidsen) in beide landstalen de eed af voor het Parlement. Hierdoor kwam ook een einde aan de integrale uitoefening van de uitvoerende macht  door de regering Pierlot. België leek dus opnieuw aan te knopen met een zekere grondwettelijke normaliteit, in afwachting van de definitieve terugkeer van de Koning die voor zeer binnenkort leek. Maar dat zou een vergissing blijken. Het Regentschap,  van korte duur volgens waarnemers, zou bijna zes jaar gaan duren. 

apr-dApart-de-la-famille-royale-6-6-1944.jpg
Instelling : AKP
Oorspronkelijke legende : Vertrek van de koninklijke familie, 6 juni 1944.
143118-parlement-bruxelles-1944.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Cauvin
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Het Belgisch Parlement, najaar 1944
163742-prestation-serment-charles.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : RTBF
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Eedaflegging van Prins Karel, 21 september 1944

Een heftig begin met vele onbekenden

32886-spaak-A-londres.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : P.H. Spaak te Londen in maart 1944.

De Prins-Regent trok een ploeg raadgevers aan. Baron Goffinet, hoofd van het Huis van de Prins en een zeer invloedrijke mentor, overleed te vroeg aan kanker in februari 1945. Hij werd vlug vervangen door de jonge en briljante André de Staercke (1913-2001), kabinetschef van de Premier en secretaris van de ministerraad sedert juni 1942. Naast hem ook baron Georges Holvoet, kabinetschef van de Regent, enBaudouin de Maere d’Artrijcke, hoofd van het Militair huis, met daarbij een aantal andere adviseurs  (kolonel Otto de Mentock, baron Jean van den Bosch, graaf Louis de Lichtervelde, enz…). Gedurende lange tijd ging het ook vrij goed met de Eerste ministers, of het nu Hubert Pierlot, Achille Van Acker, Paul-Henri Spaak of zelfs Camille Huysmans was, de socialistische burgemeester van Antwerpen die er prat op ging republikein te zijn gebleven … In het algemeen had Karel eerder een voorkeur voor de  “Londenaars”, misschien omdat deze de verdienste hadden zijn broer links te laten liggen. Hij voelde zich ook meer op zijn gemak met vrijzinnige politici , wat ongetwijfeld met zijn eigen filosofische keuzes te maken had. Naar het einde van het Regentschap toe zou er zand in het raderwerk komen met katholieke eerste ministers als Gaston Eyskens en Jean Duvieusart. Van polemiek tot polemiek werd de situatie steeds meer gespannen en raakte de publieke  opinie grondig verdeeld, dit tot spijt van de Regent die de zaak niet ten top wilde drijven om “de brol te kunnen redden “ zoals hij graag aan zijn intimi vertelde. Van in het begin had prins Karel zich weinig illusies gemaakt nadat Pierlot hem de inhoud van het “Politiek testament” van Leopold III had meegedeeld. Hij kende natuurlijk ook goed het karakter van zijn broer die het bijzonder moeilijk had met  begrippen als “compromis” en “vergiffenis”. Kortom, de Regent had er zich dus op toegelegd het advies van de achtereenvolgende regeringen te volgen.

Eén symptomatisch element van de houding van de Prins was wel dat hij in tegenstelling tot zijn voorganger, nooit van nabij het hof maakte aan de zeer invloedrijke kardinaal-aartsbisschop van Mechelen, Joseph Van Roey. In feite hoopte de Regent tijd te winnen tot prins Boudewijn de vereiste leeftijd zou bereiken om de Troon te bestijgen. Zonder het te beseffen heeft prins Karel met deze politiek bijgedragen tot de omvorming van de koninklijke functie naar een meer en meer symbolische en protocollaire instelling. Het zou een breuk met het verleden blijken en een soort voorafspiegeling van de toonzetting van de latere regeerperiodes. 

Gespannen betrekkingen met Leopold III

De eerste ontmoetingen met de bevrijde vorst bevestigden zijn  ergste vermoedens.  Op 9 mei 1945 vergezelde de Regent Eerste minister Van Acker en de Belgische delegatie die de banden met Leopold III  moest herstellen. Tijdens een lang gesprek met zijn broer kon hij vaststellen dat deze niet alleen slecht ingelicht was over wat er in België sedert juni 1944 gebeurd was  maar vooral dat hij “niets vergeten en niets geleerd” had en dat hij niet bereid was de “fouten” van Pierlot en de zijnen eind mei 1940 te vergeven. Latere gesprekken met Van Acker, Spaak en de zeer katholieke Charles du Bus de Warnaffe konden een en ander niet vlot trekken. Op 12 mei 1945 schreef  Leopold officieel aan zijn broer om hem te verzoeken zijn opdracht verder te zetten tot de toestand duidelijker werd. Verdere ontmoetingen met Van Acker in juni 1945 leverden ook niets op. Tegelijkertijd klonken de polemieken rond de “Koningskwestie” steeds luider. Op 13 juli liet Leopold weten dat hij geen troonsafstand zou doen maar dat hij niet naar het land zou terugkeren zolang  “normale verkiezingen” niet zouden bewezen hebben dat de bevolking duidelijk zijn terugkeer wenste … Het was in deze context dat de kamers de wet goedkeurden over het einde van de in mei 1940 vastgestelde “onmogelijkheid tot regeren” .

de-nieuwe-standaard-9-10-5-1945.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : De Nieuwe Standaard, 9-10 mei 1945

Een tijdelijke oplossing die lang duurde …

Beetje bij beetje begon de Prins Regent zijn nieuwe functie te appreciëren. Het Hofprotocol werd lichter. De Regent betrok een vleugel van het koninklijk Paleis. Bovendien ging hij rustig om met zijn bezoekers. De Angelsaksische geallieerden waren hem goed gestemd: voor de oorlog reeds had Karel (die een voorbereidende school van de Royal Navy had gevolgd) de reputatie een echt anglofiel te zijn en zijn aangeboren  diplomatieke vaardigheden bezorgden hem bij de Britse overheden  vlug een roep van flexibiliteit – in tegenstelling tot Leopold III. Er waren zelfs geruchten dat de Prins zou huwen met een Engelse prinses of zelfs met … de dochter van  Winston Churchill ! En daar leidden sommigen uit af dat het Foreign Office van de bescheiden Prins-Regent een Karel I, Koning der Belgen, wilde maken. Eigenlijk  was dit gerucht ontstaan in leopoldistische hoek, mede als gevolg van het feit dat Karel zijn gewone uniform van kolonel van de Gidsen  (hij behoorde sinds 1926 tot deze elite-ruiterijeenheid…)  omgewisseld had voor dat van luitenant-generaal dat gewoonlijk gedragen wordt door de Koning. Ondertussen waren er in de tweede helft van 1947 ter rechterzijde steeds meer stemmen opgegaan tegen het Regentschap.  De  PSC-CVP mobiliseerde steeds duidelijker om de terugkeer van de Koning te eisen.  

Einde van het Regentschap ; Leopold III kwam terug… maar ook niet

De wetgevende verkiezingen van  26 juni 1949 resulteerden in een absolute meerderheid voor de P.S.C.-C.V.P. in de Senaat (en slechts twee zetels tekort in de Kamer). Er werd nu een beslissende stap gezet. Gaston Eyskens en zijn katholiek-liberale ploeg beslisten dat er een “volksraadpleging” zou komen met als enige vraag: mag koning Leopold zijn grondwettelijke bevoegdheden opnieuw uitoefenen ? Het idee kwam uit de christelijke familie en was al gelanceerd op 5 juli 1945. Karel had er alles aan gedaan om de zaak uit te stellen omdat hij meende dat de bevolking nu zeker in twee vijandelijke blokken uiteen zou vallen: de Vlamingen, in meerderheid leopoldisten, tegen de Franstaligen, meestal gekant tegen de terugkeer van de koning.  Maar de vorming van de regering  Eyskens maakte de manoeuvreerruimte van de Regent er niet groter op, integendeel. Op 16 oktober 1949 kon hij niet anders dan het principe van een volksraadpleging aanvaarden. Enige troost: de toezegging van koning  Leopold III zich terug te trekken indien  hij minder dan 55% van de stemmen kreeg en niet, zoals hij het eerst nogal vaag geformuleerd  had, indien hij geen “comfortabele meerderheid” kreeg.  

Maar dit zo niet genoemde referendum zorgde niet voor pacificatie. Weliswaar kozen 57,68 % van de Belgische kiezers op  12 maart 1950 voor de terugkeer van de Koning,  maar met grote verschillen tussen Vlaanderen  (72 % ja),  Wallonië (58 % nee)  en Brussel  (52 % nee) : net wat de Prins-Regent en zijn raadgevers gevreesd hadden. Na weken ultiem overleg om een verzoening te bewerkstelligen, werd het Parlement op 29 april 1950 ontbonden en kwam het op 4 juni 1950 tot nieuwe verkiezingen. Met 47,68 % van de stemmen veroverde de P.S.C.-C.V.P. de absolute meerderheid van de zetels zowel in de Kamer als in de Senaat. De partij kon de twee Kamers nu het “einde van de onmogelijkheid tot regeren” van Leopold III laten goedkeuren. Karel liet de zaken nu hun gang gaan. Hij genoot een laatste maal van een grote door de socialistische en liberale linkerzijde in de straten van de hoofdstad georganiseerde ”Betoging ter ere van de  Prins-Regent” op 9 juli (en waar men evenveel of mèèr anti-leopoldistische kreten hoorde dan “Leve de Verzetsprins”). Zoals het hoorde, keurde hij de vorming goed van een homogeen katholieke regering o.l.v. de Waal Jean Duvieusart (6 juni 1950). Op 19 juli 1950 stemde de voltallige P.S.C.-C.V.P.-fractie en één liberaal het einde van de onmogelijkheid tot regeren van de vorst. Het betekende meteen het einde van het Regentschap. 

93237-consultation-populaire.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Pamfletten Koningskwestie

Van het toneel verdwenen

raversijde-mon-charles.jpg
Oorspronkelijke legende : Memoriaal Prins Karel, Raversijde

Bij koninklijk besluit kreeg Prins Karel een jaarlijkse dotatie van 4 miljoen BFr., het domein Argenteuil (143 ha) en een enorme klassieke villa uit het begin van de jaren ’30 waarvan hij haast geen gebruik maakte omdat hij ze te groot vond. Hij verbleef aanvankelijk liever in het huis van zijn vriend, de schilder Alfred Bastien, en later deels in een appartement aan de Louizalaan, deels in een villa te Raversijde waar hij bleef wonen.

Hij legde zich als « Karel van Vlaanderen » toe op het schilderen en eindigde bijna geruïneerd na verschillende malversaties van zijn financiële raadgevers . Hij had in september 1961 trouwens het slechte idee gehad te verzaken aan zijn jaarlijkse dotatie.  Hij was nu bijna vergeten, verzuurd en niet heel gezond. Hij overleed te Oostende op 1 juni 1983. Hij had zich nooit verzoend met zijn oudere broer die hem het Regentschap nooit vergaf omdat hij vond dat het onrechtmatig toegewezen was… 

 

Bibliografie

Charles, un inconnu dans la Maison royale, https://www.rtbf.be/auvio/deta...

Jean-Pierre Combaluzier, La Régence, choix du prince Charles. Rôle politique du Régent, Louvain-la-Neuve, U.C.L., 1985.

André de Staercke, "Tout cela a passé comme une ombre" : mémoires sur la Régence et la Question royale; édité par Jean Stengers et Ginette Kurgan-Van Hentenryk. - Bruxelles : Racine, 2003

Jules Gérard-Libois et José Gotovitch, Léopold III : de l’an 40 à l’effacement, Bruxelles, Pol-His, 1991.

José Gotovitch, Sous la Régence. Résistance et pouvoir, dans Courrier hebdomadaire du CRISP, n° 999 du 3 juin 1983, https://www.cairn.info/revue-c....

Gunnar Riebs, Karel, Graaf van Vlaanderen, Prins van België, Regent van het Koninkrijk, Leuven : Van Halewyck, 2003

Pierre Stéphany, Les dessous de la Régence 1944-1950, Bruxelles, Racine, 2003.

Paul Theunissen, 1950 : ontknoping van de koningskwestie, Antwerpen : Nederlandsche Boekhandel, 1984.

Pour citer cette page
Regentschap (Het), een vergeten interregnum ?
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/regentschap-het-een-vergeten-interregnum.html