België in oorlog / Artikels

Belgische regering van Londen (De)

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Gedurende haast vier jaar, van de herfst 1940 tot de bevrijding van het land in september 1944, werd het België in oorlog gesymboliseerd door de « regering van Londen ». Maar voor deze zich te Londen vestigde en als legitiem werd beschouwd in haar strijd tegen de bezetter kreeg ze heel wat bittere tegenslagen te verwerken. 

Een militaire en politieke ramp

De regering van “Nationale eenheid” die de geschiedenis inging als de regering « Pierlot III » of de « regering van 18 » (18 ministers, toen een nog nooit bereikt aantal) had in haar oorspronkelijke vorm veel te danken aan de politieke ondervinding van haar voorman. Pierlot leidde in februari-maart 1939 reeds een katholiek-socialistische  bipartite  (de « karnavalsregering ») en van april tot augustus van hetzelfde jaar een katholiek-liberale bipartite. Begin september 1939 leek het erop dat België direct bedreigd was. De tweepartijenregering werd een tripartite en kreeg op 5 september “bijzondere machten” van Parlement zodat ze “wanneer noodzakelijk en dringend” kon regeren met besluitwetten en zonder parlementaire discussie. Dat zou later erg nuttig blijken. De regering vormde niet echt een eenheid en worstelde met  verschillende gevoeligheden en  met meningsverschillen tussen de “neutralisten uit noodzaak” en de  « ultra-neutralisten ». Om werkbaarder te worden kreeg  « Pierlot III »  in januari 1940 een nieuwe samenstelling. Enkele grote namen verdwenen (Hendrik De Man, Albert Devèze,…), anderen bleven  (Spaak op Buitenlandse zaken, generaal Denis op Landsverdediging,  Gutt op Financiën, enz…). Deze ploeg (« Pierlot IV »…of « Pierlot III bis ») moest het doen toen de storm van  mei-juni ’40 opstak. En  ze deed het zo slecht dat de politieke en militaire instorting haast haar einde betekende. 


Al bij het begin van de invasie begrepen de belangrijkste ministers en Pierlot in de eerste plaats dat het er militair gezien niet rooskleurig voorstond, maar ze raakten nog meer gealarmeerd door het bijzonder grote pessimisme van koning Leopold over de krijgsoperaties en de politieke gevolgtrekkingen die hij daaraan verbond. Bedreigd door de snelle vijandelijke opmars verliet de regering Brussel op 17 mei voor Oostende . Conform de “wet op de overdracht van bevoegdheden in oorlogstijd” (10 mei 1940) kreeg een Comité van Secretarissen-generaal (de hoogste ambtenaren van de ministeries) de opdracht de administratie in bezet gebied waar te nemen. Oostende werd nu meer dan eens gebombardeerd en de meeste ministers  vertrokken naar Frankrijk (Sainte-Adresse en al vlug Poitiers). Na 19 mei bleven enkel  Pierlot, Spaak, Denis en Vanderpoorten in België om contact te houden met de vorst. Na elke samenkomst bleek deze zich evenwel steeds verder te verwijderen van de Frans-Britse geallieerden … en van zijn ministers die er bij hem op aandrongen naar Frankrijk te vertrekken. Op 25 mei vroeg in de ochtend kwam het te Wijnendale tot de definitieve breuk : Leopold III wilde nog steeds niet luisteren naar Pierlot en Spaak . Hij weigerde hen te volgen en de strijd voort te zetten omdat hij de geallieerde zaak verloren achtte. Hij wilde de gevechten beëindigen en in België blijven om te redden wat er te redden viel. Nu “scheidden zich de wegen” . De vier ministers vertrokken naar Parijs. 



Ze verbleven er in de Belgische ambassade toen de Franse premier Paul Reynaud hen op 27 mei  verwittigde dat het Belgisch leger op het punt stond de wapens neer te leggen. Ze gingen onmiddellijk tot actie over en poogden de gevolgen van de capitulatie met twee reacties te neutraliseren. Eerst en vooral  verklaarde Pierlot op 28 mei via de radio zeer duidelijk dat België volledig solidair bleef met Fransen en Britten en dat de regering afstand nam van een Leopold III onder controle van de vijand en die “gefaald had in zijn grondwettelijke taak” (evenwel zonder hem direct van verraad te beschuldigen of hem af te zetten). Vervolgens werd krachtens artikel 82 van de Grondwet (m.b.t. de onmogelijkheid tot regeren) de uitvoerende macht overgedragen aan de regering in Raad vergaderd. Wetten en besluiten werden dus voortaan enkel door de regering uitgevaardigd wat elke politieke draagwijdte ontnam aan  de capitulatie en op termijn toeliet de monarchie als instelling te vrijwaren. Deze bepalingen werden op 31 mei door de verenigde Kamers te Limoges bekrachtigd; een Regent werd niet aangeduid. De parlementairen waren wel niet in aantal …


Tot 16 juni was de regering vastbesloten de strijd verder te zetten met wat restte van de Belgische strijdkrachten in Frankrijk en zelfs naar Groot-Brittannië te vertrekken indien  de militaire situatie op het terrein dat noodzakelijk maakte. Die situatie werd echter steeds erger en het mooie besluit viel in het water toen de kersverse Franse eerste minister Philippe Pétain op 17 juni om een wapenstilstand verzocht… Het gevolg was dat de meeste ministers zich nu tegen een vertrek naar Londen uitspraken. Zo begon tegen de zin van de Franse autoriteiten in een zwerftocht doorheen het verslagen Frankrijk, van Poitiers naar Bordeaux, van Bordeaux naar Sauveterre de Guyenne, van Sauveterre de Guyenne naar Vichy. Drie gezagsdragers gingen niet mee met  het algemene  defaitisme, om verschillende redenen overigens. De jonge Marcel-Henri Jaspar, minister van Volksgezondheid en links liberaal, kwam te Londen aan op 18 juni. Albert de Vleeschauwer, Vlaams katholiek en minister van Koloniën, mocht naar Lissabon en even later naar Londen afreizen (hij arriveerde er op 4 juli) voorzien van de ronkende titel van Administrateur-generaal van Belgisch Congo en Rwanda-Urundi. Hij kreeg als opdracht de kolonie koste wat kost voor België veilig te stellen. Op 30 juli kreeg ook Camille Gutt, liberaal minister van Financiën (van joodse afkomst, maar protestant geworden) de toelating van de ministerraad om Londen te vervoegen om de Vleeschauwer bij te staan. Hij kwam er aan op 8 augustus. Pierlot et Spaak waren ondertussen ver gegaan door van 19 juni tot begin juli via verschillende kanalen te proberen contact op te nemen met koning Leopold, krijgsgevangen te Laken, en met de Duitse militaire overheden te Brussel om naar België te kunnen terugkeren – zonder resultaat. Maar nu begonnen ze er ook aan te denken naar Londen te vertrekken. Overigens hadden zowel de Britse regering als de  Belgische ambassadeur te Londen, Emile de Cartier de Marchienne daar al op aangedrongen. Wat meer was, ze begrepen dat als ze nog lang wachtten om de “juiste keuze” te maken, de Engelsen wellicht het “Belgisch Nationaal comité” van Marcel-Henri Jaspar, Camille Huysmans en Max Buset zouden erkennen. Maar de andere Belgische ministers te Vichy wilden niet luisteren naar Pierlot en Spaak. Na veel gepalaber … en aarzelingen besloten beide heren alleen te vertrekken na een laatste ministerraad te Vichy op 25 augustus . Op 27 augustus was dat een feit. Het bleek al moeilijk om in Spanje te raken maar toen werden de twee mannen nog wekenlang tegengehouden door de Franco-autoriteiten, eerst in het dorpje La Junquera, dan in Gerona en tenslotte in Barcelona. Dankzij de Belgische consul in Barcelona, Marc Jottard, slaagden ze erin aan hun (niet al te ijverige) bewakers te ontsnappen. Ze bereikten Lissabon en kwamen in Londen aan op 22 oktober. 

 

la-libre-belgique-9-1-1940-1.jpg
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : La Libre Belgique, 9 januari 1940, p.1.
32624-pierlot-bbc-25-2-1942.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : M. Hubert Pierlot, Belgian Minister and Minister of Justice, who broadcast a talk on the changes in the Belgian Government in Great Britain in the B.B.C. European Service on 25th February 1942.
163724-parlement-et-gouv-belge-limoges.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Limoges, Stadhuis, 31 mei 1940. Het Belgisch Parlement, van links naar rechts : JASPAR, Volksgezondheid - BALTHAZAR Arbeid en Sociale Voorzorg- GUTT Financiën- SOUDAN Openbaar Onderwijs - D'APPREMONT-LINDEN Landbouw - VAN DER POORTEN Bin. Zaken- PIERLOT, SPAAK Buit. Zaken, generaal DENIS.
41000-jaspar-oct-1936.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : [Actualit]
Oorspronkelijke legende : In reactie op de aanslagen van Léon Degrelle legde minister van Transport Marcel Henri Jaspar vanmiddag een verklaring af aan de pers., 27.X.1936
32006-gutt.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Film premier of "The flemish farm" at the Leicester sq. theatre. Mr. C. Gutt, Belgian Finance Minister.

Het tij keren…

32519-conseil-des-ministres.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Ministerraad, maart 1941

Vanaf dat moment werd de "Londense regering" een realiteit. Als zodanig  vergaderde  zij voor het  eerst op 31 oktober 1940. Maar ze bestond natuurlijk  slechts uit vier ministers (Pierlot, Spaak, Gutt en Devleeschauwer) alhoewel vanuit New York versterkt met een soort officieuze minister, Georges Theunis, oud-premier en sinds 1939 erg invloedrijk buitengewoon ambassadeur in de Verenigde staten,  zeer beslagen  in economische aangelegenheden. Acht ministers hadden het echter laten afweten en bleven in Frankrijk (Denis, Janson, Soudan en Balthazar in Nice; De Schrijver, uit Aspremont-Lynden, Matagne en Vanderpoorten in Pont-de-Claix/Isère), waarschijnlijk omdat ze  Engeland op dat moment als verliezer zagen.  Bovendien was de Britse overheid niet bijzonder enthousiast over  Pierlot en Spaak die lang geaarzeld hadden om partij te kiezen en die tegen het gezond verstand in de rampzalige "neutraliteitspolitiek" van de winter '39-'40 gesteund hadden. Tot slot besteedde men ook beter niet teveel aandacht aan de representativiteit van de regering. Het enige positieve punt was dat het "Belgisch Nationaal Comité" van Jaspar verdween, omdat het Britse kabinet het niet meer nodig had. Maar voor nu zou deze regering, zoals de premier vaststelde, "het tij moeten keren" en hard werken om het aanzien van de geallieerden te herwinnen. 

… En gezag herwinnen

Het was maar door dat harde werk en door politiek zeer goed op te letten dat de vier “Londense” ministers er uiteindelijk in slaagden zich op te werpen als  betrouwbare partners van de geallieerden. Dat had meer dan een jaar in beslag genomen.

Aanvankelijk zou deze vijfde, mini-versie van de regering Pierlot ongetwijfeld nog meer moeite gehad hebben om  opnieuw boven water te komen zonder haar Kongolese kolonie, inclusief bodemschatten. Want voor het overige waren de human resources waarover ze beschikte maar magertjes:  in Groot-Brittannië 23.000 Belgische onderdanen, met een grote meerderheid Vlamingen.  Onder hen amper 900 militairen… De overheidsdiensten begonnen slechts eind 1941 op iets te lijken dankzij  de effectieven van de Staatsveiligheid en daarna door de heroprichting van de verschillende ministeries vanaf  1942-1943. In 1941 telde men 750 ambtenaren, in 1943 waren het er 1736 …


De  weinige ministers moesten verschillende functies cumuleren. Premier Hubert Pierlot was bevoegd voor de administratie in het algemeen, voor het beheer van de dienstplicht  en vanaf maart 1941 voor de werkzaamheden van de Commissie voor Naoorlogsproblemen (C.E.P.A.G.). Alsof dat niet genoeg was, hield hij ook via Fernand Lepage toezicht op de Staatsveiligheid, wat hem toeliet opnieuw contact te leggen met bezet België. Tenslotte had hij op  de koop toe de verantwoordelijkheid voor het departement van Justitie èn vanaf 5 oktober 1942 voor dat van Landsverdediging dat Gutt enigszins boven het hoofd was gegroeid.


In 1940-1942 was Camille Gutt tegelijkertijd minister van Financiën, Economische zaken, Verkeer en Landsverdediging… alhoewel hij niet erg krijgshaftig was. Omdat hij slecht herstelde van twee  operaties bleef hij vanaf 1942 nog “enkel” minister van Financiën en van Economische zaken.


Paul-Henri Spaak leek aanvankelijk beter af. Hij bleef op Buitenlandse zaken maar kreeg er Buitenlandse handel en Nationale voorlichting bij. Bovendien werd hij verantwoordelijk voor het departement van Arbeid en Sociale voorzorg. Vanaf 1942 kwamen daar nog Verkeer, de Dienst der vluchtelingen en het beheer van de dienstplicht bij en begin 1944 Bevoorrading en Volksgezondheid. Eind 1942 werd Verkeer wel toevertrouwd aan de pas aangekomen Antoine Delfosse


Albert de Vleeschauwer behield het zeer werkintensieve ministerie van Koloniën en was korte tijd ook verantwoordelijk voor Justitie en Openbaar Onderwijs  tot zijn terugkeer naar België. 


Binnen de "groep van vier" lag de sfeer vrij goed. De katholieke Hubert Pierlot had uitstekende relaties met Gutt, weliswaar liberaal en vrijdenker, maar van dezelfde generatie. Ze waren beide juristen en oudstrijders van '14-'18, wat banden schiep. Ook de verstandhouding tussen de premier en Spaak was goed. Vreemd genoeg kon hetzelfde niet gezegd worden van de katholiek de Vleeschauwer, te flamingantisch voor de “belgitude” van  Pierlot ...


De taak was zwaar, maar met de tijd... en met het succes van de geallieerde legers kon de regering op vers bloed rekenen. Al in februari-maart 1941 kwam er enige beweging van de kant van de Belgische ministers die nog steeds in onbezet Frankrijk verbleven. Terwijl Janson erg terughoudend bleef om Londen te vervoegen, waren August De Schrijver (Economische Zaken) en Charles d'Aspremont-Lynden (Landbouw) eerder bereid om weg te trekken , en generaal Denis (Landsverdediging) leek gereed  om hen te volgen. De "Londense regering" maakte op dat moment echter geen haast om hen te verwelkomen, vanwege hun defaitistische houding in de zomer van '40...en hun goede betrekkingen met Vichy. Er werd dus niet ingegaan op hun avances. De aankomst in Londen in september 1942 van Antoine Delfosse, voormalig christendemocratisch minister van Verkeer, gaf dan weer geen problemen. Zijn inzet in bezet België resulteerde in een warme verwelkoming. Op 24 september 1942 werd hij verantwoordelijk voor de departementen  Justitie en Voorlichting, wat het werk voor Pierlot en Spaak lichter maakte.  De komst op ongeveer hetzelfde moment van de socialist August Balthazar (voormalig minister van Arbeid) en de Vlaamse katholiek August De Schrijver (voormalig minister van Economische Zaken) kreeg minder aandacht. Beiden gingen door een vrij lang "vagevuur" vooraleer ze resp. het departement van Openbare Werken en Verkeer  (29 april 1943) en dat van Binnenlandse Zaken (3 mei 1943) kregen. Het dienstenaanbod van d'Aspremont-lynden werd  uiteindelijk geweigerd, omdat gevreesd werd dat hij eventueel nog contacten had met fasciserend extreemrechts in België. Hij moest het doen met een diplomatieke post in Mexico...


Om volledig te zijn, moet er nog gewezen worden op de aanstelling van drie Staatssecretarissen in februari 1942 – Gustave Joassart (Hulp aan vluchtelingen, Arbeid en sociale hulp), Henri Rolin (Landsverdediging) en Julius Hoste Jr. (Openbaar onderwijs). Rolin, een beslagen jurist, socialist en “geweten” van de ULB bleek een ramp als verantwoordelijke voor ons klein legertje, en noopte Gutt ongewild tot ontslag. Zelf gaf hij er op 2 oktober de brui aan. Hubert Pierlot nam Landsverdediging over. Hij slaagde er met veel gezag in de zaak recht te trekken en benoemde majoor Jean-Baptiste Piron tot opperbevelhebber. Die werd daarna bevelhebber van de « First Belgian Brigade » genaamd “Bevrijding”. Eind 1943 was de crisis bezworen en kon een klein  Belgisch leger van een 4.000 man echt op de been gebracht worden.


Eind 1943 had de “regering van Londen” haar definitieve vorm gekregen. Alle opstandjes waren bedwongen , zowel die van burgerlijke (Huysmans, Jaspar, Van Zeeland, Gailly) als die van  militaire kant (Daufresne de la Chevalerie, Legrand, enz…). Voortaan werd ze dankzij het enorme werk dat ze verzet had door haar Engelse “patroon” als een betrouwenswaardige partner aanzien. In België zelf stond haar legitimiteit  vast en werd haar autoriteit nu door de publieke opinie erkend. Bovendien had de regering als voorzorg de parlementaire mandaten verlengd via een besluitwet van 18 maart 1943 (het jaar waarin parlementsverkiezingen hadden moeten plaatsvinden) zodat het land in de naderende overgangsperiode niet zonder nationale vertegenwoordiging zat en zodat de ministers meer dan ooit aan  de voorbereiding van de bevrijding  konden werken. 

146314-rAfugiAs-belges-londres.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Belgische vluchtelingen in Londen, s.d.
31276-de-vleeshauwer-londres-1942.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : M. Albert De Vleeschauwer, Belgian Minister for the Colonies and Minister for Public Education, who broadcast a talk on the changes in the Belgian Government in Great Britain in the B.B.C. European Service on 27th February, 1942.
31982-londres-21-7-1942.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Londen, nationale feestdag, 21 juli 1942.
32886-spaak-A-londres.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : P.H. Spaak te Londen in maart 1944.
1273-gouv-belge-londres-dec-1942.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : De Belgische regering, Londen, december 1942

Voorzien is regeren

Al in juli 1941 legden Fernand Lepage en de Staatsveiligheid contacten  met het bezette land; in mei 1942 kon de Veiligheid rekenen op zeven verschillende netwerken van bijna 2.200 agenten. De situatie verbeterde verder met de aanstelling in mei 1943 van William Ugeux als directeur-generaal  verantwoordelijk  voor de betrekkingen met de Inlichtingen- en Actiediensten. Bovendien stond men ook in verbinding met  verschillende verzetsbewegingen.

Op politiek vlak bleken de werkzaamheden van de Commissie voor de studie van Naoorlogsproblemen zeer nuttig. Op basis van haar verslagen kon Pierlot in februari 1943 plannen wat idealiter de terugkeer naar het openbare leven zou zijn. Het land eenmaal bevrijd , zou de regering plechtig haar ontslag indienen bij de Vorst en verslag uitbrengen bij de Verenigde kamers. Want voor de regering van Londen was het meer dan ooit de bedoeling om in te spelen op de nationale eenheid. De spons werd geveegd  over wat er in mei '40... en daarna was gebeurd (de autoritaire neigingen van de koning, de ontmoeting in Berchtesgaden met de Führer, het morganatische huwelijk met Lilian Baels,...), want het bevrijde België moest er een zijn met een  volledig herstelde grondwettelijke monarchie, nog democratischer (stemrecht voor vrouwen bij de wetgevende verkiezingen) en met de sociale zekerheid als kers op de taart! Wat de verraders betreft, die zouden  worden gestraft.

Om het herstel van het gezag en de burgerlijke epuratie  voor te bereiden, werd er in juli 1943 een Hoog commissariaat voor ’s Lands veiligheid  opgericht. Het zou geleid worden door een magistraat-verzetsman , ex-lid van het  « Comité Gilles »  die in juni uit België weggeraakt was : Walter Ganshof van der Meersch. Tegelijkertijd werd de repressiewetgeving aangepast en verfijnd. Bij besluitwet van 17 december 1942 werd de draagwijdte van de strafwetgeving m.b.t. de repressie van de collaboratie met de vijand gemaximaliseerd. De straffen voor verklikking werden verzwaard en de politieke … en economische collaboratie kon met de dood bestraft worden. Op 5 en 8 mei 1944 werden twee andere besluitwetten bekrachtigd die haast alle bestuursdaden van de Secretarissen-generaal na 16 mei 1940 vernietigden, met inbegrip van benoemingen en bevorderingen in het openbaar ambt en de parastatalen.

En als kroon op het werk kwam er tenslotte op 16 mei 1944 een agreement  met de  Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force.  Eens het grondgebied bevrijd van de vijand en dus geen “gevechtszone” meer, zou de Belgische overheid opnieuw de volledige verantwoordelijkheid krijgen voor het burgerlijke bestuur. De  SHAEF te Brussel (o.l.v. de Britse majoor-generaal George Erskine) die in verbinding stond met de plaatselijke afgevaardigden van de Civil Affairs en met de Belgische militaire zending bij  SHAEF, zou de zaken in het oog houden.

Men kent het vervolg van het verhaal: België werd weliswaar op een goede week (van 2 tot 11 september 1944) bevrijd, maar het oorspronkelijke plan zou niet helemaal gevolgd kunnen worden. Leopold III, zijn vrouw en kinderen werden na de landing  in Normandië door de bezetter naar Duitsland overgebracht. Maar vooral: de koning bleef doof voor de oproepen van de regering Pierlot ; hij schreef overigens zijn visie op de periode na de bevrijding neer in een “Politiek testament” (15 januari 1944). Zijn wantrouwen in de geallieerden en in de Belgische regering bleek groot. Eens de  op 8 september 1944 discreet naar  België teruggekeerde “regering van Londen” kennis genomen had van de tekst, werd een van haar laatste beslissingen collectief te zwijgen over het “Politiek testament”  om een regimecrisis te vermijden.

Na de troonsbestijging van de Regent nam de regering van Londen op 22 september ontslag. Maar Pierlot bleef eerste minister van een ditmaal echte regering van “Nationale eenheid” samen met de communisten en vertegenwoordigers van het verzet … 

Bibliografie

Balace Francis (ed.), Jours de Londres, Bruxelles : Dexia, 2000

Decat Frank, De Belgen in Engeland 40/45 : de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië tijdens WOII, Tielt : Lannoo, 2007.

Gerard-Libois, Jules et Gotovitch José, L’An 40. La Belgique occupée, Bruxelles, Crisp, 1971.

Huyse Luc, Dhondt Steven, La répression des collaborations, 1942-1952. Un passé toujours présent, Bruxelles, CRISP, 1993.-

Schepens Luc, De Belgen in Groot-Britannië, 1940-1944. Feiten en Getuigenissen, Nijmegen/Brugge, Gottmer/Orion, 1980.

Velaers Jan VELAERS, Van Goethem Herman, Leopold III : de Koning, het Land, de oorlog, Tielt, Lannoo, 1994.

-Pierre VAN DEN DUNGEN, Hubert Pierlot (1883-1963). La loi, le Roi, la Liberté, Bruxelles, Le Cri, 2010.

Zie ook

1523-rAfugiAs-belges-en-france.jpg Artikels Vlucht van 1940 (De): de instorting van een Staat? Colignon Alain
220653 Artikels Naoorlog (De) voorbereiden (Regering van Londen) Bernardo y Garcia Luis Angel
34358-armAe-belge-1939-1940.jpg Artikels Belgisch leger van 1940 (Het) Colignon Alain
27948 Artikels Verzet Maerten Fabrice
34126-10-mai-1940.jpg Artikels “18-daagse veldtocht (De)": een heruitgave van de vorige oorlog? Colignon Alain
75012 Artikels Bevrijding Colignon Alain