België in oorlog / Artikels

“18-daagse veldtocht (De)": een heruitgave van de vorige oorlog?

Thema - Militaire geschiedenis

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Aan de vooravond van de invasie van mei  1940 wachtte  het Belgisch leger als garant van de neutraliteit al meer dan acht maanden de gebeurtenissen af. De gespannen toestand van de eerste dagen was weggeëbd. Op papier ging het om een leger om rekening mee te houden: ongeveer 650 000 manschappen in  23 divisies. Nooit had België zoveel soldaten gehad. Het zouden er nog meer kunnen worden: in een logica van 1914-1918 was een reserve voorzien die bij aanslepende vijandelijkheden naar het front zou gestuurd worden. Maar het moreel ontbrak. Sinds de winter en het te lange afwachten onder de wapenen verdampte de « fighting spirit » door routine en verveling.

De K.W.-stelling, sluitstuk van de geallieerde strategie

De meeste eenheden lagen tussen de versterkte stellingen Luik en Antwerpen op een noord-oost as langs het Albertkanaal, alsof de vijand in de Kempen zou doorbreken. In het zuiden werden de Ardennen zwak gedekt door twee divisies van de “Groepering K” bestaande uit Ardense jagers en cavalerie. Deze beweeglijke eenheden hadden enkel als opdracht om met springstoffen vernielingen aan te brengen om aldus een vijandelijke opmars te vertragen, vooraleer zich zonder gevecht terug te trekken op de Maas tussen Namen en Hoei. Met de Frans-Britse generale staven kwamen er slechts weinig contacten tot stand die dan nog bijzonder voorzichtig waren en waarbij de doorgegeven inlichtingen zorgvuldig gezift  werden.  Hoe dan ook hadden de Geallieerden voor hun plannen niet op de Belgen gewacht. Na lang overleg kwamen ze op 20 maart 1940 tot de zgn.  « Hypothese Dijle-Breda ». Zo kon men Brussel ter hulp komen en althans aanvankelijk een  doorlopend front  “zoals in 14-18” vormen van Antwerpen tot Namen,gesteund op de fameuze “K.W.- linie”. 

 

432-soldats-britanniques-A-louvain.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Britse soldaten in Leuven, s.d. (mei 1940)

Voor de Duitsers : de bewegingsoorlog

722-troupes-all-denderleeuw.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Duitse troepen te Denderleeuw, s.d. (mei 1940)

Onder tijdsdruk hadden de Duitsers daarentegen voor een bewegingsoorlog gekozen . In tegenstelling tot wat hun vijanden in het westen dachten, voorzag hun “Geel plan” (“Fall Gelb”) in zijn  definitieve versie (geforceerd door von Manstein en gesteund door Hitler) het zwaartepunt van de aanval tussen Namen en  Sedan. De geallieerde strategen vergisten zich dus  als zij dachten dat dit ten noorden van de valleien Samber-Maas-Vesder zou gebeuren. De enorme Duitse operatie vroeg om een grote pantserconcentratie : niet minder dan 7 pantserdivisies en 3 gemotoriseerde divisies.

De aanval op België en Nederland vormde eigenlijk een groots opgezet afleidingsmaneuver om de geallieerden naar het noorden te lokken. Daarbij waren ondermeer luchtlandingsoperaties voorzien op  o.a. Den Haag, de  bruggen aan Rotterdam, de bruggen van het  Albertkanaal, op Eben-Emael en in Belgisch Luxemburg op Nives en Witry.

Na 10 mei ging het snel



Bij het ochtendgloren van 10 mei barstte de oorlog los. Alles ging zeer snel. Duitse valschermspringers die bijzonder goed getraind waren voor deze opdracht gebruikten zweefvliegtuigen. Binnen enkele minuten stelden de paracommando’s het fort Eben-Emael dat slecht beschermd was tegen dergelijke acties met holle ladingen buiten gevecht. Andere luchtlandingseenheden veroverden de bruggen van  Veldwezelt en Vroenhoven. De 7e Infanteriedivisie lanceerde enkele zwakke tegenaanvallen die door de Luftwaffe werden afgeslagen .  Tussen 4 .30 en 5 .45u ’s morgens vloog deze trouwens een reeks verrassingsraids op de vliegvelden Bierset, Brustem, Evere, Diest, Gosselies en Wevelgem waarbij het beste van de Belgische luchtmacht vernield werd. De Stukas vielen die eerste oorlogsdag ook herhaaldelijk de 7e Infanteriedivisie aan die haar samenhang verloor. Op 11 mei waren de Duitsers in het noorden al voorbij  de Versterkte Stelling Luik. Het IIIe legerkorps dat Luik  verdedigde, moest zich hals over kop terugtrekken op de Mehaigne en de “K-W stelling” en de forten in de steek laten. Maar het was meer in het zuiden, in de Ardennen, dat het drama zich voltrok. Daar lag met 6 pantserdivisies het zwaartepunt van de Duitse aanval. Om hen tegen te houden was er weinig of niets… Zoals haar bevelen luidden, trok de “Groepering K” zich vlug terug op de Maas  zonder het minste overleg met enkele Franse eenheden die ter hulp snelden.

 

484-troupes-belges-mai-1940.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : 2e Carabiniers wielrijders (12 mei 1940).
564-eben-emael.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Eben-Emael, mei 1940

De strijd om de Maas

De gevechten van  Bodange en Chabrehez werden na de oorlog buiten proportie opgeblazen maar waren slechts een dapper gevolg van het verbreken van de Belgische verbindingen door een Duitse luchtlandingsoperatie. Ondanks dit zeer kleine incident bereikten de Duitsers de Maas ter hoogte van  Dinant / Sedan met vijf dagen voorsprong op  de meest optimistische voorspelling. Op hetzelfde moment hergroepeerde het Belgisch leger zich zo goed en zo kwaad als het ging op « K-W » met andere geallieerde troepen. Ter hoogte van de “invasieroute  Gembloux” kwam het tot zware gevechten tussen de lichte tankdivisies van het 1e Franse leger en de Panzers van generaal Hoepner. De Fransen slaagden erin de vijand af te remmen. Maar het was in het zuiden dat alles misliep. Tussen  13 en 15 mei raakte de slag om de Maas verloren. In de nacht van 13 op 14 mei slaagden de Duitsers erin het eiland Houx te infiltreren. ’s  Middags op 14 mei rukten ze Dinant binnen. Het ‘Entre-Sambre-et-Meuse’ werd overspoeld.  En aan de vooravond hiervan beleefde het 2e Franse leger (generaal  Huntziger) nog meer naar het zuiden een tweede “ramp van Sedan” (cf. 1870): onder luchtbescherming van de  Luftwaffe was de vijand de Maas overgestoken. Het resulteerde in een bres van  100 km in het front. Generaal  Blanchard  die zijn rechtervleugel overvleugeld zag , gaf het 1e leger op 15 mei het bevel zich terug te trekken achter het kanaal van Charleroi. Dit verplichtte de « British Expeditionary Force » hetzelfde te doen alhoewel zij  tot dan toe stand had gehouden , net als de Belgen . Even later gaf Blanchard het bevel aan zijn Belgische collega generaal  Deffontaine om het VIIe legerkorps  terug te trekken van de Versterkte Stelling Namen om niet omsingeld te worden, maar het ontblootte natuurlijk de forten. Op 16 mei moest het Belgisch leger « K-W » verlaten zonder daar ooit aangevallen te zijn om zich van waterloop naar waterloop tot aan de Schelde terug te trekken. Brussel werd dus opgegeven en viel op 18 mei in handen van de vijand. Deze terugtocht  gebeurde op het eerste gezicht zonder reden (cf. de bres in het front en de vijandelijke doorbraak  veel verder naar het zuiden aan de bovenloop van de Maas …)  en bracht de genadeslag toe aan het moreel van de Belgische soldaten die al zo geschokt waren door het schijnbare overwicht van de Luftwaffe in het luchtruim . Ondanks een paar mooie wapenfeiten werden  bevelen steeds minder opgevolgd, vooral in Vlaamse eenheden. Op  23 mei 1940 slaagden een veertigtal Duitse verkenners erin het bruggenhoofd Gent en het centrum binnen te dringen. Met bluf en dreigingen lukte het hen controle over de stad te krijgen waarbij  8 tot 10 000 soldaten van  de 16e  en 18e infanteriedivisie zonder slag of stoot geneutraliseerd werden.

Voor de capitulatie: een gevecht voor de eer

Op 21 mei bereikten de Duitse tanks ook de monding van de Somme . Wat overbleef van het Belgisch leger was nu met de « British Expeditionary Force »  en de rest van het leger Blanchard omsingeld in de zgn. “Flanders pocket”.  Het Belgisch leger poogde nog front te vormen op de Leie, maar zijn bevelhebbers met in de eerste plaats koning Leopold meenden dat het op militair vlak afgelopen was.   Er werd nu alleen nog gevochten voor de eer. Toch waren het zware gevechten die drie dagen lang duurden. De wielrijders-karabiniers en de Ardense jagers leverden dapper slag te Vinkt (25 – 27 mei), maar tevergeefs. De Duitsers bleven het luchtruim beheersen , al behield het Belgisch leger tot op het einde zijn kwantitatief overwicht. Op  28 mei had het nog 16 divisies tegenover 13 Duitse, maar zijn bewegingsvrijheid werd steeds beperkter.

Op  28 mei om 4 uur ’s morgens moest het leger zich neerleggen bij een “onvoorwaardelijke overgave”. Zijn bevelhebbers  vreesden dat het bij verdere gevechten, zelfs van een dag,   roemloos in mekaar zou klappen. Op het terrein werd  hier en daar nog tot 9.30u.,  zelfs 14. 30u. verder gevochten omdat sommige eenheden pas laat op de hoogte gebracht werden van de capitulatie.      

                                                              

 

Menselijk leed en politieke gevolgen

De “18-daagse veldtocht”   kostte ons leger  6 624 gesneuvelden, een twintigduizend gekwetsten en 50 000 krijgsgevangenen (8 500 Franstaligen en  45 000 Nederlandstaligen). Anderen zouden er later nog bijkomen … Maar de invasie zorgde ook voor een 6.552 burgerdoden . Het was een cijfer dat te vergelijken viel met augustus 1914 maar het ging ditmaal  - op uitzonderingen na - niet om slachtpartijen maar vooral om slachtoffers van bombardementen en luchtaanvallen.

Op het moment zelf beschouwden de leden van de regering  Pierlot de onvoorwaardelijke overgave van het leger als het nefaste  gevolg van de “breuk van Wijnendale” die hen er enkele dagen vroeger (25 mei) toe geleid had afstand te nemen van Leopold III. Deze wilde de strijd beëindigen en dus de solidariteit met de Frans-Britse geallieerden opgeven. Voor de vorst kwam het erop aan te redden wat er te redden viel, waarbij hij in koop nam dat de  vijand het land controleerde. Het was duidelijk dat hij niet meer geloofde in de mogelijkheid van een geallieerde overwinning.  De toekomst zou hem ongelijk geven. Hij bleef koppig geloven dat hij gelijk had, zoals hij steeds argwanend bleef t.a.v. de geallieerden en de regering. Het zouden  elementen van de “Koningskwestie” worden.

Bibliografie

Francis BALACE, "Fors l’honneur : ombres et clartés de la capitulation belge" in Jours de Guerre, nr 4 de 1991, pp. 7-52.

Francis BALACE, "Une guerre de malentendus, perdue en six jours …", in Jours de Guerre, nr 3 de 1991, pp. 27-68.

Henri BERNARD, Panorama d’une défaite. Bataille de Belgique – Dunkerque, 10 mai – 4 juin 1940, Paris – Gembloux, Duculot, 1984.

DE FABRIBECKERS, La Campagne de l’armée belge en 1940, Bruxelles, Rossel, 1978.

Luc De Vos en Frank DECAT, Mei 1940, van Albertkanaal tot Leie, Kapellen, DNB /Pelckmans, 1990.

Geschiedenis van het Belgisch leger van 1830 tot heden, Brussel : Centrum voor historische Dokumentatie van de Krijgsmacht.

Peter TAGHON, Mei 40 : de achttiendaagse veldtocht in België, Tielt : Lannoo, 1989

Dave WARNIER, « Mei 1940 : de achttiendaagse veldtocht » in Wannes DEVOS & Kevin GONY (ed.), België 1940-1945. Oorlog, bezetting, bevrijding, Tielt, Lannoo, 2019, pp. 65-78.

Zie ook

34358-armAe-belge-1939-1940.jpg Artikels Belgisch leger van 1940 (Het) Colignon Alain
163728-salle-parl-belge.jpg Artikels Limoges, mei ’40 : de nederlaag en een boos en onmachtig parlement. Colignon Alain
1093-xve-crab.jpg Artikels Rekruteringscentra van het Belgisch Leger (RCBL) Colignon Alain
33878-manoeuvres-cyclistes.jpg Artikels Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan? Sterkendries Jean-Michel