België in oorlog / Artikels

Belgisch leger van 1940 (Het)

Thema - Militaire geschiedenis

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Op 3 september 1939 nam koning Leopold officieel het bevel van het Belgisch leger in handen dat sinds 25 augustus in fasen gemobiliseerd was. Op dat moment was het al vrij sterk: 16 divisies (12 infanteriedivisies , 2 ruiterijdivisies – de facto gemotoriseerd - en 2 divisies Ardeense Jagers). Geleidelijk zou de getalsterkte van het veldleger nog opgedreven worden: op 9 mei 1940 telde het 22 divisies met 616 000 soldaten onder de wapenen. Dat was zeker een belangrijke inspanning qua manschappen. Maar hoe zat het eigenlijk met de gevechtswaarde van het leger zoals dat in de “schemeroorlog” tot stand was gekomen ?         

Een defensief leger

Om het maar meteen te zeggen: op het moment zelf besefte men het niet, maar de moeizaam opgebouwde strijdkrachten vertoonden zwaktes zowel op structureel vlak als op gebied van bewapening en achterliggende filosofie die defensief was. Na de taalwet van juli 1938 werden de miliciens per regiment opgeroepen op basis van “regionale eentaligheid”. Deze nieuwe bepaling had grote gevolgen voor de oude eenheden met hun lange tradities. Wat de linie-infanterie betrof, waren er nu 11 op 14 Nederlandstalige. Anderzijds werd het francofone karakter van de Jagers te voet en de Ardeense jagers nog versterkt. Wellicht zouden de onevenwichten met de tijd verdwenen zijn maar het was nu precies de tijd die ontbrak. De cohesie van de strijdkrachten vormde dus een probleem. De grotere getalsterkte van het leger leidde er vanaf 1937 ook toe dat er niet genoeg actieve kaders waren. Dat was zeker het geval in de Vlaamse eenheden ondanks de inspanningen van een Tony Herbert en zijn « Vlaamsch Verbond van Reserve-Officieren ». In het noorden van het land hadden de middenklasse en de intellectuelen aan christelijke kant lang afzijdig gestaan t.o.v. een militaire hiërarchie die gedomineerd werd door “franskiljons” . De prestaties van de troepen zouden dus gaan lijden onder het gebrek aan Nederlandstalige kaders.

33911-mobilisation.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Actualit
Oorspronkelijke legende : België mobiliseert uit voorzorg 6 klassen. Minister Spaak zei : "Wij zijn vast besloten om ons grondgebied te verdedigen tegen elke aanval en zullen niet toelaten dat het een doorgang wordt. De reservisten die hun volledige uitrusting gekregen hebben begeven zich naar hun verzamelpunt. 28/9/1938

De ‘Grote Oorlog’ werkte door

34128-comme-en-14.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Het Belgisch grondgebied is goed verdedigd tegen de invasie. Zich de ervaring aan de IJzer herinnerend, heeft België een deel van zijn grondgebied doen overstromen. Net zoals in Nederland heeft België grote delen van zijn verdedigingslinies opgeofferd aan dit overstromingsgebied. Dag en nacht doen patrouilles de ronde en bewaken het terrein.

Met de slechte ondervinding van de ‘Grote Oorlog’ in het achterhoofd wilde de generale staf het leger voortaan ontplooien op een goed voorbereid en ‘gesloten’ slagveld. Men dacht dus vooral in termen van versterkingen en getalsterkte alsof de gevechten van 1918 in optimale omstandigheden moesten herhaald worden.

In 1928 al was beslist de Brialmont-forten van Namen en Luik te hergebruiken en te moderniseren. Begin jaren ’30 werd vooral geïnvesteerd in de Versterkte Stelling Luik ( Position Fortifiée de Liège, P.F.L.) in het kader van een “verdediging aan de grens” uitgedacht door minister Devèze. Er kwamen niet minder dan vier verdedigingslinies (« PFL1 », « PFL2 », « PFL3 », « PFL4 »). De eerste, meest oostelijke steunde op de vier moderne forten Aubin-Neufchâteau, Battice, Pépinster/Tancrémont en Eben-Emael. Dit laatste superfort bestreek het bruggenhoofd Maastricht . De andere verdedigingslinies bestonden uit forten van ’14 en beton-kazematten.

 

Namen en elders

De Versterkte Stelling Namen (Position Fortifiée de Namur, P.F.N.) kreeg minder aandacht. Hier werden enkel 7 oude Brialmont-forten gemoderniseerd en herbewapend en werden 156 bunkers gebouwd om ze te dekken.

De Versterkte Stelling Antwerpen (Position Fortifiée d’Anvers, P.F.A.), het vroegere « Nationaal reduit  » van 1914, werd door geldgebrek ook niet grondig hernieuwd. Meer naar het westen kreeg men het “Bruggenhoofd Gent” met zijn 227 bunkers en de « Stelling Ninove – Halle – Waver » die er ook niet al te best aan toe was. Zij moesten dienen om een vijand uit het zuiden, Frankrijk dus, een halt toe te roepen maar dat hielp natuurlijk niet veel tegen een vijand uit het oosten. De neutraliteit ten voeten uit…

34358-armAe-belge-1939-1940.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Belgisch leger, 1939-1940.

De K.-W lijn

Wat er ook van zij, vanaf oktober 1939 was het grootste deel van het leger tegenover Duitsland opgesteld. In augustus 1939 liep de K-W lijn, ook “IJzeren muur “ geheten , van Koningshooikt (bij Antwerpen) tot Waver. Zij moest Brussel en het midden van het land beschermen in het verlengde van de V.S.A. en de P.F.N. Zij bestond uit aaneensluitende antitank- obstakels, zgn. «  Cointet-elementen » en een driedubbele stelling betonbunkers met automatische wapens voor de infanterie.

Maar in mei 1940 was deze stelling niet afgewerkt en de open vlakte van Gembloux, een ware opmarsroute, bleef onbeschermd.

Een te weinig gemoderniseerd materiaal

Ook de motorisering van de infanteriedivisies was niet klaar. De “ruggengraat van het leger” beschikte nu wel over een uitstekend antitank-kanon van 47 mm maar bleef voor zijn verplaatsingen afhankelijk van dagmarsen. Vertragingen waren natuurlijk het gevolg.

De individuele wapens dateerden voor een groot deel uit de Eerste Wereldoorlog : de mitrailleuse Colt, het machinegeweer Chauchat, de geweren Lebel en Mauser (deze laatsten met het jaartal 1889…).

Het Ruiterijkorps was vanaf 1938 wel volledig gemotoriseerd maar ontbeerde een geëigende dekking omdat er geen echte gevechtstanks beschikbaar waren. De cavalerie functioneerde dus eigenlijk als een korps motorrijders-fusiliers, goed voor verkenningen maar dat niet kon weerstaan aan een frontale aanval. De Ardeense jagers die door hun uitstekende motorisering een elite-eenheid van het Belgisch leger waren geworden, werden dan weer ingezet voor een twijfelachtige strategische opdracht. Zij vormden ten zuiden van de Maas de ruggengraat van de “Groepering K” van generaal Keyaerts maar kregen in geval van invasie enkel de opdracht de vijand te observeren en vernielingen door te voeren maar niet al vechtend stand te houden, wat dus neerkwam op een terugtrekken zonder strijd.

De artillerie beschikte over een uitstekend antitank-kanon « ‘47 » en middelzwaar geschut van 120 mm maar zag er voor het overige uit als in 1918 met nog veel veldgeschut van « 75 » , wel goede stukken maar daterend van het einde van de 19e eeuw. De Belgische artillerie werd ook nog grotendeels getrokken door paarden.

De luchtmacht bestond uit drie regimenten met antieke “kisten” die aan hun einde toe waren en slechts één escadrille « Hawker Hurricane ».

Genoeg manschappen maar onvoldoende kaders

Samengevat kan men stellen dat het Belgisch leger op 9 mei 1940 een log instrument was met veel manschappen maar met onvoldoende kaders, een weinig soepele commandostructuur met trage reacties en ook niet geholpen door een verouderd communicatiesysteem . Op de koop toe waren de troepen al gemobiliseerd sinds september 1939 en raakten in de loop van de winter gedemotiveerd door een monotoon bestaan van wacht lopen, corvees , graafwerken … en de subversieve propaganda van het VNV in sommige Vlaamse regimenten.

De gevolgen van voorgaand bilan zouden tijdens de 18-daagse veldtocht zwaar doorwegen .

33878-manoeuvres-cyclistes.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Actualit
Auteursrecht : CegesOma
Oorspronkelijke legende : Manoeuvres van wielrijders-grenswachters, maart 1936
34368-garde-frontiAre.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Een dag bij de grensbewakers, april 1940.

Bibliografie

De FABRIBECKERS,  La campagne de l’armée belge en 1940,  Bruxelles, Rossel, 1978.

Luc De Vos, Luc Coenen en Frank Decat [et alii], Belgische Militaire Geschiedenis aan de hand van documenten (1830-1990), S.l. : s.n., s.d.

Luc De Vos en Frank DECAT, Mei 1940, van Albertkanaal tot Leie, Kapellen, DNB /Pelckmans, 1990.

Geschiedenis van het Belgisch leger van 1830 tot heden, Brussel, Centrum voor Historische Dokumentatie van de Krijgsmacht, 1988.

Francis Balace, "Quelle armée pour la Belgique ?", dans Jours de Guerre, n°2 de 1990, pp. 42 - 61.

Jean VANWELKENHUYZEN, Neutralité armée, la politique militaire de la Belgique pendant la « drôle de guerre », Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1979.

Zie ook

33878-manoeuvres-cyclistes.jpg Artikels Militaire plannen. Verdediging van het hele grondgebied of van een deel ervan? Sterkendries Jean-Michel
33997-chars-camouflAs.jpg Artikels "schemervrede" (een) in de schaduw van de neutraliteit Colignon Alain
33962-lAopold-iii-manoeuvre-rAgion-de-namur.jpg Artikels Onafhankelijkheidspolitiek (van de) tot de terugkeer naar een strikte neutraliteit (1936-1939). Colignon Alain
Pour citer cette page
Belgisch leger van 1940 (Het)
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/belgisch-leger-van-1940-het.html