België in oorlog / Artikels

Collaboratie

Thema - Collaboratie

Auteur : De Wever Bruno (Instelling : UGent)

Om deze pagina te citeren

Bij regimewisselingen in het Ancien Régime was de loyaliteit van gezagsdragers aan een verdreven vorst een troef om het vertrouwen te winnen van de nieuwe regerende vorst. Met het ontstaan van natiestaten werd van burgers en a fortiori gezagsdragers loyaliteit verwacht ten opzichte van hun land. Samenwerking met een vreemde bezetter werd beschouwd als landverraad en strafbaar gesteld.

In de lange 19de eeuw zorgde de machtsbalans ervoor dat het fenomeen zich niet voordeed. Tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerden de oorlogvoerende partijen nationale minderheden bij de tegenstrever los te weken uit hun vaderlandse loyaliteit en zo ontstonden enkele collaboratiebewegingen die echter randfenomenen bleven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de verregaande samenwerking van delen van de bevolking met de Duitse, Italiaanse, Japanse, maar ook geallieerde bezetters een belangrijk fenomeen, waarbij de collaborateurs van de ene partij de bondgenoten van de andere waren. Ook na de Tweede Wereldoorlog bestond het fenomeen in contexten van bezetting en kolonisatie.

Samenwerking of collaboratie?


Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de samenwerking van de bezette bevolking met de bezetter om het dagelijkse leven mogelijk te maken en collaboratie, zijnde de doelbewuste samenwerking van groepen en individuen om de politiek van de bezetter te helpen realiseren. Tot dit laatste was in België slechts een klein deel van de bevolking bereid, een deel dat ongeveer even groot was dan het deel van de bevolking dat bereid bleek actief verzet te plegen. Het overgrote deel van de bevolking schikte zich naar de bezettingsomstandigheden wat tot op zekere hoogte samenwerking met de bezetter impliceerde. De Conventie van Den Haag (1907) schreef trouwens voor dat de bezette gezagsdragers moesten samenwerken met de bezetter voor zover die samenwerking niet inging tegen de wetgeving van het bezette land en zelfs in dat geval kon de bezetter dwingende omstandigheden inroepen. Dit principe leidde op het terrein niet tot een heldere lijn tussen juridisch geoorloofde samenwerking en ongeoorloofde samenwerking, ook al omdat het wettelijke land het werkelijke land volgde. De krijgskansen beïnvloedden de grens van wat in de maatschappelijke consensus als een moreel aanvaardbare samenwerking werd beschouwd of met andere woorden het onderscheid tussen collaboratie en samenwerking. Toen in 1943 de krijgskansen definitief in het nadeel van Duitsland keerden, werd samenwerking minderaanvaard dan in het begin van de oorlog toen Duitsland voor lange tijd continentaal Europa leek te zullen overheersen.

Ongeveer honderdduizend Belgen collaboreerden met de bezetter op politiek, militair, politioneel, cultureel of economisch vlak. Ze overtraden daarmee de Belgische strafwet die immers zware straffen voorzag voor al deze vormen van collaboratie. Collaborateurs worden ook als incivieken aangeduid omdat ze onvaderlands gedrag vertoonden. In de Vlaamse volksmond worden ze ook als ‘zwarten’ betiteld naar de kleur van het fascisme en in contrast met de ‘witten’ van het verzet.

Convention de la Haye
Instelling : KBR
Originele legende : Verdrag van Den Haag (18 oktober 1907).
26426
Instelling : CegeSoma
Auteursrechten : Rechten voorbehouden
Originele legende : Verdinaso bijeenkomst, 1940

Vormen en motieven

15530.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Belgapress
Auteursrechten : CegeSoma
Originele legende : Mars van de Dietse Militie-Zwarte Brigade (DM-ZB) in Antwerpen en overhandiging van vaandels, 26/9/1943
12229.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Auteursrechten : CegeSoma
Originele legende : De Waalse cultuurdagen van Charleroi. De tafel van prominente persoonlijkheden. De heer Hubermont, professor Hense en de gouverneur van de provincie Henegouwen zijn hier te herkennen. [Frei gegeben durch zensur]



Collaboratie heeft veel maten en vormen. Er is een groot verschil tussen een houthandelaar die grote winsten maakt met fabricage van barakken voor het Duitse leger, een bevlogen dichter die de lof van Adolf Hitler zingt, een werkloze jonge man die dienst doet in een Duitse militaire formatie voor soldij en een overtuigde antisemiet die participeert aan de jacht op joden. De bewuste steun aan de doelstellingen van de bezetter bindt de vier gegeven voorbeelden en onderscheidt ze van de vele vormen van gedwongen aanpassing die de bezette maatschappij kenmerkt. Militaire collaborateurs lopen het meest in de kijker. Ze dragen immers een uniform van het Duitse leger of van een paramilitaire formatie en ze zijn gewapend. Ze worden ingezet als onderdeel van de bezettingsmacht of aan het oostfront. Een deel van deze wapendragers behoort tot een collaborerend politieke partij. Het verzet bestrijdt wat in zijn ogen landverraders zijn met alle middelen terwijl collaborateurs als lid van Duitse politiediensten terugslaan. Het leidt tot een spiraal van geweld en terreur. Collaborateurs nemen ook deel aan het geweld en de terreur tegen de Joodse bevolking. Collaborateurs met bloed aan de handen voeren uit wat hun politieke leiders propageren en wat de collaboratiepers schrijft. Collaborerende schrijvers en kunstenaars legitimeren het nationaal-socialistische regime. Economische collaborateurs ondersteunen de Duitse oorlogsvoering en streven in de eerste plaats naar hun eigen profijt.

De motieven om te collaboreren en de vormen waarin dat gebeurde in België, wijken weinig af van collaboratiebewegingen elders in bezet West-Europa. Fascisme, nazisme, nationalisme, anticommunisme, antisemitisme en Duitsgezindheid zijn motieven. Opportunisme en uitzicht op snelle machtsverwerving vormen de motor, het opruimen van de als vermolmd beschouwde democratische orde en de vestiging van een Nieuwe Orde de doelstelling.

VNV en DeVlag in Vlaanderen

In Vlaanderen is het anti-Belgische Vlaams-nationalisme de belangrijkste motor van de collaboratie. Het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) dat voor de oorlog 15% van het Vlaamse electoraat kan bekoren en ca. 25.000 leden had, koos van meet af aan voor collaboratie met de bezetter om een onafhankelijk Vlaanderen te realiseren. Staf De Clercq, leider van de fascistoïde autoritaire partij, verklaarde onvoorwaardelijk vertrouwen te hebben in Hitler die na de Duitse verwinning de grenzen van Europa zou hertekenen. Hitler gaf het Militaire Bestuur (MB) van België de opdracht de Vlamingen -door hem beschouwd als Germanen- te bevoordeligen. Het MB steunde het VNV om machtposities te verwerven in het bestuur van België. Het gaf het VNV aantrekkingskracht bij Vlaamsgezinden. De partij groeide tot 50.000 leden in 1941. De machtsgreep lukte vooral in de lokale besturen. In 1943 was de helft van de Vlaamse burgemeesters lid van het VNV. Maar de steun van het MB was voorwaardelijk. De Belgische staatsstructuur moest intact blijven om een maximale economische exploitatie te faciliteren. Er kon dus anders dan tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen er ook al een Vlaams-nationalistische collaboratie was, geen sprake zijn van het uitroepen van een onafhankelijk Vlaanderen. 

12577.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Sipho
Auteursrechten : CegeSoma
Originele legende : Kerstfeest gevierd op 21/12/1941 in het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel door de Waffen-SS, de Algemeene SS-Vlaanderen, het Vlaamsch Legioen en het Vlaamsch Nationaal Verbond. Algemeen aanblik. [22/12/1941] [Frei gegeben durch zensur]

Het MB kon en wilde het VNV ook niet beschermen tegen een Groot-Duitse collaboratiebeweging die in Vlaanderen gestalte kreeg met de Vlaamse SS en de Duits-Vlaamse Arbeidsgemeenschap (DeVlag), gesteund door de machtige SS van Heinrich Himmler. Op papier overvleugelde de DeVlag het VNV qua ledental, in de praktijk had ze enkele tienduizenden leden. De twee politieke collaboratiebewegingen bestreden elkaar met een opbod aan steun voor de Duitse oorlogsdoelstellingen. Ze wierven soldaten voor de strijd aan het oostfront en voor militaire en politionele hulptroepen in bezet België.

Rex in Franstalig België

40596
Instelling : CegeSoma
Auteursrechten : Rechten voorbehouden
Originele legende : [Auditorat général]




In Franstalige België was Léon Degrelle de aanjager van de collaboratie. Hij voerde zijn partij Rex, dat in 1939 nog 4,4% van het Belgische electoraat bekoorde, in een onvoorwaardelijke collaboratie ook al kostte hem dat een deel van zijn Belgisch-nationalistische aanhang. Als Waal -in de optiek van de nationaal-socialistische rassenideologie niet als Germaans beschouwd- moest hij achtervolgen. Het MB beschouwde hem als een politieke charlatan en bevoordeelde de Germaanse Vlamingen zoal Hitler het wenste. Maar Degrelle vocht terug met succes. Letterlijk. Na het uitbreken van de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie stampte hij een Waalse Legioen uit de grond waarmee hij zich aan het oostfront in de kijker van de nazipropaganda werkte. Degrelle kreeg hoge militaire onderscheidingen en werd als enige Belgische collaboratieleider door Hitler ontvangen die in 1943 de Walen als Germanen erkende. Zo werd Rex de Groot-Duitse partij van Franstalig België. Al bestaande Waalse Groot-Duitse groupuscules zoals de Amis du Grand Reich Allemand verloren elke betekenis, als ze die al hadden. Rex zelf verschrompelde tot een instrument voor de carrière van Degrelle. Vele rexisten verlieten het zinkende schip. In 1943 telde de partij nog 8000 leden.

In juli 1944 besliste Hitler dat België in de vorm van twee rijksgouwen geannexeerd werd. DeVlag-leider Jef Van de Wiele en Degrelle werden erkend als leiders van de respectievelijk Vlaamse en Waalse ‘volksdelen’, maar kregen een Duitse rijkscommissaris boven zich. Na de bevrijding van België restte hen alleen nog de mobilisatie van hun schaarse uitgeweken volgelingen om de puinen van nazi-Duitsland te verdedigen. Het VNV werd politiek uitgerangeerd. Vele VNV’ers hadden de partij inmiddels verlaten. In 1944 telde het nog ca. 10.000 leden.

Verschillende vormen van collaboratie

Militaire en politionele collaboratie

De politieke collaboratie mondde uit in andere vormen van collaboratie. VNV, DeVlag en Rex spoorden in een onderling opbod hun volgelingen aan dienst te nemen in antibolsjewistische legioenen of de Waffen-SS om te vechten aan het oostfront in de vernietigingsoorlog die nazi-Duitsland daar ontketende. Daarnaast wierven ze voor het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), een gemilitariseerde transporteenheid en de Organisation Todt (OT), een logistieke eenheid met gewapende afdelingen, die aan en achter de Duitse fronten opereerden. Ook in bezet België stroomden politieke collaborateurs toe naar hulptroepen van de bezetter zoals de Vlaamse Wacht en de Garde Wallonne, de Fabriekswacht/Vlaamse Wachtbrigade, de Hilfsfeldgendarmerie, de Zivilfahndunfsdienst en de Sicherheitspolizei & Sicherheitsdienst (Sipo/SD). Maar al deze formaties kenden ook een belangrijke toestroom van vrijwilligers die niet politiek gemotiveerd waren en dienstnamen om den brode, om snel carrière te maken of om andere persoonlijke redenen. Ca. 42.000 Belgen werden na de oorlog veroordeeld als militaire collaborateurs. Ca. 4000 waren gesneuveld. Zowel aan het oostfront als het thuisfront waren sommige Belgische militaire collaborateurs betrokken bij terreurdaden.

Culturele en economische collaboratie

Politieke collaboratie nam ook de vorm aan van intellectuele en culturele collaboratie. Intellectuelen, kunstenaars en cultuurdragers zetten hun talenten in om de zaak van bezetter en diens politieke medestanders te dienen. Niet zelden speelde ook ambitie en geldelijke motieven daarbij een stimulerende rol maar evengoed waren er kunstenaars en schrijvers die in de smaak van de bezetter vielen en daardoor goed verkochten zonder dat hun werk expliciet politieke boodschappen bevatte Er was ook een overlap tussen politieke en economische collaboratie van ondernemingen, maar het gros van de economische collaborateurs wilde vooral snel geld verdienen. Ca. 1500 Belgen werden veroordeeld wegen economische collaboratie. Dat was maar de top van een veel grotere ijsberg van ondernemingen die goederen en diensten hadden geleverd aan de bezetter maar die zich gehouden hadden aan het ordewoord om geen excessieve winsten te maken en niet rechtstreeks bij te dragen aan de Duitse oorlogsvoering door bijvoorbeeld wapenhandel. Ze bleven gevrijwaard van vervolging ondanks het feit dat hun activiteiten in principe strafbaar waren. Ook Belgen die vrijwillig gewerkt hadden in Duitse bedrijven bleven gespaard van vervolging wegens economische collaboratie.

Verklikking

Een bijzondere vorm van collaboratie was verklikking waarvoor na de oorlog 6.000 Belgen werden vervolgd. Verklikking nam verschillende vormen aan. Vaak was ze het gevolg van een louter persoonlijke afrekening, soms hing ze samen met de uitgeoefende functie. Zo is het evident dat leden van Duitse inlichtingendiensten structurele verklikkers waren. Minder evident en heel wat complexer is de rol van bestuurders, bijv. oorlogsburgemeesters, die door uitoefening van hun functie informatie doorgaven aan de bezettende overheid.

Kenmerken

Collaboratie werd ongeacht de motieven en de vormen gekenmerkt door drie zaken. Ten eerste door de vernietiging van de rechtsstaat en het criminaliseren van elke opinie en daad die inging tegen het nationaals-socialisme. Het is genoegzaam bekend dat men niet eens een opinie moest hebben om tot vijand van het nationaalsocialisme te worden verklaard. Joden, Roma en Sinti werden tot de ergste vijanden verklaard en tot bacillen gereduceerd die uit het gezonde volkslichaam moesten worden verwijderd. De leiders van de collaboratie hebben de verwijdering ondersteund, sommige van hun volgelingen hebben mee de jacht georganiseerd.

Een tweede belangrijk aspect van de vernietiging van de civiele maatschappij is de machtsusurpatie. Leiders van de politiek-ideologische collaboratie en hun volgelingen hebben op alle niveaus van de samenleving geprobeerd machtsposities in te nemen en daarbij de procedures met voeten getreden, hetzij openlijk, hetzij via omwegen. Dat ze maar gedeeltelijk lukten in hun opzet had meer te maken met de gereserveerde politiek van de bezetter dan met de eigen doelstellingen.

Een derde aspect van de vernietiging van de civiele maatschappij is de ‘Gleichschaltung’, het criminaliseren, afschaffen of het onmogelijk maken in alle domeinen van de samenleving van alle organisaties die vijandig of zelfs onverschillig staan tegenover het nationaal-socialisme en ze te vervangen door nationaal-socialistische organisaties. Ook hier geldt de opmerking dat dit maar zeer gedeeltelijk is gelukt, door de zwakte van de politiek-ideologische collaboratie enerzijds en door de politiek van de bezetter anderzijds die de Ruhe und Ordnung voorlopig belangrijker vond dan de nationaal-socialistische revolutie.

Bibliografie

Conway, Martin. Collaboration in Belgium : Léon Degrelle and the Rexist Movement 1940-1944, New Haven, London: Yale University Press, 1993.

De Wever, Bruno. De collaboratie. Bewuste steun aan het Derde Rijk, in Mark Van den Wijngaert e.a., België tijdens de Tweede Wereldoorlog, Antwerpen: Manteau, 2015, pp. 175-206.

De Wever, Bruno. Greep naar de macht: Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde: Het VNV, 1933-1945. Tielt - Gent: Lannoo - Perspectief, 1994.

De Wever, Bruno. Military collaboration in Belgium, in: Wolfgang Benz, Johannes Houwink ten Cate en Gerhard Otto (red.), Die Bürokratie der Okkupation. Strukturen der Herrschaft und Verwaltung im besetzten Europa, Berlin: Metropol, 1998, pp. 153–72.

De Wever, Bruno. De vijand, mijn vriend: collaboratie met de bezetter, in Wannes Devos & Kevin Gony, België 1940-1945: Oorlog, bezetting, bevrijding, Tielt: Lannoo, 2019, pp. 187-200.

De Wever Bruno, Collaboratie. In: Digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/ter-000116.

Seberechts, Frank. Drang naar het Oosten. Vlaamse soldaten en kolonisten aan het oostfront, Antwerpen: Polis, 2019.

Wouters, Nico. Overheid en collaboratie in België (1940-1944). De Führerstaat, Tielt: Lannoo, 2006.

 
Om deze pagina te citeren
Collaboratie
Auteur : De Wever Bruno (Instelling : UGent)
/nl/belgie-in-oorlog/artikels/collaboratie.html