België in oorlog / Artikels

Joodse dwangarbeid onder Organisation Todt

Thema - Jodenvervolging

Auteurs : Styven Dorien (Instelling : Kazerne Dossin) - Vanden Daelen Veerle (Instelling : Kazerne Dossin)

Om deze pagina te citeren

Begin 1942 geeft Adolf Hitler de nazi-bouwmaatschappij Organisation Todt opdracht om een gigantische verdedigingslinie langs de Europese kust te bouwen: de Atlantikwall.

 

De OT-hoofdzetel in Parijs gaat meteen op zoek naar extra arbeidskrachten. Al snel wordt een oplossing gevonden. Op 11 maart 1942 en 8 mei 1942 verschijnen twee nieuwe anti-Joodse wetten die de verplichte tewerkstelling voor Joden in België regelen. In meerdere Belgische steden treedt de machinerie in werking. Het lokale Arbeidsambt in Antwerpen begint bijvoorbeeld onmiddellijk met het opstellen van lijsten. Maar ook in Brussel, Luik en Charleroi worden Joodse mannen opgeroepen voor een medische keuring waarbij vrijwel niemand wordt afgewezen voor arbeid. Na deze keuring ontvangen de geselecteerde mannen een officieel werkbevel, waarmee ze zichzelf op een aangegeven datum in het lokale treinstation moeten melden.

extrait-ord-8-5-1942.jpg
Instelling : Cegesoma/Rijksarchief
Originele legende : Verordnungsblatt, 15 5 1942

Treinen met onbekende bestemming

4762-aa-antwerpen.jpg
Instelling : Cegesoma/Rijksarchief
Collectie : Belgapress
Auteursrechten : Voorbehouden Rechten
Originele legende : Arbeitsambt Antwerpen, s.d.

Tussen 13 juni en 12 september 1942 brengen negen treinen meer dan 2.250 Joodse mannen uit België naar OT-werkkampen in de Franse departementen Nord en Pas-de-Calais. Op 26 juni vertrekt een trein vanuit Brussel, op 31 juli vanuit Charleroi en op 3 augustus vanuit Luik. Het zwaartepunt van de operatie ligt echter in Antwerpen. Vanuit de havenstad vertrekken zes treinen: op 13 juni, 14 juli, 18 juli, 5 augustus, 15 augustus en 12 september 1942. Ten minste 1.625 van de ruim 2.250 Joodse dwangarbeiders komen uit Antwerpen.

Acht van de negen treinen uit België komen toe in het grootste OT-kamp, Lager Tibor, in de Franse gemeente Dannes. Van daaruit worden de Joodse dwangarbeiders verder gestuurd naar omliggende werkkampen, zoals Lager Gneisenau (Camiers), Lager Erika (Étaples) en Lager Lettow-Vorbeck (Calais). Het transport van 18 juli 1942 vervoert 288 Joodse mannen naar het werkkamp "Les Mazures" nabij Revin in de Franse Ardennen.

Bij het vertrek uit België krijgen de dwangarbeiders geen informatie over hun bestemming. Onderweg gooien ze briefjes uit de trein. Zo krijgen hun achtergebleven gezinnen ten minste enig idee van hun locatie.

De werkkampen in Noord-Frankrijk

De levensomstandigheden in de OT-werkkampen zijn erbarmelijk. De arbeiders slapen in tenten of leegstaande gebouwen, zoals scholen, en moeten in veel gevallen zelf nog barakken bouwen. De werkdagen duren tien tot veertien uur. Soms moet daarbovenop nog uren vanuit het kamp gemarcheerd worden naar de werkelijke werf. Aan de kustlijn worden de dwangarbeiders ingezet bij zeer zwaar fysiek werk: de aanleg van bunkers, batterijen, tunnels en wegen. In "Les Mazures" bestaat de dwangarbeid voornamelijk uit de productie van houtskool.

Vooral in de werkkampen aan de kust is de povere hoeveelheid eten van zeer slechte kwaliteit en is de hygiëne zeer slecht. Honger en ziektes treffen bijna alle gevangenen. Ooggetuigen stellen bovendien vast dat de dwangarbeiders door hun bewakers als beesten werden behandeld. Door de combinatie van structurele ondervoeding en brute fysieke mishandelingen takelen de mannen fysiek snel af. Er vallen ook doden. Ten minste zeventien Joodse dwangarbeiders uit Antwerpen bezwijken door werkongevallen, mishandeling of beide.

75246.jpg
Instelling : Cegesoma/Rijkarchief
Collectie : Sipho
Originele legende : Zicht op het bouw van de Atlantikwall, s.d.

Het onmenselijke regime leidt tot een hoog aantal ontsnappingen: minstens 114 mannen kunnen ontkomen. Ze vluchtten uit de kampen zelf, tijdens de lange marsen van en naar de werkplek, of vanuit het ziekenhuis in Boulogne-sur-Mer waar zieken en gewonden worden verzorgd.

kd_00365_000011.jpg
Instelling : Kazerne Dossin
Collectie : Fonds Erlich-Liberman (KD_00365)
Originele legende : Vital Bertrand Lieberman en luitenant Döhring (Organisation Todt) in het OT-werkkamp "Les Mazures", s.d..

De deportatie van de arbeiders

1.825 van de 2.250 Joodse dwangarbeiders (81,11 procent) worden uiteindelijk gedeporteerd, voornamelijk naar Auschwitz-Birkenau. Midden september 1942 vindt een eerste selectie plaats in de werkkampen aan de kust. In groepjes worden de meest verzwakte dwangarbeiders overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen. Transport XI voert hen op 26 september 1942 naar Auschwitz-Birkenau. De meesten van hen worden vermoord.

Enkele weken later worden de dwangarbeiders in "Les Mazures" het slachtoffer van een selectie. 243 van hen worden op 23 oktober 1942 overgebracht naar de Dossinkazerne. Transport XV voert hen de daaropvolgende dag naar Auschwitz-Birkenau. 220 van hen worden vermoord. Na de selectie in "Les Mazures" blijven 42 Joodse arbeiders in het kamp achter. Zij zijn uitgezonderd van deportatie vanwege hun Belgische nationaliteit of hun niet-Joodse echtgenote. De helft van hen kan in 1944 tijdens een transport naar het verzamelkamp Drancy uit de trein ontsnappen en overleeft de oorlog. De andere helft wordt alsnog vanuit Drancy naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts één van hen overleeft.

Op 28 oktober 1942 komt er een delegatie uit de Dossinkazerne toe in Noord-Frankrijk: vier SS-verantwoordelijken en drie Joodse jonge vrouwen. Deze secretaresses, zelf gevangenen van het verzamelkamp in Mechelen, worden verplicht om meer dan duizend van de dwangarbeiders in te schrijven op de deportatielijsten van Transport XVI en Transport XVII. Deze treinen vertrekken op 30 oktober 1942 in de late avond in Noord-Frankrijk en houden halt in het station van Muizen, vlak bij Mechelen. Wagons met extra gevangenen uit de Dossinkazerne worden aangekoppeld, waarna het transport op 31 oktober 1942 verder rijdt naar Auschwitz-Birkenau. Meer dan 250 gedeporteerden springen onderweg uit de trein, de meeste van hen voormalige OT-dwangarbeiders.

De achtergebleven families

kd_00519_000006.jpg
Instelling : Kazerne Dossin
Collectie : Fonds Anielewicz (KD_00519)
Originele legende : Brief geschreven door Roza Bronsztajn aan haar echtgenoot Hersch alias Harry Anielewicz in het werkkamp Dannes of het werkkamp Condette in Noord-Frankrijk, 18 8 1942..

Recent onderzoek naar de impact van OT-dwangarbeid op de overlevingskansen van Antwerpse Joden toont een triest beeld. Bijna drie vierde (73,52 procent) van alle familieleden van de OT-arbeiders is gedeporteerd. Dit is aanzienlijk meer dan het Antwerpse gemiddelde, dat toont hoe de helft (56 procent) van alle Joden uit de havenstad is weggevoerd. 

Werken voor Organisation Todt heeft het lot van deze families dus bepaald. Ze lijken eerder geneigd om op hun officiële adres te blijven, en niet onder te duiken zoals andere families. Een eerste mogelijke verklaring hiervoor is de (valse) belofte van de nazi’s dat familieleden van OT-arbeiders met rust gelaten zullen worden. Een tweede mogelijke verklaring is het kleine beetje loon dat aan de families wordt uitbetaald en dat zij broodnodig hebben om te overleven. Een derde verklaring is de hoop om de verbinding met de mannen in Frankrijk in stand te houden. Er mogen immers brieven en pakjes worden verstuurd. In sommige gevallen is zelfs op bezoek gaan mogelijk.

In Antwerpen, zo blijkt uit het onderzoek, is de communicatiestroom, die velen in de val lokte, echter soms ook de redding geweest. Wanneer de arbeiders gedeporteerd worden en verdere post uit Frankrijk uitblijft, trekken sommige families toch de levensreddende conclusie en duiken met succes onder. Omgekeerd inspireert het gebrek aan nieuws uit Antwerpen na de arrestatie van hun familie sommige dwangarbeiders om te ontsnappen. Verschillende onder hen groeien vervolgens uit tot sleutelfiguren in het verzet. De Antwerpse OT-arbeiders Abraham Manaster en Joseph Sterngold leggen na hun ontsnapping bijvoorbeeld mee de basis voor de Antwerpse tak van het Joods Verdedigingscomité (JVC), het grootste en belangrijkste onderduiknetwerk in België.

Bibliografie

Andreux Jean-Émile, “Mémorial des déportés du Judenlager des Mazures”, Tsafon: Revue d’études juives du Nord, 3, hors-série (2007), 35-121.

Godfroid Anne, “A qui profite l’exploitation des travailleurs forcés juifs de Belgique dans le Nord de la France?”, CHTP/BEG, 10 (2002), 107-127, chtp10_005_Dossier_Godfroid.indd.

Rigaut Rudy, “Les particularités de la zone côtière dans la persécution des Juifs dans le Nord et le Pas-de-Calais occupés (1940-1944)”, Tsafon: Revue d’études juives du Nord, 79 (2020), 39-74.

Styven Dorien en Vanden Daelen Veerle, “The ‘Antwerp specificity’. Differences in deportation numbers”, Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, LIV (2024, 1), 8-39, journalbelgianhistory.be/en/system/files/article_pdf/Dorien Styven_Veerle Vanden Daelen %282%29.pdf.

Vandepontseele Sophie, “De verplichte tewerkstelling van joden in België en Noord-Frankrijk”, in: Rudi Van Doorslaer en Jean-Philippe Schreiber (ed.), De curatoren van het getto. De Vereniging van de joden in België tijdens de nazi-bezetting, Tielt, 2004, 149-181.

 
Om deze pagina te citeren
Joodse dwangarbeid onder Organisation Todt
Auteurs : Styven Dorien (Instelling : Kazerne Dossin) - Vanden Daelen Veerle (Instelling : Kazerne Dossin)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/joodse-dwangarbeid-onder-organisation-todt.html