Heropleving en clandestiene activiteit
Vanaf het einde van de zomer van 1940 komt het liberale leven zo goed en zo kwaad als het gaat weer op gang. Er ontstaat een “oorlogsbureau”, aangevuld met kleine lokale comités.
In augustus 1942 slagen die verschillende kernen erin de handen in elkaar te slaan. Vanaf dan kan men spreken van een clandestiene Liberale Partij, die in contact staat met de liberale kringen in Londen én met leden van het binnenlandse verzet. Collaboratie en repressie staan op de agenda van de geheime bijeenkomsten. Onmiddellijk na de Bevrijding schaart de Liberale Partij zich, samen met de socialisten en de katholieken, achter een gezamenlijke oproep om een “strenge en snelle rechtspraak toe te passen op verraders, collaborateurs en oorlogsprofiteurs” (4 september 1944).
Auteursrechten : Rechten voorbehouden
Originele legende : De Belgische regering komt terug uit Londen, 8 september 1944
Collectie : Sipho
Auteursrechten : CegeSoma
Originele legende : [Frei gegeben durch zensur]
Weblegende : Industrieel bekken van Charleroi tijdens de bezetting. De zware industrie blijft produceren, maar moet de grenzen in acht nemen die de doctrine van Galopin oplegt, meer bepaald het verbod om goederen van militaire aard te produceren.
Pleidooi voor een kordate en drastische aanpak
De Liberale Partij bevestigt dit onbuigzame standpunt in een motie die op 26 november 1944 door haar permanent comité wordt aangenomen.
Onder invloed van haar jongste leden , die zich het sterkst had ingezet in de strijd tegen de bezetter, eisen ze : “1° een snelle en strenge bestraffing van verraders, verklikkers en collaborateurs; (…) 2° de ontbinding van organisaties die vijandig staan tegenover de democratische instellingen, plus een levenslange ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten voor iedereen die zich tijdens de bezetting bij zulke groeperingen had aangesloten; 3° de verbeurdverklaring van alle oorlogswinst die op onrechtmatige wijze is gemaakt.”
De morele bekommernissen die in deze motie naar voren komen, vormen ook de leidraad van het werk van de interne zuiveringscommissie. Die commissie wordt binnen de partij opgericht om klaarheid te scheppen over de houding van enkele mandatarissen tijdens de bezetting.
De eisen rond de repressie zijn uiteraard gekleurd door de zware tol die de liberalen hebben betaald aan de Duitse bezetter en haar collaborateurs. Geregeld wordt de toon wel afgezwakt door oproepen tot gezond verstand, vooral met betrekking tot economische collaboratie. Toch bestaat er binnen de partij een breed gedragen consensus, wat duidelijk blijkt uit tussenkomsten in het parlement en uit publieke verklaringen. Tussen februari 1945 en maart 1947 bekleden meerdere liberale ministers de sleutelportefeuilles Justitie en Binnenlandse Zaken in opeenvolgende regeringen. Zij zijn dus rechtstreeks verantwoordelijk voor de concrete uitvoering van naoorlogse repressie en zuivering.
De bocht van februari 1946
De zware nederlaag van de Liberale Partij bij de verkiezingen van 17 februari 1946 leidt tot een opvallende versoepeling van de sinds 1944 aangehouden lijn. Volgens de partijtop heeft die starre opstelling “in de repressiekwestie in het algemeen en de economische collaboratie in het bijzonder” de liberale lijsten heel wat stemmen gekost. Daarnaast zouden de liberalen ook afgedaan hebben door de verdachtmakingen van de communisten, die wezen op de “verstrengeling” van bepaalde industriëlen en zakenlui met een liberaal etiket. Het was duidelijk tijd voor meer soepelheid en pragmatiek. Toen de liberalen in het voorjaar van 1947 opnieuw voor de oppositiebanken kozen, concentreerden ze zich vooral op de Koningskwestie en op hun vertrouwde thema’s: sociaaleconomische dossiers en het fiscaal beleid.
Auteursrechten : Rechten voorbehouden
Originele legende : Question royale (référendum) 208/50
Bibliografie
D’Hoore, Marc. “Parti Libéral belge”. In Dictionnaire de la Seconde Guerre mondiale en Belgique, onder redactie van Paul Aron en José Gotovitch. Brussel: André Versaille, 2008. UniCat.
Rozenberg, P. “Du ‘Bureau de guerre’ au comité d’épuration. Les Libéraux pendant la Seconde guerre mondiale”. MA Thesis. Brussel: Université Libre de Bruxelles, 2010.
Van Haecke, Lawrence. “Repressie en epuratie. De bescherming van de uitwendige veiligheid van de Staat als politiek-juridisch probleem tijdens de Belgische regimecrisis (1932-1948)”. Ph.D. Thesis. Gent: Universiteit Gent, 2014.








