België in oorlog / Artikels

« Moffen », « Boches » en de rest. Scheldwoorden in oorlogstijd: spot als wapen ?

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De bezetting door een vreemd leger in oorlogstijd zorgt dikwijls voor een brede waaier van verzet, van grapjes tot extreem geweld. Op dat vlak lag de Tweede Wereldoorlog in het verlengde van de “Grote Oorlog”: twintig jaar later kreeg de bevolking te maken met dezelfde “ overweldiger”, maar de woordenschat veranderde.  

Oude bekenden: de “Moffen” / “ Boche” en rivalen

De « boche », een woord waar men niet naast kan. De uitdrukking dook voor het eerst op in de context van de oorlog van 1870-1871, met enkele varianten: « Allemoche » of « Allomoche /Alboche ». In de zomer van 1914 was het woord er weer en na 10 mei 1940 werd het in Franstalig België populairder dan ooit. Men bleef het de hele bezetting door gebruiken – zelfs vanuit Londen op « radio-Belgique » - maar er doken ook andere uitdrukkingen op . Uit de verbeelding van de bevolking ontsproten een paar geduchte concurrenten (anders dan in ’14-’18). Inderdaad , naast « Boches » ( « Moffen » in het Nederlands, zie verder) verscheen vlug « Doryphores » (coloradokevers), een verwijzing naar het grote aardappelverbruik van de soldaten van het Reich – er bleef dus uiteraard minder over voor de bevolking - naar analogie met de parasieten die aan het einde van de tussenoorlogse periode de aardappelvelden kaalvraten…



Het Franse « Boche » werd dus voor het eerst gebruikt in de 19e eeuw, terwijl het Nederlandstalige equivalent « moffen » veel ouder is. Het zou reeds als « Muff » in de 16e eeuw gebruikt zijn voor een onbeleefd of grof persoon. Oorspronkelijk zou het vooral Duitsers uit Westfalen gegolden hebben die voor boertig doorgingen. De uitdrukking zou ook toegepast worden op arme (land)arbeiders uit de zuidelijke Nederlanden of uit Duits gebied die in noord-Nederlandse centra kwamen werken. Alternatief zou het ook gebruikt geweest zijn als bespotting van de Duitse soldaten met rechte zakken vooraan in hun jas (moffen) tijdens het beleg van Groningen ( 1672). Wat er ook van zij, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de uitdrukking zowel in Vlaanderen als in Nederland druk gebezigd. Koningin Wilhelmina had het erover in haar Londense toespraken. Op « radio-België » » kreeg de Franse formule « on les aura les Boches » - oorspronkelijk uit de Eerste Wereldoorlog – een Nederlandstalige concurrent : « (Zonder erop te boffen,) Toch krijgen we ze wel, de moffen ». Het woord was dus voorgoed pejoratief geworden…





Het groenachtige uniform van de Wehrmacht leidde ertoe dat de militairen met de metafoor « sauterelle » (sprinkhaan, « Spita », in het Waals) werden bedacht, zonder evenwel « Doryphore » te kunnen vervangen. In Wallonië werden ook uitdrukkingen uit Frankrijk overgenomen : de « Boche »/ « Doryphore » werd dan in het beste geval « Fritz », « Fridolin » of « Frisé » (fijne allusie aan de kortgeschoren hoofden van de Duitse soldaten) of « Schleuh » als het nijdiger moest. Voor de anekdote: de « Schleuhs » waren eigenlijk een oorlogszuchtige stam uit het zuiden van Algerije die aan het einde van de 19e eeuw door de Fransen bestreden werd en als barbaars beschouwd werd. Wat er ook van zij, het substantief « Schleuh » was een blijver en werd in de jaren 1960 in het Luikse nog gebruikt door de generaties die de Tweede wereldoorlog hadden meegemaakt.



Er moet wel benadrukt worden dat noch « Doryphores » noch « Schleuhs » het dominante gebruik van « Boche » in Wallonië hebben kunnen verdringen. Het leidde zelfs tot het mooie neologisme « embochés », aanvankelijk om de “vrijwillige” arbeiders in Duitsland aan te duiden (« embochés » = “embauchés”, aangeworven), daarna meer in het algemeen de voorstanders van nazi-Duitsland. En er waren er veel meer van dan in ’14-’18, wat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een hele hoop scheldwoorden opleverde.  

manneke-pis-chasse-les-alboches-1.jpg
Collectie : Rainer Hiltermann
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : Postkaart, s.d. (na de Eerste Wereldoorlog)
de-stem-der-belgen-1-9-1944.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : klandestiene pers
Oorspronkelijke legende : De Stem der Belgen, 1 september 1944
32421-de-laveleye-et-moedwil.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Victor de Laveleye en Jan Moedwil, Londen, s.d.

Aan collaboratiekant…

291059-a-mort-les-assassins.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Pamflet van het Onafhankelijkheidsfront, Charleroi, 1942-1943.
522417-de-moffen-of.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Pamflet van het Onafhankelijksfront, s.d. (1944)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er sprake geweest van de « aktiviste flamboche » m.a.w. het radicale groepje in de Vlaamse beweging dat het unitaire België zo snel mogelijk wilde liquideren met Duitse hulp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden dat de « Zwarten » naar de kleur van de uniformen van de milities van het Vlaams Nationaal Verbond (de Dietsche Militie-Zwarte Brigade), de Algemene-SS Vlaanderen of DeVlag. De “belgicistische” Vlamingen reageerden met de uitdrukkingen “Zwarten”, Zwartlappen of zelfs Pruisenhoeren voor vrouwelijke collaborateurs , woord dat vooral in Limburg voorkwam. Wie deel uitmaakte van de Duitse politiediensten werd gestigmatiseerd als « nazi-beul » of « Gestapo ». De vooroorlogse pers en de sluikpers in het noorden van het land had het over de « Hitlerknechten » (Hitler werd trouwens ook « Dolf Moustache » of « den Dolf » genoemd). In het kleine wereldje van de Vlaams-nationalistische collaboratie klonk het anders en de germanisering ging er steeds verder. De voorstanders van de “kruistocht tegen het atheïstische Bolsjewisme” maakten ijverig propaganda voor de organisatie « Voor Onze Jongens aan het Oostfront » en kalkten de afkorting « VOJO » op de muren. De meer gematigden hadden dan weer niets dan lof voor de « oorlogsburgemeesters », kleine kaderleden van het VNV die burgemeester waren geworden bij de gratie van de Duitse bezetter … en van secretaris-generaal van binnenlandse zaken Gerard Romsee.


In Wallonië ging het er harder aan toe. Geen « oorlogsburgemeesters », maar « ersatz-bourgmestres » (“ersatz“ als Duits vervangproduct … van mindere kwaliteit dan het origineel) of zelfs « bourgmestres-boches » die zich aan de vijand hadden verkocht en die voortdurend bedreigd werden en zelfs neergeschoten …. Militanten van Rex werden « Noirs » (zwarten) genoemd om dezelfde redenen als hun Vlaamse politieke collega’s . In het Naamse en het Luikse waren ze ook bekend als « Niûrs-Panès », zwarte hemdslippen. En zoals iedereen weet, kwamen de hemdslippen toen tot aan het achterwerk, wat met een beetje verbeelding een aantal scatologische fantasietjes toeliet … Tenslotte waren er de Waalse oostfronters die laat een specifieke bijnaam kregen. Vanaf de lente 1944 werden het de « Tcherkassys », naar de slag bij Tcherkassy-Korsun (west-Oekraïne) die vrij bekend werd maar waarbij velen sneuvelden…

Er moet niet op gewezen worden dat de meeste van deze woorden samen met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog langzamerhand uit het geheugen verdwenen. Ook het naoorlogse substantief  “inciviek “ is zeldzaam geworden. Misschien zijn “ Boche “ en “Moffen” dankzij de vele oorlogsfilms iets bekender gebleven , maar verloren hun totaal negatieve connotatie. Zijn die termen quasi folklore geworden? Maar dat is misschien ook het lot van de meeste herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog… 

Bibliografie

Alain Colignon, "Boches" et "Bocheries", une famille de concepts entre haine et dérision in Chantal Kesteloot et Laurence van Ypersele, Du café liégeois au soldat inconnu. La Belgique et la Grande Guerre, Bruxelles, Racine, 2018, pp. 102-105.

https://www.vrt.be/nl/aanbod/h...

Pour citer cette page
« Moffen », « Boches » en de rest. Scheldwoorden in oorlogstijd: spot als wapen ?
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/moffen-boches-en-de-rest-scheldwoorden-in-oorlogstijd-spot-als-wapen.html