In september 1940 vestigden de Duitse propagandadiensten zich op nummer 15 van de Guimardstraat, in het centrum van Brussel. Vier jaar lang fungeerde dit gebouw als hoofdkwartier van de Propaganda-Abteilung Belgien, een Duitse dienst die volledige controle wilde uitoefenen over de media en culturele leven in België en Noord-Frankrijk.
Originele legende : Wohin in Brüssel, juni 1941
Een chaotische aankomst
Aanvankelijk was alleen het Duitse leger bevoegd voor de bezetting van België en Noord-Frankrijk. Na de invasie van mei 1940 vestigde zich een militair bestuur in Brussel, dat zowel het Koninkrijk als de twee Franse departementen Nord en Pas-de-Calais bestuurde. In dit kader beschikt de bezetter over een militaire propagandadienst: de Propaganda-Staffel B, die op 15 november 1940 de Propaganda-Abteilung Belgien (propaganda-afdeling België) wordt.
Deze propagandadienst groeit snel aan, hoewel de start ervan in België op zijn zachtst gezegd chaotisch verloopt. De dienst werd eind april 1940 in allerijl opgericht en was bij het begin van de invasie nog niet volledig georganiseerd. De structuur en het personeel zijn niet geschikt voor de taak en al in juli 1940 moet er een grondige herstructurering plaatsvinden, na verschillende kostbare fouten zoals de onhandige herlancering van het dagblad La Nation Belge. Het blad, dat amper enkele dagen na de val van Brussel opnieuw werd gelanceerd, staat qua inhoud in schril contrast met de toon die het vóór de Duitse invasie aansloeg. De invloed van de propagandadiensten werd hierdoor duidelijk voor een deel van de bevolking, die de krant al snel de bijnaam La Nation Boche gaf, wat de bezetter ertoe bracht de publicatie van de krant eind september 1940 stop te zetten.
Originele legende : La Nation belge, 23 mei 1940 (eerste nummer)
Een alomvattende benadering van de propaganda
Collectie : Kropf
Originele legende : Gerhardus, van voor, in uniform, mei 1941
Vanaf de zomer van 1940 krijgt de dienst een permanent karakter. Majoor Felix Dr. Gerhardus neemt het bevel over en de Propaganda-Abteilung wordt opgesplitst in verschillende Gruppen die gespecialiseerd zijn in de diverse taken: de Gruppe Presse houdt zich bezig met de geschreven pers, de Gruppe Rundfunk met de radio, de Gruppe Kultur is onderverdeeld in verschillende bureaus die gespecialiseerd zijn in elke culturele sector (theater, literatuur, muziek, beeldende kunst), de Gruppe Film controleert de filmindustrie, terwijl de Gruppe Aktiv-Propaganda verantwoordelijk is voor het opzetten van grootschalige propagandacampagnes waarbij alle beschikbare middelen worden ingezet (pamfletten, affiches, brochures, tentoonstellingen, enzovoort).
De taak van de Propaganda-Abteilung blijft complex, aangezien deze verantwoordelijk is voor drie regio’s met uiteenlopende omstandigheden: Vlaanderen, Wallonië en Nord-Pas-de-Calais, en dan hebben we Brussel nog niet eens meegerekend. Dit werkgebied strekt zich uit over zowel een politieke als een taalkundige grens, en de propagandadiensten moeten hun boodschap aan elk publiek op een andere manier aanpassen.
In dit kader richten de propagandisten zich vooral op Vlaanderen, dat wordt beschouwd als een gebied met een Germaans erfgoed en waarvan de cultuur zou zijn onderdrukt door de voormalige Belgische staat en door de Franse culturele invloed. Om haar propagandacampagnes lokaal aan te passen, zet de Propaganda-Abteilung nevenafdelingen in, zogenaamde Propaganda-Staffeln of Propaganda-Nebenstellen, in de grote steden van Vlaanderen (Antwerpen, Gent, Brugge en Hasselt), Wallonië (Charleroi, Luik en Bergen) en Noord-Frankrijk (Rijsel en Boulogne).
De invloed van het Ministerie van Propaganda
In theorie valt deze dienst uitsluitend onder het Duitse leger. Hij staat zowel onder het bevel van de propaganda-afdeling van de generale staf in Berlijn (OKW/Wehrmacht-Propaganda, of OKW/WPr) als van het militaire bestuur in Brussel. Propagandaminister Joseph Goebbels slaagt er echter in om een indirecte maar sterke invloed op de dienst uit te oefenen door de benoeming van specialisten uit zijn ministerie en door de toewijzing van aanzienlijke financiële middelen. Zo zorgt hij er in juli 1940 voor dat een van zijn trouwe volgelingen, Hermann Brouwers, wordt aangesteld als rechterhand van het hoofd van de Propaganda-Abteilung. In de praktijk neemt Brouwers de meeste beslissingen op het gebied van propaganda en brengt hij regelmatig verslag uit aan Goebbels.
1940-1942: Ambitieuze culturele en mediadoelstellingen
Originele legende : De Burcht nr 1, februari 1941.
In de eerste jaren van de bezetting streeft de Propaganda-Abteilung uiterst ambitieuze doelstellingen na. Met de steun van Goebbels’ Propagandaministerie en diens materiële en financiële hulp willen de propagandisten het media- en cultuurlandschap grondig hervormen. De gedrukte pers die weer verschijnt, wordt aan censuur onderworpen, terwijl de radiogroep de oprichting van Radio Bruxelles en Zender Brussel organiseert op de puinhopen van de NIR. De propagandadienst probeert ook een nieuwe vorm van journalistiek te ontwikkelen naar nationaalsocialistisch model en probeert daartoe de journalisten te paaien die bereid zijn weer de pen op te nemen. Deze nemen deel aan reizen naar Duitsland en bezet gebied in de hoop dat ze overtuigd kunnen worden door de nationaalsocialistische ideologie, terwijl vertegenwoordigers van elke krant en elke radiozender wekelijks samenkomen voor een persconferentie onder auspiciën van de propagandisten. Deze maatregelen worden ook ondersteund door grootschalige anti-Britse, antisemitische of antisovjet-propagandacampagnes en door de organisatie van grootschalige tentoonstellingen, zoals de anti-maçonnieke tentoonstelling begin 1941.
Op cultureel vlak wil de Propaganda-Abteilung ook hier de sector grondig hervormen. De Franse culturele invloed moet worden uitgebannen, met name in Vlaanderen, maar ook in Wallonië en, in mindere mate, in Nord-Pas-de-Calais, dat wordt beschouwd als een Vlaams gebied met onduidelijke grenzen. Kunstwerken van joodse kunstenaars of onderdanen van vijandige landen zoals het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie of de Verenigde Staten zijn verboden. Meer in het algemeen is het de bedoeling dat Duitsland het nieuwe Europese culturele centrum wordt en willen de propagandisten de culturele banden tussen Vlaanderen of Wallonië enerzijds en het Reich anderzijds versterken. Daartoe roept de Propaganda-Abteilung de hulp in van collaboratiebewegingen, in de eerste plaats DeVlag, waarvan de Duitse medeoprichter Rolf Wilkening lid is van de propagandadienst, maar ook de Communauté Culturelle wallonne of het Vlaamsch Verbond van Frankrijk.
1942-1944: Rust bewaren als motto
In de tweede helft van de bezetting moet de Propaganda-Abteilung haar doelstellingen naar beneden bijstellen vanwege de militaire tegenslagen van het Duitse leger. De dienst wordt hierdoor direct geraakt, want het personeelsbestand slinkt: van 280 in januari 1942 zijn er in augustus 1944 nog maar ongeveer 70 propagandisten in de Guimardstraat. Terwijl Hermann Brouwers in februari 1942 naar het oostfront vertrekt, wordt majoor Gerhardus in juni 1942 vervangen door Karl Gunzer, het hoofd van de radiogroep.
Geleidelijk aan wordt het grootschalige project voor culturele hervorming voor onbepaalde tijd opgeschort, in die mate zelfs dat Franse sterren als Edith Piaf of Charles Trenet rond de jaarwisseling 1943-1944 toestemming krijgen om tijdens grote tournees terug te keren naar Franstalig België. Het handhaven van de rust wordt nu het hoofddoel; het aanbieden van allerlei soorten vermaak aan de bevolking wordt dan ook gezien als een middel om de groeiende ontevredenheid in toom te houden. De propagandacampagnes worden steeds somberder, terwijl de triomfantelijke toon van de eerste jaren verandert in macabere boodschappen die de angst voor de komst van het Rode Leger of geallieerde bombardementen trachten aan te wakkeren. Uiteindelijk moet de Propaganda-Abteilung zelf in de zomer van 1944 worden ontbonden bij de instelling van een civiel bezettingsbestuur in Brussel, maar het proces is nog niet voltooid wanneer de geallieerde legers het gebied bevrijden.
Originele legende : Ausstellung über die Arbeit der Propaganda-Abteilung Belgien (in einem Schloss?), Wandtafel, ca. Dez. 1941 / Jan. 1942
Collectie : Kropf
Originele legende : Ausstellung PK BelgienAusstellung über die Arbeit der Propaganda-Abteilung Belgien (in einem Schloss?), Wandtafel, ca. Dez. 1941 / Jan. 1942
Bibliografie
De Bens, Els, De Belgische dagbladpers onder Duitse censuur (1940-1944), Anvers : De Nederlandse Boekhandel, 1973.
Devillez, Virginie, Le retour à l’ordre : art et politique en Belgique, 1918-1945, Bruxelles : Dexia/Labor, 2003.
Fortemps, Louis et Vande Winkel, Roel, « The German Military Propaganda Department Belgium (Propaganda-Abteilung Belgien) vis-à-vis „Cultures of Spectacle„ in occupied Belgium (1940-1944) », dans Revue Belge d’Histoire contemporaine, vol. 53, n° 1-2, 2023, p. 170-200, BTNG_Louis_Fortemps_Roel_Vande_Winkel_2023_1-2.pdf.
Fortemps, Louis, Propaganda-Abteilung Belgien. Les services de propagande allemands en Belgique et dans le nord de la France occupés (1940-1944), Thèse en Histoire et en sciences sociales, Université de Lille et KU Leuven (dir. Stéphane Michonneau et Roel Vande Winkel), 2025.
Rase, Céline, Interférences. Radios, collaboration et répressions en Belgique (1939-1949), Namur : Presses universitaires de Namur, 2021.
Vande Winkel, Roel, « Film distribution in occupied Belgium (1940-1944): German film politics and its implementation by the ‘corporate’ organisations and the Film Guild », dans Tijdschrift voor Mediageschiedenis, vol. 20, n°1, 2017, p. 46-78.






