5688-comptoir.jpg
Instelling : CegeSoma/Rijksarchief
Collectie : Seria Cafés in Brussel, 1940-1945.
Originele legende : De toog van de Spijtigen Duivel, s.d.
België in oorlog / Artikels

Tussen toog en verzet. De rol van Brusselse cafés

Thema - Verzet

Auteur : Crombez Stella

Publicatiedatum : 14/10/2026

Om deze pagina te citeren

 

Tijdens de Duitse bezetting van België speelt een deel van het verzet zich niet helemaal in het verborgene af. Cafés blijven in de Tweede Wereldoorlog populaire ontmoetingsplekken en vormen een belangrijk onderdeel van het sociale en culturele leven van de stad. Bezoekers komen er om te ontspannen, bij te praten en anderen te ontmoeten. Soms is er ook amusement, zoals cabaret.

In deze publieke ruimtes ontwikkelt zich soms verzet. Dit levert een opvallende tegenstelling op tussen het publieke aspect van het café en het verborgen karakter van de verzetsactiviteiten. Het verzet dat in cafés wordt georganiseerd, beweegt zich dus voortdurend op de grens tussen zichtbaarheid en clandestiniteit.

In het kader van een onderzoek voor het vak Historische Oefeningen binnen de opleiding Geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen (2e bachelor) zijn naoorlogse erkenningsdossiers van negen Brusselse caféhouders bestudeerd. Daarbij is nagegaan welke verzetsactiviteiten zij uitvoerden en welke rol hun café daarin speelde. De centrale vraag is welke mogelijkheden een café bood voor het verzet: wie, wat en hoe er verzet is gepleegd in verschillende Brusselse cafés.

Verzet in cafés

Sommige cafés dienen als opslagplaats voor sluikpers. De omvang van die depots varieert sterk: op sommige plekken liggen slechts 50 exemplaren, terwijl elders tot 1000 kranten worden bewaard. Ook de organisatie verschilt. Cafébaas Alphonse Feuggelen richt boven zijn café Le Renard een zaaltje in op de eerste verdieping. Daar staan brievenbussen met de namen van verschillende liefdadigheidsinstellingen. Wie dat wil, kan er sluikpersbladen ophalen of achterlaten met een sleutel die persoonlijk wordt overhandigd of op de koer van het café ligt. Zo blijft bij een bezoek van de Gestapo onduidelijk wie verantwoordelijk is.

Naast kranten slaan sommige uitbaters ook ander materiaal op. Zo verklaart een getuige na de oorlog dat Feuggelen het eerste grote zendstation uit Londen in bewaring krijgt. Die naoorlogse verklaring is echter moeilijk te verifiëren. Anderen, zoals Philippine Parmentier of Louis de Pauw, bewaren dan weer materiaal om valse identiteitskaarten te maken.

De rol van het café beperkt zich niet tot bewaren: het vormt ook een schakel in de distributie van sluikpers. Veel uitbaters geven clandestiene kranten door aan hun klanten. Hun sociale positie achter de toog maakt hen daarvoor bijzonder geschikt. Ze bereiken een vaak groot publiek en kunnen doorgaans goed inschatten welke stamgasten openstaan voor dergelijke lectuur.

In een aantal cafés vinden zelfs vergaderingen van verzetsnetwerken plaats. Kroegbazin Cathérine Baudelet houdt bijvoorbeeld samen met haar man de wacht voor de bijeenkomsten van de Parti Socialiste Belge (PSB). Op die manier hebben vooraanstaande socialisten als Achille Van Acker en Louis Major in haar café vergaderd.

5673-cafe-marolles.jpg
Instelling : Cegesoma/Rijksarchief
Collectie : Serie Cafés in Brussel, 1940-1945, [Photographie internationale] [Sipho]
Originele legende : Het interieur van een klein café in de Marolleswijk in Brussel., s.d.

Risico’s

Verzetsactiviteiten in cafés tonen echter een gevaarlijke discrepantie. Enerzijds beschikken cafébazen over (meer) mogelijkheden – een ruimte, een sociaal netwerk en een vast publiek – wat tot succesvolle verzetsdaden kan leiden. Anderzijds liepen ze ook meer in de kijker. Zoals voor veel verzetslieden waren de risico’s aanzienlijk, maar in hun geval misschien zelfs groter.

Omdat het café zich in de openbare ruimte bevindt, is het een relatief makkelijk doelwit voor controles door de bezetter. Duitse politiediensten en hun Belgische medewerkers kunnen er zonder veel moeite binnenkomen, bijvoorbeeld door er een pintje te drinken. Een sprekend voorbeeld is de infiltratie van de Whitbread Tavern op de Emile Jaqmainlaan 12 door de beruchte Prosper Dezitter, een van de meest succesvolle contraspionnen in dienst van de Geheime Feldpolizei en, vanaf 1941, van de Alwehr. Dezitter doet zich voor als Canadese agent van de Britse inlichtingendienst en is verantwoordelijk voor de arrestatie van maar liefst 23 mensen, waaronder de cafébazin Juliette Demeester-Gulley. Deze case laat zien hoe cafés verschillende verzetsnetwerken samenbrengen, maar tegelijk ook hoe gevaarlijk die ontmoetingen in een publieke omgeving kunnen zijn. Het zijn ook plaatsen waar verschillende aanslagen worden gepleegd.

Een bijkomend gevaar is het overmatig gebruik van alcohol. Het café is de plek bij uitstek voor alcoholconsumptie en dronkenschap. Dat vormt echter niet de beste combinatie met het discrete verzetswerk. Er zijn voorbeelden van informanten die, ondanks hun patriottisme, in hun roes gevoelige informatie prijsgeven op café.

Een belangrijke opmerking hierbij is dat niet alle cafébazen uit dit onderzoek ook daadwerkelijk verzetsdaden in de context van hun café hebben gepleegd. Het was dus niet voor iedereen een evidentie om de risico’s in eigen café te trotseren. Niettemin hebben ze bijgedragen aan de strijd tegen de bezetter door bijvoorbeeld sluikbladen te verdelen, parachutisten onderdak te verlenen of valse identiteitskaarten uit te delen.

archives-attentats-ixelles.jpg
Instelling : CegeSoma/Rijksarchief
Collectie : Serie Aanslagen, 318
Auteursrechten : CegeSoma/Rijksarchief
Originele legende : Moord op M.V., caféhoudster in Elsene, 2 maart 1943
150468-dezitter-dr.jpg
Instelling : CegeSoma/Rijksarchief
Auteursrechten : CegeSoma, voorbehouden rechten
Originele legende : Prosper Dezitter, s.d.

Op het podium

Het verzet beperkt zich niet tot wat er achter de schermen gebeurt, maar komt soms ook op het podium tot uiting. In cabaretcafés kan verzet soms een meer expliciete vorm aannemen. Een bijzonder voorbeeld hiervan is de cabaretier Edgard Dobbelaere.

Dobbelaere treedt op in Brusselse cafés en theaters. Hij wordt na de oorlog erkend als weerstander voor zijn rol in de verspreiding van sluikpers, maar zijn dossier bevat vooral talrijke getuigenissen over zijn optredens tijdens de bezetting. Onder het alter ego ‘Willy’ brengt hij satirische monologen en liedjes die duidelijk anti-Duits van toon zijn.

Dat deze optredens niet onopgemerkt blijven, blijkt onder meer uit een artikel in Le Pays Réel, ‘het dagblad van de strijd van Rex’, uit 1942, waarin met bezorgdheid verslag wordt uitgebracht van zijn shows in het café La boîte à sel. De krant omschrijft Dobbelaere als een “anglofiele militant” die via de omweg van humor kritiek levert op de bezetter en diens bondgenoten. Zo verwijst hij in verhalen en grappen naar de politieke situatie in Duitsland en de militaire nederlagen van Italië, terwijl het publiek Engelstalige liederen enthousiast kan meezingen. Een gevaarlijke kerel, die liefst zo snel mogelijk tot de orde moet geroepen worden, zo concludeert de auteur van het artikel.

De getuigenissen in zijn naoorlogs erkenningsdossier ondersteunen dit beeld, maar dan vanuit een ander perspectief. Die bronnen benadrukken dat zijn optredens een belangrijke bron van morele steun vormden en bijdroegen aan het hooghouden van de moraal. ‘Willy’ vervulde een belangrijke rol voor zijn publiek, letterlijk en figuurlijk.

le-pays-reel-11-6-1942.jpg
Instelling : KBR
Originele legende : Le Pays réel, 11 juni 1942

Opmerkelijk is echter dat deze vorm van ‘verzet op het podium’ niet wordt opgenomen in de officiële erkenningscriteria voor ‘weerstander’ na de oorlog. Culturele en symbolische vormen van verzet vallen buiten het juridische kader en blijven daardoor moeilijk zichtbaar in de bronnen.

Om deze pagina te citeren
Tussen toog en verzet. De rol van Brusselse cafés
Auteur : Crombez Stella
Publicatiedatum : 14/10/2026
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/tussen-toog-en-verzet-de-rol-van-brusselse-cafes.html