De levensloop van Todor Angelov onttrekt zich fundamenteel aan nationale categorieën. Angelov behoort tot een generatie revolutionairen voor wie de politieke strijd structureel samenvalt met ballingschap, migratie en clandestiniteit. Zijn engagement ontwikkelt zich niet binnen de grenzen van één natiestaat, maar binnen een continuüm van grensoverschrijdende ervaringen die samen een specifieke vorm van verzet voortbrengen: transnationaal, diasporisch en antifascistisch. Centraal staat de stelling dat zijn latere rol in het verzet in België slechts begrepen kan worden wanneer ballingschap niet als onderbreking, maar als constitutieve ervaring wordt beschouwd.
Binnen het concept van transnationaal verzet fungeert de Spaanse Burgeroorlog als een laboratorium. Daar worden netwerken gevormd, hiërarchieën getest en morele grenzen afgebakend die later rechtstreeks doorwerken in het verzet tegen de nazi-bezetting in België.
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Todor Angelov (Angheloff) (1927)
Sociale afkomst en vroege politisering in Bulgarije
Todor Angelov wordt geboren op 12 januari 1900 in Kjustendil, een regionale stad in het zuidwesten van Bulgarije, nabij het Pirinmassief. Zijn sociale achtergrond is bescheiden. Zijn vader werkt als metselaar en is vaak langdurig afwezig om elders werk te vinden. Zijn moeder verdient bij als wasvrouw bij welgestelde gezinnen. Deze bescheiden sociaaleconomische context vormt een eerste voedingsbodem voor Angelovs latere politieke engagement.
Tijdens zijn schooltijd ontwikkelt Angelov zich tot een sociaal geëngageerd figuur. Getuigenissen uit familiekring en latere herinneringen benadrukken zijn talent voor retoriek, literatuur en muziek. Hij reciteert poëzie, spreekt over vrijheid en sociale rechtvaardigheid en verwerft al vroeg een reputatie als iemand die ideeën weet te verbinden met emotionele overtuigingskracht.
Zijn aanstelling als onderwijzer in de regio Radomir brengt hem in direct contact met rurale armoede en sociale ongelijkheid. In die context radicaliseert zijn discours. Angelov beperkt zich niet tot pedagogische taken, maar spreekt openlijk over onderdrukking, klassenstrijd en de noodzaak van verzet tegen wat hij beschouwt als een repressieve staatsmacht. Deze politieke activiteit leidt tot zijn ontslag en markeert zijn overgang van intellectueel engagement naar actief militantisme.
De Bulgaarse Septemberopstand van 1923: breuk en ballingschap
Instelling : Kazerne Dossin
Collectie : Bibliotheek
Originele legende : Svoboda Batchvarova, Du mont Pirine à Breendonk, Amitié Belgo-Bulgare (1980)
Het beslissende keerpunt in Angelovs leven is zijn deelname, toen nog als anarchist, aan de Bulgaarse Septemberopstand van 1923, een (communistisch) geïnspireerde poging om het autoritaire regime omver te werpen. De opstand wordt bloedig neergeslagen. Voor Angelov betekent dit niet alleen een militaire nederlaag, maar ook een existentiële breuk, aangezien hij voortaan wordt gezocht, bij verstek veroordeeld en gedwongen wordt onder te duiken.
Gedurende maanden zwerft hij met andere opstandelingen door het Pirinmassief, opgejaagd door leger en paramilitaire groepen. Deze periode van guerrilla-achtig overleven in de bergen krijgt later een bijna mythische status, maar haar structurele betekenis ligt elders. Hier ontwikkelt Angelov vaardigheden die later cruciaal blijken, zoals clandestiene organisatie, discipline onder extreme omstandigheden en een morele hardheid die gepaard gaat met sterke kameraadschap.
Ballingschap is in dit stadium geen keuze, maar een noodzaak. Met valse papieren verlaat Angelov Bulgarije en trekt hij naar Wenen. Deze eerste migratie markeert het begin van een permanente transnationale bestaansvorm: zonder vaste verblijfplaats, zonder burgerrechten, maar met een sterk politiek zelfbewustzijn. Als gevolg van een intern meningsverschil binnen de Bulgaarse anarchistische kringen in Wenen wordt hij uit die groep gezet. Omdat hij geen werk vindt, verlaat hij Oostenrijk en trekt hij verder naar Frankrijk.
Migratie en precair bestaan in West-Europa
Frankrijk biedt Angelov en zijn gezin aanvankelijk onderdak, maar ook daar wordt de tolerantie voor radicale buitenlandse militanten snel beperkt. In een Europa dat wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit, economische crisis en groeiend anticommunisme bevinden revolutionaire ballingen zich vaak in een juridisch vacuüm.
België blijkt relatief gastvrij. Angelov arriveert er in 1927 en vestigt zich uiteindelijk in Schaarbeek, een Brusselse gemeente met een grote concentratie migrantenarbeiders. De talrijke adreswijzigingen in zijn vreemdelingendossier verraden echter een wankel bestaan. Ook de gezondheid van zijn dochter Svoboda (°1925) baart zorgen. Zij verblijft maanden in het ziekenhuis voor een behandeling tegen tuberculose.
In Brussel vindt Angelov uiteindelijk werk in de schoenenindustrie, een sector die veel buitenlandse arbeiders tewerkstelt en waarin informele solidariteitsnetwerken floreren. Hij werkt er als schoenmaker, vaak in ateliers waar Bulgaren, Polen, Joden en Spanjaarden zij aan zij werken. Hij sluit zich aan bij de Kommunistische Partij van België (KPB). Deze arbeidersmilieus vormen de sociale infrastructuur van wat later de Main-d’Œuvre Immigrée (MOI) wordt, de clandestiene organisatie die buitenlandse arbeiders binnen de communistische beweging organiseert. Angelovs reputatie als betrouwbare militant maakt dat hij al snel een centrale rol speelt binnen de MOI-structuren. Zijn meertaligheid, ervaring met clandestiniteit en transnationale netwerk maken hem bijzonder geschikt als organisator. Dit alles gebeurt onder voortdurende surveillance van de Belgische vreemdelingenpolitie.
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Todor Angelov (Angheloff)
Uitzetting en de logica van permanente onzekerheid
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Alexandra Ivanova (1927)
In 1930 zetten de Belgische autoriteiten Angelov en zijn vrouw Alexandra Ivanova (°1904) het land uit, waardoor zij in Luxemburg terechtkomen. Officieel luidt de reden dat hij de openbare orde in gevaar brengt, maar in werkelijkheid gaat het om hun politieke activiteiten. Deze uitzetting onderstreept een structureel kenmerk van transnationaal verzet: juridische onzekerheid als permanente toestand.
In datzelfde jaar verleent de Bulgaarse koning Boris III, naar aanleiding van zijn huwelijk, amnestie aan gevluchte Bulgaarse vrouwen. Alexandra keert, omwille van de slechte gezondheid van Svoboda, terug naar Bulgarije, waar zij door familie wordt opgevangen. Todor blijft berooid en zonder geldige papieren in Luxemburg achter.
De scheiding van zijn gezin heeft diepe persoonlijke gevolgen, maar versterkt tegelijk zijn breuk met het nationale kader. Hij is voortaan niet alleen politiek, maar ook familiaal ontheemd. Hij zal zijn vrouw en kind niet meer levend terugzien. Deze jaren van onzekerheid vormen Angelovs politieke ethos. Hij leert functioneren in de schaduw van de staat en ontwikkelt een uitgesproken discipline en scherp risicobewustzijn. Met de hulp van de Brusselse advocaat Pierre Vermeylen slaagt hij erin naar België terug te keren. Hun vriendschap, die in deze periode ontstaat, blijkt in 1939 van groot belang bij zijn vrijlating uit het kamp van Gurs.
Van migrant tot transnationaal militant
Tegen het midden van de jaren dertig ontwikkelt Angelov zich tot een sleutelpersoon binnen de Brusselse communistische migrantennetwerken. Zijn politieke identiteit is niet langer primair Bulgaars of Belgisch, maar transnationaal antifascistisch. Hij beweegt zich in milieus waarin nationale herkomst ondergeschikt is aan gedeelde ervaringen van ballingschap en strijd.
Deze positie verklaart waarom Angelov zich in 1936 aansluit bij de Internationale Brigades in Spanje. De Spaanse Burgeroorlog vormt geen breuk, maar een logisch vervolg op zijn traject. Met zijn vertrek naar Spanje sluit de formatieve fase van zijn leven af. De jaren 1900-1936 vormen hem tot wat hij later in België wordt: geen nationale verzetsheld, maar een transnationaal revolutionair, gevormd door nederlaag, ballingschap en migratie.
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Todor Angelov (Angheloff) (1927)
De keuze voor Spanje: continuïteit van ballingschap
Angelovs beslissing om zich eind 1936 aan te sluiten bij de Internationale Brigades moet worden begrepen als een logisch gevolg van zijn levensloop. Voor transnationaal gevormde militanten is Spanje geen ‘buitenlandse oorlog’, maar het eerste front van een bredere antifascistische strijd die in Bulgarije begint en in West-Europa slechts wordt onderdrukt.
Hij wordt ingedeeld bij het Dimitrov-bataljon van de XVde Brigade, dat voornamelijk bestaat uit Slavische en Balkanvrijwilligers. Deze samenstelling weerspiegelt de diasporische aard van de Brigades. De brigadisten vechten niet zozeer namens hun vaderland, maar namens een ideologische gemeenschap die nationale loyaliteiten overstijgt.
Voor Angelov bevestigt dit zijn transnationale identiteit. Zijn ervaring met ballingschap en clandestiniteit maakt hem geschikt voor het brigadistenleven, gekenmerkt door hiërarchie, collectieve gehoorzaamheid en politieke vorming. Tegelijk blijft hij wantrouwig tegenover doctrinaire rigiditeit, een houding die later ook binnen het Belgische verzet zichtbaar wordt.
Instelling : Kazerne Dossin
Collectie : Bibliotheek
Originele legende : Angelov tussen brigadisten (1936-1939). Foto uit: Du mont Pirine à Breendonk (1980)
De Spaanse Burgeroorlog biedt Angelov niet alleen een militair strijdtoneel, maar ook een intensieve politieke en organisatorische vorming. De Internationale Brigades functioneren als een hybride structuur: militair hiërarchisch en ideologisch doordrongen van communistische discipline en internationalisme. Vrijwilligers worden getraind in wapengebruik, tactiek, politieke loyaliteit en zelfcontrole.
Hoewel het bronnenmateriaal geen sluitend bewijs levert voor een officiersopleiding, wijzen indirecte aanwijzingen op een aanzienlijke militaire vorming. Zijn latere leiderschap binnen het Mobiel Korps, zijn coördinatievermogen en zijn strikte omgang met clandestiniteit suggereren een training die verder gaat dan die van de doorsnee frontsoldaat.
Belangrijker dan formele rang is de informele autoriteit die Angelov verwerft. In de Brigades ontstaan duurzame kameraadschappen op basis van gedeelde gevechtservaring en wederzijds vertrouwen. Deze netwerken vormen later de ruggengraat van het transnationaal verzet in België.
De kampen als incubator van verzet
Na de ontbinding van de Internationale Brigades eind 1938 en de nederlaag van de Spaanse Republiek trekt Angelov zich samen met duizenden anderen tijdens de retirada terug naar Frankrijk. Daar wordt hij niet als bondgenoot, maar als ongewenste vreemdeling geïnterneerd in de kampen van Argelès-sur-Mer en later Gurs. Deze kampen functioneren, ondanks hun erbarmelijke omstandigheden, als cruciale ruimtes van hernieuwde netwerkvorming.
Binnen het kader van transnational resistance zijn deze kampen van bijzonder belang. Ze brengen voormalige brigadisten uit uiteenlopende landen samen en versterken hun gedeelde identiteit als antifascistische ballingen. In Argelès en Gurs ontstaan banden die later rechtstreeks doorwerken in verzetsstructuren in België en Frankrijk.
Voor Angelov bevestigt de internering dat staten onbetrouwbaar zijn en solidariteit van onderuit moet worden opgebouwd. De discipline en zelforganisatie die hij hier ontwikkelt, vormen een leerschool voor de latere clandestiene strijd. Vanuit de kampen mobiliseert hij zijn netwerk via correspondentie met Franse en Belgische communisten, met als doel de omstandigheden te verbeteren en zo snel mogelijk vrijlating te bekomen.
Auteursrechten : Bart Willems
Originele legende : Monument dat de locatie van de ingang van het kamp van Argelès-sur-Mer (Frankrijk) markeert ter nagedachtenis van de Spaanse republikeinen die er vanaf februari 1939 geïnterneerd waren. (2025)
Terugkeer naar België en de herconfiguratie van netwerken
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Todor Angelov (Angheloff) (1939)
In juli 1939 slaagt Angelov er met de hulp van Pierre Vermeylen opnieuw in naar België terug te keren. Hij vestigt zich opnieuw in Schaarbeek en reactiveert zijn vroegere netwerken. Deze terugkeer betekent geen herstel van normaliteit, maar een overgang naar een nieuwe fase van transnationaal engagement.
België staat op de drempel van de oorlog. Voor Angelov en zijn kameraden is een nieuwe confrontatie onvermijdelijk. De ervaringen in Spanje en de kampen bereiden hen voor op clandestiniteit en gewapend verzet. Tegelijk biedt België een infrastructuur waarin buitenlandse militanten zich kunnen hergroeperen.
Angelov wordt door de communistische partij aangeduid als verantwoordelijke voor de Brusselse MOI-structuren. Onder zijn leiding evolueert de MOI van een politieke organisatie naar een reservoir van potentiële gewapende verzetsstrijders.
De Duitse bezetting en de logica van transnationaal verzet
De Duitse inval in mei 1940 en de daaropvolgende bezetting van België betekenen een nieuwe escalatie. Voor Angelov is dit geen fundamenteel nieuwe situatie, maar een radicalisering van reeds bestaande omstandigheden. Hij leeft al jaren in illegaliteit, is vertrouwd met repressie en heeft directe ervaring met fascistisch geweld.
Binnen deze context krijgt zijn transnationaal verzet een concrete organisatorische vorm. Angelov staat mee aan de basis van de oprichting van het Mobiel Korps van de Partizanen in Brussel, een eenheid die voortkomt uit de MOI en die in belangrijke mate bestaat uit voormalige brigadisten en joodse militanten. De samenstelling van dit korps weerspiegelt de logica van diasporisch verzet, waarin buitenlandse afkomst geen hinderpaal vormt, maar net een bindmiddel.
Het Mobiel Korps van de gewapende partizanen
Volgens naoorlogse verklaringen is het André Schotmans die Angelov rekruteert om een Mobiel Korps op te richten. Schotmans neemt reeds in 1940 samen met Victor Thonet deel aan regionale clandestiene acties, waaronder enkele sabotageoperaties. In oktober 1941 roept de partijleiding hem naar Brussel, waar hij Marcel De Graef opvolgt als leider van het Brusselse Korps.
Angelov rekruteert de leden van het Mobiel Korps voornamelijk binnen zijn eigen netwerk. Zo vertrouwt hij de Pool Charles (Szaja) Rochman de leiding toe van de eerste, voornamelijk joodse compagnie. Rochman is joods communist, lid van de MOI en voormalig brigadist.
Tegen het einde van 1942 bereikt het Brusselse Mobiel Korps een hoge mate van operationele effectiviteit. Sabotageacties, brandstichtingen en gerichte aanslagen treffen zowel Duitse instellingen als collaborerende structuren.
Leiderschap zonder nationaliteit
Angelovs positie als chef van het Mobiel Korps maakt hem bijzonder kwetsbaar. In Duitse rapporten omschrijven de autoriteiten hem expliciet als leider van een “buitenlandse communistische terreurgroep”. Deze formulering is veelzeggend. De dreiging die van Angelov uitgaat, ligt niet alleen in zijn activiteiten, maar in zijn niet-nationaliseerbare karakter. Hij is geen Belg die kan worden ingepast in een narratief van nationale ongehoorzaamheid; hij is een Bulgaar, brigadist en balling – een figuur die nationale repressiemechanismen ondermijnt.
Angelovs leiderschap binnen het Mobiel Korps is gebaseerd op ervaring en vertrouwen, niet op formele legitimatie. Hij is geen Belg, geen jood en geen klassieke partijfunctionaris. Juist deze tussenpositie stelt hem in staat uiteenlopende groepen met elkaar te verbinden. Zijn gezag vloeit voort uit zijn reputatie als brigadist, zijn communistisch engagement, zijn ervaring met clandestiniteit en zijn persoonlijke moed en morele consistentie.
Binnen het kader van transnational resistance verschijnt Angelov hier als prototype van de professionele revolutionair: mobiel, meertalig, ideologisch gemotiveerd maar pragmatisch, en bereid persoonlijke offers te brengen zonder aanspraak te maken op nationale erkenning.
Arrestatie
Op 19 januari 1943 wordt Angelov gearresteerd tijdens een ontmoeting met Jean Bastien, de stafchef van de partizanen. Deze arrestatie is het resultaat van infiltratie en verraad, een constant risico binnen clandestiene structuren. Toch leidt zijn gevangenneming niet tot de onmiddellijke ontmanteling van het Mobiel Korps.
Dat de organisatie blijft functioneren, wijst op de mate waarin het verzet niet rond één nationaal of hiërarchisch centrum is opgebouwd, maar rond gedeelde ervaring en redundante netwerken. Angelovs leiderschap is cruciaal, maar niet exclusief. Juist deze decentrale structuur, kenmerkend voor transnationaal verzet, verklaart de relatieve veerkracht van het korps na zijn arrestatie.
Breendonk
Na zijn arrestatie wordt Angelov opgesloten in het Fort van Breendonk. Getuigenissen van medegevangenen schetsen hem als iemand die ook onder extreme omstandigheden zijn zelfbeheersing en morele standvastigheid behoudt. Hij wordt langdurig in isolatie gehouden, geboeid, gefolterd en vernederd. Deze houding past binnen een ethos dat reeds in Spanje en de Franse kampen is gevormd: zwijgen als collectieve verantwoordelijkheid.
Op 30 november 1943 wordt Angelov samen met 28 andere gevangenen gefusilleerd als gijzelaar. De executie is een vergeldingsmaatregel voor niet opgehelderde aanslagen in de voorafgaande maanden. In de officiële Duitse communicatie wordt Angelov expliciet genoemd als leider van een communistische terreurgroep.
“A[ngelov] was leider van de communistische terroristische buitenlandse groep, die 24 door hemzelf gerekruteerde leden onder zich had. Hij was een strijder in het rode Spanje en heeft volgens de assistent-commandant Bastien meerdere terroristische aanslagen gepleegd op Duitse staatsburgers en leden van de Wehrmacht. Hij was onder andere ook betrokken bij de aanslag op de soldatenbioscoop Marivaux. A[ngelov] houdt zich strikt aan de geheime richtlijnen van de communistische partij en ontkent elke activiteit. Hij is echter veroordeeld op basis van de onomstotelijke verklaring van de gearresteerde Bastien, met wie hij kort voor zijn arrestatie nog een uur lang een ontmoeting heeft.”
Deze executie moet worden begrepen binnen de logica van nazi-terreur, waarin niet individuele schuld, maar symbolische afschrikking centraal staat. Toch is de keuze voor Angelov niet willekeurig. Zijn transnationale profiel maakt hem bij uitstek geschikt als doelwit. Door hem te executeren, tracht de bezetter niet alleen een verzetsman uit te schakelen, maar een model van grensoverschrijdend verzet te breken. Ironisch genoeg bevestigt deze executie precies datgene wat zij moet ontkennen: de centrale rol van buitenlandse, vaak stateloze militanten in het Belgische verzet.
Collectie : dossiers gijzelaars
Originele legende : Verantwoording van het Duitse militaire bestuur van de terechtstelling van Todor Angelov op 30 november 1943.
Van transnationaal militant tot genationaliseerde herinnering
Na de oorlog wordt Angelov postuum erkend als verzetsheld. Hij ontvangt militaire onderscheidingen, zijn naam wordt opgenomen in officiële lijsten van gefusilleerden en in Schaarbeek wordt een monument opgericht ter nagedachtenis aan hem. Deze vormen van erkenning zijn betekenisvol, maar brengen ook een paradox met zich mee.
In de herinneringscultuur verschijnt Angelov vaak als een “Belgisch verzetsheld van Bulgaarse afkomst”. Deze formulering nationaliseert zijn traject en verdoezelt de structurele transnationaliteit van zijn engagement. Zijn leven wordt ingepast in een nationaal narratief van bezetting en bevrijding, terwijl het zich in werkelijkheid grotendeels buiten dat kader afspeelt.
Het concept transnational resistance maakt zichtbaar wat in deze herinnering dreigt te verdwijnen: de rol van ballingschap als motor van verzet, het belang van diasporische netwerken en de morele en organisatorische autonomie van buitenlandse militanten.
De betekenis van Todor Angelov: een biografie van transnationaal verzet
Todor Angelov belichaamt een vorm van verzet die niet kan worden herleid tot nationale loyaliteit of partijdiscipline. Zijn leven toont hoe antifascistische strijd in het interbellum en tijdens de Tweede Wereldoorlog vaak wordt gedragen door mannen en vrouwen die nergens volledig thuishoren, maar juist daardoor in staat zijn grenzen te overschrijden – geografisch, politiek en moreel.
Binnen het analytisch kader van transnational resistance verschijnt Angelov niet als uitzondering, maar als exemplarisch. Zijn traject verbindt Bulgarije, Frankrijk, Spanje en België tot één continu strijdveld. Zijn leiderschap, zijn morele keuzes en zijn uiteindelijke dood maken duidelijk dat transnationaal verzet tegelijk bijzonder krachtig en fundamenteel kwetsbaar is.
Angelovs biografie nodigt uit tot een herwaardering van het Europese verzet: niet als een verzameling nationale verhalen, maar als een netwerk van gedeelde ervaringen, gevormd door migratie, ballingschap en een gemeenschappelijke antifascistische horizon.
Bronnen
Archief
Algemeen Rijksarchief
Vreemdelingendossier Théodore Angheloff, ref. 1472334.
Dienst Archief Oorlogsslachtoffers/Rijksarchief
Dossier Angheloff Théodore (DDO 178.659).
Dossiers gefusilleerde gijzelaars, dossier 9.
CegeSoma/Rijksarchief
AA1200, Théodor Angeloff.
Carcob-Dacob
Onderzoeksarchief José Gotovitch, dossier Théodore Angheloff.
Politieke controle commissie, nr. 2299, Théodore Angheloff (Angelov).
Literatuur
Svoboda Batchvarova, Du mont Pirine à Breendonk, Amitié Belgo-Bulgare, 1980. (met dank aan Dorien Styven)
Jean Blume, Drôle d’agenda. I. 1936-1948 : le temps d’une guerre mondiale et d’une adhésion, Brussel, 1985.
José Gotovich, Du rouge au tricolore. Résistance et parti communiste, Brussel, Carcob, 2018.
Jacques Grippa, Chronique vécue d’une époque 1930-1947, Antwerpen, EPO, 1988.
Maxime Steinberg & José Gotovich, Otages de la terreur nazie. Le bulgare Angheloff et son groupe de Partisans juifs Bruxelles, 1940-1943, Brussel, VUBpress, 2007.
Robert Gildea & Ismee Tames (eds.), Fighters across Frontiers. Transnational Resistance in Europe, 1936-1948, Manchester, 2020.
Sven Tuytens, Las mamás belgas. De onbekende strijd van jonge vrouwen uit België en Nederland tegen Franco, Tielt, Lannoo, 2017.
Bert Van Hoorick, In tegenstroom. Herinneringen 1919-1956, Gent, Masereelfonds, 1982, p. 118-119.
Yvan Verbraeck, ‘Herinneringen aan de nazi-inferno’s. In Breendonk werden ook buitenlanders afgemaakt’, in De Nieuwe Gazet, 28.4.1970.
Bart Willems, The missing link? Belgian Resistance in a Transnational Perspective (1936-1948), in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, LV, 2025, 1, p. 117-124.
Websites
https://maitron.fr/angheloff-todor-dit-theodor/
https://brigades.amsab.be/s/b/item/20764
https://warpress.cegesoma.be/nl/node/45931/download/nmXyEDD3r5g9wfGsQiTc





