275717
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
Webcaptie :
In het hart van bezet België

Moord in Oorlogstijd

Thema - Justitie - Collaboratie

Oorlog plaatst de maatschappij in een abnormale situatie, in een schemerzone tussen legaliteit en illegaliteit, tussen wat toegestaan en louter getolereerd wordt. Waar past moord in die schemerzone?

Auteur : Cachet Tamar (Instelling : CegeSoma)

1 oktober 1941, Lakensestraat Brussel, 17u45.

Een bom ontploft in het lokaal van de collaboratiepartij Rex. Er valt een dode: de jonge secretaris Jean Odekerken. Het is één van de eerste doden als gevolg van een aanslag op Belgische collaborateurs. De Brusselse gerechtelijke politie komt ter plaatse om de zaak uit te spitten...

Deze politieke moord brengt de Belgische justitie in een lastig parket: moord is strafbaar volgens de Belgische wetgeving, maar in dit geval gaat het om een moord gepleegd door het verzet in oorlogstijd. Verandert de Duitse bezetting de spelregels van de vervolging van moord?

Als moordcijfers de maatschappelijke onrust weerspiegelen, dan is de Tweede Wereldoorlog een periode van ongeëvenaarde spanning. We sluiten de dodelijke oorlogsdaden zoals militaire operaties, bombardementen en moorden op Duitse soldaten uit en focussen enkel op het geweld tussen Belgen onderling. Het aantal moorden in België is nooit zo hoog geweest als tijdens WOII. Vooral aan het einde van de bezetting komt het land in een ongeziene spiraal van geweld terecht met maar liefst 1.852 geregistreerde moorden in 1944. Voor en na de oorlog ligt dat cijfer bijna nooit hoger dan 200. Maar het gaat niet alleen om politieke moorden op collaborateurs, ook om allerlei andere redenen wordt er steeds meer gemoord.

Oorlog plaatst de maatschappij in een abnormale situatie, in een schemerzone tussen legaliteit en illegaliteit, tussen wat toegestaan en louter getolereerd wordt. Waar past moord in die schemerzone?

De eerste politieke moord in de hoofdstad

Kort na de ontploffing in de Lakensestraat komen vijf inspecteurs van de gerechtelijke politie, het hoofd van het laboratorium, een ballistiek expert, de procureur des Konings, zijn substituut en de onderzoeksrechter ter plaatse. De Belgische justitie zet de grote middelen in voor een uitgebreid onderzoek. Odekerken is dan ook het eerste dodelijke slachtoffer van een aanslag op collaborateurs in de hoofdstad.

De bom blijkt verstopt in een metalen koekentrommel tussen de pakketjes die via Rex naar oostfronters worden verstuurd. Verder vinden de speurders geen opmerkelijke sporen. In de daaropvolgende weken ondervraagt de politie alle contacten van Odekerken, trekt alle tips na en verspreidt signalementen. Maar ondanks het hele dikke onderzoeksdossier zijn de inspanningen tevergeefs: van de daders ontbreekt elk spoor.

De aanslag op het lokaal van Rex maakt indruk door de dood van Odekerken. België is al meer dan een jaar bezet, maar politieke moorden zijn nog eerder uitzonderlijk.

275688
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
275724
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
Webcaptie :

De chronologische evolutie van de moordcijfers

Vóór 1942 blijven de moordcijfers laag. In 1941 worden ‘slechts’ twee politieke moorden op Rexisten (waaronder Odekerken) gepleegd en blijft het aantal gemeenrechtelijke moorden op een min of meer ‘normaal’ peil hangen. Nochtans heerst er dat jaar een voedselcrisis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgde een gelijkaardige voedselcrisis voor veel roofmoorden. Maar tijdens WOII blijft de Belgische justitie actief en slaagt er de eerste bezettingsjaren in om de openbare ordete bewaren.

Vanaf 1943 stijgt het aantal moorden plots spectaculair. De oorzaak is een complex samenspel van moeilijk te onderscheiden factoren. Enerzijds radicaliseren de gewelddadige acties van verzetsstrijders. Het eerste keerpunt in die radicalisering is de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 die de Belgische communisten verlost uit hun opgelegde neutraliteit. Velen van hen engageren zich in het verzet. Een tweede keerpunt komt er in oktober 1942 wanneer de Duitsers de verplichte tewerkstelling invoeren. Deze hoogst onpopulaire maatregel maakt van de ondergedoken jongemannen een groot reservoir potentiële verzetsstrijders. Anderzijds zijn ook collaboratiegroepen gewelddadig. De acties van het verzet en de collaborateurs creëren een spiraal van geweld. Zo is er bijvoorbeeld de verzetsmoord op de Rex-burgemeester van Groot-Charleroi, Oswald Englebin, en de moorden die collaborateurs daarop als vergeldingsactie in Courcelles plegen in augustus 1944.

Evolutie van de moordcijfers tijdens WOII

Bron: Vrints, Antoon. « Patronen van polarisatie. Homicide in België tijdens de Tweede Wereldoorlog ». Cahiers d’Histoire du Temps Présent/Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, no 15 (2005): 177‑204.

De Belgische justitie staakt onderzoek naar politieke moorden

belvirmus_MOORD_mons 1092_rexiste
Instelling : Rijksarchief Mons
Collectie : Archives du Parquet du procureur du Roi près le Tribunal de première Instance de Mons 1863 – 2003
Auteursrecht : ARA
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende

Wasmes nabij Bergen. Op 23 juni 1944, tijdens de laatste maanden van de bezetting, dringen minstens drie personen het huis binnen van J.G. Met drie verschillende geweren schieten ze haar neer. Binnen het uur wordt in de buurt ook haar schoondochter vermoord. J.G. staat in de omgeving bekend als een rexist en verklikster die regelmatig langsgaat bij de plaatselijke Kommandatur. Ze zou ondergedoken werkweigeraars aangeven bij de Duitsers.

De Belgische justitie lijkt wel heel weinig te ondernemen om de daders op te sporen, zeker vergeleken met de moord op Odekerken. Pas na de oorlog op 9 juni 1945 schrijft de procureur des Konings aan de procureur-generaal dat de oorlogsomstandigheden het onderzoek onmogelijk maakte. Hij heropent de zaak, maar vindt geen aanwijzingen om de daders te kunnen identificeren. Hij kan zelfs niet aanduiden welke verzetskern hier gehandeld heeft. Wel benadrukt hij de reputatie van J.G. en vindt het daarom niet nodig de zaak verder uit te spitten. Uiteindelijk wordt het dossier op 6 mei 1947 definitief gesloten, zonder dat de daders ooit zijn geïdentificeerd.

Maar waarom voert het Belgische gerecht geen onderzoek? Vanaf april 1944 trekt de bezetter de exclusieve bevoegdheid naar zich toe om alle gevallen van verboden wapenbezit te berechten. Aangezien J.G. met drie illegale vuurwapens werd neergeschoten, zouden de verdachten dus automatisch in de handen van de Duitsers vallen. Voert de Belgische justitie een onderzoek en identificeert ze de verdachten, dan is ze louter een instrument van de bezetter. En die bezetter spreekt veel zwaardere straffen uit dan de Belgische justitie toelaat, zoals de doodstraf. Dat willen de Belgische magistraten voorkomen. De kerende oorlogskansen van de Duitsers dragen wellicht ook bij tot deze houding.

276143
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende

Maar ook vóór april 1944 waren er bevoegdheidsconflicten tussen de Belgische magistraten en de Duitse bezetter bij het onderzoeken van politieke moorden en aanslagen. Ontdek hier in de zaak-Predom welke fatale gevolgen deze conflicten konden hebben. Hoe de Duitse justitie over het algemeen te werk ging in ons land, kom je hier te weten.

Naar aanleiding van de zaak in Bergen schrijft de procureur des Konings in een laatste brief naar de procureur-generaal dat hij in zijn arrondissement Henegouwen aan het einde van de bezetting veel gelijkaardige zaken kreeg voorgeschoteld. De statistieken geven hem geen ongelijk: in Henegouwen werden zeer veel moorden gepleegd in die periode…

De geografische spreiding van de moordcijfers

Vooral in Wallonië en Brussel gaan de moordcijfers vanaf 1943 exponentieel de hoogte in. Een jaar later schieten de cijfers in heel het land naar omhoog, maar zelfs dan wordt het contrast tussen Vlaanderen en Wallonië nog versterkt. Henegouwen spant de kroon. In Vlaanderen hebben Leuven, Hasselt en Tongeren de hoogste moordcijfers.

Het is niet zo dat beide landsdelen er een andere traditie van geweld op nahouden; vóór de oorlog waren de cijfers immers vergelijkbaar. Een betere verklaring vinden we in het verschillende sociale en politieke klimaat. In Vlaanderen was het gewapend verzet een stuk zwakker en waren er minder gewelddadige reacties van collaborateurs.

Daarnaast zijn er ook materiële oorzaken aan te stippen. Vooral in de industriegebieden van de Waalse bekkens en Henegouwen in het bijzonder begint de arbeidersbevolking steeds meer te verarmen. Dat leidt enerzijds tot extremere anti-Duitse gevoelens en dus meer politieke moorden, maar anderzijds ook tot meer banditisme en roofmoorden. Uit de cijfers blijkt dat er in Wallonië niet alleen meer politieke moorden werden gepleegd, maar ook het dodelijk banditisme stak er steeds meer de kop op.

276169
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
belvirmus_MOORD_boek bouveroux_leurs
Collectie : Jos Bouveroux, Terreur in Oorlogstijd, [Kapellen, 1984]
Oorspronkelijke legende : André Leurs, vermoord bij een roofoverval

Roofmoord

In de nacht van 16 op 17 juli 1942 nabij Bree in het diepe Limburg, dringen gewapende mannen de boerderij van Hubert binnen. De man schrikt wakker van het rumoer en gaat kijken wat er aan de hand is. Hij betrapt de inbrekers, maar dan is het al te laat. De bandieten trekken hun revolvers en schieten Hubert in het hoofd en het hart. Hij is op slag dood. Zijn vrouw kan zich met hun kindje nog net op tijd verstoppen in de kleerkast.

Hoewel het niet mogelijk is om heel precies gemeenrechtelijke van politieke moorden te onderscheiden aan de hand van de beschikbare bronnen, is het wel duidelijk dat ook roofmoord zoals die op Hubert tegen het einde van de bezetting ongeziene proporties aanneemt.

In Limburg zijn zowel roofmoorden als politieke moorden allerminst ongewoon. In het voorts rustige Vlaanderen is Limburg de provincie die het meest te lijden heeft onder extreem geweld. Misschien geen toeval, want dit is bij uitstek de Vlaamse provincie waar de armoede onder de arbeidersfamilies steeds nijpender wordt, net zoals in de Waalse bekkens. Voor bandieten zijn afgelegen boerderijen bovendien een geliefkoosd mikpunt.

De oorlogssituatie maakt niet alleen de vervolging van politieke moorden uiterst lastig. Ook het vervolgen van gemeenrechtelijke moorden, zoals deze roofmoorden is geen sinecure. De spectaculaire stijging van het aantal dossiers, maar ook de twijfel of een schijnbaar gemeenrechtelijke moord toch politiek gekleurd is, maakt de taak bijzonder moeilijk voor de magistraten.

De nadagen van de oorlog

276181
Instelling : ARA-CegeSoma
Collectie : Foto's van de archieven Gerechtelijke Politie Brussel mbt aanslagen, sabotages en diefstallen tijdens de bezetting ("Attentats Occupation"), 1940-1944
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende

De bevrijding betekent niet het einde van de geweldspiraal in België. Door de aanhoudende problemen met voedselvoorzieningen en armoede geraakt het gewapend banditisme nog niet meteen onder controle. Daarnaast zijn er nog afrekeningen met vijanden uit het recente oorlogsverleden. Daarom duurt het na 1944 nog twee jaar voor de moordcijfers zakken tot hun vooroorlogse peil.

De oorlogssituatie jaagt het aantal moorden de hoogte in, maar dat maakt de veroordeling ervan niet gemakkelijker. De Belgische justitie is voorzichtig met de vervolging van politieke moorden om het verzet te beschermen… maar wat als het motief onduidelijk is? Wanneer gaat het om een politieke zaak, een roofmoord of een persoonlijke afrekening? Net als diefstal wordt ook moord soms onder het mom van verzet gepleegd, wat het onderscheid nog moeilijker maakt.

Onmiskenbaar verandert de oorlog de juridische spelregels. De spiraal van geweld plaatst ook moord in de schemerzone tussen legaliteit en illegaliteit, die een maatschappij in oorlog zo kenmerkt.

Bibliografie

Bouveroux, Jos. Terreur in oorlogstijd : het Limburgse drama. Antwerpen: Nederlandsche boekhandel, 1984.

Laplasse, Jan, et Karolien Steen. « Het verzet gewogen: een kwantitatieve analyse van politieke aanslagen en sabotages in België,
1940-1944 ». Cahiers d’Histoire du Temps Present, no 15 (2005): 227‑60.

Vrints, Antoon. « Patronen van polarisatie. Homicide in België tijdens de Tweede Wereldoorlog ». Cahiers d’Histoire du Temps Présent/Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, no 15 (2005): 177‑204.

Zurné, Jan Julia. « ‘Een buitengewoon verontrustend gewetensprobleem’. De Belgische magistratuur en door verzetsgropen gepleegd geweld tegen collaborateurs 1940-1950 ». Ph.D. Thesis, Universiteit Gent, 2016.


Meer weten...

32785 Artikels Conflicten tussen de magistratuur en bezetter Zurné Jan Julia
276169 Artikels Geweld Vrints Antoon
100205 Artikels Cijfers en statistieken van de Belgische justitie Rousseaux Xavier - Campion Jonas
276143 Artikels Moorden begaan door het verzet Thiry Amandine