België in oorlog / Artikels

Vlucht van 1940 (De): de instorting van een Staat?

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De vlucht van 1940 was het gevolg van een samenloop van (negatieve) omstandigheden: slechte herinneringen aan de inval van 1914, de indruk dat vele politieke en administratieve overheden de boel in de steek lieten, angst, verwarring en morele ontwapening van de bevolking in een erg neutralistische sfeer. Daarbij kwam de specifieke militaire context van een Belgisch leger dat slecht was voorbereid op het nieuwe concept van een bewegingsoorlog. De lente 1940 brak aan en ’België onder de wapenen’ was niet klaar. En het politieke België maakte een diepe crisis door; hoe diep, zou blijken in de zomer van 1940.

Toch waren er maatregelen getroffen




Met de “wet Bovesse “ van 5 maart 1935 had de regering nochtans een aantal richtlijnen gegeven aangaande de plichten van elkeen die een openbaar ambt uitoefende . Dat werd vastgelegd in een Burgerlijk mobilisatieboekje dat verdeeld werd tot vlak voor de mobilisatie. Het bepaalde wat de houding moest zijn van de  staats-, provincie- en gemeenteambtenaren. In geval van mobilisatie moesten  ze op hun post blijven en de bevelen van hun hiërarchische oversten nauwgezet opvolgen.  Art. 4 van voornoemde wet voorzag trouwens strenge straffen voor postverlating. Maar de bepalingen van het Burgerlijk mobilisatieboekje waren niet goed gekend: tussen 1935 en 1940 waren er 5 jaar verlopen. Er waren uitzonderingen voorzien … Kortom, als instrument stond het niet echt op punt.




Een andere categorie die moest gemobiliseerd worden, waren de jongeren tussen 16 en 35 jaar die (nog) niet onder de wapenen waren en die een Rekruteringsreserve (beter bekend als CRAB/RCBL) zouden vormen “zoals in ’14-‘18 “. In tegenstelling tot de Versterkings- en trainingstroepen van de “lichting ‘40” werden de leden van de Rekruteringsreserve niet als soldaten maar  als burgers beschouwd . Zij hingen dan ook af van het zeer recente Ministerie van volksgezondheid dat … zes leden telde en waarvan de liberaal Marcel-Henri Jaspar minister was.

522882
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : Rechten voorbehouden
Oorspronkelijke legende : Zonder originele legende
crab_lesoir.jpg
Instelling : Privé collectie
Auteursrecht : VR
Oorspronkelijke legende : Oproep tot de jongeren van 16 tot 35 jaar.

Het grote vertrek

897-scAne-de-l-exode.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Belgische vluchtelingen tijdens de uittocht, s.d. (mei 1940)

10 Mei 1940. De brutaliteit van de agressie en de onmiddellijke opflakkering van de herinnering aan augustus ‘14 (afgeslachte burgers, brandende dorpen en steden, terechtstellingen van notabelen …) veegden de zo mooi vastgelegde wettelijke bepalingen van tafel. De eerste uren al sloeg de bevolking van het oosten van het land op de vlucht. Na 14-15 mei begon iedereen te panikeren. De exodus was massaal en spontaan, maar men vertrok ook op bevel : de fameuze Rekruteringsreserve en de Versterkings- en trainingstroepen maar ook 6 à 8000 “verdachten” aangehouden door de Belgische overheid.  Meer dan eens waren het geallieerde soldaten die stelling innamen die de mensen verjoegen. En naargelang de Duitsers oprukten – en dat ging vlug! – vertrokken ook de vertegenwoordigers van het centraal gezag omdat ze niet in vijandelijke handen mochten vallen, maar dat voorbeeld werkte natuurlijk aanstekelijk. Iedereen poogde te vluchten: per trein (maar een aantal spoorlijnen waren voorbehouden voor troepenbewegingen en het net werd voortdurend gebombardeerd), met de auto , met de fiets of met de meest ongewone voertuigen, en altijd overladen. Reeds snel op 13 mei opende Frankrijk, toch “de vriend van het land en garant van onze onafhankelijkheid”, zijn grenzen om het gros van de vluchtelingen op te vangen. Een deel van de centrale administratie (ambtenaren van Buitenlandse zaken, “Trein der Parlementairen”) verliet de hoofdstad voor Oostende – waar de regering ging zetelen – en Ieper. De 14e begon de Brusselse bevolking in volle verwarring de stad te verlaten en de volgende dag werd het nog erger nadat Brussel “open stad” werd verklaard. Op 17 mei vergaderde de regering Pierlot er een laatste maal, vooraleer zoals voorzien naar Oostende af te reizen … maar als voorzorg stuurde ze twee ministers als verkenners naar Frankrijk: Paul-Emile Janson (Justitie) en Albert De Vleeschauwer (Koloniën) moesten er het terrein gaan voorbereiden voor een “definitieve” vestiging te Sainte-Adresse, dicht bij Le Havre « net als in ‘14 ».

 

Plannen voor een verblijf in Frankrijk

De toestand werd kritiek en op 19 mei werd dan ook beslist het grootste deel van de regering over te brengen naar Le Havre. Vier ministers  (Pierlot, Spaak, Denis, Vanderpoorten) bleven bij koning  Leopold om hem met raad en daad bij te staan … en om hem ervan af te houden te capituleren. Steeds meer Belgen kwamen in Frankrijk aan. Een 6000 Belgen vervoegden de Britse hoofdstad terwijl geschat werd dat er zich bijna twee miljoen in Frankrijk bevonden. De jongeren van de Rekruteringsreserve werden op 14 mei gemilitariseerd. Zij kregen de toelating het grondgebied van de IIIe Republiek te betreden o.l.v. lt.-generaal de Selliers de Moranville;  Rouen was de eerste bestemming in afwachting van een overplaatsing naar de Midi.

 




Minister  Jaspar ondersteunde de inspanningen van de Belgische ambassade te Parijs om de vluchtelingen zo goed mogelijk op te vangen met een Hulpdienst voor vluchtelingen en een Belgisch huis. Andere politici gingen verder dan het strikt humanitaire en probeerden de vluchtelingenmassa in te zetten als human resources. Reeds op 13 mei sloten minister van Financiën Camille Gutt en zijn Franse collega een akkoord over de wisselkoers van de Belgische frank:  144,40 Franse franc voor  100 Belgische frank. Op 29 mei werd te Parijs een Economische zending van de Belgische regering opgericht om de activiteiten van de uitgeweken Belgische industriëlen te coördineren. Op 15 mei zou de Luikse krant La Meuse met de steun van Paris-Soir te Parijs herverschijnen. De omstandigheden zorgden ervoor dat het de enige Belgische krant in dat geval zou blijken.

1093-xve-crab.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : René Robert
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : XVIde RCBL - 202e eenheid, Thézan.
907-rAfugiAs-belges-A-paris.jpg
Instelling : CeeSoma
Oorspronkelijke legende : Belgische vluchtelingen in Parijs

De militaire toestand werd steeds dramatischer

Het ging inderdaad van kwaad naar erger. Op 21 mei bereikte de vijand het Kanaal , Le Havre leek bedreigd en een miljoen Belgische vluchtelingen zaten vast in de zgn. ”Flanders pocket” die steeds kleiner werd. Gezien de omstandigheden vroeg de Franse regering dat de Belgische ministers le Havre/Sainte-Adresse zouden verlaten voor Poitiers, hoofdstad van het departement  Vienne.  De parlementsleden zouden in Limoges een onderkomen vinden. Er kwamen nog een aantal andere Franse richtlijnen waarbij de Belgen in hoofdzaak doorverwezen werden naar de departementen Hérault,  Haute-Garonne, Allier, Ardèche, Saône-et-Loire en Côte d’Or om de druk op Parijs te verminderen. Gezien de heersende chaos bleken deze drastische maatregelen eigenlijk bijna een maat voor niets.  Het Belgisch ministerie van Koloniën en het hoger kader van de Union Minière zaten bv. een tijdje in Bordeaux terwijl Normandië en Bretagne veel Belgen bleven herbergen.

De Belgische capitulatie … en de Franse

Op 26 mei vond de regering  Pierlot eindelijk de gelegenheid om (bijna) voltallig te vergaderen in de Belgische ambassade na de rampzalige “breuk van Wijnendale”. Even later kreeg ze een nieuwe geweldige schok te verwerken : de overgave van het Belgisch leger (28 mei)! “Onvoorwaardelijke” overgave, die door de Franse eerste minister Paul Reynaud op de radio aangekondigd en aan de kaak gesteld werd. Hij had een zondebok  gevonden voor de Franse militaire afgang. Voor de vluchtelingen werd het een bijzonder  pijnlijke dag; tot dan toe waren ze niet slecht ontvangen maar ze werden nu plots “moffen uit het noorden” (« Boches du nord »). De Franse boosheid verdween wel weer na een radiotoespraak van premier Pierlot. Hij verklaarde zich absoluut solidair met de Fransen en Britten en nam afstand van de vorst.

Om deze bevestiging van de solidariteit spectaculair in de verf te zetten, werd er te Limoges op 31 mei een plechtige zitting van het Belgisch parlement in ballingschap georganiseerd. Alhoewel sommige parlementsleden ter linkerzijde en uit de Waalse beweging de regering Pierlot om haar vooroorlogse neutraliteitspolitiek niet in het hart droegen, kreeg ze opnieuw het vertrouwen in een geest van  “nationale unie”. Ze kon haar politiek  voortaan steunen op wat de geschiedenis is ingegaan als de « Resolutie van Limoges », die de “capitulatie waarvoor Leopold III het initiatief nam “ streng veroordeelde . Het  Parlement stelde ook de “juridische en morele onmogelijkheid” tot regeren van de koning vast.                                                                                                                                                           

Men had nog steeds vertrouwen in de geallieerde eindoverwinning en op dat ogenblik kon de Belgische regering  geloven dat ze weer voor lang in het zadel zat. Ze hoopte zelfs een nieuw leger van wel 200 à 250 000 man op de been te kunnen met als kern  de  7e infanteriedivisie die het hard te verduren had gekregen aan het Albertkanaal  en die zich nu te Malestroit in Bretagne bevond. Maar het was dagdromen. Op 5 juni zetten de Duitsers een nieuw offensief in bij  Somme en Aisne. Het front vertoonde overal barsten. Op 9 juni bereikte de Wehrmacht de  Seine te Rouen; de volgende dag verliet de Franse regering Parijs. De Belgische ministers vergaderden een laatste maal te Poitiers op 14 juni waaruit ze wel moesten vertrekken omdat de Franse overheden  hen nu Sauveterre-de-Guyenne bij Bordeaux als verblijfplaats hadden aangewezen.  Daar vernamen de ministers de val van Reynaud, de totstandkoming van de regering  Pétain en het einde van de gevechten tussen de Franse en Duits-Italiaanse legers op 25 juni om 0.35u.

Terug naar bezet België ?

Net als de overgrote meerderheid van de Belgen die murw geslagen waren door de nederlaag, vroeg de regering niet beter dan naar huis terug te keren. Een paar ministers legden er zich niet bij neer (Marcel-Henri Jaspar, Camille Gutt, Albert Devleeschauwer) en slaagden er elk op hun manier in Groot-Brittannië te bereiken. Pierlot en Spaak zouden het hen na een paar maanden overleg nadoen  bij ontstentenis van positieve signalen van  Leopold III of van de Duitse militaire overheden.   

De twee miljoen Belgische vluchtelingen werden in de loop van de zomer gerepatrieerd door de goede zorgen van het Rode Kruis en van het Hoog commissariaat voor repatriëring o.l.v. Georges Hannecart. Bij hun terugkomst vonden ze een zwaar geschokt België door de verdwijning van de traditionele democratische elites. De sirenenzang van de Nieuwe Orde klonk overal . De zomer van 1940 zou uniek blijken.

918-retour-des-rAfugiAs.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Brussel, terugkeer van de Belgische vluchtelingen, zomer 1940.

Bibliografie

Colignon Alain, "Ordre de rejoindre: les '16-35 ans'" in Jours de Guerre/Jours de défaite II, Bruxelles, Crédit communal, 1991, pp. 103-113.

Jean-Pierre du Ry, Allons enfants de la Belgique : les 16-35 ans, mai-août 1940, introduction de Jean VANWELKENHUYZEN. - Bruxelles : Racine, 1995

Max LAGARRIGUE (dir.), 1940 : la France du repli, l'Europe de la défaite, Toulouse : Privat, 2001.

Karel STROBBE, Pieter SERRIEN & Hans BOERS, Van onze jongens geen nieuws : de dwaaltocht van 300.000 Belgische rekruten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, Antwerpen : Manteau, 2015

Jean VANWELKENHUYZEN et Jacques DUMONT, 1940. Le grand exode, Bruxelles/Gembloux, Duculot/ RTBF-Editions, 1983.

Misjoe VERLEYEN & Marc DE MEYER, Mei 1940 : België op de vlucht, Antwerpen : Manteau, 2010

Zie ook

1093-xve-crab.jpg Artikels Rekruteringscentra van het Belgisch Leger (RCBL) Colignon Alain
34126-10-mai-1940.jpg Artikels “18-daagse veldtocht (De)": een heruitgave van de vorige oorlog? Colignon Alain
34358-armAe-belge-1939-1940.jpg Artikels Belgisch leger van 1940 (Het) Colignon Alain