België in oorlog / Artikels

Commissie voor oorlogsmisdaden (De)

Auteur : Weisers Marie-Anne

Na de Tweede Wereldoorlog werd in België bij besluitwet van 13 december 1944 een “Onderzoekscommissie aangaande de inbreuken op de mensenrechten en op de wetten en het gewoonterecht inzake oorlogsvoering” opgericht. Gemakkelijkheidshalve werd ze “Commissie voor oorlogsmisdaden” genoemd; ze vormde eigenlijk de Belgische afdeling van de United Nations War Crime Commission (UNWCC) die in oktober 1942 te Londen was opgericht op aandringen van  Winston Churchill. Na de oorlog organiseerde elk land dat bezet geweest was  een eigen commissie voor oorlogsmisdaden. De UNWCC vormde het overkoepelende orgaan dat op basis van de inlichtingen van de nationale commissies lijsten opmaakte van de oorlogsmisdadigers die dienden uitgeleverd te worden.   

In België

De Belgische Commissie die zes leden telde, stond onder voogdij van de minister van Justitie en werd voorgezeten door Antoine Delfosse, oud-minister van Justitie in de Belgische regering te Londen.

Ze had twee opdrachten: een juridische en een historische. Enerzijds werd de Commissie belast met de voorbereiding van de dossiers voor de repressie van de oorlogsmisdaden begaan op Belgisch grondgebied of tegen Belgen in het buitenland begaan tussen 10 mei 1940 en 1 juni 1945. Ze moest dus de daders opsporen en identificeren, deze aanhouden en laten uitleveren. Anderzijds  maakte ze verslagen over de misdaden om daar  nationaal en internationaal mee  naar buiten te komen. Die verslagen betroffen o.a. de misdaden tijdens de gevechten in 1940 en 1944, “de aanhouding, de wegvoering en de executie van gijzelaars”, "het fort van Breendonk", "De oorlogsmisdaden bedreven gedurende het tegenoffensief van von Rundstedt in de Ardennen, december 1944 - januari 1945" en “de antisemitische vervolgingen in België”. 

30993-delfosse-ministre-de-la-justice-et-de-l-information.jpg
Instelling : CegeSoma
Auteursrecht : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Antoine Delfosse, Minister van Justitie en Voorlichting, s.d.

Functionering

pv-comm-cg-11-7-1947.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Commissie "Oorlogsmisdaden", Verslag van de zitting, 11 juli 1947, Archief Commissie Oorlogsmisdaden.

De Commissie voor oorlogsmisdaden ging dus op onderzoek uit in België en in drie van de vier geallieerde bezettingszones in Duitsland  (de Britse, Amerikaanse en Franse).

In België werkte ze nauw samen met de Veiligheid van de Staat en het Auditoraat-generaal dat bij wet van 20 juni 1947 bevoegd werd als gerechtelijke instantie voor de vervolging en veroordeling van oorlogsmisdadigers. In het kader van haar opdracht kon  ze in België beroep doen op de gerechtelijke en administratieve overheden. Ze werkte met een steekkaartensysteem met de resp. fiches “slachtoffer”, “dader” , “plaats” en een fiche die het dossier samenvatte. Eens de dader van een misdaad geïdentificeerd , maakte de Commissie een “akte van beschuldiging” op met een samenvatting van het onderzoek , de naam van de getuigen en de juridische omschrijving van de inbreuk zoals ze in het internationaal recht en het Belgisch strafrecht geboekstaafd stond. In het kader van een rechtsvervolging werd deze akte van beschuldiging dan overgemaakt aan Londen , m.n. aan Marcel de Baer, Belgisch vertegenwoordiger in de UNWCC.

Ook werden verbindingsmissies (met een liaisonhoofd en speurders : militairen, gemilitariseerde burgers of leden van de Staatsveiligheid) naar Duitsland gestuurd om in België gezochte oorlogsmisdadigers op te sporen . Indien een oorlogsmisdadiger die voorkwam op de lijsten van de UNWCC ontdekt werd, mocht hij door de ploeg ondervraagd en aangehouden worden waarna ze aan de geallieerde overheden kon vragen om hem uit te leveren aan België.

 

Materiële en inhoudelijke moeilijkheden en problemen van politieke aard

Zeer dikwijls ontbraken middelen en personeel. Op de koop kwam er niets in huis van de belofte  een speciale speurderseenheid op te richten waarop de Commissie beroep kon doen. Ook rezen er juridische problemen . De generische term “oorlogsmisdaad” bleek tamelijk vaag en de wet die de Commissie oprichtte gaf hierover totaal geen uitsluitsel.  Ze kwam uiteindelijk zelf tot de omschrijving “een inbreuk op de wetten en het gewoonterecht inzake oorlogsvoering begaan tussen 10 mei 1940 en 1 juni  1945 door een vijand van België of een persoon in dienst van die vijand”. Maar het was een wijziging in de uitleveringspolitiek door Amerikanen en Britten die de Commissie voor het grootste probleem plaatste. In het kader van de Koude Oorlog besloten de geallieerde overheden de uitlevering van oorlogsmisdadigers aan de vroeger bezette landen vanaf 1947 te beperken. Maar na reacties van de andere geallieerde landen beslisten de Amerikanen hun eerste besluit van 1 november 1947 uit te stellen tot eind februari 1948 toen de geallieerde verbindingsmissies in hun zone wel definitief ontbonden werden. De Britten van hun kant richtten begin 1948 in Hamburg een speciale rechtbank op voor uitleveringsaangelegenheden die uiteindelijk alleen nog positief adviseerde in geval van moord.  

comm-cg-rapport-persAcution-juifs.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Rapport sur les persécutions contre les Juifs en Belgique durant l'occupation allemande, Archieven "Commissie Oorlogsmisdaden""

Een ontoereikend resultaat

De Commissie beëindigde haar werkzaamheden op  31 maart 1948. Uiteindelijk kwamen 4 436 personen terecht op de lijsten van de UNWCC voor feiten"gepleegd door vijandige onderdanen, of door hun toedoen, in België, ofin het buitenland". Het ging om  2 481 beschuldigden, 1 193 verdachten en  762  getuigen. De Commissie slaagde er maar in 523 personen aan België te laten uitleveren. Daarvan werden er dan nog 209 teruggestuurd naar Duitsland omdat het enkel om getuigen ging, omdat ze ontslagen werden van rechtsvervolging, omdat ze aan andere landen waren uitgeleverd of ondertussen overleden. Kortom, het werk van de Commissie resulteerde dus in 314 aan België uitgeleverde misdadigers. De Commissie erkende dat dit resultaat niet voldeed, onderlijnde echter dat weliswaar niet echt een groot aantal Duitsers voor een rechtszaak uitgeleverd werd aan België, maar dan toch de belangrijkste:  de hoofdverantwoordelijken van het militair bestuur, de generaals Alexander von Falkenhausen en Eggert Reeder, het hoofd van de Sipo-SD, Constantin Canaris, en de bevelhebber van het kamp van Breendonk, Phillip Schmitt.

 

Bibliografie

Inventaris "Crimes de Guerre", https://www.cegesoma.be/docs/I...

Rapport sur l’activité́ de la Commission d’enquête sur les violations des règles du droit des gens, des lois et coutumes de la guerre instituée par arrêté́ du Régent en date du 21 décembre 1944, Bruxelles, Moniteur belge, 1948.

Weisers M.-A., La justice belge, les bourreaux allemands et la Shoah, Bruxelles, Éditions de l’Université de Bruxelles, 2020.

Wouters N., « La persécution des Juifs devant les juges belges (1944-1951) », in R. Van Doorslaer, E. Debruyne, F. Seberechts et N. Wouters (dir.), La Belgique docile. Les Autorités belges et la persécution des Juifs en Belgique durant la Seconde Guerre mondiale, Bruxelles, Luc Pire, 2007, p. 817-1053. 

Meer weten

165130 Artikels Duitse Repressie Roden Dimitri
12693 Artikels Duitse politie Debruyne Emmanuel
bso-97-j-bourgeois.jpg Artikels Jodenvervolging (De) onder de Duitse bezetting Schram Laurence