België in oorlog / Artikels

Nationaal Legioen (Het)

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Het Nationaal Legioen (Légion nationale) werd in 1922 te Luik opgericht door Henri Graff, een generaalszoon. Zijn broer, die officier was in het Belgische bezettingsleger in het Rijnland, werd door Duitse nationalisten vermoord. Het mag dus niet verbazen dat het Nationaal Legioen tot aan zijn verdwijning in 1941 door en door anti-duits was. Het vormde zijn bestaansreden … maar het zou ook beletten dat het afgleed naar de  collaboratie.

Een Belgisch fascisme ?

 
201071-hoornaert-1937.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Colignon
Auteursrecht : v.r.
Oorspronkelijke legende : Het nationaal Legioen aan de onbekende soldaat, 1937

Het Legioen bestond aanvankelijk grotendeels uit oudstrijders van de Grote Oorlog . Vooral sedert het aantreden van de advocaat Paul Hoornaert als leider (1924) kenmerkte het zich door  een doorgedreven Belgisch  nationalisme, door autoritarisme, corporatisme, misprijzen voor de traditionele democratische partijen “die de Natie verdelen” en vooral door de bewondering voor het fascisme van Mussolini. Dat verklaarde trouwens waarom de “Mobiele groepen” en de “Nationalistische Jonge wacht” van de beweging naar analogie met de “Zwarthemden” een blauw hemd droegen. Op de koop toe werd ze vanaf 1935-1936 na een  aantal verkiezingsnederlagen steeds antisemitischer en tegen de vrijmetselarij. Het was het gevolg van de nederlaag van de Nationale partij « Parti National » die ze bij de verkiezingen van 1932 gesteund had , de implosie van het Nationaal corporatief front « Front Corporatif National » dat ze bij de verkiezingen van 1936 wilde aansturen en van de concurrentie van Rex op haar rechterzijde. Kortom, het Nationaal legioen kon vanuit een bepaald oogpunt doorgaan  voor een Europees fascisme . Tegelijkertijd was het ultra-patriottisch en vurig monarchistisch. Het beschouwde zich als een soort heropgerichte Burgerwacht, een hulpbrigade voor ordehandhaving tegen subversie: nationale subversie, vandaar zijn anti- flamingantisme, en sociale subversie, vandaar zijn anticommunisme. Bovendien benadrukte de beweging steeds haar militarisme wat haar aantrekkingskracht in de samenleving  geen goed deed. Op haar best had ze in 1934-1935 een harde kern van 5.000 leden en begon daarna te lijden onder de concurrentie van het rexisme.

Of ultra-nationalisme?

Zoals vele andere organisaties, ook soms van minder politieke aard, nam het Nationaal legioen in de zomer van 1940 een afwachtende houding aan. De nederlaag kwam hard aan en de rouw om het Belgische vaderland was diep, maar het verdwijnen van  het gehate parlementaire regime vormde helemaal geen ramp. Het specifieke Belgische nationalisme van het Legioen, de “oudstrijdersgeest  ’14-‘18”, zorgde ervoor dat de beweging de bezetter niet in de armen sloot. Zoals in de beginjaren beschouwde ze zichzelf als een nationale ordetroep die in actie zou komen bij de aftocht van de Duitsers en die zoals vele andere organisaties van de gespierde rechterzijde totaal achter de Koning stond. De man in de schaduw, burggraaf  Charles Terlinden, hoogleraar aan de K.U.L. , zorgde voor discrete contacten van  Hoornaert met kringen rond het Belgische Hof.

283545-lAgion-nationale-contre-le-marxisme-sd.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Vlugschrift van het Nationaal Legioen s.d.

Een langzaam verzetsengagement

De Militärverwaltung bekommerde zich aanvankelijk niet veel om  het Legioen en in de herfst van 1940  heractiveerde Hoornaert zijn kaders (Fernand Dirix in Brabant, Jean de Bie in beide Vlaanderen en  André  Breugelmans in Antwerpen,…) en zijn omgeving, zonder evenwel de pers van de beweging opnieuw te laten verschijnen. Tegelijkertijd - men kon nooit weten - contacteerde hij verschillende groepen   « Anciens » die min of meer dezelfde doeleinden hadden. De afwachtende houding werd voorlopig niet opgegeven maar de meest actieve “nationale legionairs” begonnen op suggestie van Hoornaert wapenopslagplaatsen aan te leggen. Sommigen, vooral bij de jongsten  (Fernand Dirix, Jean de Bie,…) gingen een stap verder en begonnen personen en groepen te zoeken die duidelijk anti-Duits  waren.

Terwijl  Hoornaert nog twijfelde, was het  Fernand Dirix die bij het begin van de lente 1941 contact legde met de leiders van het toekomstige Geheim Leger, eerst met  Charley Claser. Op zijn initiatief ontmoetten Hoornaert en Claser mekaar in maart  1941 ten huize van  baron Alfred del Marmol  om te bekijken wat mekaars doelstellingen waren en of een eventuele samenwerking mogelijk was. De onderhandelingen leverden weinig op omdat de leiding van het Belgisch Legioen (het latere Geheim Leger) niet zomaar een aansluiting wenste van het Nationaal legioen met  zijn erg  fascistoïde verleden dat het nooit in vraag had gesteld. Alhoewel Hoornaert een Engelse overwinning wenste, aarzelde hij nog omdat hij meende dat een compromis-vrede tussen nazi-Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op dat ogenblik nog tot de mogelijkheden behoorde. Hij hoopte dat die “vrede” een onafhankelijk België mogelijk zou maken, herboren onder een  autoritair koningschap.  Ondanks zijn patriottisme en zijn goede wil was een dialoog met de leider van net Nationaal Legioen niet echt mogelijk, maar de legionairs mochten zich ten persoonlijken titel aansluiten bij de groep Lentz-Claser.

De jacht op het Nationaal Legioen

Men dacht dat  Hoornaert het toekomstige Geheim leger ook zou vervoegen na een verduidelijking van  zijn stellingname. Hij kreeg er echter de tijd niet voor. Enkele dagen na een nieuw – nogmaals vruchteloos - contact  tussen de twee groepen op 19 september 1941 sloegen de Duitsers toe. Te Brussel (22 september) en te Luik (23 september) werden ongeveer 200 leden van het Legioen aangehouden, met onder hen Fernand Dirix, Gaston Jacqmin en Willy de Styczinski . De Sipo-SD had hun anti-Duitse bedoelingen en hun “clandestiene” wapendepots (een soms zeer relatieve clandestiniteit) ontdekt. Een aantal arrestanten werd weer vrijgelaten maar het was een duidelijk alarm geweest. Het Nationaal legioen dat sedert augustus formeel verboden was door de bezetter schortte nu zijn activiteiten op terwijl zijn meest voortvarende leden  het verzet vervoegden. Maar er waren ook  “nationale legionairs” die een andere keuze  maakten en toetraden tot de rexistische partij of tot de  « Légion Wallonie »…

De in Duitse ogen meer en meer  verdachte Hoornaert werd aangehouden op  24 april 1942. Op 19 augustus verscheen hij met 15 van zijn medestanders voor een Duitse krijgsgerecht te Aken. Op 29 september werd hij tot 15 jaar dwangarbeid veroordeeld wegens “illegaal  wapenbezit”.   De vroegere leider van het Belgisch fascisme overleed op 2 februari 1944 in het kamp  Sonnenburg “als gevolg van de ondergane behandeling”. Ettelijke tientallen van zijn medestanders stierven ook in hun strijd tegen de bezetter. Zo verdween de herinnering aan het Nationaal legioen en zijn fascistisch engagement  …

Bibliografie

Balace Francis, Braive Gaston et Colignon Alain [et alii], De l'avant à l'après-guerre : l'extrême droite en Belgique francophone, Bruxelles, De Boeck, 1994.

Colignon Alain, Les anciens combattants en Belgique francophone, 1918-1940, Liège : Libr. Grommen, 1984.

Simon Michel, Les organisations de jeunesse d'Ordre Nouveau en Belgique francophone, 1940-1944, Liège : ULg, 1988

Zie ook

148443 Artikels Extreem rechts Colignon Alain
165130 Artikels Duitse Repressie Roden Dimitri