34599-afffiche-lAgion-nationale.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Affiche van het Nationaal Legioen, s.d.
België in oorlog / Artikels

Nationaal Legioen (Het)

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Het Nationaal Legioen waarvan voor het eerst sprake in het begin van de jaren ’20, had een van de vele voorbijgaande nationalistische bewegingen kunnen zijn. Maar de omstandigheden, m.n. een leiding die vast in het zadel zat en zijn ideologische cohesie, maakten dat de beweging kon blijven duren en zelfs het gezicht werd van het lokale fascisme à la Mussolini. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gleed het Legioen niet af naar de collaboratie en zette het zich ondanks aanvankelijke aarzelingen af tegen de vijand. De Duitse repressie zou de beweging dan ook niet sparen. 

Ultra-patriottische oudstrijders ?

 
201071-hoornaert-1937.jpg
Instelling : CegeSoma
Collectie : Colignon
Auteursrecht : v.r.
Oorspronkelijke legende : Het nationaal Legioen aan de onbekende soldaat, 1937
de-standaard-6-1-1923-p-2.png
Instelling : KBR
Oorspronkelijke legende : De Standaard, 6 januari 1923, p. 1

De moord door Duitse nationalisten (patriotten?) op luitenant José Graff, een officier van de Belgische bezettingstroepen in het Rijnland, in de lente van 1922 in de buurt van Duisburg, lag aan de oorsprong van het Nationaal Legioen. Noch vader Graff, noch zijn jonge broer konden dit vergeven. In mei 1922 richtten ze een nieuwe ultra-vaderlandslievende groepering op: het Belgisch Nationaal Legioen - Légion Nationale Belge. De naam was niet echt origineel: het American Legion bestond sedert 1919 en het British Legion sedert 1921. 


In België kenmerkte de nieuwe groep zich door een absolute germanofobie en - in het verlengde van de zegepraal van 1918 - ook door een onvoorwaardelijke verwerping van alles wat maar enigszins een gevaar kon betekenen voor de Belgische eenheid. Aanvankelijk werd het Legioen gedragen door Luikse liberale notabelen, ex-lagere officieren uit de oorlog, en die vooral de strijd wilden aangaan met het Duitse « revanchisme » en met alles wat hun beeld van een voortaan “verenigd en ondeelbaar” Vaderland kon aantasten : het flamingantisch separatisme (alias « neo-aktivisme »), het socialo-marxisme of het “bolsjewisme” (de beruchte “schrik voor de Roden”) en het parlementarisme. Dat laatste vormde de oorzaak van alle kwaad : machteloos om de oorlog tegen te houden of hem te verkorten, en vooral een element van verdeeldheid binnen de Natie via een opdeling in partijen. Dat laatste argument leefde vooral bij de middenklasse en de katholieke conservatieve elites die de « coup van Loppem » (algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar, nov. 1918) nog steeds niet verwerkt hadden. Het hoeft niet te verwonderen dat het autoritaire principe primeerde voor het Legioen: de bevoegdheden van de Koning dienden versterkt en die van het Parlement  gevoelig ingeperkt . Anti-Belgische en zgn. subversieve organisaties moesten vervolgd worden. Maar eigenlijk bleef dat alles behoorlijk vaag en er leek weinig verschil met de aanpak of de doctrine van de vele andere ultra-vaderlandslievende groepen uit die tijd, van de “Action Nationale” van Pierre Nothomb tot de Nationale Frontstrijdersbond van commandant Mahy.


Het Nationaal Legioen had verder kunnen vegeteren en dan verdwijnen – waren daar niet het dynamisme van vader Graff , de rol van de oudgedienden van het 14e Linieregiment en de hulp van een jurist , de raadgevend advocaat van Ougrée-Marihaye Paul Hoornaert. In plaats van te verdwijnen, groeide het Legioen ook buiten het Luikse. Tussen 1924 en 1928 slorpte het de “Union Civique” van Verviers op, de « Comités Justice » van François Bovesse te Namen, en later het Gentse Belgisch legioen en de “Faisceau belge” van markies de Beauffort uit het Brusselse. In de zomer 1926 nam Paul Hoornaert de leiding van het “Belgisch Nationaal Legioen - Légion Nationale Belge” (de benaming kwam er na de fusie met de Gentse rivaal).


Hoornaert was geen onbekende in rechtse oudstrijdersorganisaties, een uitstekend jurist met in tegenstelling tot Graff een mooi oorlogspalmares. Hij was een goed redenaar , ex-christen-democraat die langzamerhand de leidende figuur werd binnen het directiecomité van het Legioen en die de beweging nationaal organiseerde. 

Een fascistische…of fascistoïde beweging?

O.l.v. Paul Hoornaert kreeg het Legioen in 1933-1934 zijn definitieve vorm : een fascistische organisatie naar structuur, stijl en doctrine. Hij trok ook een wissel op de toekomst door jongere elementen aan te werven die de Grote Oorlog enkel kenden van horen zeggen. Toonzetting en esthetiek van het geheel leken erg fasciserend - maar Hoornaert beweerde dat het geen fascisme was !

Hoornaert vulde het magere ideologische corpus aan met een doctrine neergeschreven in Le Redressement National. La « Légion Nationale Belge ». Sa Doctrine-Ses Buts (1929). De oorspronkelijke kenmerken van de Beweging bleven behouden (anti-marxisme, antiflamingantisme, germanofobie), maar hij voegde er nieuwe elementen “op zijn Belgisch” aan toe die vooral schatplichtig waren aan de leer van de « Action française » van Charles Maurras. Daarbij kwamen nog katholiek-sociale ideeën, een overblijfsel uit zijn christen-democratische tijd van voor 1914. Kortom, op politiek vlak vertaalde dat zich in een monarchie met meer prerogatieven die naast de uitvoerende macht ook een deel van de wetgevende macht uitoefende. Het Parlement zou zich enkel nog kunnen uitspreken over vraagstukken van algemene aard zoals bv. de begroting. De “beroepsorganisaties” (van « corporatisme » was nog geen sprake) zouden rechtspersoonlijkheid krijgen , het algemeen stemrecht , volgens hem een “individualistisch overblijfsel van de Franse revolutie” , zou enkel nog toegepast worden op gemeentelijk vlak en voor Referenda op initiatief van de Koning ... Het Legioen verwierp wel het economisch liberalisme « dat naar anarchie in de productie leidt », maar het veroordeelde ook het « socialo-communisme ». Het kapitalisme als dusdanig kon niet door de Staat afgeschaft worden maar die moest wel waakzaam blijven t.a.v. Duitsland en “de partijen die het bestaan van het vaderland ontkennen”. Idem voor “ongewenste of gevaarlijke vreemdelingen “. Maar zonder overdrijvingen . Op taalvlak bleek het Legioen voortaan voorstander van “taalregio’s” met dien verstande dat “de Vlaamse bevolkingen” toch eens goed moesten bedenken “dat ze er alle belang bij hebben een wereldtaal te beheersen” . Zoals bv. het Frans … Het hoeft niet te verwonderen dat het Belgisch Nationaal Legioen zelfs in Vlaanderen overwegend Franstalig bleek.

In 1935 werd het programma nog radicaler herschreven. Met het parlementair regime bleek niets meer aan te vangen. Het was ermee ”afgelopen” omdat het “zijn onmacht en zijn schadelijkheid bewezen heeft”. Nu was het tijd voor een “Nieuwe Orde”.

De uitvoerende macht moest verder versterkt worden ; economisch liberalisme en marxisme bleven even verwerpelijk , met die verstande dat het kapitalisme meer dan voorheen werd bekritiseerd. Daaraan leek de economische crisis niet vreemd die de middenklasse en brede bevolkingslagen getroffen had. Maar toch moest het duidelijk zijn dat de Nieuwe Orde een onderscheid bleef maken tussen “het gezonde, normale kapitalisme van produceren en sparen dat een sociale functie heeft (…) en anderzijds het ongezonde en gevaarlijke kapitalisme dat speculeert en uitbuit… “. Overigens diende het vaderlandsloze hyperkapitalisme door de nationalistische Staat uitgeschakeld worden.

Om deze revolutie te doen slagen, was er een efficiënt instrument nodig. Hoornaert dacht dit te bezitten met de organisatie die hij sedert 1929 op poten gezet had. Zoals elke autoritaire organisatie kende het Legioen een piramidale opbouw met een resem leiders en leidertjes . Het had ook een « horizontale » structuur, de « Fronten » die de socio-professionele activiteiten van leden en sympathisanten moesten omkaderen, en niet te vergeten de “Beveiligingsafdelingen”, een ordedienst. Van in het begin waren ze getraind om politie te spelen in de zalen waar het Legioen zijn bijeenkomsten hield; ze waren er ook niet vies van om op straat te komen bij stakingen of sociale onrust, wat hen heel wat sympathie opleverde bij het patronaat en m.n. bij het Centraal Industrieel Comité - Comité Central Industriel. Vanaf de zomer 1932 werd deze Afdelingen geregeld gevraagd om – dikwijls met succes – de “Roden”,  socialisten of communisten, aan te pakken.

Al kort na de oprichting werd de uniformdracht een typisch kenmerk van het Legioen. Sedert 1924 droegen de eerste leden van de Beveiligingsafdelingen een zwarte (Luik) of groene vest (Antwerpen). Rond 1926-1927 werd het “de blauwe kiel” van de “glorierijke revolutionairen van 1830 » , met voor de volwassenen de helm model « Adrian » en rijbroeken met dito laarzen… De wet houdende het verbod van privé-milities verplichtte het Legioen echter zijn “Mobiele groepen” te ontbinden. Uniformen werden voortaan enkel nog gedragen door de ”jeugd”formaties , de “Nationalistische Jonge Wacht” . Andere herkenningstekens bleven: de legioengroet (de hand die zweert “Belgisch te blijven “, vanaf 1933-1934 de Romeinse groet) en de legioenkreet ( eerst “Voor België – alles, voor de politiekers – niets!” , later « A nous ! – Aan ons!», een slaafse kopie van het italo-fascistische « A Noi ! »).

Kortom, lang voor 1933-1934 evolueerde het Nationaal Legioen geleidelijk naar de verpersoonlijking van een Belgische vorm van het fascisme van Mussolini, maar met autochtone kenmerken. Tot 1935-1936 bleven xenofobie en antisemitisme overigens op de achtergrond. 

283545-lAgion-nationale-contre-le-marxisme-sd.jpg
Instelling : CegeSoma
Oorspronkelijke legende : Vlugschrift van het Nationaal Legioen s.d.
hoornaert-le-redressement-national.jpg
Instelling : CegeSoma/Rijksarchief

Grote politiek …of partijpolitiek ?

Na de “Grote Depressie” en de revolutionaire stakingen in de Borinage tijdens de zomer 1932 kende het Legioen een relatief grote ledentoeloop. Het zat achter de oprichting in augustus-september 1932 van een Belgische Nationale Partij - Parti National Belge samen met middenstandsverenigingen en groepen oudstrijders. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober kwam de partij op in Luik, Brussel en Antwerpen, maar behalve te Luik zonder veel succes. De volgende maanden verergerde de economische risis en dat veranderde de toestand . Het Nationaal Legioen radicaliseerde en nam op 16 en 17 december 1934 deel aan het congres van Montreux georganiseerd door de « Comités d’Action pour l’Universalité de Rome » van generaal Eugenio Coselchi. Hoornaert maakte er kennis met de top van Europees fasciserend uiterst rechts en sympathiseerde in het bijzonder met Marcel Bucard, de leider van het « Francisme » , en met José-Antonio Primo De Rivera, de leider van de Spaanse Phalange. Hij zou uit Zwitserland terugkeren met de overtuiging van het grote gelijk van de “Universele Nieuwe Orde” met een Italiaanse sausje .

Vanaf de zomer 1935, wellicht met Italiaanse steun voor zijn pers, begon Hoornaert vergaande onderhandelingen met verschillende organisaties van kleinhandelaars en ambachtslui die het door de crisis hard te verduren kregen (« Burgeractie / Action Civique » uit het Kortrijkse en het Doornikse, « Front Unique-Eenheidsfront » uit het Brusselse enz….) . Die discrete gesprekken mondden in de herfst 1935 uit in de oprichting van een Nationaal Corporatief Front voor de wetgevende verkiezingen van 1936. Het Legioen telde nu een 15000 leden waarvan ongeveer 5000 geüniformiseerde « Nationalistische Jonge Wachten” die op elk moment konden gemobiliseerd worden. Officieuze peilingen gaven het Nationaal Corporatief Front minstens vier of vijf volksvertegenwoordigers . Maar een nieuweling zou dat doorkruisen . Het ging om de “Rexistische beweging” van Léon Degrelle. Het pas opgerichte (maart 1936) “Volksfront van Rex” veroorzaakte de implosie van het zo moeizaam tot stand gekomen Nationaal Corporatief Front. Ondanks de grondige antipathie van Hoornaert voor Degrelle werden er contacten gelegd, maar zonder resultaat; de Rex-leider vreesde het radicalisme van het Front al te zeer. Hoornaert probeerde het dan nog een keer, maar het akkoord Rex-VNV deed de deur dicht.

Verlies, troost…en verlossing ?

Het Legioen leed onder de concurrentie van Rex. De internationale context deed het Legioen overigens steeds hardere antisemitische en anti-maçonnieke standpunten innemen. Het Italiaanse fascisme evolueerde meer en meer in de richting van nazi-Duitsland, het Duitsland dat zo gehaat was door het Legioen - maar het verplichtte Hoornaert ook een andere richting in te slaan.

Aan de vooravond van de oorlog telde de beweging van de Paul Hoornaert waarschijnlijk 5000 leden en 1500 « Nationalistische Jonge Wachten». De ineenstorting van mei ’40 desoriënteerde Hoornaert die niet beter vroeg dan tegen de invaller te vechten. Als Nieuwe Orde-formatie met een antisemitisch en een anti-vrijmetselaarsprofiel werd het Legioen getolereerd door de bezetter. Maar zijn leider hoedde er zich wel voor te herbeginnen met een partijpers onder Duitse censuur; de activiteiten van de militanten werden tevens discreter. Maar eigenlijk wachtten het Legioen en zijn leiders - op raad van Charles Terlinden die contact had met « Laken » - op het vertrek van de bezetter om dan als ordehandhaver op te treden tegen allerhande subversieve elementen (communisten, Vlaams-nationalisten en …rexisten) die de macht zouden willen overnemen. Zo keerden ze terug naar de “fundamenten” van de beweging. Maar jongere elementen, zoals de Brusselaar Fernand Dirix die voortaan doorging als eerste luitenant van de “Chef”, wilden verder gaan en “iets doen” tegen de bezetter. Onder hun invloed nam Hoornaert in de lente 1941 zeer voorzichtig contact op met het Belgisch Legioen. Tot in juni had dat geen gevolg omdat het Belgisch Legioen zich niet wilde compromitteren met het Nationaal Legioen met zijn toch wel specifiek verleden. Ook Hoornaert bleef aarzelen om zich te engageren alhoewel hij zonder twijfel anti-Duits was en een Engelse overwinning wenste. Voor het overige bleven zijn mannen - zoals ze al sedert de winter’40-’41 deden - clandestiene wapendepots aanleggen “voor het geval dat”… Maar de bezetter hield hen in het oog.

Op 20 augustus 1941 verbood de Sipo-SD alle politieke activiteiten van het Legioen, maar raar genoeg mochten zijn kantoren tot 21 september open blijven ... In de nacht van 22 op 23 september werden te Brussel en te Luik tientallen leden aangehouden. Ook Hoornaert werd gearresteerd maar onder toezicht weer vrijgelaten. Hij kreeg de tijd zijn mannen te vragen nu echt het verzet te vervoegen. Op 24 april 1942 werd hij opnieuw gearresteerd en op 6 augustus door de vijand tot 15 jaar dwangarbeid veroordeeld. Hij werd gedeporteerd naar het kamp Sonnenburg waar hij op 2 februari 1944 overleed. Een 500-tal van zijn vroegere “Legioenmannen” sloot zich aan bij het verzet , m.n. bij de « Groep Hoornaert-Dirix » (die deel uitmaakte van het Geheim Leger), bij de Nationale Koningsgezinde Beweging en zelfs bij…het Onafhankelijkheidsfront waar de Kommunistische Partij van België aan de touwtjes trok ! Enkele tientallen anderen kozen voor de collaboratie. 

Bibliografie

Balace Francis, Braive Gaston et Colignon Alain [et alii], De l'avant à l'après-guerre : l'extrême droite en Belgique francophone, Bruxelles, De Boeck, 1994.

Colignon Alain, Les anciens combattants en Belgique francophone, 1918-1940, Liège : Libr. Grommen, 1984.

Simon Michel, Les organisations de jeunesse d'Ordre Nouveau en Belgique francophone, 1940-1944, Liège : ULg, 1988

Zie ook

148443 Artikels Extreem rechts Colignon Alain
165130 Artikels Duitse Repressie Roden Dimitri
17536 Artikels Collaboratie De Wever Bruno
Deze pagina citeren
Nationaal Legioen (Het)
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/nationaal-legioen-het.html