België in oorlog / Artikels

Joods verzet in België

Thema - Jodenvervolging

Auteurs : Stamberger Janiv - Styven Dorien (Instelling : Kazerne Dossin)

Om deze pagina te citeren

De geschiedenis van de Jodenvervolging in België werd lange tijd gedomineerd door het beeld van Joden als lijdzame slachtoffers. Recent onderzoek toont echter op basis van cijfers onomstotelijk aan dat de Joodse gemeenschap een actieve en wezenlijke rol speelde in het Belgische verzet. Dit Joods verzet was breed vertakt, ideologisch gedreven, divers van aard, maar ook versnipperd. Hét Joods verzet bestond niet. Wel leverden Joden een belangrijke bijdrage aan de verzetsstrijd, en dat ondanks de extreme en genocidale druk van razzia's, deportaties en het latente antisemitisme in steden als Antwerpen.

Het profiel van Joods verzet

Na de oorlog werden tienduizenden inwoners van België door de overheid als verzetsstrijders erkend. Hun erkenningsdossiers zijn de meest solide basis om cijfers over Joods verzet te verzamelen. In België ontvingen na de oorlog minstens 1.164 Joodse mannen en vrouwen officieel de titel verzetsstrijder binnen één of meerdere categorieën: als gewapend weerstander, burgerlijk weerstander, weerstander in de sluikpers, of als inlichtings- en actieagent (spion). Dit cijfer is een absolute ondergrens, omdat honderden erkenningsaanvragen van Joden om administratieve redenen werden afgewezen en omdat vele omgekomen of geëmigreerde Joden nooit een aanvraag tot erkenning indienden. Als we deze 1.164 erkende Joodse verzetsstrijders afzetten tegen de 55.670 door de Duitse Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst geregistreerde Joden, was minstens één op vijftig Joden in België (2,09 procent) actief in het verzet. Dit cijfer ligt iets hoger dan de participatiegraad bij de niet-Joodse Belgische bevolking (1,85 procent).

De gemiddelde leeftijd van de Joodse verzetsstrijders was 34 jaar, waarbij de meerderheid (63 procent) zich in de leeftijdscategorie van 20 tot 39 jaar bevond. Qua afkomst was meer dan 55 procent van deze verzetslieden geboren in Polen terwijl maar 10 procent in België het levenslicht zag. Deze cijfers weerspiegelen de vooroorlogse demografische realiteit waarin meer dan 90 procent van de Joodse bevolking in België een buitenlandse nationaliteit had. Het extreme gevaar – als gezochte verzetsstrijder én als vervolgde Jood – blijkt uit het feit dat 297 van de erkende verzetslieden (25,52%) via de Dossinkazerne in Mechelen werden gedeporteerd.

101168.jpg
Instelling : Cegesoma/Rijksarchief
Collectie : Herbes amères - David Lachman
Originele legende : Adèle en Anna Korn hebben als verpleegsters gediend bij de Internationale Brigades; ze waren actief in het Joodse verzet.

Ideologische verankering en verzetsdaden

Todor Angelov (Angheloff)
Instelling : Algemeen Rijksarchief
Collectie : Vreemdelingendossier, 1472334
Originele legende : Todor Angelov (Angheloff) (1927)

Het georganiseerde Joodse verzet was sterk links georiënteerd. Bijna 70% van de gewapende Joodse verzetsstrijders was aangesloten bij het Onafhankelijkheidsfront (OF), waartoe de Gewapende Partizanen en de Patriottische Milities behoorden. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in de vooroorlogse Joodse samenleving waar linkse politieke partijen (vb. Poale Zion, Zeire Zion, Bund) en linkse groeperingen een belangrijke rol speelden in de politieke mobilisatie van de Joodse gemeenschap. Tijdens de bezetting speelde de Joodse sectie van de Main d'Oeuvre Immigrée (MOI) van de communistische partij een voortrekkersrol bij de fondsenwerving, de clandestiene pers en het gewapend verzet van de KPB. Zij richtten zich met geweld tegen de bezetter, maar ook tegen de Vereniging van Joden in België (VJB), een instelling die op bevel van de nazi's was opgericht om de Jodenvervolging administratief te stroomlijnen. Dit leidde tot gerichte acties: op 25 juli 1942 overvielen Joodse leden van het mobiele korps van de Brusselse partizanen de kantoren van de VJB aan het Zuidstation om de bestanden voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling) in brand te steken. Hoewel ze in hun opzet slaagden, was reeds een kopie van het bestand aan de Sipo-SD overgemaakt. Ruim een maand later, op 29 augustus 1942, liquideerden de Joodse partizanen Moszek (Wladek) Rakower, Simon Engielszer en Chaïm Abel de Joodse verantwoordelijke voor de Arbeitseinsatz van de VJB: Robert Holzinger. Daarnaast waren Joodse partizanen ook betrokken bij zware aanslagen tegen collaborerende doelwitten, zoals de bomaanslag op 6 september 1942 in de Brusselse cinema Marivaux, opnieuw uitgevoerd door het Mobiele Korps van de Brusselse partizanen, onder leiding van Todor Angelov en Ferenez Kovacs.

De rol van vrouwen

Vrouwen waren opmerkelijk sterk vertegenwoordigd onder de Joodse verzetsstrijders: met 274 erkende personen vormden zij 23,54 procent van het Joodse verzet. Dat cijfer ligt aanzienlijk hoger dan de 10 tot 15 procent in het totale Belgische verzet. Het feit dat het Joods verzet eerder overwegend links kan worden gesitueerd, verklaart voor een deel dit verschil. Vrouwen kregen aan de linkerzijde ideologisch gezien immers een grotere rol binnen het politiek activisme voor en tijdens de oorlog. In de Joodse gemeenschap tijdens het interbellum waren vrouwen zeer actief binnen de communistische en zionistische (jeugd)bewegingen. Tientallen onder hen trokken bijvoorbeeld tijdens de Spaanse burgeroorlog naar Spanje om daar als verpleegster te ondersteunen. Daarnaast kan ook het type verzet waarin vrouwen betrokken waren een rol hebben gespeeld. Joodse vrouwen waren sterk aanwezig binnen onderduiknetwerken die andere Joden verstopten en bij spionageactiviteiten. Een bijzonder belangrijke vorm van verzet binnen de Joodse context.

In het verzet namen Joodse vrouwen allerlei rollen op. Vrouwen ondernamen levensgevaarlijke missies binnen paramilitaire verzetsorganisaties. Zo werkten de zussen Roza en Frantiska Safarova bijvoorbeeld als verbindingsofficieren voor de Gewapende Partizanen. Ze vervoerden explosieven, demonteerden wapens en pleegden sabotageacties. Ook de Travail Allemand, het latere Österreichische Freitheitsfront, telde heel wat Joodse vrouwen onder zijn leden. Deze transnationale groep Oostenrijkse en Duitse militanten verrichtte spionage en probeerde het Duitse leger te demoraliseren. Onder andere de gevluchte Oostenrijks-Joodse kleuterjuf Estera Tencer maakte deel uit van dit netwerk en infiltreerde samen met haar kameraden succesvol in de Duitse bestuursafdelingen.

rAgine-krochmal.jpg
Instelling : http://www.grenzgeschichte.eu/zeitzeugen/krochmal.html
Auteursrechten : Voorbehouden rechten
Originele legende : Régine Krochmal, s.d.

Brussel versus Antwerpen

Hoewel Groot-Antwerpen eind 1940 met ruim 43% de grootste Joodse gemeenschap in België huisvestte, toont recent onderzoek dat slechts een kwart van de latere Joodse verzetslieden in Antwerpen woonde. Dit is vermoedelijk een gevolg van het bijzonder repressieve en antisemitische klimaat in de havenstad en het feit dat tijdens de oorlog veel Joden Antwerpen verlieten om in Brussel of elders onder te duiken. Binnen het gewapende verzet opereerden vooral in Brussel heel wat Joden. In het Mobiele Korps van de Gewapende Partizanen waren tal van Joodse mannen en vrouwen actief. Ook in Antwerpen bestond er een Joodse compagnie van de Gewapende Partizanen. De cel stond onder bevel van Simon Israel Helfgott. Op 27 april 1943 voerde Helfgott met zijn manschappen bij het Sportpaleis een dodelijke aanslag uit op Oscar Raschaert, een officier van de Zwarte Brigade, waarbij Helfgott tijdens het vuurgevecht zelf ook sneuvelde.

Ook buiten Brussel en Antwerpen waren Joodse verzetsstrijders actief. Zo was Youra Livschitz een van de drie mannen die deportatietransport XX tot stilstand wisten te brengen tussen Wespelaar-Tildonk en Hambos. Bovendien ontstonden ook in onder andere Luik en Charleroi lokale afdelingen van het Joods Verdedigingscomité. Deze afdelingen specialiseerden zich in onderduik-ondersteunende activiteiten zoals het produceren van valse identiteitspapieren of revitailleringskaarten, en het verspreiden van clandestiene pers, waaronder ook enkele vlugschriften in het Jiddisch zodat het oorlogsnieuws zo veel mogelijk Joden kon bereiken.

6(2).jpg
Collectie : (© Joods Museum van België, nr. 6275)
Originele legende : Titel van nummer 4 van Unzer Kampf (Archief Kazerne Dossin – Fonds Steinberg - J000407.01)

Bibliografie

Frenk Jeannine Levana, “Le Linké Poalé Zion et la Résistance en Belgique durant la Seconde Guerre mondiale”, Cahiers de la mémoire contemporaine, 12 (2016), 63–98, Le Linké Poalé Zion et la Résistance en Belgique durant la Seconde Guerre mondiale.

Partisans armés juifs. 38 témoignages, Brussel, 1991.

Stamberger Janiv & Styven Dorien, “Joods verzet in Antwerpen (1940–1944)”, in: Nico Wouters en Frank Seberechts (ed.), Stad in Verzet. Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog, Tielt, 2024, 223-254.

Steinberg Maxime, L’étoile et le fusil, Brussel, 1983-1986, 4 delen.

Steinberg Maxime & Gotovitch José, Otages de la terreur nazie : le Bulgare Angheloff et son groupe de Partisans juifs, Bruxelles, 1940-1943, Brussel, 2007.

 
Om deze pagina te citeren
Joods verzet in België
Auteurs : Stamberger Janiv - Styven Dorien (Instelling : Kazerne Dossin)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/joods-verzet-in-belgie.html