België in oorlog / Persoonlijkheden

Capelle Robert

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

Robert Capelle was gedurende bijna achttien jaar raadgever van koning Leopold III en stond hem zeer nabij tijdens de bezetting. Wat was nu precies zijn rol? Met wie stond hij in contact en in welke context werd hij bij de bevrijding uitgerangeerd ?


Capelle werd geboren op 7 september 1889 als zoon van een diplomaat (geadeld in 1912) die directeur-generaal zou worden bij Buitenlandse zaken. De jonge Capelle volgde een normaal schoolparcours van het vrij onderwijs tot de doctorstitel in de rechten aan de Katholieke universiteit Leuven vlak na de oorlog. In ’14-’18 was hij soldaat terwijl hij in navolging van zijn vader al in 1911 aan een loopbaan als diplomaat was begonnen. In 1919 kreeg hij een kleine rol bij het opstellen van het vredesverdrag van Versailles en fungeerde zelfs als kabinetssecretaris bij Emile Vandervelde, socialistisch minister van Buitenlandse zaken in 1925-1926. Daarna werd hij adjunct-kabinetschef bij de liberaal Paul Hymans (1927). Maar hij bleef vooral een christen en zou overigens de titel van “Geheim kamerheer van de paus” krijgen, titel die de kanselarij van het Vaticaan niet aan agnostici verleende.  

Raadgever van Prins en Koning…met anderen

In 1927 kreeg zijn levensweg een definitieve wending . Zijn administratie detacheerde hem naar het kabinet van de hertog van Brabant, troonsopvolger en latere Leopold III. Van gevolmachtigd minister werd hij nu een trouw secretaris van de vorst. Jarenlang vervulde hij deze functie tot aller tevredenheid,  geholpen door zijn gemakkelijke omgang, zijn goede opvoeding en zijn uitstekende kennis van het « establishment ». In 1926 huwde hij met Marie-Louise de Harley de Deulin, een telg uit een oude adellijk geslacht. In februari 1940 werd hij tot graaf verheven als erkenning van zijn goede en trouwe diensten aan de vorst. Beiden deelden min of meer dezelfde opvatting over “de politiekers” en betreurden dat het parlement zich steeds meer vastreed in de « particratie » waarvan ze meenden dat die de “prerogatieven” van de vorst aantastte. Bovendien was Capelle net als de koning sinds de herfst 1936 een compromisloos voorstander van de Belgische neutraliteit, een standpunt dat de achtereenvolgende regeringen trouwens deelden.

Als officieus raadgever was hij evenwel niet alleen en moest hij rekening houden met kabinetschef baron Louis Frédéricq (een Gentse liberaal waarmee hij vrij goed opschoot) en vooral met generaal Raoul Van Overstraeten, de erg invloedrijke militaire raadgever sedert 1934-1935 (die hij minder goed zag zitten). 


216012-capelle.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : RTBF
Auteursrecht : Voorbehouden rechten
Oorspronkelijke legende : De terugkeer van de koning. Op de terugweg van zijn reis naar Groot-Brittannië, wacht Koning Leopold samen met Baron Capelle op de trein in het station van Oostende. 7 januari 1936.

Een beslissende rol ?

capelle-maasmechelen.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Archief Robert Capelle, Map 1
Oorspronkelijke legende : "Efforts du Roi pour écarter la guerre, printemps 1939 au 10 mai 1940", Maasmechelen

Tijdens de “schemeroorlog” , in België eerder “schemervrede” , werd zijn symbolische rol groter. Meer dan ooit werd hij de woordvoerder van de vorst om zijn contacten te overtuigen van een neutralisme op zijn Belgisch , soms tegen het gezond verstand in. Hij streefde naar de best mogelijke verhouding met de Duitse ambassadeur , von Bulow-Schwante, en deed deze meer dan eens discreet bemiddelingsvoorstellen voor een hernieuwde vrede op het continent. N.a.v. het beruchte « incident van Maasmechelen » (11-12 januari 1940) waarbij toevallig de plannen voor een Duitse aanval via België ontdekt werden, bleef hij meer dan ooit voorstander van de neutraliteit. Hij haalde alles uit de kast om de negatieve gevolgen van de geheime persoonlijke (en totaal ongrondwettelijke en door de regering niet gekende) diplomatie van Leopold III t.a.v. de Britten te neutraliseren. Na de verrassingsaanval op Denemarken en Noorwegen (9 april 1940) bleef Capelle – zoals de nabije entourage van de Koning - nog steeds illusies koesteren over de “Duitse loyaliteit” zoals hij ook, net als zijn baas, de Frans-Britse geallieerden en het IIIe Reich op gelijke voet stelde… 

Een raadgever die zijn zaak kende ?

Gedurende het grootste deel van de “Achttiendaagse veldtocht” zaten Capelle en Louis Frédéricq in hetzelfde schuitje als de regering; zo volgde het Burgerlijk huis van de Koning op 18 mei de meeste ministers naar Frankrijk … Maar op 20 mei al vroeg het “Groot Hoofdkwartier” hen naar België terug te keren, wat overigens onmogelijk zou blijken door de vijandelijke opmars. Capelle en Frédéricq strandden dan in de Belgische ambassade in Parijs, net als Pierlot en de meeste ministers die bijzonder ontgoocheld terugkwamen van het gesprek met de vorst te Wijnendale. Toen een snelle capitulatie van het Belgisch leger meer dan waarschijnlijk werd en er ook sprake van was dat de vorst een “blanco volmacht” zou gevraagd hebben (om in België een nieuwe regering te kunnen vormen?) waren de notabelen in de ambassade woedend. Robert Capelle bleek niet de minst hevige : achter deze sinistere informatie vermoedde hij generaal Van Overstraeten… De regering gaf Frédéricq en Capelle dan de opdracht om een ultieme verzoeningspoging te ondernemen; nu slaagden ze er in met schip en vliegtuig België te bereiken via Groot-Brittannië. In de nacht van 27 op 28 mei arriveerde het duo in het Provinciehuis van Brugge (waar de vorst zich bevond), maar toen was alles al afgelopen en ging het “staakt-het-vuren” in.  Het hoeft niet te verwonderen dat toen de Koning zijn versie van de feiten had gegeven, beiden zich achter zijn standpunt schaarden. Zoals ten overvloede bleek tijdens de episode van de zgn. “richtlijnen uit Bern“, predikte Robert Capelle voortaan ondanks de Duitse bezetting een quasi absoluut neutralisme.

Nu de bezetting begonnen was , bleef Capelle verder werken in dienst van het Paleis, waarbij hij discreet personaliteiten uit alle politieke richtingen – inbegrepen bekende collaborateurs - ontmoette om het terrein te verkennen. Het betrof ondermeer de rexistische ex-senator Pierre Daye, Léon Degrelle (één keer), de VNV’ers Hendrik Elias en Gerard Romsée en het hoofd van de gecensureerde Le Soir, Raymond De Becker. Het waren natuurlijk niet de enigen en Capelle verwelkomde graag notabelen van verschillende rang en stand, met een voorkeur voor vertegenwoordigers van het politiek-financiële « establishment ». Hij ontving ook leiders van het “rechtse” verzet zoals de latere verantwoordelijken van het Belgisch Legioen/Geheim Leger of de Nationale Koningsgezinde Beweging, zonder de onvermijdelijke Walthère Dewé te vergeten of nog burggraaf Charles Terlinden, hoogleraar te Leuven …. en discreet adviseur van het fasciserende Nationaal Legioen.

Maar het waren vooral zijn contacten met de zeer actieve en uiterst rechtse intellectueel en publicist Robert Poulet die ophef maakten … na de bevrijding. Poulet kwam op 30 september 1940 Capelle’s mening vragen over zijn (Poulet’s) eventuele deelname aan het lanceren van een krant met een “belgicistische en gematigde” lijn, maar onder Duitse censuur. Capelle antwoordde hem dat dit een vaderlandslievende daad zou zijn indien de krant (het werd Le Nouveau Journal) zich, zoals Poulet het begreep, aan een aantal voorwaarden zou houden. Geen contacten met de bezetter was er een van; gezien de omstandigheden wellicht een zeer naïeve visie … 

lettre-de-capelle-A-matthys.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Archief Robert Capelle, Map 3
Oorspronkelijke legende : Brief van Capelle aan Matthys, 14 januari 1942
notes-tapuscrites-de-capelle.jpg
Instelling : Cegesoma
Collectie : Archief Capelle, map 4
Oorspronkelijke legende : Notas van Capelle

Goede dienaar of zondebok ?

Dit spelletje van discrete gesprekken zou blijven duren tot de bevrijding, vanaf 1943 weliswaar minder met collaboratiefiguren …

Samen met Jacques Davignon en Raoul Van Overstraeten vergezelde de trouwe Capelle de vorst in november 1940 naar Berchtesgaden, maar woonde het gesprek met Hitler niet bij. Het vertrouwen dat Leopold III in hem stelde had zijn grenzen : de vorst dacht er niet aan hem details over zijn persoonlijk leven te vertellen en al zeker niet zijn trouwplannen met Lilian Baels. Toen Capelle dit ongeveer tegelijk met iedereen vernam, was hij stomverbaasd maar ook ongerust over de eventuele gevolgen van een huwelijk. Het staat nu ook bijna zeker vast dat hij niet meewerkte aan het opstellen van het beruchte “Politiek testament” van Leopold III ( januari 1944), noch dat hij ooit het idee gehad zou hebben gelukwensen te sturen aan Degrelle voor het oprichten van het Waals legioen…

Begin september 1944 zouden zijn half openbare stellingnames van 1940 en wat men wist van zijn “discrete” contacten tussen 1940 en 1944, er nochtans toe leiden dat de ex-“Londenaars” en hun medestanders hem opzij schoven. Hij kwam steeds meer in het isolement terecht maar had het geluk in februari 1945 een zekere Jacques Pirenne te kunnen overtuigen van zijn gelijk. Die vroeg niet beter dan overtuigd te worden en zou Capelle dan opvolgen als hoofd van het secretariaat van de Koning.

Op 16 mei 1945 werd de grond pas echt heet onder zijn voeten. De leden van de koninklijke hofhouding stelden in navolging van de Grootmaarschalk van het Hof hun functie ter beschikking van de vorst. Het was een elegante manier om te reageren op de wens van premier Van Acker voor een “epuratie” van de entourage. Op 26 juli 1945 zette Achille Van Acker in de Kamer opnieuw de aanval in toen hij meende dat de slechte raadgevers van de vorst in verdenking dienden gesteld, met om te beginnen « generaal Van Overstraeten en graaf Capelle ».

Het spel van delicate politieke evenwichten had echter als gevolg dat justitie de graaf nog niet aanpakte. Het duurde tot juni 1946 voor de « affaire Poulet » losbrak die door de antileopoldisten niet weinig werd geïnstrumentaliseerd om de (democratisch gesproken) « aangebrande entourage » van de Leopold III in het nauw te drijven. Op 11 juni 1946 werd onder de liberale minister van Justitie Adolphe Van Glabbeke dan een gerechtelijk onderzoek opgestart tegen graaf Capelle voor inbreuken op artikel 118 bis van het strafwetboek (« dienen van de politiek of de oogmerken van de vijand »). Gedurende 48 maanden werd de graaf tientallen malen ondervraagd waarbij hij de Koning steeds bleef “dekken” (was dit niet zijn roeping?); uiteindelijk werd de zaak tot grote spijt van de vijanden van de Koning op 24 juni 1948 geseponeerd .

Daarna begon voor Robert Capelle een relatief anoniem leven, behalve toen hij weer even op het voorplan kwam ter gelegenheid van de publicatie van zijn selectieve en erg apologetische memoires zoals Au service du Roi 1940-1945 (1949) of Dix-huit ans auprès du roi Léopold (1970). Na een aantal avonturen kwam een deel van zijn archief en zijn dagboek terecht bij het CegeSoma, waar ze raadpleegbaar zijn sedert begin jaren 1990.

Zelf was hij er toen niet meer: hij overleed op 29 september 1974. Hij liet de herinnering na van een figuur die een beetje in de marge van zijn tijd leefde maar die perfect paste in het Burgerlijk huis van Leopold III.

Bibliographie

Robert ARON, Léopold III. Le choix impossible, Paris, Plon, 1977.

Robert CAPELLE, Mise au point, Bruxelles, L’Edition universelle, 1946.

Robert CAPELLE, Dix-huit ans auprès du roi Léopold, Paris, Fayard, 1970. 

Robert CAPELLE, Au service du Roi, 1940-1945, Bruxelles, Charles Dessart, 1949.

Jean STENGERS, Aux origines de la Question royale. Léopold III et le gouvernement. Les deux politiques belges de 1940, Paris-Gembloux, Duculot, 1980.

Jan VELAERS – Herman VAN GOETHEM, Leopold III. De Koning, het Land, de Oorlog, Tielt, Lannoo, 2001.

Meer weten...

1273-gouv-belge-londres-dec-1942.jpg Artikels Belgische regering van Londen (De) Colignon Alain
1523-rAfugiAs-belges-en-france.jpg Artikels Vlucht van 1940 (De): de instorting van een Staat? Colignon Alain
Pour citer cette page
Capelle Robert
Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/persoonlijkheden/capelle-robert.html