België in oorlog / Artikels

De staking der 100.000

Thema - Verzet

Auteur : Luyten Dirk (Instelling : CegeSoma)

In de Belgische sociale geschiedenis bekleden grootschalige of algemene stakingen een bijzondere plaats : in 1886, 1936, 1960-61 en 1993 legden grote groepen werknemers tegelijk het werk neer. De stakingen leidden vaak maar niet altijd tot sociale verandering. Ook de Tweede Wereldoorlog kende een grootschalige staking, de ‘staking der 100.000’ in mei 1941. Hoewel het geen algemene staking was zoals die van 1936 had ze toch een nationale impact : de lonen werden met 8% verhoogd een unicum tijdens de bezetting. De staking zette bovendien een aantal nieuwe evoluties in gang.

Stakingen waren tijdens de bezetting verboden, wat de arbeiders niet belette het werk neer leggen, vooral als reactie op de slechte ravitailleringssituatie. Dat was ook de aanleiding voor de staking die in mei 1941 in Luik uitbrak en zou uitgroeien tot het grootste sociale conflict tijdens de bezetting.

De staking begon op 10 mei 1941 met een optocht van vrouwen bij Cockerill, die hun ongenoegen uitten over het tekort aan aardappelen. Het conflict breidde snel uit naar andere bedrijven in het Luikse industriebekken : op 12 mei was in 22 bedrijven het werk neergelegd. Soms werden zelfs stakingspiketten opgesteld. Het conflict sloeg over naar het land van Herve, naar Hoei, naar het Kempische steenkoolbekken en ook in Henegouwen werd gestaakt. Pas na 21 dagen was de staking, die op een symbolische datum was begonnen - exact één jaar na de Duitse inval - en waarbij tussen de 60- en 70.000 arbeiders betrokken waren geweest, voorbij. 

De contradicties van de economische exploitatie

Hoewel de aanleiding van de staking – een tekort aan aardappelen – op het eerste gezicht banaal lijkt, legt ze een fundamentele contradictie bloot van de bezettingspolitiek. Eén van de centrale doelstellingen van het Duitse bezettingsbestuur was de exploitatie van de Belgische economie, die in de eerste plaats moest gebeuren door de Belgische ondernemingen voor Duitsland te laten werken. Een eerste voorwaarde was de bereidheid van ondernemers en arbeiders in dit scenario mee te stappen. Dat bleek geen fundamenteel probleem te zijn : het was al snel duidelijk dat de Belgen bereid waren het werk te hervatten, ook al zou dit onvermijdelijk, gezien het exportgerichte karakter van de Belgische economie, de Duitsers minstens ten dele ten goede komen. Sociale rust was een tweede voorwaarde. Dit impliceerde dat er voor loonstrijd, laat staan sociale conflicten geen ruimte was. De lonen waren niet langer het voorwerp van overleg, maar werden door de overheid vastgelegd. Bij het begin van de bezetting werden de lonen bevroren en werd een einde gemaakt aan het indexmechanisme, dat in vele collectieve arbeidsovereenkomsten was ingeschreven. In theorie zou deze loonblokkering de koopkracht stabiel moeten houden omdat ook de prijzen op het vooroorlogse niveau werden bevroren en de toedeling van basisvoedsel voorwerp werd van rantsoenering zodat eenieder recht zou hebben op een weliswaar minimale hoeveelheid voedsel. Arbeiders die zwaar werk verrichtten, zoals de mijnwerkers, hadden recht op extra rantsoen omdat ze meer calorieën nodig hadden om hun arbeidsproductiviteit op peil te houden.

Dat was de theorie, in de praktijk lagen de kaarten anders. Al snel bleek dat het rantsoeneringssysteem niet naar behoren functioneerde en de arbeiders zelden het rantsoen kregen waarop ze volgens de reglementering aanspraak op konden maken. Het voedseltekort werd chronisch en vaak was men op de zwarte markt aangewezen om aan een minimum hoeveelheid voedsel te komen. De werkgevers zagen het probleem ook en stelden hun arbeiders extra voedsel ter beschikking in de onderneming. Dat was echter onvoldoende om het hoofd te bieden aan de dalende levensstandaard. De arbeiders protesteerden door te staken, met als primaire eis een betere ravitaillering in het algemeen of van een bepaald product zoals aardappelen of zeep wat de niet-voedingswaren betreft. Soms werden monetaire looneisen gesteld. Stakingen waren door de band van korte duur; conflicten waarbij arbeiders voor 8 dagen het werk neerlegden zoals begin april 1941 in de Borinage waren eerder uitzonderlijk. De staking der 100.000 schreef zich in die stakingstendens in, maar week er tegelijk gedeeltelijk vanaf.

tract-pc.jpg
Instelling : Fondation Jacquemotte
Oorspronkelijke legende : Vlugschrift van de Communistische Partij, s.d.

Lonen

le-drapeau-rouge-1-6-1941.jpg
Instelling : Carcob
Oorspronkelijke legende : Le Drapeau rouge, 1 juni 1941

Waar de stakingen tot dan toe toch vooral de ravitaillering als inzet hadden gehad, eisten de stakers in mei 1941 naast een betere ravitaillering ook een loonsverhoging van 25%. Gezien de sterke erosie van de koopkracht had die eis een materieel fundament, maar er zat ook een moral economy component aan vast. Een monetaire loonstijging was wat de werkgevers, vanuit lange-termijn economische overwegingen hadden willen vermijden en net daarom gaven ze hun arbeiders extra-voedsel in het bedrijf. De staking duidde erop dat deze politiek mislukt was en ook de lonen moesten worden verhoogd. Het hoge percentage 25 % maakte er bovendien heel expliciet een verdelingsvraagstuk van. Dit paste in een breder verwachtingspatroon van de arbeiders tegenover de werkgevers. Van de patroons werd verwacht dat ze hun arbeiders zouden tewerk stellen in België, zodat ze niet naar Duitsland moesten gaan werken en daarbij hun koopkracht op een behoorlijk niveau zouden handhaven. De vraag naar de productie voor Duitsland, toch een fundamenteel contextelement werd expliciet niet gesteld. Hier zijn twee verklaringen voor : wat de Communistische Partij betreft, die in de staking een belangrijke rol speelde, was de Sovjetunie nog niet in oorlog met de Duitsers en in het algemeen was de staking der 100.000 in de eerste plaats een ‘klassiek’ sociaal conflict tussen arbeiders en patroons. Door eerder te focussen op looneisen dan op de politiek van de bezetter was het risico op een confrontatie met de Duitsers een beetje minder groot. 

Bedrijfssyndicalisme

De eisenbundel viseerde dus in de eerste plaats de werkgevers. Bij gebrek aan syndicale structuren buiten de Unie van Hand- en Geestesarbeiders, die in het conflict geen rol mocht spelen omdat ze geacht werd de idee van een Arbeitsgemeinschaft (Arbeidsgemeenschap) waarin geen plaats was voor klassenstrijd gestalte te geven en aan overlegorganen werd de staking omkaderd op ondernemingsniveau. Daarbij speelden communistische militanten een belangrijke rol. Algemene vergaderingen vaardigden delegaties af om met de werkgever en/of het gemeentebestuur te onderhandelen. In Seraing, waar Cockerill gevestigd was, werden deze comités niet alleen erkend als gesprekspartner door het gemeentebestuur, maar diende de gemeente ook als opstap naar het nationale niveau. Een delegatie van zes arbeiders, Cockerill directeur-generaal Léon Greiner en Julien Lahaut schepen in Seraing begaf zich op 13 mei naar Emiel De Winter, secretaris-generaal voor Landbouw en Voedselvoorziening, die de bal doorspeelde naar de Duitsers, maar de delegatie wel een introductiebrief meegaf voor de bezettingsautoriteiten. Die weigerden aanvankelijk de afvaardiging te ontvangen, maar uiteindelijk deed op 17 mei 1941, op een moment dat de staking verder was uitgebreid de Luikse Oberfeldkommandantur, toezeggingen aan een delegatie van 3 à 400 arbeiders voor een betere ravitaillering en maakte een opening voor een loonsverhoging. Daarna werd het werk geleidelijk hervat. 

93729-lahaut.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Julien Lahaut, s.d.

Verschuivingen

Dit relaas van de opbouw en pacificatie van de staking nodigt uit tot enige duiding en legt een aantal socio-politieke verschuivingen bloot. Een eerste vaststelling is de centrale rol van het gemeentebestuur. Die kan niet alleen worden verklaard door het feit dat de gemeente als het ware de lokale interface was van de ravitaillering en als zodanig de band kon leggen met het nationale politieke niveau, waar arbeidersafgevaardigden op bedrijfsniveau in de regel geen directe toegang toe hadden, maar ook door de specifieke politieke verhoudingen in Seraing, een gemeente waar de Communistische Partij sterk stond en Julien Lahaut schepen was. Vanuit die officiële functie had hij legitimiteit om met de nationale overheid te onderhandelen en zich op te werpen als de woordvoerder van de stakers. In die periode, voor de inval van Soviet-Unie door Duitschland,  kon de Communistische Partij nog actief zijn en vanuit die positie de staking mee organiseren.

 Na deze staking konden de patroons zich niet langer opwerpen als spreekbuis van de arbeiders zoals ze sinds het begin van de bezetting hadden gedaan. Greiner ging niet meer alleen naar De Winter, maar was vergezeld van een arbeidersdelegatie. De staking was eveneens de aanleiding om het contact met de vooroorlogse vakbonden, dat sinds de Duitse inval verbroken was te herstellen. Ook voor de patronale loonpolitiek luidde de staking der 100.000 een verandering in. Uiteindelijk werden de lonen met 8% verhoogd, wat in verhouding met de daling van de koopkracht weinig was, maar de patronale politiek om een monetaire loonsverhoging te vermijden principieel deed mislukken. Ondergrondse mijnwerkers kregen bovendien een bijkomende loonsverhoging, die op een specifieke wijze werd toegekend, via een zgn ‘stiptheidspremie’, die hoger was naarmate de mijnwerkers minder afwezig waren. Het systeem was opgelegd door de Duitsers die het absenteïsme, onder meer veroorzaakt door de permanente voedseltekorten wilden tegengaan en zo de productie van kolen waar ze nood aan hadden wilden opdrijven. Ook hier was sprake van een principiële verschuiving, weg van een loonpolitiek van sanctionering (boetes) naar een politiek van stimulering, wat mee ingegeven werd door het feit dat de boetes een bron van conflict waren. Keerzijde van de medaille was dat de opzegtermijnen werden verlengd en het Arbeidsambt een toelating moest geven tot ontslag. Ook dit moest ertoe bijdragen dat de kolenproductie op peil bleef.

De Syndicale Strijdcomités

De staking der 100.000 gaf ten slotte aan het verzet een nieuwe dimensie. Waar de communisten syndicaal tot dan toe vooral focusten op de interne strijd tegen de socialisten, opteerden ze nu voor de uitbouw van eigen communistische vakbonden in de schoot van de ondernemingen, de zogenaamde Syndicale Strijdcomités, waarmee het verzet een nieuwe component kreeg. Ook andere vakbonden links van de sociaal-democratie zoals de Mouvement Syndical Unifié, zullen zich vanaf bedrijfsniveau ontwikkelen en daar een tegenmacht tegen het patronaat vormen.

Wat de globale impact betreft kan de staking der 100.000, ook al was het geen algemene staking, in het rijtje geplaatst worden van de eerder vermelde grote stakingen in de Belgische geschiedenis. De staking der 100.000 heeft echter, enigszins merkwaardig, een veel minder prominente plaats in de collectieve herinnering gekregen dan de andere grote stakingen in de Belgische sociale geschiedenis. De staking der 100.000 had ten slotte ook weerklank buiten België : geïnspireerd door de staking legden einde mei begin juni 1941 mijnwerkers in Noord Frankrijk massaal het werk neer. In tegenstelling tot België reageerde de bezetter er op repressieve wijze.

 

291986-grAves.jpg
Instelling : Cegesoma
Oorspronkelijke legende : Vlugschrift van de Communistische Partij, s.d.

Bibliografie

José Gotovitch, Du rouge au tricolore : les communistes belges de 1939 à 1944, un aspect de l’histoire de la Résistance en Belgique, Bruxelles, 1992, p. 110-114.

Dirk Luyten, « Les grèves en Belgique et aux Pays-Bas, 1940-1941 » dans Contributions à l’histoire contemporaine, 2015, 15, p. 149-175.

Dirk Luyten et Rik Hemmerijckx, « La ‘grève des 100.000’ en Belgique. Une grève sous l’occupation » in Anne Morelli, Daniel Zamorra (eds), Grève générale – Rêve général. Espoir de transformation sociale, Paris, 2016, p. 243-255.

Meer weten

3002 Artikels Bedrijven Luyten Dirk
soma_bg603_1941-05_01_001-00001.jpg Artikels Vrouwen tegen de honger en ... tegen de bezetter Kesteloot Chantal
2984 Artikels Galopin doctrine Luyten Dirk
Pour citer cette page
De staking der 100.000
Auteur : Luyten Dirk (Instelling : CegeSoma)
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/de-staking-der-100-000.html